Dat zag ik aankomen(?)

Inleiding

Gedrag van mensen is over het algemeen aardig voorspelbaar MITS je de status van mensen goed kunt 'lezen'.

Stelling

"Dat had ik niet van hem verwacht" of "Dat zag ik niet aankomen" zijn dood-doeners waar jij als begeleider niets mee hebt, of in elk geval niets aan hebt. Eigenlijk zelfs zou je zelden met 'onverwacht' gedrag  te maken hoeven hebben als jij de professional bent die jouw client goed in beeld heeft.

Gedrag is een 'uiting van', 'een reactie op'.

Gedrag wordt verdeeld in uiterlijke waarneembare gedragingen (werken, sporten, praten etc) en innerlijke gedragingen (denken, dromen, onzichtbare emoties). Andere onderverdelingen van gedrag zijn (bijvoorbeeld) bewust en onbewust of erfelijk en aangeleerd. Het totaal van gedragingen wordt persoonlijkheid genoemd.

Wanneer iemands gedrag sterk afwijkt van de normen en waarden van de sociale omgeving EN voor de persoon of diens omgeving nadelige gevolgen oplevert, heet dit een gedragsprobleem. Een ernstigere vorm is een gedragsstoornis. Afwijkend gedrag kan ook worden beïnvloed en gevoed door psychische oorzaken of door een psychiatrische ziekte.

Lees ook Bron (met vervolgens daarop aangebrachte aanpassingen): http://www.spiritueel-woordenboek.nl/woordenboek/G/gedrag_568/

 

Met trainen en therapie kan meestal het gedrag van mensen worden beïnvloed. De gedragswetenschappen psychologie, sociologie en economie bestuderen het gedrag van mensen. Er bestaat een verband tussen gedachten, gevoelens en gedrag.

Als begeleider ben je vaak degene die het gedrag van een ander helpt te sturen of om te buigen. Dit is ook een valkuil(!): Clienten hebben het recht op een eigen persoonlijkheid, en persoonlijkheidsontwikkeling.  En daarmee dus op 'persoons-eigen gedrag'. De valkuil voor jou is dat je clienten dit onthoudt, en dat je clienten en hun gedragingen vooral ondersteunt vanuit je eigen interpretatie van  normaal-abnormaal (gedrag, bijvoorbeeld).

Het type gedrag dat een persoon laat zien heeft een directe relatie met de spanning waaronder die persoon op dat moment staat. Daar gaat deze les over.

We beginnen met een opkikkertje :-) al lachen de mensen in het filmpje zeker niet met je mee.. Wil je er meer zien dan klik je gewoon linksboven in het frame op 'afspeellijst'.

 

1. Jason

Normaal, en abnormaal?

Laten we starten met een voorbeeld, een voorbeeld zo alledaags...  
 

Stel je werkt in een woonvoorziening waar kinderen wonen. In de woonvoorziening wordt een normaal leefritme aangeboden, met gangbare dagindeling. Er komt een nieuw kind wonen, een jongetje van 4 jaar, Jason. Na zijn eerste week is het naar-bed-ritueel nog steeds een heel gedoe; Jason gaat niet slapen. Dat levert de nodige spanning op. Bij Jason omdat hij 'moet', bij jou omdat jij 'wil' en bij de andere kinderen omdat een en ander uiteindelijk met veel tumult gepaard gaat.

Laten we eens inzoomen. Jason is in Nederland geboren en opgegroeid, maar van Kaap-Verdische afkomst. Een populatie die vooral in/om Rotterdam groot in aantal is overigens. Jason woonde voordien gewoon thuis, maar Jason's moeder kon niet meer voor Jason zorgen; vader overigens ook niet. Jason's vader is wel bekend, maar leeft apart van moeder en heeft geen rol gehad in de opvoeding. Er is geen ruzie o.i.d. in het 'gezin', en voor zowel moeder als Jason (en de vier andere oudere broers en zussen) is het normaal dat zijn vader (er zijn twee vaders van vier kinderen, kind vijf woont bij Jason maar is eigenlijk zijn neefje van wie zijn moeder voor onbepaalde tijd terug is naar Kaap-Verdie) alleen maar af en toe eens op visite is, een middagje, of een paar dagen blijft. Dan doet hij leuke dingen met Jason en krijgt hij een cadeautje of gaan ze samen naar het park een ijsje eten. Tot zover: Volstrekt normaal(!), in menig bevolkingsgroep is vooral de moeder in beeld als opvoeder, vaders vervullen dan slechts een bijrol.

