Assessment Brandveiligheid

Beste cursist,

Hieronder volgen vragen over het bouwkundige onderdeel: Brandveiligheid.

Veel succes!

 

Brandveiligheid

(BB)(Toetsing en Toezicht) Welke weerstand tegen brandoverslag moet er aanwezig zijn tussen de slaapkamer van de woning en het trappenhuis?

Artikel 2.104, lid 1, schrijft voor dat vanaf de uitgang van een brandcompartiment een extra beschermde vluchtroute moet beginnen. Hierdoor moet toepassing worden gegeven aan artikel 2.82, lid 4 en moet door het trappenhuis een extra beschermde vluchtroute voeren. Artikel 2.84, lid 2, geldt specifiek voor woonfuncties en geeft aan dat van een brandcompartiment naar een besloten ruimte waardoor een extra beschermde vluchtroute voert, volstaan kan worden met een WBDBO van ongeveer 30 minuten.

De onderlinge afstand tussen het slaapkamerraam en de glazen pui van het trappenhuis is zodanig klein, dat ervan kan worden uitgegaan dat een bouwkundige brandwerende voorziening (bijvoorbeeld door het slaapkamerraam 30 minuten brandwerend te maken) nodig zal zijn om in de vereiste WBDBO te voorzien.

Volgens norm Bouwbesluit: ja

Volgens norm Goed & Deugdelijk: nee

Bronvermelding: De afbeelding komt uit 'Praktijkboek Bouwbesluit 2012', ISBN: 9789012134248

  • Er hoeft geen weerstand aanwezig te zijn tegen brandoverslag
  • Er zou een WBDBO van 30 minuten aanwezig moeten zijn
  • Er zou een WBDBO van 60 minuten aanwezig moeten zijn
  • Er zou een WBDBO van 90 minuten aanwezig moeten zijn

(BB)(Toetsing en Toezicht) Mag de serre beschouwd worden als zijnde geen brandcompartiment?

De serre is geen aangrenzend gebouw, maar maakt deel uit van het gebouw waarvan ook de woning deel uitmaakt. Artikel 2.82, lid 7, is niet van toepassing voor een woonfunctie. Bovendien is de totale GO > 50 m² waardoor artikel 2.82, lid 7 niet van toepassing is.

Volgens norm Bouwbesluit: ja

Volgens norm Goed & Deugdelijk: nee

 

De afbeeldingen die voor deze vraag zijn gebruikt komen uit ‘Praktijkboek Bouwbesluit 2012’, ISBN: 9789012134248.

  • Ja
  • Nee

(BB)(Toetsing en Toezicht) Welke weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag (WBDBO) moet aanwezig zijn tussen beide serres er vanuit gaande dat de woonfunctie bestaat uit 3 bouwlagen?

Artikel 2.84, lid 1, is bepalend voor de WBDBO.

Reductie is pas mogelijk als, vanwege de serre (overige gebruiksfunctie), ook aan artikel 2.84, lid 4 is voldaan. Hieraan is niet voldaan omdat beide woningen op verschillende percelen liggen en de hoogste vloer van een gebruiksgebied hoger dan 5 m boven het meetniveau ligt.

Een WBDBO 30 minuten is toegestaan als de serre als woonfunctie wordt aangemerkt. In dat geval moet de serre ook voldoen aan de eisen die gelden voor een woonfunctie.

Volgens norm Bouwbesluit: ja

Volgens norm Goed & Deugdelijk: nee

  • Er hoeft geen weerstand aanwezig te zijn tegen branddoorslag en brandoverslag
  • Er zou een WBDBO van 30 minuten aanwezig moeten zijn.
  • Er zou een WBDBO van 60 minuten aanwezig moeten zijn.
  • Er zou een WBDBO van 90 minuten aanwezig moeten zijn.

(BB)(Toetsing en Toezicht) In welke ruimte van de onderstaande plattegrond mag er volgens het Bouwbesluit geen open verbrandingstoestel mag worden geplaatst?

Voor een nadere toelichting zie artikel 2.60 van het Bouwbesluit. In dit artikel is beschreven in welke ruimtes er geen opstelplaats mag zijn voor een open verbrandingstoestel.  

