e-learning 1 wetenschappelijk taalgebruik - Formeel en objectief taalgebruik

Welkom bij e-learning 1 over wetenschappelijk taalgebruik

Wetenschappelijk taalgebruik wordt door verschillende bronnen omschreven als formeel en objectief, precies, logisch, zorgvuldig, helder en bondig. Het vergt doorgaans een andere manier van schrijven dan je gewend bent, en oefening baart kunst.

In deze e-learning wordt formeel en objectief taalgebruik behandeld. Bij het schrijven van een wetenschappelijke tekst is het belangrijk om informeel en objectief taalgebruik te kunnen hanteren. Formele taal is vrij van spreektaal en objectief taalgebruik is vrij van een eigen mening.  In deze e-learning kun je door middel van verschillende opgaven oefenen in het toepassen van formeel en objectief taalgebruik.

 

In deze e-learning worden 3 onderdelen behandeld:

1. Het kunnen vermijden van persoonlijke voornaamwoorden

2. Het herkennen en waar nodig vermijden van een waardeoordeel

3. Gebruik van formele taal

1. Vermijden van persoonlijke voornaamwoorden

Persoonlijke voornaamwoorden

Het gebruik van persoonlijke voornaamwoorden, zoals ‘ik', 'jij/je', 'wij/we', 'u' past niet in een wetenschappelijke inleiding.  Persoonlijke voornaamwoorden kunnen in verschillende vormen voorkomen, afhankelijk van de persoon (eerste, tweede of derde persoon), enkelvoud/meervoud, geslacht en de functie in de zin.  

Vraag 1a: Klik in het tekstvoorbeeld op de  persoonlijke voornaamwoorden.

In onderstaand tekstvoorbeeld komen twee persoonlijke voornaamwoorden voor. Herken de persoonlijke voornaamwoorden en klik op de twee persoonlijke voornaamwoorden.

Vraag 1b: Herschrijf het tekstvoorbeeld zodat er geen persoonlijke voornaamwoorden meer in voorkomen.

Lees nogmaals het tekstvoorbeeld uit vraag 1a. 

Volgens de food industry group heeft de ingevoerde vettaks niet geleid tot een verbetering van de gezondheid onder de Deense bevolking. Uit een onderzoek verricht in Rusland bleek dat je eetpatroon niet alleen prijsafhankelijk is. Ondanks de vervijfvoudiging van de prijzen bleven de Russen vet eten. Dit werd toegeschreven aan het fenomeen anchoring, waarbij je referentiekader wegvalt.



Vraag 2a: Klik in het tekstvoorbeeld op de persoonlijke voornaamwoorden.

In onderstaand tekstvoorbeeld komen twee persoonlijke voornaamwoorden voor. Herken de persoonlijke voornaamwoorden en klik op de twee persoonlijke voornaamwoorden.


Vraag 2b: Herschrijf het tekstvoorbeeld zodat er geen persoonlijke voornaamwoorden meer in voorkomen.

Lees nogmaals het tekstvoorbeeld uit vraag 2a. 

Voor dit onderzoek hebben we 120 geïncludeerd in de leeftijd van 60-65 jaar, met lichte verschijnselen van reumatoïde artritis. We hebben ouderen geexcludeerd van deelname die geen volledige beheersing van de Nederlandse taal hadden, niet in staat waren om zelfstandig de trap op te lopen en hulp nodig hadden bij het eten.

Herschrijf de tekst opdat er geen persoonlijke voornaamwoorden meer in voorkomen.


2. Het vermijden van een waardeoordeel

Het vermijden van een waardeoordeel

In een formele en/of wetenschappelijke tekst zijn doorgaans geen persoonlijke meningen te vinden in de inleiding, methoden en resultaten. Daar wordt voornamelijk gebruik gemaakt van objectief taalgebruik. Woorden als ‘ontzettend’, ‘maar liefst’ etc. worden niet gebruikt in de inleiding, methoden en resultaten.

Vraag 1a: Klik in het tekstvoorbeeld op de waardeoordelen.

Lees het tekstvoorbeeld. In het tekstvoorbeeld worden meerdere waardeoordelen gegeven. 


Vraag 1b: Herschrijf het tekstvoorbeeld zodat er geen waardeoordelen meer in voorkomen

Lees nogmaals het tekstvoorbeeld uit vraag 1a. 

Wordt u ook zo ongelukkig van een slecht gebit? Uit recent onderzoek is gebleken dat maar liefst 85% van de mensen die hun gebit jaren lang verloederen, statistisch significant lager scoren op kwaliteit van leven dan mensen die hun gebit wel goed verzorgen. Dit komt doordat een slechte mondverzorging is geassocieerd met een verhoogde kans op infecties en andere aandoeningen.


Vraag 2a: Klik in het tekstvoorbeeld op de waardeoordelen

Lees onderstaand tekstvoorbeeld. In het tekstvoorbeeld worden meerdere waardeoordelen gegeven. 


Vraag 2b: Herschrijf het tekstvoorbeeld zodat er geen waardeoordelen meer in voorkomen

Lees nogmaals het tekstvoorbeeld uit vraag 2a.

Ouderen boven de 65 jaar bewegen helaas nog steeds niet volgens de Nederlandse Norm Gezond Bewegen. Gelukkig zijn er wel steeds meer initiatieven om beweging onder ouderen te bevorderen. Zo is recent het programma SOCIAAL VITAAL opgericht dat kwetsbare ouderen met een laag sociaal economische status begeleid bij het in beweging blijven, maar tegelijkertijd ondersteunt in vermindering van eenzaamheidsklachten en depressie.



