Woningborg Toetsing en Toezicht Assessment

Woningborg en E-learning

Geachte cursist, veel succes met het beantwoorden van de vragen!

Druk op: Start Assessment of scroll om te starten.

 

 

Cursus: Woningborg Toetsing en Toezicht

(Toetsing) Wat zijn de minimaal vereiste afmetingen van een toiletruimte bij een nieuwbouw appartement?

Uitwerking: in artikel 4.11 zijn de afmetingen aangegeven van een toiletruimte waarbij de aanwezigheid in artikel 4.9 aangestuurd is. “artikel 4.11 lid 1: een toiletruimte als bedoeld in artikel 4.9, heeft een vloeroppervlakte van ten minste 0,9 m x 1,2 m.”

De grenswaarde voor vrije hoogte boven de vloer is aangestuurd door artikel 4.11, lid 3. Dit verwijst naar tabel 4.11. Uit de tabel te lezen dat de vrije hoogte min. 2,3 m. moet bedragen.

  • Vloer: 0,9 x 1,2 m, hoogte 2,3 m
  • Vloer: 1,1 m2, hoogte 2,3 m
  • Vloer: 0,9 x 1,2 m, hoogte 2,6 m
  • Vloer: 1,1 m2, hoogte 2,6 m.

(Toetsing) Aan welke RC- of U-waarde dient een zijwang van een dakkapel te voldoen?

  • Een zijwang van een dakkapel is volgens de toelichting bij artikel 5.3 gelijk te stellen aan een raam, deur of kozijn en mag dus een maximale U-waarde hebben van 1.65 W/m2.K.
  • Conform het Bouwbesluit 2012 (afdeling 5.1, artikel 5.3) dient een verticale uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied, een toiletruimte of badruimte, een volgens NEN 1068 bepaalde warmteweerstand van ten minste 4.5 m2 K/W te hebben.

(BB)(Toetsing) Wat is de minimale RC-waarde van de vloer bij een overstek bij een nieuwbouw woonfunctie?

Een horizontale of schuine uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied, een toiletruimte of een badruimte, heeft een volgens NEN 1068 bepaalde warmteweerstand van ten minste 6,0 m2.K/W. Een overstek wordt beschouwd als een horizontale uitwendige scheidingsconstructie.

 

Volgens norm Bouwbesluit: ja

Volgens norm Goed & Deugdelijk: nee

  • Het betreft een vloerconstructie, de minimale RC-waarde dient 4,5 m2.K/W te bedragen.
  • De minimale RC-waarde dient 6,0 m2.K/W te bedragen.

(GD)(Toetsing) Welke van de volgende stellingen komt overeen met de adviezen uit de publicatie GIW/ISSO 2008?

Beide eisen staan inderdaad in de GIW/ISSO-publicatie. Wij adviseren ondernemers om de eisen uit deze publicatie als uitgangspunt te nemen in het ontwerp van hun plannen.

Volgens norm Bouwbesluit: nee

Volgens norm Goed & Deugdelijk: ja

 

GIW/ISSO 2008 - juli 2008. Deze publicatie is binnen Woningborg digitaal beschikbaar.

  • Een ruimte met een opstelplaats voor een wasmachine en/of een wasdroger moet worden voorzien van een natuurlijke of mechanische ventilatievoorziening met een capaciteit van minimaal 7 dm³/s voor een ruimte kleiner dan 2,5 m² en van minimaal 14 dm³/s voor een ruimte groter dan 2,5 m².
  • Een bergruimte, anders dan een trapkast, moet worden voorzien van een natuurlijke of mechanische ventilatievoorziening met een capaciteit van minimaal 7 dm³/s.

(BB)(Toetsing) Moet bij de daglichtberekeningen volgens de NEN 2057 rekening worden gehouden met de overstek van de eigen gevel?

