EV Techniek

1 Introductie

Welkom

Hallo collega,

 

Ik ben Hans en werk al een tijdje in het spoor bij Energievoorziening.

Van harte welkom als nieuwe collega.

 

Wat is EV eigenlijk? 

In deze module krijg je daar uitleg over. 

Het onderstation en de onderdelen daarvan worden uitgelegd in hoofdstuk 2

en 3. De hoofdstukken 4 en 5 zijn gericht op hoe je op een veilige manier werkt. 

 

Dit hoofdstuk geeft uitleg over de bediening van de module en hoe de elektriciteit bij het spoor komt.

 

 

Tip: Klik op de pijl rechts in de blauwe balk hieronder. 

Energievoorziening

De meeste treinen in Nederland rijden op elektriciteit.

 

Voor het spoor is er een heel netwerk aangelegd door heel Nederland. Dat netwerk begint bij het onderstation en eindigt bij de bovenleiding, seinen en overwegen.

Daartussen gebeurt van alles. Dat noemen we de Energievoorziening, ofwel EV.

 

Jij gaat aan de slag als EV monteur. Belangrijk is dat je dat veilig doet. En dat het treinverkeer er zo min mogelijk hinder van heeft.

 

In de praktijkopleiding leer je hoe je het werk goed en veilig uitvoert.

 

Als voorbereiding volg je deze module. Dan weet je al een en ander voordat je begint aan de praktijkopleiding en dat is wel zo prettig.

 

Hoe werkt deze module

Knop Wat doet deze knop?
Naar de volgende pagina.
Terug naar de vorige pagina.
Open het menu. Je ziet waar je bent in de module en kunt naar een ander hoofdstuk.
Ga naar de startpagina, het begin van de module.
Zet het geluid aan of uit.
Laat je voortgang zien.
Sluit de module af.
Klik op onderstreepte woorden voor meer informatie. Deze verschijnt in een apart scherm.

 

De weg van de elektriciteit

                              

              

Onderstation

Voeding TBB

In het schema zie je de weg die elektriciteit aflegt vanaf de elektriciteitscentrale naar het spoor.

Klik op de onderstreepte teksten om meer informatie over dat onderdeel te krijgen.

 

Als je klaar bent ga je verder.

 

 

      

 Centrale

Bovenleiding

Samenvatting

De spanning die nodig is voor het veilig laten rijden van de trein komt

van de elektricitietscentrale.

In het onderstation wordt deze spanning omgevormd. De voeding voor het TreinBeveiliging en Beheersing systeem (TBB) voedt seinen, wissels en overwegen.

De treinen krijgen hun spanning via de bovenleiding.

 

Jouw taken als EV monteur zijn:
Zorgen voor onderhoud en reparatie van de Energievoorziening.
Waarborgen van de bedrijfsvoering van de Energievoorziening op een veilige wijze.

 

 

 

 

 

 

Tip: Ga naar het volgende hoofdstuk door op de rechterpijl in de blauwe balk te klikken of via het menu. 

2 Onderstations

Inleiding

Dit hoofdstuk behandelt het onderstation. 

 

Je krijgt uitleg over de onderdelen en werking. 

De werking wordt uitgelegd met behulp van animaties en oefenvragen. 

 

Je kunt ook zelf schakelen en ziet dan meteen wat de gevolgen van je handelingen zijn.

Groepen

Grofweg kun je het onderstation in vier groepen verdelen:

 

  1. Hoofdstroom verdeel inrichting (HVI): met vier velden
  2. Tractiegelijkrichtergroep: de Tractietrafo en Tractiegelijkrichter
  3. Stationstransformator: een trafo met aan weerszijde zekeringen
  4. Gelijkspanning verdeel inrichting (GVI): snelschakelaars en een +   en - mes

 

Op de volgende pagina worden de onderdelen van deze 4 groepen behandeld.

 
 

Onderdelen

De 4 groepen bestaan elk uit verschillende onderdelen.

 

Klik op de onderdelen in het schema voor meer informatie.

 

 

 

 

 

 

 

Tip: Een onderdeel is aankiesbaar als de muisaanwijzer in een handje veranderd.

 

Hoofdstroom verdeelinrichting 1

Als monteur verzorg jij het onderhoud van de Hoofdstroom verdeel inrichting (HVI).

 
Ook bij storingen ben jij degene die wordt opgeroepen. Bij storingen en onderhoud werk je nooit alleen. Er is altijd een ploegleider bij aanwezig.
Deze communiceert met het Operationeel Besturingscentrum Infra (OBI) voorheen Schakel en Meld Centrum (SMC).
Hoe dat precies gaat leer je tijdens de praktijkopleiding.
 
OBI is centraal in Nederland gevestigd en kent twee regio's, Noord en Zuid. Het OBI houdt alle onderstations op een afstand in de gaten. De medewerkers kunnen o.a. zien of het voedingskabelveld en tractiegelijkrichtergroepveld in of uit staan.