Volgens norm Bouwbesluit: ja

Volgens norm Goed & Deugdelijk: nee

(BB)(Toetsing) In een nieuwbouw woongebouw met 35 woonlagen, met een hoogte van ca. 3m per woonlaag,….

In afdeling 2.14, en in de toelichting op deze afdeling, is hier meer informatie over te vinden.

Volgens norm Bouwbesluit: ja

Volgens norm Goed & Deugdelijk: nee

  • moeten de voorschriften uit de paragrafen 2.2.1, 2.8.1, 2.9.1, 2.10.1 2.11.1, 2.12.1 en 2.13.1 van het Bouwbesluit altijd worden overgenomen.
  • hoeven de voorschriften uit de paragrafen 2.2.1, 2.8.1, 2.9.1, 2.10.1 2.11.1, 2.12.1 en 2.13.1 van het Bouwbesluit niet worden overgenomen, zolang de mate van brandveiligheid niet minder is als beoogd met deze paragrafen.

(BB)(Toetsing) Over het algemeen moeten woningen volgens het Bouwbesluit worden voorzien van rookmelders. Bij welke van de drie afbeeldingen zijn de rookmelders volgens de eisen van het Bouwbesluit aangegeven?

Voor een nadere toelichting zie artikel 2.60 van het Bouwbesluit. In dit artikel is beschreven in welke ruimtes er geen opstelplaats mag zijn voor een open verbrandingstoestel.

Volgens norm Bouwbesluit: ja

Volgens norm Goed & Deugdelijk: nee

(BB)(Toetsing en Toezicht) Een appartementen gebouw heeft een gevel met een hoogte van 25 m. Zijn er eisen aan de gevel met betrekking tot beperking van het ontwikkelen van brand en rook?

Volgens norm Bouwbesluit: ja

 

Bouwbesluit artikel 2.68

  • Er zijn geen eisen aanwezig voor de gevel met betrekking op het ontwikkelen van brand en rook.
  • Het deel van de constructie dat grenst aan de buitenlucht en hoger ligt dan 13m, voldoet aan brandklasse C.
  • Het deel van de constructie dat grenst aan de buitenlucht en hoger ligt dan 13m, voldoet aan brandklasse B. Tevens zal de constructie vanaf het maaiveld tot een hoogte van 2,5m moeten voldoen aan brandklasse B

(BB)(Toetsing) De loopafstand tussen een punt in een gebruiksgebied en ten minste een toegang van een trappenhuis is niet groter dan?

Nadere toelichting op deze vraag is te vinden in afdeling 2.13 Hulpverlening bij brand en dan met name in artikel 1.121.

Volgens norm Bouwbesluit: ja

  • 30 meter
  • 50 meter
  • 75 meter
  • 120 meter

(BB)(Toetsing) Zijn de onderstaande stellingen waar of onwaar?

  • Indien bij een woongebouw de hoogste vloer van een verblijfsgebied zich op 8 m boven het meetniveau bevindt, hoort de minimale tijdsduur van de brandwerendheid met betrekking tot bezwijken 90 minuten te zijn.
  • Indien bij een woongebouw de hoogste vloer van een verblijfsgebied zich op 8 m boven het meetniveau bevindt en de volgens NEN 6090 bepaalde permanente vuurbelasting van het brandcompartiment niet groter is dan 500 MJ/m2, hoort de minimale tijdsduur van de brandwerendheid met betrekking tot bezwijken 60 minuten te zijn.
  • Indien bij een woongebouw de hoogste vloer van een verblijfsgebied zich op 12,5 m boven het meetniveau bevindt en de volgens NEN 6090 bepaalde permanente vuurbelasting van het brandcompartiment niet groter is dan 500 MJ/m2, hoort de minimale tijdsduur van de brandwerendheid met betrekking tot bezwijken 90 minuten te zijn.

(BB)(Toetsing) In bepaalde gevallen mag er gebruik worden gemaakt van een zogenaamde portiekontsluiting. De onderstaande tekst beschrijft de voorwaarden die hieraan zijn verbonden. Vul in de tekst de open plekken in:

In afdeling  2.12 van het Bouwbesluit en met name artikel 2.104 lid 4 is deze tekst te vinden.