Meer informatie over het toepassen van de bèta-hoeken is te vinden in de NEN 2057

Volgens norm Bouwbesluit: ja

  • Voor de daglichtberekening voor nieuwbouw mag een bèta-factor van 0 aangehouden worden, indien er geen overstekken zijn.
  • Voor de daglichtberekening voor nieuwbouw moet rekening gehouden worden met het overstek van de buitengevel. Er is dus altijd een bèta-hoek aanwezig.
  • Voor de daglichtberekening voor bestaande bouw mag een bèta-factor van 0 aangehouden worden, indien er geen overstekken zijn.
  • Voor de daglichtberekening voor bestaande bouw moet rekening gehouden worden met het overstek van de buitengevel. Er is dus altijd een bèta-hoek aanwezig.

(BB)(Toetsing) In het Bouwbesluit staan eisen met betrekking tot de geluidwering van de gevel. Voor elke nieuwbouwwoning geldt dat de gevel van een verblijfsruimte minimaal een geluidwering van 20 dB moet halen. Welke van de volgende stellingen is juist?

Veel architecten en bouwers gaan ervan uit dat de minimaal vereiste geluidwering van 20 dB zonder meer gehaald zal worden. In praktijk blijkt echter dat veel situaties toch kritisch zijn. dat heeft onder andere te maken met het percentage glasoppervlak van een verblijfsruimte, maar ook met de plaatsing en de lengte van de ventilatieroosters.

Volgens norm Bouwbesluit: ja

Volgens norm Goed & Deugdelijk: nee

 

Bronvermelding: www.lbpsight.nl/getFile.cfm?dir=publication&File=Te_veel_geluid_door_ventilatieroosters.pdf

  • Deze minimumeis is zo laag dat iedere woning hier aan voldoet
  • Bij een verblijfsruimte met veel glas in de gevel is het halen van de minimumeis kritisch
  • Bij een verblijfsruimte met lange ventilatieroosters en een klein geveloppervlak is het behalen van de minimumeis kritisch
  • De plaatsing van de roosters in de gevel ten opzichte van plafonds of uitkragingen en de hoogte ten opzichte van het maaiveld spelen een rol bij de hoogte van de geluidwering

(BB)(Toetsing) In de tekening zie je een aantal appartementen op de 1e verdieping gesitueerd rondom een open binnenhof met galerijontsluiting. Voor welke ruimten moet een geluidsabsorptieberekening worden gemaakt? Er kunnen meerdere antwoorden goed zijn.

Er hoeft voor geen van de genoemde ruimten een berekening van de geluidsabsorptie te worden uitgevoerd. De prestatie-eis geldt alleen voor besloten gemeenschappelijke verkeersruimten, voor het ontsluiten van de woonfunctie, die grenzen aan een niet-gemeenschappelijke ruimte van een woonfunctie. Er komt geen woningtoegangsdeur uit in het trappenhuis en de scheidingsconstructie tussen trappenhuis en naastgelegen woning is geluidwerend genoeg om geen geluidshinder in de woning vanuit het trappenhuis te hoeven verwachten. Het middengebied is een niet-besloten gemeenschappelijke verkeersruimte.

Volgens norm Bouwbesluit: ja

Volgens norm Goed & Deugdelijk: nee

  • Het trappenhuis aan de linkerzijde van het gebouw
  • Het middengebied
  • Geen van de bovenstaande ruimten

(BB)(Toetsing) Geef voor de met geel-gemarkeerde ruimten aan welke gevelopeningen mogen worden meegenomen voor de daglichtberekening volgens de NEN 2057:2011.

In het Bouwbesluitartikel 3.75 worden eisen weergegeven met betrekking tot de daglichttoetreding. Bepaalde gevelopeningen mogen niet worden weergegeven. Zo wordt in artikel 3.75, lid 3b het volgende weergegeven:

‘Blijven daglichtopeningen in een uitwendige scheidingsconstructie, die op een loodrecht op het projectievlak van die openingen gemeten afstand van minder dan 2 m vanaf de perceelsgrens liggen, buiten beschouwing, waarbij, indien het perceel waarop de gebruiksfunctie ligt, grenst aan een openbare weg, openbaar water of openbaar groen, de afstand wordt aangehouden tot het hart van de weg, het openbaar groen of het openbaar water.’

Volgens norm Bouwbesluit: ja

Het is mogelijk dat bepaalde openingen niet mee mogen worden genomen, zodat een bepaalde ruimte als ‘onbenoemde ruimte’ aangemerkt dient te worden.

