Toets medicatieverstrekking Op de Bies 270616

In deze module wordt jouw kennis met betrekking tot het verstrekken van medicatie binnen Op de Bies getoetst.

Je slaagt als je alle vragen goed beantwoord hebt. Heb je een of meerdere vragen niet goed beantwoord, dan krijg je op het eind van de toets een herkansing om de vragen alsnog goed te beantwoorden.

Ik heb voldoende kennis om binnen Op de Bies medicatie te verstrekken.

Wat zijn de meest voorkomende schade en bijwerkingen van medicatie?

  • Hoofdpijn, diarree, dyspneu, slecht horendheid, misselijkheid, duizeligheid, verwardheid en vallen.
  • Obstipatie, misselijkheid, duizeligheid, verwardheid, vallen en honger.
  • Obstipatie, diarree, dyspneu, verhoogde INR, misselijkheid, duizeligheid, verwardheid en vallen.

Hoe kan je als begeleider ervoor zorgen dat je continu alert bent op bijwerkingen?

  • Door dit te bespreken in de halfjaarlijkse medicijn evaluatie.
  • Door het in kaart brengen van: alarmsignalen, niet pluisgevoel, veranderingen in gedrag, specifieke signalen van lichamelijke problemen.
  • Door een cliënt tijdelijk zijn medicatie te ontzeggen en veranderingen te signaleren.

Waarom is het belangrijk om medicatie tijdig bij te stellen?

  • Zodat er wordt gewacht op verdere reactie van de patiënt.
  • Zodat vroege (betere) signalering mogelijk is en de tijdig medicatie kan worden bijgesteld
  • Zodat de medicatie hoeveelheid wordt veranderd zonder overleg.

Wat zijn de risicofactoren voor het krijgen van schade en bijwerkingen door medicatie?

  • Het aantal verschillende voorgeschreven medicatie, comorbiditeit, het wonen in een zorginstelling.
  • Het aantal verschillende voorgeschreven medicijnen, de opnameduur, organisatorische factoren, leeftijd en het hebben van meerdere aandoeningen tegelijkertijd.
  • Het hebben van meerdere aandoeningen, leeftijd en kennis over de medicatie.

Medicatie in eigen beheer staat altijd vermeld in het IOP. Voor het aftekenen van de medicatie betekent dit?

  • De cliënt tekent de medicatie af.
  • De begeleider tekent de medicatie af.
  • De medicatie wordt niet afgetekend.

Bij een niet pluis gevoel dient er:

  • altijd contact opgenomen te worden met de medische dienst.
  • geen contact te worden opgenomen met de medische dienst.
  • eerst geobserveerd, in kaart gebracht en overlegd te worden.

Op het einde van de dag:

  • vindt er geen controle van de gegeven medicatie plaats.
  • vindt door de nachtdienst/hoofdwacht een controle plaats.
  • vindt controle door een directe collega plaats.
  • voer ik zelf een controle op de gegeven medicatie uit.

Stagiaires mogen zelfstandig medicatie geven

  • mits onder begeleiding.
  • na het afronden van een opleiding (zorg) en het volgen van de e-learning medicatie.
  • wanneer dit een studie opdracht is.

Mag ik een tablet vermalen of een capsule open maken als de cliënt deze moeilijk kan slikken?

  • Ja dat mag als ik dat nodig acht.
  • Ja, want dan werken sommige stoffen nog sneller.
  • Ik overleg altijd met een arts, want sommige capsules hebben een speciale buitenlaag om te voorkomen dat ze in de maag uiteen vallen.

Stofnaam/ merknaam: wat is niet juist?

  • Carbamazepine is de stofnaam bij Tegretol.
  • Valproïnezuur is de stofnaam bij Depakine.
  • Diazepam is de stofnaam bij Valium.

Wanneer er pre medicatie gegeven wordt

  • dien je een cliënt na het bezoek aan de tandarts/ specialist gedurende 1 uur niet alleen te laten.
  • mag een cliënt gedurende 1 uur niet eten maar wel een bekertje water drinken.
  • mag de cliënt gelijk weer eten en drinken en zijn er geen beperkingen.

Is de stelling "Medicijnen bewaar je het beste in de koelkast" waar?

  • Ja.
  • Nee.
  • Alleen bij warm weer.

Als er een gele sticker op de geleverde medicatie zit met de tekst "kan het reactievermogen beïnvloeden" dan

  • kan de cliënt machines op bijvoorbeeld de dagbesteding bedienen.
  • mag de cliënt alleen onder toeziende begeleiding machines bedienen.
  • mag de cliënt geen machines bedienen.

Alternatieve medicatie

  • mag op wens van de cliënt door de begeleiders gegeven worden.
  • mag op wens van de cliënt door de begeleiders gegeven worden onder de verantwoordelijkheid van de wettelijk vertegenwoordiger.
  • mag pas na overleg en met toestemming van de arts gegeven worden.

Wanneer je op vroege dienst komt en je ziet dat de medicatie-aftekenlijst van de vorige avond niet is afgetekend, blister is eraf/weg. Maar er heeft wel medicatie-controle plaatsgevonden, deze is geborgd, Wat doe je dan?

  • Je vult gelijk een FOBO in, zonder dat je contact hebt gezocht met de collega die ’s avonds heeft gewerkt.
  • Je tekent de medicatie-aftekenlijst alsnog zelf af.
  • Je neemt contact op met de collega die gisterenavond heeft gewerkt en vraagt na alvorens je eventueel een FOBO invult.

De apotheek levert automatisch 2 flessen risperidon 100ml. Je cliënt verbruikt per dag 4,5 ml.  Dit betekent een voorraad van 6 weken. Wat doe je hiermee?

  • Ik zet dit in de medicijnkast en controleer 1x per maand de houdbaarheidsdatum.
  • Ik bewaar medicatie voor een maand op de woning.
  • Ik stel de bestelling van de apotheek bij en breng de te grote voorraad terug naar de medische dienst.

Een cliënt is soms erg onrustig en dan escaleert de situatie met alle gevolgen van dien. Daarom heeft de psychiater zo nodig medicatie voorgeschreven. In welke situatie ga ik dit toedienen?

  • Iedere situatie is anders. Ik baseer dit op mijn ervaring.
  • Ik geef het als alternatieven niks opgeleverd hebben of als de cliënt er zelf om vraagt.
  • Ik geef het in iedere situatie als de cliënt erg onrustig is.
  • Ik geef het in geen enkele van de genoemde situaties.

Ik maak mij bekwaam voor de handelingen waarvoor ik bevoegd ben door:

  • mij te laten scholen en te slagen voor de toets, en door de handelingen frequent uit te voeren.
  • de scholing te volgen.
  • de BIG registratie in orde te houden.