De Olympische Spelen visieworstelen

We nemen je in deze les mee naar de Olympische Spelen voor het onderdeel Visieworstelen.

Je hebt het vast gemerkt -zelfs als je niet echt sport volgt- dat deze 2016-zomer veel sportevenementen zijn. Het EK voetbal, Tour de France, de Olympische Spelen zijn in volle gang; Daphne heeft zilver gewonnen op haar 200 meter (of.. heeft goud verloren). Maar we hadden -bijvoorbeeld- ook in Nederland zelfs het EK atletiek, vorige maand.

Allemaal omgevingen waarin topprestaties worden geleverd. Door de sporters allereerst. Maar ook door de organisatoren van deze events. En niet in de laatste plaats door de bezoekers, die vaak veel moeite hebben moeten doen om het spektakel te gaan bezoeken. Een bergetappe van de Tour de France bijwonen vraagt veel voorbereiding en doorzettingsvermogen. Een kaartje bemachtigen voor de OS in Rio de Janero is echt best wel een ' dingetje', en dan moet je ook je reis en verblijf nog organiseren. En voor het EK voetbal weet je van te voren alleen de poule-indeling en moet je het bijwonen van de de finalewedstrijden last-minute organiseren.

Het leveren van een uitzonderlijke prestatie lukt alleen als je totally-dedicated bent. Hoe doe je dat? Jezelf vol overgave focussen op dat ene doel, dat hoogst haalbare?

Hoe overwin je jezelf?; met visie!

Daar gaat deze les over. Veel plezier en inhoudelijk genoegen er mee.

 

 

"Hallo Antwan. Met Marco.."

"Hallo Antwan. Met Marco. Kun jij misschien..."

Mijn persoonlijke 'sportprestatie' gedurende de afgelopen 6 weken.

Naast het organiseren van iSWWS kwam voor eventjes wat tussendoor. Het begon met een belletje, zo'n 8-9 weken geleden. Marco belde me. Marco is recruiter van NIVVO. NIVVO is een organisatie die professionals bemiddelt in tijdelijke docentfuncties voor het bijzonder onderwijs.

Marco was me op het spoor gekomen via internet. Blijkbaar via een oud dat ik nog ergens geplaatst had staan op een of andere vacature-site. Marco wilde graag eens kennismaken. Die middag al ontmoetten we elkaar bij Van der Valk Nootdorp. Het 'klikte', we dronken een spa-tje en hadden een inhoudelijk interessant gesprek. Over zorg & welzijn, over elkaars (levens)route -zowel professioneel als persoonlijk- en we spraken af contact te houden. Voor iSWWS zou het NIVVO ook wel eens een heel interessante partij kunnen zijn immers, ze zijn in de hele Randstad actief in allerlei omgevingen zorg & welzijn. Goed voor studenten, ons netwerk en toekomstige stage- en baanmogelijkheden.

Enkele dagen daarna ging dus de telefoon.

"Hallo Antwan. Met Marco. Kun jij misschien..."

Marco belde zakelijk. Hij had een telefoontje gekregen uit Breda. Van Het Ginneken College. Het Ginneken College verzorgt voor en in de Rijks Justitiele Jeugdinrichting (RJJ) Den Hey-Acker het onderwijs. Kortweg en platweg dus de jeugdgevangenis (14-23 jaar).

"Interessant!"

Kort en goed: op woensdag sprak ik daar in Breda de tweehoofdige schoolleiding en de maandag daarop stond ik voor mijn eerste groep ('klas'). Met alarmpieper, sleutelbos en elektronische deur-pas. Zonder enige specifieke ervaring, niet-ingewerkt voor een groep van 8. En die groep van 8 had donders goed door hoe de vork in de steel zat. Ik was namelijk ingehuurd om een zieke collega te vervangen. Een collega die het niet meer zag zitten, het zou een langdurige kwestie voor die collega gaan worden.

In het volgende tekst-stuk neem ik je mee op die reis, die uiteindelijk tot 29 juli duurde. Telkens een midweek van 3,5 dag. Ik heb er een topsport-prestatie geleverd; alles gegeven dat ik als professional in huis heb. Gevochten, en geblunderd. Me voor de gek laten houden, boos geworden, een alarmsituatie meegemaakt. Ik heb ervaren hoe collega's in vaste dienst zich staande proberen te houden in die zeer specifieke omgeving. Ook topsporters, allemaal.