 

 

(BB)(Toetsing) Geef voor de met geel-gemarkeerde ruimten aan welke gevelopeningen mogen worden meegenomen voor de daglichtberekening volgens de NEN 2057:2011.

In het Bouwbesluitartikel 3.75 worden eisen weergegeven met betrekking tot de daglichttoetreding. Bepaalde gevelopeningen mogen niet worden weergegeven. Zo wordt in artikel 3.75, lid 3b het volgende weergegeven:

‘Blijven daglichtopeningen in een uitwendige scheidingsconstructie, die op een loodrecht op het projectievlak van die openingen gemeten afstand van minder dan 2 m vanaf de perceelsgrens liggen, buiten beschouwing, waarbij, indien het perceel waarop de gebruiksfunctie ligt, grenst aan een openbare weg, openbaar water of openbaar groen, de afstand wordt aangehouden tot het hart van de weg, het openbaar groen of het openbaar water.’

Volgens norm Bouwbesluit: ja

Het is mogelijk dat bepaalde openingen niet mee mogen worden genomen, zodat een bepaalde ruimte als ‘onbenoemde ruimte’ aangemerkt dient te worden.

(BB)(Toetsing) In de gevel van de keuken van een nieuwbouwwoning wil men dubbele openslaande tuindeuren toepassen in plaats van een te openen raam. Dit is het enige te openen deel in de gevel van deze verblijfsruimte. Is dat toegestaan?

Volgens de Nota van toelichting is een schuifpui ook toegestaan.  

Volgens Bouwbesluit: ja

Volgens Goed & Deugdelijk: nee

  

  • Ja, dat is toegestaan
  • Nee, dat is niet toegestaan

(BB)(Toetsing) Geef voor de met geel-gemarkeerde ruimten aan welke gevelopeningen mogen worden meegenomen voor de ventilatieberekening.

Volgens norm Bouwbesluit: ja

Volgens norm Goed & Deugdelijk: nee

 

Het is mogelijk dat bepaalde openingen niet mee mogen worden genomen, zodat een bepaalde ruimte als ‘onbenoemde ruimte’ aangemerkt dient te worden.

 

(BB)(Toetsing) Geef voor de met geel-gemarkeerde ruimten aan welke gevelopeningen mogen worden meegenomen voor de ventilatieberekening.

Volgens norm Bouwbesluit: ja

Volgens norm Goed & Deugdelijk: nee

 

Het is mogelijk dat bepaalde openingen niet mee mogen worden genomen, zodat een bepaalde ruimte als ‘onbenoemde ruimte’ aangemerkt dient te worden.

 

(Toetsing) Conform art. 4.27 lid 5 moet een woongebouw waarin de vloer ter plaatse van de toegang van een woonfunctie hoger ligt dan 3m boven het meetniveau, op elke bouwlaag een opstelplaats voor een lift hebben. Wat zijn de afmetingen van de liftkooi?

Uitwerking:

De volgende artikelen hebben betrekking op de uitwerking van de eis:

  • woongebouw, toegang woonfunctie hoger dan 3 m. (artikel 4.27, lid 5)
  • afmetingen liftkooi van 1,05 x 2,05 m (artikel 4.27, lid 5)
  • Aan een doorgang van een liftschacht grenst een ruimte met een vloeroppervlakte van ten minste 1,5 m x 1,5 m. (artikel 4.23, lid 4)
  • vrije breedte lifttoegang is ten minste 0,85 m en de gemeten hoogte van 2,3 m. (artikel 4.22, lid 2)

 

Het doel van dit lid is om in woongebouwen ruimte te reserveren voor het achteraf kunnen plaatsen van een rolstoeltoegankelijke lift. Deze ruimte kan binnen de gebruiksfunctie liggen of daarbuiten. De opstelplaats moet zodanig zijn, dat de lift kan worden aangebracht zonder dat er daardoor strijd ontstaat met de andere nieuwbouwvoorschriften. De opstelplaats mag bijvoorbeeld niet zo zijn gesitueerd, dat door het aanbrengen van de lift er geen of te weinig daglicht in een verblijfsruimte kan binnenvallen.