Bij de -heel betrokken- moeder wordt geinformeerd naar het niet-willen-slapen-probleem van Jason. Dat verbaast moeder, Jason slaapt altijd 'heel goed'. In het gesprek met moeder laat de begeleiding ook weten dat Jason 's middags eigenlijk juist steeds heel moe is, en hangerig is. Dat vindt moeder logisch; Jason slaapt ook altijd 'smiddags een paar uurtjes. Dat verbaast vervolgens de begeleiding, een kind van 4 dat 'smiddags nog slaapt? "Ja, wij allemaal", voegt moeder daar aan toe. Maar hoe kan Jason dan 's avonds slapen? Slaapt Jason bij u wel altijd 's avonds? Jawel, bevestigd moeder, als wij naar bed gaan slaapt Jason ook snel. Als 'wij' naar bed gaan?? Hoe laat gaan jullie dan naar bed? Nou, om ongeveer elf uur of half-twaalf of zo. Jaah, soms slaapt Jason dan al eventjes daarvoor op de bank of zo, maar dan leg ik hem zo in zijn bedje. Dat gaat prima!

De begeleiding snapt het nu. Jason is helemaal niet gewend om op 'normale' kindertijd naar bed te gaan. Jason is gewend om op een voor HEM normale tijd naar bed te gaan. En dat leverde ook nooit een probleem op, want een middagdutje werd door het hele gezin als normaal onderdeel van het dagprogramma beschouwd. En als je 's middags een paar uur slaapt kun je 's avonds wat later naar bed. Voor Jason stopte de dag eenvoudigweg nog niet om 19:00 uur, dan begon pas de avond. Jason kan dat met zijn 4 jaar nog niet zo verwoorden; maar komt via gedrag in opstand. Dat kinderen-eerst-naar-bed gaan is hem ook vreemd.

De begeleiding ziet in dat er een verschil in opvatting bestaat over 'normale bedtijd'. Wat voor de een (jou?) normaal is, hoeft dat voor een ander beslist niet te zijn. Omdat Jason op dit moment nu eenmaal NIET in een Kaap-Verdisch gezin woont, maar in een woonvoorziening met een meer Westers georienteerd dagritme moet Jason wel gaan worden geholpen en de leiding gaat aan de slag met een plan van aanpak hoe Jason's ritme kan worden gaan bijgestuurd richting het gangbare binnen de woongroep.

Conclusie

Normaal en abnormaal wordt vooral bepaald door (je eigen) perspectief en referentiekader. Verder wordt normaal en abnormaal bepaald door de vaststelling of het getoonde gedrag ook WERKELIJK tot problemen leidt. En zelfs dan nog moet je je als ondersteuner altijd de vraag stellen of 'dat wat abnormaal is' ook werkelijk afwijkend is, of vooral ontstaat door het onvermogen (tijd, geld, deskundigheid) om een voor je client passende leefomgeving of een voor de client bekende leefwijze te organiseren.

Met het slaapgedrag (dag- en slaapritme) van Jason is eigenlijk weinig mis natuurlijk. 'Wij' zijn het niet zo gewoon, maar het is niet ongewoon. Aan de siesta in Spanje doet jong en oud mee. Het is dan ook normaal om daar 's avonds tot 'heel laat' nog spelende kinderen op straat te hebben. Terwijl je in menig Spaans dorp om vier uur 's middags het park voor je alleen hebt, bij wijze van spreken.