Soms hoor ik nog wel tijdens kennismakingsgesprekken met geinteresseerde nieuwe studenten de wens om in een ' jeugdgevangenis' te gaan werken. Mijn advies: Wil het niet, doe het niet. TENZIJ. Tenzij je bereid bent om alle dagen alles te geven. En nee, je krijgt er niets voor terug. De meeste wedstrijden zul je (gaan) verliezen, soms op z'n best een gelijkspelletje er uit slepen.

Is het zo dramatisch? Ja. En nee. Inhoudelijk is het een fantastische omgeving; veeleisend, de zelfkant van de samenleving in real-life. Verwacht er niet teveel dank-je-wel's van je 'klanten'. Heb je iemand in je naaste omgeving verloren aan kanker, op deze werkplek word je er minimaal een paar honderd keer per dag aan herinnerd...

De collegialiteit is er echter goed; je bent absoluut van elkaar afhankelijk. Je moet een echte teamspeler zijn. Doe het eens, maar beslist niet-nooit full-time. Dat is niet goed voor jezelf. Zorg dat je thuis op orde bent, dat je fit bent, dat je in top-sport conditie verkeert; niet fysiek (er is toch altijd iemand sterker) maar wel tussen-je-oren. Speel die wedstrijd eens.

Heb ik nu jarenlang toegewerkt naar deze ene wedstrijd? Nee. Heb ik wel mijn hele professionele loopbaan steeds gewerkt met bijzondere doelgroepen? 'Ja'. Helemaal aan het begin (..., zo'n 30 jaar geleden inmiddels) heb ik een keuze gemaakt voor 'het werken met mensen'. En aan die keuze heb ik me vervolgens vastgehouden en gedurende die route ben ik steeds weer op het pad gekomen van 'nog ingewikkelder'. Is het dus toeval? Nee, ik denk van niet; mijn eigen OS Visieworstelen is een resultaat van mijn route, een resultaat van mijn investeringen. Het voelt als een soort finishlijn. Ik heb niet van iedereen gewonnen, maar wel van mezelf. En behalve moe, ben ik daar eigenlijk ook wel even trots op.

Lees hierna mijn eigen 'OS Visieworstelen'.

De 6 bijzondere weken

De OS visieworstelen

De O.S. visieworstelen, of beter: mijn OS

(*) Roan: de schoolleider van het Ginneken College, tijdens een teamvergadering een paar weken geleden

 

Inleiding, inkijkje

Het is een hete sportzomer, op dit moment zelfs letterlijk; Roan wist zelfs al te melden dat het vandaag(*) de heetste dag van het jaar zal zijn. Zelf sport ik niet, teneinde in slim-fit te blijven passen moet ik het hebben van weinig calorieen nuttigen. Ik kijk wel veel sport en ben vrijwel dagelijks bezig met sport als materiaalman, chauffeur, begeleider, hoofdsponsor, subsponsor, planner, mental-coach en dieetist voor m’n zoontje. Zelfs als het kereltje niets mankeert gaan we jaarlijks tweemaal naar zijn vaste fysiotherapeute voor een check-up onder het mom van ‘voorkomen is beter dan genezen’. Z’n fysio is ook een heel leuke jongedame, dat motiveert zeker ook wel –eerlijk is eerlijk-. Het is erg prettig om uit haar mond te horen dat Kanjer zo’n leuk en knap ventje is, en dat hij zich fysiek zo elegant ontwikkelt. Het voelt dan namelijk ook een beetje alsof ze het over mij heeft en behalve trots op m’n ventje is het daarmee ook een verkwikkende impuls voor mijn gevoel van eigenwaarde. Eenmaal buiten kijk ik in de eerstvolgende ruitspiegeling en zie dat ik rechter sta, minder buik heb en mijn oogopslag is ook weer opgefrist. Ik kan er (ook) weer even tegenaan, twee vliegen in een klap dus. Ik hou dus van sport en ik hou van haar beoefenaars en van mensen om de sport heen. Vooral prestatiesport moet ik daar ter verduidelijking wel aan toevoegen.

Bier-elftallen prima, maar nee, geen interesse. Ik heb wel in een biertal mogen spelen, maar de topprestatie met die groep was niet het voetbal zelf, wel het elke week tijdig op het veld verschijnen. Daar waren we terecht trots op, toentertijd bestonden mijn/onze weekenden vooral nog uit het zoveel en zolang mogelijk consumeren van bier en shoarmaschotels. En daar was het complete team echt very-very goed in. De kleedkamer-details zal ik achterwege laten (denk aan het meest onsmakelijke dat je kunt verzinnen en vermenigvuldig dat met twee, dan kom je in de buurt).

