eLearning Neurulatie

Deze eLearning ondersteunt in het verwerven van begrip en toepassen van (een deel van de) structuren die een rol spelen bij het proces neurulatie. Hierbij maak je gebruik van video, figuren & teksten. 

De student kan het proces van neurulatie beschrijven en de bijbehorende onderdelen benoemen. (copy)

Neurulatie I

Ectoderm, de zogenaamde buitenste laag, differentieert in twee grote structuren, de huid en afgeleiden hiervan enerzijds, en het zenuwstelsel anderzijds. De inductie van het ectoderm tot neurectoderm en de daaropvolgende vorming van de neurale buis tezamen wordt neurulatie genoemd.

Het zenuwstelsel ontstaat vanaf het begin van de derde week. De chorda dorsalis is hierbij de inducer en zendt paracriene factoren en remmers naar het bovenliggende ectoderm, de competente responder. Het ectoderm wordt hierdoor geïnduceerd tot de vorming van neurectoderm. Deze paracriene factoren zijn: FGF, SHH en de BMP4 remmers noggin, follistatin en chordin. Paracriene factoren oefenen hun functie uit in de nabije omgeving.

Het toeval laat dat de eerste letters van de paracriende factoren noggin, follistatin en chordin (n, f & c) overeenkomen met een andere vorm na nabije communicatie die we in de dagelijkse praktijk gebruiken door middel van onze OV-chipkaart: nfc.

Hoge concentraties van de paracriende factoren FGF, SHH en de BMP4 remmers, in de nabijheid van de chorda dorsalis, zorgen voor neurale inductie. Als de concentratie laag is, zal het ectoderm differentiëren tot epidermis (opperhuid) (zie figuur hieronder; de chorda dorsalis is in het geel weergegeven, de paracriene factoren zijn in het rood weergegeven)

Welke paracriene factoren induceren de vorming van neurectoderm?

  • FGF, SHH en BMP4 remmers (noggin, chordin en follistatin)
  • FGF, SHH en BMP4 activatoren (noggin, chordin en follistatin)
  • WNT, HOX en BMP4 remmers (noggin, chordin en follistatin)
  • WNT, HOX en BMP4 activator (noggin, chordin en follistatin)

Waar bevindt zich het neurectoderm in het onderstaande plaatje? Klik op het juiste deel.

Neurulatie II

Bekijk de video hieronder van 0'55 tot 1'33 waarin de neurulatie wordt getoond. Let goed op de positie van de verschillende weefsels/celstructuren.

 

Plaats de juiste namen bij de juiste structuren II - Tip: het mesoderm is in dit plaatje in het rood weergegeven.

  • Intermediair mesoderm
  • Lateraal mesoderm
  • Paraxiaal mesoderm

Plaats de juiste namen bij de juiste structuren II - Plaats nu ook de overige structuren op de juiste locatie.

  • Intermediair mesoderm
  • Lateraal mesoderm
  • Paraxiaal mesoderm
  • Neurale groeve
  • Neurale vouwingen

Klik op de 2 gebieden die later tijdens de neurulatie fuseren.

Hoe heten de cellen die loskomen van de neurectoderm na het fuseren van de neurale buis?

In de eerste figuur hieronder (uit het filmpje) zie je de lichtpaarse cellen loskomen na het fuseren, deze migreren het mesoderm in.

In de onderstaande figuur wordt hetzelfde proces in 2D weergegeven. Je ziet verschillende kleuren cellen, waarvan we de legenda verborgen hebben. De groene cellen (licht en donker) zijn verantwoordelijk voor het ombuigen (vergelijkbaar met scharnierpunten; scharnier is 'hinge' in het Engels) van het neurectoderm zodat het een buis vormt. De lichtpaarse cellen komen uiteindelijk los van het neurectoderm. 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  • Neurale lijstcellen
  • Mediale scharnierpunten
  • Dorsolaterale scharnierpunten
  • Dermomyotoom