Spanning

Wonen in een woonvoorziening brengt nu eenmaal voor alle betrokkenen met zich mee dat er volgens een zekere mate van gezamenlijk ritme wordt geleefd. Voor bewoners alsook voor begeleiders. Uitzonderingen daar op zijn eenvoudigweg lastig te organiseren. Of, als uitzonderingen voor een individu weliswaar te organiseren zijn, maar dat andere bewoners werkelijk of gevoelsmatig achtergesteld of benadeelt. In het voorbeeld van Jason: Je zou Jason later naar bed kunnen laten gaan (dus later als de andere kinderen-bewoners), dat is niet onmogelijk te organiseren. Maar.., voor de andere kinderen zal dit snel onacceptabel zijn en tot kritiek en opstand leiden. Daarbij, het op 'ons' leefritme ingerichte dagprogramma staat ver(der) af van Jason's thuisritme.

Als team concludeer je dus: Niets vreemds, maar we moeten wel gaan ombuigen met Jason. Je voorziet dat bij Jason spanningen zullen gaan ontstaan. En, omdat je Jason nu aardig goed in kaart hebt, ben je er vrij zeker van dat je er met Jason wel uit gaat komen.

 

2. Ladderen per trede

3 op & 1 neer vanaf 0

Voorspelbaarheid van gedrag

In het begin van deze les werd de stelling geopperd dat gedrag tamelijk voorspelbaar is. Dat is nogal een fors statement natuurlijk..

Allereerst is het belangrijk dat je de ander goed kent, want dan ken je het gedragsspectrum van die persoon. Je kent degene boos, verdrietig, ontspannen, verliefd, ongelukkig en je weet in welke omstandigheden de persoon bepaald gedrag vertoont of vertoonde.

Je kent diegene inmiddels als iemand die achtereenvolgens 'schopt - boos, trekt zich terug - verdrietig, luierend - ontspannen, verstrooid - verliefd en onverzorgd - ongelukkig', bijvoorbeeld.

In begeleidingssituaties wil je soms het gedrag kunnen sturen of ombuigen, zoals bij Jason in het voorbeeld.

Methode

Een heel effectieve methode die je kunt inzetten is de zogenaamde spanningsladder.

Zie schema 1.

In het schema zie je de 5 stadia die we onderkennen. Dit vormt ALTIJD de basis; dit is in principe voor ALLE mensen gelijk, dus generiek.

Schema 2

In Schema 2 zie je dat er nummers zijn toegevoegd. Nummer '0' is gekoppeld aan de status 'ontspannen', 1 aan gespannen, 2 aan overspannen en 3 aan controleverlies. Nummer -1 tenslotte is gekoppeld aan onderspanning. ALTIJD GELDT: Mensen doorlopen altijd alle stappen: kunnen er dus geen overslaan. Met andere woorden; iemand kan niet van gespannenheid ineens doorslaan naar controleverlies, en mensen kunnen andersom ook niet vanuit overspannenheid in onderspanning geraken. Daarmee vaststellend: hierin ligt de voorspelbaarheid van gedrag dus verscholen!

Als je weet welk type gedrag bij een client hoort in relatie tot zijn status dan kun je dus je begeleiding daar op aanpassen; je kent de huidige status (bijvoorbeeld overspannenheid) en kunt dus voorspellen dat de client (als geen actie wordt ondernomen) door zal schieten naar controleverlies. En natuurlijk, omgekeerd, dat als je adequaat actie onderneemt, de client naar status gespannen kan worden gebracht (en vervolgens daar op weer verder begeleiden).

Fouten die vaak worden gemaakt is een persoon in overspannenheid direct in ontspannenheid willen terug-begeleiden. Dat kan dus niet. Net zo min als dat je een client die juist de controle helemaal verliest 'tot rust' kunt manen.

Definities

De definities van de 5 stadia

In deze les gebruiken we de volgende omschrijvingen:

Ontspanning

Ontspanning is die tijd dat iemand iets doet waar hij of zij zin in heeft en waar hij of zij plezier aan beleeft. Er zijn op dat moment geen verplichtingen en het is een ‘zogenaamde’ subjectieve ervaring. Volgens een definitie in de gezondheidszorg is ontspanning het geestelijk, lichamelijk en sociaal welbevinden.