Aanleiding

Ik ben niet echt een carriereman, nooit geweest ook. In leidinggevende rollen zowel in dienstverband als tijdelijk ben ik vooral terechtgekomen omdat ik ‘klusjes opknapte’. Dat is mijn tak van sport geworden en ik ben heel blij dat ik daarvoor zelfs betaald wordt; ik ben een heuse sportprofessional geworden uiteindelijk! Ik ben overigens de enige die dat zo ziet natuurlijk, maar toch, mij geeft het voldoening.

Een wat meer rationele formulering is: Meestal ben ik ingezet in situaties waarin mensen (eenlingen of groepen) het (even) niet meer wisten. De werkelijkheid was vaak: Een spaakgelopen situatie die beslist niet kon blijven voortbestaan onder mijn hoede nemen. Dan ging op een gegeven moment bij mij de telefoon: “Ehm tja Antwan.., lastig-lastig vervelend-vervelend maar.., zou jij daar-en-daar eens even willen…”. En dan deed ik dat. Altijd volgens vast stramien. Er was meestal geen sprake van een overdrachtmogelijkheid dus ik toog naar de betreffende locatie(s) en liep binnen met: ‘Ik kom een kopje koffie drinken’. In uitvoerende functies deed en doe ik precies hetzelfde. Iemand belt, en dan kom ik. En met blij en blanco gemoed stap ik binnen, drink koffie. En probeer me een beeld te vormen. Over de situatie; mensen, inhoudelijk, financien, geschreven en ongeschreven regels e.d. Om vervolgens ‘er wat van te vinden’; ik zocht naar de vis in het water, een rimpeling van de dobber; beet! En als ik een oplossingsrichting gevonden had, ging ik daaraan bouwen, sleutelen met daarbij zoveel mogelijk creativiteit zoekend naar ‘hoe kan het wel, hoe krijgen we die vis binnen gehengeld’. Ook in situaties waarin ik meer als coach, begeleider of docent ben ingezet was er altijd wel wat aan de hand; een probleem dat vooruitgang belemmerde of voortgang bedreigde.

Op Het Ginneken ben ik gevraagd voor inval; ‘noodbezetting’. Op maandag ging de telefoon, op woensdag een gesprek en de maandag daarop meteen ook starten. Voor mij een nieuwe wedstrijd; winnen of verliezen in de geest van lukt het wel of lukt het niet. Ik hoop maar dat mijn plotse invalbeurt jullie bevallen is; dat het vaste team zich daardoor enigszins taak-verlicht heeft gevoeld. Om in beeldspraak te blijven: excuus voor de door mij gemiste voorzetten, ongeoefende buitenspelvallen en het soms naast schieten voor-open-doel maar het fluitsignaal van de zomerstop is in elk geval gehaald.

Ik vond het een mooie wedstrijd waarin ik als wisselspeler lekker veel speelminuten heb gekregen. Ik vond het ook een zware wedstrijd, waarin op het scherpst van de snede is gestreden. Ik zal na het laatste fluitje in de kleedkamer zeker even goed moeten gaan bijkomen en mijn butsen en schaafwonden verzorgen. Ik zal even mijn eigen bier-team gaan zijn de komende weken. Van geen-druppel nu naar soms duidelijk een-glaasje-teveel in de vakantie. Ik ben k-a-p-o-t, echt. En zo was ik in elk geval heel blij dat jullie er waren 

 

Wat ik vind

Wat aan me gevraagd is, is aan het einde van mijn bezigheden op Het Ginneken een neutrale quick-scan op te stellen; die is imiddels af en bij Roan op het bureau beland. Zo van; jij bent nieuwe hier, je weet van niks en we zijn benieuwd naar jouw eerste indruk.

Als invaller wil ik uiteindelijk ook mede-spelbepalend zijn; speelminuten die er toe doen/deden. Graag wil ik daarom ook een inhoudelijk balletje opwerpen, dit schrijfsel dus. Dat doe ik omdat het vooral ook mezelf helpt om mijn gedachten en gevoelens te (her-)ordenen. Om zodadelijk mezelf weer even op ‘0’ te kunnen zetten.