Het daadwerkelijk aanbrengen van een lift is echter uitsluitend vereist in de situaties genoemd in artikel 4.24 van het Bouwbesluit 2012. (toegankelijkheidssector) en artikel 4.27 van het bouwbesluit (overbrugging hoogteverschillen met een lift of hellingbaan)

 

 

 

  • 1,05 m x 1,35 m
  • 1,05 x 2,05 m

(Toetsing) Aan welke RC- of U-waarde dient een zijwang van een dakkapel te voldoen?

  • Een zijwang van een dakkapel is volgens de toelichting bij artikel 5.3 gelijk te stellen aan een raam, deur of kozijn en mag dus een maximale U-waarde hebben van 1.65 W/m2.K.
  • Conform het Bouwbesluit 2012 (afdeling 5.1, artikel 5.3) dient een verticale uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied, een toiletruimte of badruimte, een volgens NEN 1068 bepaalde warmteweerstand van ten minste 4.5 m2 K/W te hebben.

(BB)(Toetsing) Wat is de minimale RC-waarde van de vloer bij een overstek bij een nieuwbouw woonfunctie?

Een horizontale of schuine uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied, een toiletruimte of een badruimte, heeft een volgens NEN 1068 bepaalde warmteweerstand van ten minste 6,0 m2.K/W. Een overstek wordt beschouwd als een horizontale uitwendige scheidingsconstructie.

 

Volgens norm Bouwbesluit: ja

Volgens norm Goed & Deugdelijk: nee

  • Het betreft een vloerconstructie, de minimale RC-waarde dient 4,5 m2.K/W te bedragen.
  • De minimale RC-waarde dient 6,0 m2.K/W te bedragen.

(GD)(Toetsing en Toezicht) Een valse spouw levert een reductie op bij de RC-waarde van een gevel en beïnvloedt het warmteverlies bij een luchtspouw. Welke bewering is juist?

De isolatie dient vlak en strak tegen het binnenblad , vloeren en kozijnen of dergelijke én onderling naadloos aangebracht te worden.

Volgens norm Goed & Deugdelijk.

Technische ABC-lijst 2015 blz. 124 en 219.

  • Een luchtspouw achter de isolatie van 5 mm in combinatie met de luchtspouw voor de isolatie reduceert de RC-waarde met 50%
  • Een extra warmteverlies van 10% bij een luchtspouw achter de isolatie van 3 mm tot 45% bij 7 mm.
  • Een bredere valse spouw (± 1 cm) achter de isolatie resulteert in een RC= 0 m²K/W.
  • Antwoorden A t/m C zijn juist.

(BB)(Toetsing) De aanvraag voor bouwvergunning van een nieuwbouw woning is op 03-01-2015 ingediend. Uit de technische gegevens blijkt dat de U-waarde van de achterdeur 2,1 W/m2K bedraagt. Voldoet het plan aan het geldende Bouwbesluit?

Per 1 januari 2015 geldt de 1,65-eis voor de gemiddelde U-waarde. Daarbij mag de U-waarde van een individuele constructie niet hoger zijn dan 2,2 W/m2.K.

Om te controleren of de woning aan deze eis voldoet dienen alle individuele U-waarden ten hoogste 2,2 W/m2.K te zijn en de gemiddelde U-waarde van de hele woning ten hoogste 1,65 W/m2.K.

Volgens norm Bouwbesluit.

Bouwbesluit 2012 artikel 5.3.

  • Woning voldoet niet aan het Bouwbesluit 2012. Alle ramen, deuren, kozijnen dienen een warmtedoorgangscoefficient te hebben van ten hoogste 1.65 W/m2.K.
  • Per 1 januari 2015 geldt de 1,65-eis voor de gemiddelde U-waarde. Daarbij mag de U-waarde van een individuele constructie niet hoger zijn dan 2,2 W/m2.K. Om te controleren of de woning aan deze eis voldoet dienen alle individuele U-waarden ten hoogste 2,2 W/m2.K te zijn en de gemiddelde U-waarde van de hele woning ten hoogste 1,65 W/m2.K.