Gespannen

In het algemeen wordt van spanning gesproken, wanneer mensen voor situaties komen te staan die een verandering met zich meebrengen en die om een aanpassing vragen. Wanneer mensen worden geconfronteerd met een gebeurtenis of een reeks van gebeurtenissen waarbij ze zichzelf vragen stellen als: 'Lukt me dat?' of 'Kan ik dat wel aan?' of 'Wat staat me te wachten? Wat moet ik nu?' of 'Zal ik niet afgaan? Zullen ze me wel zien zitten?' Vragen die allemaal op de een of andere manier duiden op een verstoring van het op dat moment aanwezige innerlijke evenwicht. Er ontstaat dan spanning die ook wel stress wordt genoemd. De oorzaak van die spanning word 'stressor' genoemd. Bijvoorbeeld een nieuwe klus op je werk waarvan je op het eerste gezicht niet weet hoe je die moet aanpakken.

Overspannenheid

Overspannenheid is een klinisch beeld dat wordt gekenmerkt door aanzienlijke beperkingen in het sociaal  (en/of beroepsmatig functioneren). Mensen zijn moe, gespannen, prikkelbaar en emotioneel labiel. Zij lijden bijvoorbeeld aan concentratieverlies of slapen slecht. Overspannenheid wordt gezien als het gevolg van een overmaat aan stress, waardoor iemand bijvoorbeeld controleverlies over het eigen leven ervaart en demoraliseert (de eigen positieve wil verzwakt ernstig).

Controleverlies

Controleverlies betekent letterlijk dat iemand buiten machte is controle uit te oefenen over zijn eigen gedrag. In feite komt dat alleen voor als fysieke of lichamelijke omstandigheden iemand uitschakelen (bijv. bewusteloosheid). In ondersteuningssituaties hebben we het daarom meestal over 'gebrek aan zelfcontrole' waarbij dit verlies aan zelfcontrole tegelijkertijd leidt tot gedrag dat direct en ernstig schade berokkent: aan de persoon zelf of aan personen (of dingen) in diens omgeving. Bijvoorbeeld fysieke agressie jegens mensen of vernieling.

Onderspanning

Een persoon raakt in onderspanning als hij onvoldoende prikkels ervaart die hij de moeite waard vindt om (nog) op te reageren.

Schema

Verdieping

Ontspannen

Zie schema 3

In schema 3 zie je een groen deel. Het groene deel beslaat in elk geval het gehele deel 'Ontspannen'. Logisch; niets mis met ontspanning en ontspannen. Het is echter ook heel goed om soms even gespannen te zijn; bijvoorbeeld voorafgaand aan een te leveren prestatie. Dat mag zijn voor het behalen van een zwemdiploma bij kinderen, maar ook bij het oversteken van een gevaarlijke kruising. Het is gezond als mensen deze spanning bij zichzelf ook kunnen oproepen; het brengt je in een status van 'alert'. En alertheid is heel goed, het voorkomt bijvoorbeeld dat je onder de tram loopt, maar nog net op tijd kunt terugstappen. Stofjes in ons lijf helpen daar aan mee, bijvoorbeeld adrenaline. Zogezegd kun je stellen dat spanning en adrenaline al menig leven heeft gered zelfs.

Aan de onderkant zie je dat ook onderspanning tot halverwege groen is gekleurd. Ontspannen, en ontspanning, staat in het teken van prettige bezigheden, prettig gezelschap, een 'een goed gemoed'. Af en toe is het echter zinvol om te ontladen. Jezelf ontladen biedt je de gelegenheid om je weer op te laden. Dit lijkt je wellicht een flauw grapje. Maar het is geen grapje. Af en toe onderspanning maakt ruimte (in je hoofd en lijf) voor nieuwe indrukken, voor persoonlijke vernieuwing, voor het ontwikkelen van nieuwe ideeen en meningsvorming buiten je bestaande denkkaders.

Als begeleider is het jouw rol om te monitoren of een client in het groene gebied 'zit', en zo ja, om de client zoveel mogelijk te faciliteren hier in te blijven. Dit faciliteren kun je doen door positieve aandacht geven, de omgeving zoveel mogelijk 'prettig' te maken.

Gespannen-overspannen-controleverlies

Zie schema 4.