Ik ben ervaren in het begeleiden van mensen op hun route naar meer, verder of beter. Mensen die willen, en ook mensen die niet willen. Jongeren, jong-volwassenen en volwassenen. In omgevingen met een open, besloten en gesloten setting. Slimme mensen, maar ook ronduit domme mensen. Van alles wat, eigenlijk.

Ik heb geen ervaring in de typische setting van Het Ginnekencollege. En dat merk ik goed (en jullie hebben dat ook zeker bemerkt bij me), door schade en schande op survival en overleven in een leeuwenkuil. Een mooie nieuwe ervaring.

Ik geloof in authenticiteit, autonomie en zelfbeschikking, voor ieder (dus ook in deze omgeving). Ik merk dat collega’s soms chaos hebben ervaren in mijn lessen, en dat kan ik beamen. Ik ben gewend veel ruimte te bieden, zoveel zelfs dat de geboden ruimte kan worden misbruikt. In schoolse setting betekent dit bijvoorbeeld dat een leerling of student wel tot persoonlijke ontwikkeling kan worden gestimuleerd, maar niet (door mij) kan worden verplicht. Dat laatste werkt niet is mijn stellige overtuiging, Maslow -de pyramide van- is daar vanuit een theoretisch basiskader ook heel helder in. Zelfontplooing is de top van de pyramide en kan slechts worden behaald als aan alle daaronder liggende niveau’s afdoende is beantwoord en als dat zo is dan krijgt intrinsieke ontwikkelmotivatie een kans.

Ik kan niet anders dan vaststellen dat bij een groot aantal leerlingen de onderliggende niveau’s onbevredigd zijn ingevuld. Volgens de logica van eerst-dit dan-dat kan het dus niet anders dat veel leerlingen ons onderwijs afwijzen. En terecht, of in elk geval verklaarbaar. Een vechtrelatie ligt op de loer. Ik wil dienstbaar zijn op een thema dat voor menig leerling nog een stap te ver is.

Stoer-doen is voor de jongens een overlevingsmechanisme en maskeert een onveiligheid. Immers, stoer doen is alleen nodig als je iets anders wilt afdekken of een gemis wilt compenseren; jezelf niet laten zien, op z’n best jezelf laten gelden. Daarmee komt ook van het tonen van authenticiteit, recht op autonomie en regie op zelfbeschikking niet veel meer terecht.

Ik zie dat ik een aantal jongens in onderwijs heb die onderwijs en vorming stelselmatig afwijzen. Ik vind het weliswaar een inhoudelijk interessant topic, maar geen belangrijk topic: ik vind het het ENIGE topic. Je kunt een mens niet dwingen tot slaap hebben. Je kunt een mens niet dwingen tot honger hebben. Je kunt een mens niet dwingen tot het hebben van een ontwikkelbehoefte.

Er zit een vorm van overspannenheid in ‘ons’ systeem van verplicht onderwijs vind ik. Een vrij ernstige vorm als ik het kwalificeer en ik zie dat welhaast iedereen daar chronisch last van heeft. Als ik dit leg op de theorie van de spanningsladder (onderspanning, ontspanning, gespannen, overspannen, controleverlies) dan markeer ik dat als urgent-belangrijk (uit: urgent-belangrijk, urgent-niet belangrijk, niet-urgent belangrijk en niet-urgent niet-belangrijk).

Vanuit mijn optiek vraagt dit onverwijld en onverdeelde aandacht vanuit de hele organisatie (geen idee wie dat trouwens is, ‘de hele organisatie’). In een vorig teamoverleg viel in een bijzin al wel “daar gaan we het zeker nog over hebben later dit jaar”, maar dat doet geen recht aan het hier-en-nu en aan het opsporen van quick-wins. DAT het topic op de managementagenda staat is mooi, maar ook niet meer dan dat –voor nu-. Een langetermijn zoethoudertje bijna, zoals het IOC of UEFA netelige kwesties zo agendeert dat het bestuurlijk kader zich kan vrijpleiten van organisatiedoofheid maar handelingsverlegenheid agendatechnisch weet te verbloemen. Dat moet niet zo zijn, dat hoeft niet zo te zijn?

Let the games begin!”

