Fysiologie: Vetweefsel

Fysiologie: Vetweefsel

Vet

Vetten bestaan uit glycerol en vetzuren en vormen een belangrijke bron van energie. Het proces waarbij vetten omgezet worden in energie, noemt men lipolyse. Lipolyse wordt beïnvloed door hormonen: insuline remt en glucagon stimuleert het. Het omgekeerde proces, het opbouwen van een vet, wordt lipogenese genoemd.

Vraag 1:

  • Lipolyse
  • Lipogenese

Hoe noemt men het proces waarbij vetten omgezet worden in energie? 

Vetweefsel

Vetweefsel is een type bindweefsel dat bestaat uit vetcellen, ook wel adipocyten genoemd. Bij mannen bestaat ongeveer 15-20% van het lichaamsgewicht uit vetweefsel en bij vrouwen ligt dat hoger, namelijk 20-25% van het lichaamsgewicht. 

Er bestaan twee soorten vetweefsel:
1) Wit vetweefsel: Dit type komt het meest voor in het volwassen lichaam. Het ligt voornamelijk onder de huid en rond de interne organen. Een witte vetweefsel cel heeft één grote vetdruppel.

2) Bruin vetweefsel: Dit type komt vooral voor bij pasgeboren baby’tjes. Bij volwassenen is bruin vetweefsel veel minder aanwezig. In tegenstelling tot wit vetweefsel, dat voornamelijk werkt als opslagruimte voor vetten, is de primaire functie van bruin vetweefsel het voortbrengen van lichaamswarmte door de verbranding van vetzuren en glucose. Bruin vet dankt zijn naam aan de grote hoeveelheid mitochondriën die deze vetcellen bevatten, vele malen meer dan de vetcellen in wit vetweefsel, waardoor het bruin van kleur lijkt.

 

Vetcellen in bruin vetweefsel bevatten meerdere vacuolen en meerdere vetdruppels en de celkern ligt centraal in de cel. Dit is in tegenstelling tot vetcellen in wit vetweefsel, die één grote vetdruppel bevatten en een celkern aan de rand van de cel. Daarnaast bevatten bruine vetcellen veel mitochondriën, waarin de warmteproductie kan plaatsvinden. Het bruine vetweefsel is voorzien van veel haarvaten en is hierdoor goed doorbloed. Deze goede doorbloeding is belangrijk voor de aanvoer van voldoende voedingsstoffen (glucose en vetzuren), en voor de afvoer van de warmte die in het bruine vet geproduceerd wordt. Bij volwassen mensen is bruin vetweefsel vaak vermengd met wit vetweefsel.

Het bruine vet kan worden geactiveerd door de mens aan koude bloot te stellen. Deze koude zorgt ervoor dat het bruine vet actief warmte gaat produceren, en dus metabool zeer actief is. Studies naar de werking van bruin vet zouden een belangrijke rol kunnen spelen in de zoektocht naar nieuwe methoden voor gewichtsverlies, omdat het bruine vet zorgt voor extra energiegebruik door verbranding van vet uit witte vetcellen.

Vraag 2:

  • Wit vetweefsel
  • Bruin vetweefsel
  • ​Geel vetweefsel

Welk type vetweefsel komt het meeste voor bij volwassenen?

Vetweefsel hormonen

Vetweefsel produceert verschillende hormonen: leptine, adiponectine, resistin, interleukine, apelin, tumor necrose factor en oestrogeen. Al deze hormonen, waarvan leptine het bekendste is, spelen een belangrijke rol in de vet-homeostase, 

Leptine is voor het eerst ontdekt bij muizen. Bij deze muizen was door een mutatie de receptor voor leptine op de celmembranen onwerkzaam geworden. Deze muizen, die al in de jaren 50 werden beschreven, bleken nauwelijks verzadiging te krijgen bij eten - ze bleven maar dooreten - en ook hun stofwisseling werd zuiniger. Het effect hiervan was dat deze muizen veel dikker werden dan muizen met wel werkende leptinereceptoren. Hierom werden ze 'ob-muizen' genoemd (van obesitas, vetzucht), en muizen met twee ob-genen zijn dus ob/ob-muizen.

In de jaren 90 van de vorige eeuw werd het hormoon ontdekt en het mechanisme van de defecte receptor beschreven. Leptine grijpt bij de mens aan op ten minste zes verschillende receptoren. Bij de mens wordt het polypeptide leptine afgegeven door vetcellen in de vetdepots. 

Leptine

Leptine is een langwerkend hormoon. Het leptinegehalte in plasma is rechtevenredig met de omvang van het vetweefsel, dus hoe meer vetweefsel hoe meer leptine  afgifte.
Leptine bereikt via het bloed de hersenen en stimuleert na actieve passage van de bloed-hersenbarrière het verzadigingscentrum in de ventromediale nuclei van de hypothalamus. Hierdoor zal het hongergevoel afnemen. Helaas werkt bij mensen het toedienen van leptine veel minder goed als middel om af te vallen dan bij (normale) muizen, die in een paar dagen 40% van hun gewicht konden verliezen.

Leptine resistentie

Een gebrek aan (normaal functionerend) leptine kan aanleiding geven tot vraatzucht en obesitas. Toediening van recombinant leptine leidt in dat geval tot gewichtsverlies. 

Bekijk voor meer informatie dit filmpje over leptine en obesitas:

https://www.youtube.com/watch?v=oN3woHJ7ZDY

Vraag 3:

  • Stimuleert verzadigingscentrum
  • Remt verzadigingscentrum

Wat voor effect heeft leptine?