Volgens norm Bouwbesluit: ja

Als er niet meer dan woonfuncties op die route zijn aangewezen en geen vloer van een verblijfsgebied van die woonfuncties hoger ligt dan meter boven het meetniveau, of de totale gebruiksoppervlakte van de woonfuncties die op de route zijn aangewezen ten hoogste achthonderd vierkante meter bedraagt, geen vloer van een verblijfsgebied van die woonfuncties hoger ligt dan meter boven het meetniveau en geen van die woonfuncties een gebruiksoppervlakte heeft van meer dan  vierkante meter.

 

 

 

(GD)(Toetsing) Geef bij de onderstaande termen de bijbehorende tekst aan.

Volgens norm Goed & Deugdelijk

  • Brandcompartiment
    Een besloten gedeelte van een gebouw, bestemd als maximaal uitbreidingsgebied voor brand
  • Branddetectie
    Het op automatisch lokaliseren van een abnormale temperatuurstijging of de aanwezigheid van rook in een ruimte
  • Brandoverslag
    Een brand verbreidt zich van het ene naar het andere gebouw
  • Branddoorslag
    Het doorslaan van een brand door een muur of wand of plafond, naar een andere ruimte
  • Rookcompartiment
    Een besloten gedeelte van een gebouw, bestemd als maximaal verspreidingsgebied voor rook
  • Brandpreventie
    Maatregelen om het ontstaan van een brand zoveel mogelijk te voorkomen

(GD)(Toetsing en Toezicht) Geef bij de onderstaande afbeelding aan of er sprake is van branddoorslag of brandoverslag. Sleep de juiste tekstlabel in het plaatje.

Branddoorslag is het doorslaan van een brand door een muur of wand of plafond, naar een andere ruimte of een ander brandcompartiment.

Brandoverslag is het overslaan van een brand van een gebouw naar een ander gebouw of via de buitenzijde van de ene ruimte naar de andere in een gebouw  

Volgens norm Goed & Deugdelijk

  • branddoorslag
  • brandoverslag

(BB)(Toetsing en Toezicht) Over het algemeen moeten woningen worden volgens het Bouwbesluit worden voorzien van rookmelders. Bij welke van de drie afbeeldingen zijn de, volgens het Bouwbesluit, minimaal vereiste rookmelders aangegeven?

Voor een nadere toelichting zie artikel 2.60 van het Bouwbesluit. In dit artikel is beschreven in welke ruimtes er geen opstelplaats mag zijn voor een open verbrandingstoestel.

Volgens norm Bouwbesluit

(BB)(Toetsing en Toezicht) Zijn er in de woning, die op de afbeelding te zien is, ramen waarvan met zekerheid kan worden gezegd dat deze brandwerend moeten worden uitgevoerd?

Meer informatie over dit onderwerp is te vinden in afdeling 2.10 van het Bouwbesluit en in NEN 6068:2008 of NPR 6091:2009.

Volgens norm Bouwbesluit

In de onderstaande afbeelding is een woning getekend die zich aan de linker zijgevel ongeveer 1,06 meter van de erfgrens bevindt en aan de rechter zijgevel 3,6 meter. Links en rechts van het perceel bevinden zich ook percelen met een vrijstaande woning, beide op 7,5 meter gelegen ten opzichte van de erfgrens.

  • Dit is vooraf voor geen van de ramen met zekerheid te bepalen
  • Het badkamerraam
  • Het raam in de zolderruimte (in de achtergevel)
  • Het raam in de linkerzijgevel van de woonkamer

(BB)(Toetsing) De woning (zie afb.) voldoet niet aan de eis van art. 2.102, lid 4. De gecorrigeerde loopafstand is namelijk langer dan 30 meter. Is er een gelijkwaardige oplossing die kan worden aangedragen, zodat de woning alsnog gebouwd kan worden?