Ik weet op dit moment nog niet of ik jullie nog ga terugzien als collega. Mocht ik eind augustus weer mogen aantreden dan lijkt het mij in elk geval ‘leuk’ als tijdens bijvoorbeeld team-overleggen ook (meer) ruimte is voor inhoudelijke discussie en gesprek over visie, bijvoorbeeld. Nu beluister ik vooral operationele topics (wie doet wat wanneer). Belangrijk, zeker, maar ik mis dus een beetje de OS visieworstelen, ‘mijn’ sport. Met z’n allen de mat op en matten maar! Ik ben maar een paar weken geweest dus ik ken zeker niet jullie jaarkalender en thema’s daarop. Dus ik wil je geenszins afvallen of aanvallen; ik heb alleen maar gezien en ervaren wat ik heb gezien en ervaren en wat dat betreft: Petje af hoor voor iedereen: dit is me nogal een achtbaan hier; een never-ending-rollercoaster.

Dagdag, prettige zomervakantie, Antwan.

Jouw visieworsteling?

Welke wedstrijd speel jij?

Elk sportteam dat aan de wedstrijd begint heeft vooraf overleg gehad over de speelwijze. Aan het begin van het seizoen gaat het meestal over de grote lijnen. Gaan we aanvallend spelen dit seizoen. Of zetten we in op counter-voetbal? Bouwen we steeds rustig op vanuit een solide verdediging of gaan we telkens zo snel mogelijk richting punt van de aanval? Een coach zal altijd de gehele competitie daarbij als uitgangspunt nemen. Zoals type tegenstanders, kalender, zijn eigen spelers (type), mogelijkheden van de club enzovoorts.

Zo ook een organisatie in zorg & welzijn. Elke organisatie maakt plannen op basis van wat ze moeten, kunnen en willen. Veelal wordt dit vastgelegd in een visiedocument en vervolgens jaarlijks uitgewerkt in jaarplannen: Hoe gaan wij dit jaar werken?

De gehele organisatie en alle teams binnen die organisatie gaan daarop verder borduren. Zoals Ajax. Ajax heeft als visie dat zij als club aanvallend en attractief voetbal willen spelen dat haar supporters het meest aanspreekt. Natuurlijk willen ze ook kampioen worden, maar Ajax wil dat alleen bereiken met aanvallend en attractief voetbal. Dat is hun visie.

Op Het Ginneken College in Breda hebben ze ook een visie op het onderwijs dat ze willen aanbieden aan de gedetineerde jongeren. Ze hanteren daarbij de visie en methode volgens Youturn en Equip. Sterker; ALLE justitiele jeugdinrichtingen hebben deze methode en visie als basisuitgangspunt.

Niet elke inrichting is al even ver gevorderd met het inbedden in de eigen lokale organisatie, maar elke locatie werkt er aan. En mee. Zo zal dat ook op jouw stageadres zijn. Misschien loopt jouw lokatie wel voor -of juist nog wat achter- op het handen en voeten geven van de visie van de instelling. Is de visie van de instelling waar jij stage loopt voor jouw herkenbaar voor je op de werkvloer? Wat zijn je eigen bijdragen aan deze visie? Maar ook: Waar heb jij moeite mee? Lukt het je om jouw vragen goed te stellen, lukt het je om jouw twijfels te uiten? Dat is een worsteling die iedere professional tijdens zijn/haar loopbaan meemaakt. Als het goed is! Want dat hoort er echt bij. Het houdt je scherp en alert. Ben ik nog met het goede bezig? Of, ik vind eigenlijk dit-en-dit en lukt het je om jouw topic op de teamagenda te krijgen, zodat je gehoor krijgt (dat is iets anders als gelijk krijgen..)?

Bedenk dat een organisatie bestaat uit alle mensen die erbij betrokken zijn. Alle medewerkers, alle 'klanten', alle toeschouwers, zij samen vormen de organisatie. En elke organisatie is er bij gebaat dat ze een 'levende' organisatie is. Want 'leven' betekent ontwikkelen, ontwikkeling.

En je weet vast zelf: groei en ontwikkeling gaat niet vanzelf, daar moet je wat voor doen! Dar hoort ook bij grenzen opzoeken. De grenzen van de organisatie en die van jezelf. En je eigen grenzen opzoeken en verleggen is topsport. Echt.