Vraag 3a: Klik in het tekstvoorbeeld op de waardeoordelen

Lees onderstaand tekstvoorbeeld. In het tekstvoorbeeld worden meerdere waardeoordelen gegeven.


Vraag 3b: Herschrijf het tekstvoorbeeld zodat er geen waardeoordelen meer in voorkomen

Lees nogmaals het tekstvoorbeeld uit vraag 3a. 

In de fitnesswereld draait het om hard trainen, goed rusten en onmisbaar, goede voeding. Voeding is heel belangrijk voor fitnessatleten en daarom zijn ze altijd op zoek naar de beste supplementen om het maximale uit hun lichaam te halen. Er is een enorme markt ontstaan om de supplementen en ieder jaar is er weer een hype rond een supplement wat, op basis van wetenschappelijk onderzoek, echt het ‘beste’ is.



3. Gebruik van formele waarden

Formeel schrijven

Wetenschappelijke teksten bevatten geen metaforen of spreektaal. Het doel van een wetenschappelijke tekst is uitsluitend het overbrengen van informatie en niet het vermaken van de lezer. Daarom is de stijl formeel.

Voorbeeld:
Spreektaal: ‘Doordat mensen meer eten kunnen ze misschien meer gaan wegen’.
Formele taal: ‘Een mogelijke oorzaak voor toename in lichaamsgewicht zou een verandering in eetpatroon kunnen zijn’.


Vraag 1a: Welk van de antwoordmogelijkheden bevat alle informele woorden uit bovenstaand tekstvoorbeeld?

Lees onderstaand tekstvoorbeeld. In het tekstvoorbeeld staan meerdere informele woorden. 

Betaine is een aminozuur dat de lichaamssamenstelling verbeterd omdat het de eiwit productie ondersteunt. Hierdoor draagt betaine bij aan een betere spiermassa en vet afbraak. Betaine komt van nature voor in graan producten. Graanproducten vormen een groot onderdeel van de dagelijkse voeding, waardoor een tekort van het aminozuur nauwelijks voorkomt in Europa.



  • Lichaamssamenstelling - verbeterd - eiwit productie - vet - groot - tekort - nauwelijks voorkomt
  • Lichaamssamenstelling - omdat - eiwit - betere - graanproducten - groot - tekort
  • Eiwit productie - vet - groot - graanproducten - tekort - nauwelijks voorkomt
  • Eiwit productie - hierdoor - vet - groot - dagelijks voeding - tekort - nauwelijks voorkomt

Vraag 1b: Koppel de formele woorden aan de informele woorden

Lees nogmaals het tekstvoorbeeld uit vraag 1a. 

Betaine is een aminozuur dat de lichaamssamenstelling verbeterd omdat het de eiwit productie ondersteunt. Hierdoor draagt betaine bij aan een betere spiermassa en vet afbraak. Betaine komt van nature voor in graan producten. Graanproducten vormen een groot onderdeel van de dagelijkse voeding, waardoor een tekort van het aminozuur nauwelijks voorkomt in Europa.

Hieronder worden de informele woorden uit het tekstvoorbeeld en de formele variant weergegeven. 



  • Lichaamssamenstelling
    Lichaamscompositie
  • Verbeterd
    Bevordert
  • Eiwit
    Proteïne
  • Vet
    Lipiden
  • Productie
    Synthese
  • Groot
    Substantieel
  • Tekort
    Depletie
  • Nauwelijks voorkomt
    Uitzonderlijk is

Vraag 2a: Welk van de antwoordmogelijkheden bevat alle informele woorden uit bovenstaand tekstvoorbeeld?

Lees onderstaand tekstvoorbeeld. In het tekstvoorbeeld staan meerdere informele woorden. 

HIV komt het meest voor in Zuid-Afrikaanse gebieden met een lage plaats op de maatschappelijke ladder omdat HIV medicatie daar minder toegankelijk is. Dit komt enerzijds doordat farmaceutische bedrijven patenten hebben op HIV medicatie, waardoor deze erg duur zijn en anderzijds door de slechte bereikbaarheid van het platteland.


  • Gebieden - lage plaats - minder - erg duur - slechte bereikbaarheid - platteland
  • Komt het meest voor - lage plaats op de maatschappelijke ladder - erg duur - platteland
  • Lage plaats op de maatschappelijke ladder - minder toegankelijk - erg duur
  • Lage plaats - minder toegankelijk - waardoor deze erg duur zijn - platteland

Vraag 2b: Koppel de formele woorden aan de informele woorden

Lees nogmaals het tekstvoorbeeld uit vraag 2a. 

HIV komt het meest voor in Zuid-Afrikaanse gebieden met een lage plaats op de maatschappelijke ladder omdat HIV medicatie daar minder toegankelijk is. Dit komt enerzijds doordat farmaceutische bedrijven patenten hebben op HIV medicatie, waardoor deze erg duur zijn en anderzijds door de slechte bereikbaarheid van het platteland.

Hieronder worden de informele woorden uit het tekstvoorbeeld en de formele variant weergegeven.


  • Komt het meest voor
    Prevalentie is erg hoog
  • Lage plaats op de maatschappelijke ladder
    Lage sociaal-economische status
  • Erg duur
    Erg kostbaar
  • Platteland
    Rurale gebieden