In artikel 2.102 is gesteld dat de gecorrigeerde loopafstand tussen een punt in een gebruiksgebied en ten minste een uitgang van het subbrandcompartiment waarin dat gebruiksgebied ligt, is niet groter dan 30 meter in geval van een woonfunctie. Bij dit plan wordt deze 30 meter overschreden. Als deze eis strikt genomen wordt kunnen, volgens het Bouwbesluit, dit type woningen niet worden gebouwd.

Deze lengte is op  van 30 meter vastgesteld om te voorkomen dat gebruiker van de gebouw te lang door een ruimte met rook moeten lopen voordat de ruimte veilig kan worden verlaten. Om dit toch mogelijk te maken wordt daarom vaak gebruik worden gemaakt van gelijkwaardige oplossing.

Een gelijkwaardigheden die vaak wordt gebruikt in de situatie zoals beschreven in deze vraag, is dat in alle voor mensen toegankelijke ruimtes, die in hetzelfde rookcompartiment of subbrandcompartiment liggen als de woning, met uitzondering van een toilet- of badruimte, een rookmelder is aangebracht die voldoet aan de primaire inrichtingseisen van NEN 2555.

Op deze wijze wordt de gebruiker van het pand tijdig gealarmeerd waardoor de kans kleiner is dat er door een ruimte gevlucht moet worden die volstaan met rook.

Volgens norm Bouwbesluit

  • Alle deuren naar de verblijfsruimtes behoren te worden uitgevoerd met brandwerende deuren
  • Alle deuren naar de verblijfsruimtes behoren te worden uitgevoerd met zelfsluitende brandwerende deuren
  • In alle voor mensen toegankelijke ruimtes, behalve toilet- of badruimte, een rookmelder is aanbrengen die voldoet aan de primaire inrichtingseisen van NEN 2555
  • Dit is niet mogelijk omdat er in basis al niet aan het Bouwbesluit wordt voldaan.

(BB)(Toetsing en Toezicht) Mag deze woning zonder aanvullende voorzieningen worden uitgevoerd met een rieten kap in plaats van dakkapellen?

In artikel 2.71 geeft het Bouwbesluit aan dat een dak op minder dan 15 m van de omliggende perceelgrenzen niet brandgevaarlijk is, bepaald volgens NEN 6063.

Een rieten dak voldoet hier uit zichzelf niet aan.

In de praktijk wordt er gebruik gemaakt van gelijkwaardigheid om op een alternatieve manier de beoogde brandveiligheid aan te tonen. Bij het toepassen van een rieten dak zijn er een aantal gelijkwaardige oplossingen:

  • Een automatisch brandblussysteem,
  • Een brandvertragende behandeling en
  • Een schroefdak met aanvullende maatregelen.

Waarbij in bijna alle gevallen voor een schroefdak wordt gekozen.

 

In de linkjes hieronder zijn twee artikelen opgenomen van SBR en de Vakfederatie Rietdekkers waarin de voorwaarden zijn opgenomen om een schroefdak als gelijkwaardig aan artikel 2.71 te mogen beschouwen. Wij raden aan deze voorwaarden te verwerken in de detaillering en dit als gelijkwaardigheid in de bouw- of omgevingsvergunning op te laten nemen.

http://www.dakweb.nl/roofs/2010-07/roofs7-2010p6-7.pdf

of: http://www.riet.com/het_rieten_dak/zekerheid/brandveiligheid.html

Volgens norm Bouwbesluit

  • Ja
  • Nee

(BB)(Toetsing) Welke van de volgende plattegronden voldoet er aan de gestelde eisen met betrekking tot de brand- en vluchtveiligheid van toegangsdeuren van de woningen?

Tussen de appartementen (beschermd subbrandcompartiment) geldt volgens artikel 2.94, lid 2, van het Bouwbesluit, een WBDBO eis van 30 minuten. Ten gevolge van deze eis zouden de toegangsdeuren naar de appartementen uitgevoerd moeten worden in 30 WBDBO.

 

In artikel 6.26 van het Bouwbesluit staat aangegeven wanneer er zelfsluitende deuren van toepassing zijn. Vanuit dit artikel (artikel 6.26, lid 2) zou het niet noodzakelijk zijn de toegangsdeuren naar de appartementen zelfsluitend uit te voeren.