Zo had laatst een collega-studente van jullie een vraagstuk wat op haar pad kwam op haar stage-adres. Op die lokatie is zeker nog niet alles tip-top georganiseerd. Vanuit haar eigen deskundigheid en visie vond jouw collega-student daar wat van. Over het eten en menusamentstelling voor clienten, roosters voor medewerkers, de aansturing door haar teamleidster. Ze werd dus behoorlijk op zichzelf teruggeworpen en moest zichzelf ook echt even resetten, en haar indrukken (her)ordenen. Een paar dagen later, tijdens een goed inhoudelijk gesprek met de locatiemanager vielen wat meer puzzelstukjes op hun plaats. Maar de belangrijkste was misschien nog wel een persoonlijk puzzelstukje: 'Heee, ik ben eigenlijk best WEL GOED in het omgaan met situaties die ik niet optimaal vindt. Dat had ik eigenlijk toch zeker niet van mezelf verwacht, ik ben juist iemand die altijd van zichzelf vindt dat ik maar 1 ding tegelijk aan mijn hoofd kan hebben'.

De leerschool, de perioden van training en oefening, zijn dus best vaak heel zwaar. Je geeft 'alles' en soms lijkt dat nog niet genoeg zelfs. Volbreng die route, puzzel!, speel je sport; doe mee aan het potje visieworstelen, dat is jouw route.

 

Feiten en cijfers en je mening

Personen in Nederland die zijn veroordeeld volgens het jeugdstrafrecht

  • zitten in een Justitiele Jeugdinrichting JJI
  • zitten in een Inrichting Voor Jeugdigen IVJ
  • zitten in een Jeugdinstelling Voor Detentie

Lees de internetpagina 'Jongeren in Detentie DJI' op https://www.dji.nl/Onderwerpen/Jongeren-in-detentie/

In Nederland zitten personen die zijn volgens het jeugdstrafrecht in een Justitiële Jeugdinrichting (JJI). Door de invoering van het  kan de maximale leeftijdsgrens van het jeugdstrafrecht worden verhoogd tot jaar. De meeste jeugdigen die in een JJI verblijven zijn tussen de  jaar. Omdat een enkele jaren kan duren, zijn jeugdigen soms zelfs 24 jaar bij uitstroom. Er zijn groepen voor jongens en meisjes. Voor jeugdigen met bijzondere behoeften bestaan speciale groepen. Jeugdigen kunnen in een JJI komen, omdat ze een hebben gepleegd en de (kinder)rechter hier een straf of maatregel voor oplegt. Daarnaast kunnen jeugdigen er ook worden geplaatst, in afwachting van hun .

Nederland heeft justitiële jeugdinrichtingen. In de JJI’s verblijven jaarlijks ongeveer jeugdigen. Sommigen blijven slechts een paar dagen, anderen tot maximaal jaar.

'Bezint eer ge begint'?

De wondere & uitzonderlijke wereld van Justitie heeft op veel mensen een bijzondere aantrekkingskracht. Veel mensen (en dus ook studenten) kennen wel iemand in hun netwerk die bij of voor jusitite werkt. Wat minder mensen, maar nog steeds vrij veel, kennen iemand die wel eens met jusititie in aanraking is geweest. Meestal voor iets kleins. Maar we kennen allemaal programma's als 'Opsporing verzocht' en daar zien we zowel dienaars van de wet als wetsovertreders. Op een of andere wijze hebben 'boeven en slechteriken' een aantrekkingskracht, alsof die wereld (het wereldje) een vorm van sexy-ness uitstraalt. Toch, in verreweg de meeste situaties heeft een veroordeelde in detentie na verloop van tijd niets meer: Geen geld, geen relatie, geen persoonlijk netwerk, geen baan of ander inkomen meer, geen contact meer met eventuele kinderen, geen woning of huisvesting meer. Niets.

Justitie als werkgever heeft het zwaar te verduren; bezuinigingen en medewerkersontevredenheid halen regelmatig het nieuws. Dus: Je werkgever is ontevreden, de medewerkers zijn ontevreden, de klanten (gedetineerden en mensen die in een procedure zitten) zijn ontevreden.

En JOU spreekt dit aan? Mooi!; want het is ook een kansrijk domein om in te werken. Er is volop mogelijkheid voor interne (bij)scholing, persoonlijke ontwikkeling en ook de medewerksvoorwaarden zijn bepaald niet slecht (rijk wordt je er echter niet van, dat niet).

Deze open vraag zien we graag beantwoord met jouw mening over werken bij jusititie: Lijkt het je iets voor jou? Geef je mening.