Als gezond-gespannen overgaat in ongezond gespannen ontstaan problemen. De persoon reageert niet adequaat meer op situaties en kan niet meer goed beantwoorden op vragen en uitdagingen waarvoor hij zich gesteld ziet. Mensen worden faalangstig bijvoorbeeld, of ontwikkelen gevoelens van 'onmachtig zijn'. Mensen die gespannen zijn voelen zich gevangen in de situatie waarin zij verkeren en omdat ze niet adequaat kunnen reageren zullen ze ook niet hun situatie ten positieve kunnen veranderen. Kortom; 'van kwaad naar erger'.

Van jou als begeleider wordt gevraagd om in te grijpen. Dit ingrijpen doe je vooral 'op de situatie', met andere woorden: aan jou de eerste taak om de situatie voor de persoon te verbeteren. Bedenk altijd dat hetgeen voor mensen ongezonde spanning oplevert niet meer vanzelf overgaat, 'het komt wel goed' is in deze 'de meest verkeerde' invalshoek dus. Observeer goed is hier het devies, zodat jij je in elk geval een neutraal beeld kunt vormen. Dit is belangrijk omdat de client dit zelf niet (meer) kan. Vervolgens ga je aan de slag om in stapjes te werken aan een betere situatie en alleen PER STAPJE betrek je de persoon, en dit mag ook ACHTERAF, zodat de client telkens een positieve ervaring heeft opgedaan. Het (weer) opdoen van positieve ervaringen is het belangrijkste middel dat jij als begeleider kunt inzetten om clienten met ongezonde spanning weer neerwaarts richting 'ontspannen' te krijgen.

Overspannen

Overspannen-overspannenheid brengt ernstige vormen van disfunctioneren met zich mee op meerdere levensgebieden. Overspannenheid gaat in principe NIET vanzelf over; dus OOK NIET als de omstandigheden voor de persoon weer gunstiger worden. Overspannenheid moet dus altijd worden behandeld en begeleid door een deskundige. Overspannenheid gaat ook over een langduriger status, iemand is niet 'eventjes' overspannen. We onderscheiden bijvoorbeeld onder overspannenheid ook typen als Stress, en Burn-Out. Jouw client bijvoorbeeld kan langdurig ernstige stress ervaren omdat je (je team) zijn gedrag niet goed begrijpt (Moeilijk verstaanbaar gedrag, MVG), jij op jouw beurt kunt te maken krijgen met een Burn-Out omdat je te lang onder voor jouw overbelastende omstandigheden moet werken.

Begeleiding van mensen met een vorm van overspannenheid richt zich in eerste instantie op het (her)inrichten van een normaal en basaal leefpatroon. Bijvoorbeeld: Dag- nachtritme (omdat overspannenheid vaak slaapproblemen met zich meebrengt bijvoorbeeld). Idem geldt bijvoorbeeld voor voeding (want slechte eetlust, of ongezond eetpatroon). Dit is te vatten onder 'weer terug naar de basis, een fundament leggen'. Dat is ook logisch, omdat mensen niet meer in staat zijn om goed te functioneren zullen op alle leefgebieden problemen ontstaan. In een eerdere les is ook de Pyramide van Maslow aan de orde geweest, en je weet dat je altijd aan de basis moet beginnen voordat je  (weer) een stapje omhoog kunt maken met je client). OVERVRAGING en onvoldoende rust-tijd nemen is dan ook een valkuil voor zowel de persoon als de begeleiders.

Controleverlies

In het schema zie je de bijzonderheid dat dit zowel groen als rood gekleurd is.