 

Echter in het appartementengebouw is er maar één trappenhuis en vluchtroute aanwezig. In deze situatie is van toepassing artikel 2.104 lid 4 punt b van het Bouwbesluit. Onderaan dit artikel wordt verwezen naar de ministeriële regeling. Hierin kunnen voorschriften worden gegeven over extra eisen bedoeld voor het trappenhuis in dit lid.

 

In de ministeriële regeling staat aangegeven: In afwijking van artikel 6.26, tweede lid, van het besluit geldt voor een woongebouw zoals bedoeld in artikel 2.104, vierde lid, van het besluit dat een niet-gemeenschappelijke doorgang een zelfsluitende deur heeft.

 

Ten gevolge van deze ministeriële regeling zouden de toegangsdeuren naar de appartementen ook uitgevoerd moeten in zelfsluitende deuren.

Dit betekent dat de deuren zelfsluitend moeten zijn en 30 WBDBO.

De onderstaande plattegrond maakt deel uit van een appartementen gebouw met daarin 8 woningen met een gebruiksoppervlakte minder dan 800 m2, waarbij de hoogste vloer op 9750 mm boven peil is gesitueerd en geen woning een grotere gebruiksoppervlakte heeft dan 95 m2.

(BB)(Toetsing) Geef aan wat het minimale aantal brandcompartimenten is waarin deze woning kan worden opgedeeld

Het plan bestaat minimaal uit één brandcompartiment. De garage is een overige gebruiksfunctie en een nevenfunctie van de woning met een gebruiksoppervlakte van 17,7 m2. De garage mag worden aangemerkt als zijn geen brandcompartiment, mits sprake is van een aangrenzend bouwwerk. Dit, omdat artikel 2.82, lid 7, toestaat dat een totale gebruiksoppervlakte kleiner of gelijk aan 50 m2 aan bouwwerken  die grenzen aan een brandcompartiment niet in een brandcompartiment hoeven te liggen. In feite is de garage dan een afzonderlijk brandcompartiment waarvoor geldt dat tussen de woning en de garage een brandwerende scheiding met een WBDBO van minimaal 30 minuten of meer(in beide richtingen) aanwezig moet zijn.

Logischer is echter om de garage (overige gebruiksfunctie) en de woning in één brandcompartiment onder te brengen. De toegestane omvang is bepaald door:

- Artikel 2.83, lid 1, dat voorschrijft dat een brandcompartiment dat is bestemd voor een woonfunctie en voor een overige gebruiksfunctie een gebruiksoppervlakte van 1000 m2 of kleiner mag hebben;

- Artikel 2.83, lid 5, dat toestaat dat ook een nevenfunctie in hetzelfde brandcompartiment mag liggen als een woonfunctie, waarvan het een nevenfunctie is.

Volgens norm Bouwbesluit

De afbeeldingen in die voor deze vraag zijn gebruik komen uit ‘Praktijkboek Bouwbesluit 2012’, ISBN: 9789012134248.

  • Géén brandcompartiment
  • Eén brandcompartiment
  • Twee brandcompartimenten
  • Drie brandcompartimenten

(BB)(Toetsing) Wat is de minimale WBDBO-eis tussen de woningen en de aangrenzende (exacte dezelfde gespiegelde) woning, als de garage een apart brandcompartiment is.

Tussen beiden woningen moet een WBDBO van minimaal 30 minuten of hoger aanwezig zijn. Artikel 2.84. lid 3, is bepalend voor de WBDBO, omdat:

  • De woonfunctie een permanente vuurbelasting heeft die lager is dan 500 MJ/m2; en
  • Geen vloer van een verblijfsgebied hoger dan 7 meter boven het meetniveau ligt.

Volgens norm Bouwbesluit

De afbeeldingen in die voor deze vraag zijn gebruik komen uit ‘Praktijkboek Bouwbesluit 2012’, ISBN: 9789012134248.

De woning met garage in de onderstaande afbeelding hebben samen een permanente vuurbelasting van minder dan 500 Mj/m2.

  • 20
  • 30
  • 60
  • 120