1. Met het rode deel wordt geduid de schadelijkheid van het controleverlies, voor de persoon zelf en/of voor diens omgeving. Meestal wordt onder controleverlies in begeleidingssituaties 'fysieke agressie' bedoeld. Niet geheel ten onrechte natuurlijk, maar er zijn meerdere vormen van controleverlies. Zoals zelfverwonding, plots suicidaal gedrag (uitgezonderd 'voorgenomen-bewust'), voeding- en drankmisbruik, ongedoseerd en ongeremd middelenmisbruik (waar onder drugs en medicijnen) en sexueel georienteerd uitzonderlijk gedrag (bijvoorbeeld misbruik, losbandigheid). Dit controleverlies kan een eenmalige uitspatting zijn of een patroon. In elk geval; de persoon is niet bij machte dit gedrag te stoppen (of wil dat helemaal stoppen niet natuurlijk) maar het MOET worden gestopt teneinde verdere schade te voorkomen. Van de begeleiding wordt optreden gevraagd. Dit optreden kent dan een dwangmatig karakter; aan de persoon wordt NIET GEVRAAGD om 'te stoppen'. Bij fysieke agressie kan dit inhouden dat je als begeleider (of samen met een collega) je client fysiek stopt en vervolgens de client zodanig en zolang fixeert  dat de agressiviteit OP DAT MOMENT weg-ebt.

2. Met het groene deel wordt geduid dat controleverlies ook een heel positief resultaat kan hebben; bijvoorbeeld omdat de persoon daarmee de gelegenheid  heeft om stoom af te blazen, druk van de ketel. Er zijn mensen met een gedragscyclus die volgens een tamelijk vast ritme verloopt en waarbij dus -nog meer als bij een ander- de spanningsladder in doorlooptijd voorspelbaar is: "Als-dit dan-dat".

Praktisch voorbeeld: Er zijn clienten die niet goed kunnen omgaan met het verschil in leefritme tussen doordeweeks en weekeinden, bijvoorbeeld omdat er eerst 5 dagen dagbesteding is, en vervolgens 2 dagen niet. De twee weekenddagen zijn dan vaak minder goed ingedeeld, of bieden meer ruimte aan clienten voor eigen tijdsbesteding. Omdat dit weekpatroon zich herhaald is de client altijd overspannen en op zondag escaleert uiteindelijk telkens het gedrag in controleverlies (vernielen en schreeuwen). Omdat je niet zomaar in staat bent de omstandigheden (het weekritme) aan te passen zul je dus iets anders moeten verzinnen. Je kunt bedenken om het controleverlies 'te organiseren', 'ruimte te geven'. Door bijvoorbeeld letterlijk in de duinen te gaan wandelen met de client; je WEET dat het controleverlies zal gaan plaatsvinden, maar in de duinen is daar alle ruimte voor, zonder risico op schade aan de omgeving. Als begeleider laat je het 'Professioneel de-escaleren'. Bedenk dat dit ook voor jezelf geldt in arbeidssituaties (daarom het linkje).

Zorg er altijd voor dat je zelf ook kunt uitrazen; ORGANISEER je eigen stoom-afblaas-momenten!

Onderspanning

Zie Schema 5.

Onderspanning in het rode gebied is een buitengewoon vervelende status, en niet alleen voor de persoon in onderspanning zelf. Ook voor jou als ondersteuner. De persoon in ernstige onderspanning is onprikkelbaar en dit leidt uiteindelijk tot zeer ernstige vormen van zelfverwaarlozing op alle leefgebieden en extreme apathie. Zonder ingrijpen zal de client steeds verder wegzakken. Anders dan bij een depressie (als vorm van overspannenheid) verdwijnt bij onderspanning ook de 'wil'. In haar meest extreme vorm kan onderspanning zelfs leiden tot overlijden omdat de persoon uiteindelijk ook niet meer eet, drinkt of anderszins enige actie tot 'blijven leven' onderneemt. Ook dit is een scherp verschil met mensen die de dood verkiezen boven het leven; zij immers denken na over die opties en gaan soms ook daadwerkelijk tot handelen over. Terwijl mensen in ernstige onderspanning dus NIET handelend optreden.

Het begeleiden van mensen in ernstige onderspanning is daarom heel lastig; want wat bied je een persoon aan ondersteuning die niet prikkelbaar meer is/lijkt? Vooral bij mensen met dementie (dus meestal ouderen) ontwikkelt zich (uiteindelijk) ook apathie en daarover is veel informatie en invalshoeken voor begeleiding voorhanden. Zie ook Henk-50

3. Zorgwekkende ontwikkeling

Aantal mensen met burn-out alarmerend

 

Lees: Aantal mensen met burn-out alarmerend

En kijk:

 

Het is eigenlijk te gek voor woorden dat 'we' blijkbaar steeds vaker, en op steeds jongere leeftijd, te maken krijgen met overspannenheid en een burn-out. De prestatiedruk die de maatschappij op je legt (jezelf, je ouders, je vrienden-vriendinnen, je opleider, je financiele huishoudboekje, je bucket-list) is een zware last.

Dat is altijd zo geweest?

Welbeschouwd is het antwoord: Ja. Dat is altijd zo geweest; 'vroeger' was het leven zelfs zwaarder, toch? Je mocht vroeger maar tot je 12e naar school, en daarna moest werken: met je vader de mijnen in, of het land op, het leger in! Je trouwde jong, kreeg meerdere kinderen, mensen hadden veel minder geld te besteden. En er waren meer ziektes waar je aan leed en waar je vroegtijdig dood aan ging of waaraan pijnlijk lijden was verbonden. Met pensioen konden mensen niet; er bestond geen pensioen en toen het inmiddels wel bestond haalden mensen vak de pensioengerechtigde leeftijd niet. Super-zwaar, dus. Zo zwaar, dat je zelfs geen tijd of puf had voor een depressie???

Nee, dat is het niet. De huidige tijd maakt 'leven' vooral zwaar omdat we steeds meer focus lijken te verliezen. Vroeger hadden mensen niet zoveel eigen keuzes, of zelfs geen. Tegenwoordig kunnen we uit heel veel kiezen. Maar..., dat kunnen we niet zo goed. En omdat we niet zo goed kunnen kiezen (en onze jeugd dat vaak ook niet goed wordt aangeleerd!); kiezen we dan maar 'voor alles'. En daar gaat veel mis, want je kunt niet 'alles'.

In begeleidingssituaties is een goed houvast dat je met clienten het altijd hebt over 'Kiezen voor het een is ook Niet kiezen voor het ander'. Dan wordt een 'Niet' een weloverwogen keuze, en de 'Wel' ook.

En dat is goed; want zowel de 'niet' als de 'wel' zijn dan verkozen en aan beide wordt waarde toegedicht.

4. Oefening

Oefening

  • O ja, er is wel eens een periode geweest en er zijn ook nu nog wel eens van die momenten dat ik... "Aarchh!!"
  • Mijn leventje? Rimpelloos.. Heus, echtwaar. "Ik zweer het!" :-)

Begeleiden is mensenwerk, en jij bent 'mens'

Omdat (de inhoud in) het schema voor iedereen geldt.., precies, dus ook voor jou.

In normale situaties zal iedereen in haar/zijn leven te maken krijgen met ups&downs. Soms heel stevige, bij emotioneel aangrijpende gebeurtenissen zoals overlijden van naasten, ernstige ziekte, geboorte van kind(eren) en lief&leed met levenspartners.

En wat ook normaal is is dat iedereen wel eens een periode heeft waarin je als een emotionele jojo op en neer schiet; niet alleen grote levensgebeurtenissen kunnen grote uitzwiepers veroorzaken, maar ook 'kleinere', onopvallender. Je zou kunnen zeggen: Hoe meer de persoon 'op spanning' staat des te kleiner hoeft een verstoring te zijn om de persoon verder in onbalans te krijgen.

Maar al te vaak zien we pas later, als we eens terugkijken, een patroon, of een samenhangend geheel van situaties die je ('men') dat jojo-effect hebben bezorgd; 'Wijsheid achteraf'.

Als je op het schema nu eens wat lijntjes zou leggen?, zou je dan jezelf kunnen 'herkennen'?

Dit is vooral een methodiek-les; en het resultaat zou moeten zijn dat je dit schema ingeprent hebt; dat je het kunt toepassen en/of gebruiken bij de mensen die je ondersteunt. Je kunt het schema ook uitprinten, en het samen met je client bespreken bijvoorbeeld, tijdens een begeleidingsgesprek. Omdat het  schema ook weinig tekst bevat gaat in deze ook op: 'Een beeld zegt meer dan duizend woorden'. Ook clienten met bescheidener cognitieve capaciteiten kunnen vaak goed een plaatje 'lezen'.