Hoofdstroom verdeelinrichting 2

Natuurlijk kunnen er storingen optreden in het onderstation.
Wanneer dat bijvoorbeeld gebeurt in de tractiegelijkrichtergroep, schakelt het tractiegelijkrichtergroepveld automatisch uit.
 
Het OBI krijgt vervolgens een melding. De medewerker OBI geeft jou en je collega's opdracht om de situatie ter plekke te bekijken en te repareren.
 
In het onderstation kun je de velden van de HVI lokaal schakelen. De velden ofwel schakelaars in de HVI mogen onder vermogen geschakeld worden. Dan loopt er dus nog stroom!
 
Het tractiegelijkrichter-groepveld kan door het OBI zelfs op afstand geschakeld worden.

Gelijkspanning verdeelinrichting 1

Reinigen en controleren van de snelschakelaars in de Gelijkspanning verdeel inrichting (GVI) is één van de taken die jij in het onderstation uitvoert.
 
Per onderstation gebeurt dit ongeveer 1 keer per jaar. Je neemt de snelschakelaar buitendienst, maakt hem vrij van stof en spinnenrag en meet de voorgeschreven contactpunten.
 
De snelschakelaars mogen onder vermogen geschakeld worden.
Bij kortsluiting in de bovenleiding wordt de spanning van de bovenleiding automatisch afgeschakeld door de snelschakelaar.
 
Het OBI ontvangt hiervan een melding. Het OBI kan deze schakelaars op afstand schakelen bijvoorbeeld voor werkzaamheden.
 
De schakelaars kunnen ook lokaal worden geschakeld. Dit wordt 'op hand nemen' genoemd.

Gelijkspanning verdeelinrichting 2

Kijk nog eens goed naar de GVI.

 

Links zitten twee deuren die afwijken van de andere. Dit zijn het plusmes en minmes. Ze zien er anders uit dan de rest en jij moet er ook anders mee om gaan.

 

Het plusmes en minmes zijn geen vermogensschakelaars maar scheiders. Je schakelt deze pas nadat je het tractiegelijkrichtergroepveld hebt uitgeschakeld.

 

Het OBI kan deze scheiders niet op afstand schakelen. Goede communicatie tussen jou en de persoon met wie je de schakelhandeling uitvoert en het OBI is hierbij dus erg belangrijk!

Oefenvraag 1

  • Op OS nemen
  • Op hand nemen
  • Schakelen

De snelschakelaars kunnen op afstand door het OBI geschakeld worden. Je kunt deze echter ook lokaal schakelen.

 

Wat is hiervoor de juiste benaming?

Oefenvraag 2

  • Om de spanning te overbruggen.
  • Het plusmes en minmes mogen vermogen schakelen.
  • Om de bovenleiding spanningsloos te maken.
  • Het plusmes en minmes mogen geen vermogen afschakelen

In de afbeelding zie je het plusmes en het minmes.

 

Waarom moet je eerst het tractiegelijkrichtergroepveld uitschakelen voordat je het plusmes en minmes mag trekken? 

Zelf oefenen

Hiernaast zie je een schematische weergave van het onderstation. Je kunt alle schakelaars bedienen.

 

Ga er eens mee aan de slag en ontdek hoe een onderstation werkt.

 

Let op: In deze animatie zie je of ergens stroom loopt of niet. De spanning laten we buiten beschouwing.

 

Als je klaar bent klik dan op 'Verder'.

Oefenvraag 3

  • Door de messen en vervolgens het tractiegelijkrichtergroepveld uit te schakelen.
  • Door het tractiegelijkrichtergroepveld en vervolgens de messen uit te schakelen.
  • Door de snelschakelaars uit te schakelen.
  • Door het tractiegelijkrichtergroepveld uit te schakelen.

Hiernaast zie je de schematische weergave van het onderstation.

Je kunt alle schakelaars bedienen.
Stel, je moet aan de tractiegelijkrichter gaan meten. Hiervoor moet je deze uitschakelen.

 

Hoe doe je dat?

Oefenvraag 4

  • Ik zet de snelschakelaar uit en daarna zet ik de bovenleidingschakelaar uit.
  • Ik zet de bovenleidingschakelaar uit en volgens zet je de gelijkrichter uit.
  • Ik zet het plusmes uit en daarna zet ik de bovenleiding schakelaar uit.

Hiernaast zie je de schematische weergave van het onderstation.

Je kunt alle schakelaars bedienen.
Stel, tijdens een meting is naar voren gekomen dat de 1500 V kabel slecht is. Het gaat om de kabel van de snelschakelaar naar de bovenleidingschakelaar. 
Je gaat de kabel vervangen, maar deze moet eerst worden uitgeschakeld, dit doe je in overleg met het OBI.

 

Hoe doe je dat?

Samenvatting

Het onderstation heeft 4 hoofdgroepen:

 

1. Hoofdstroomverdeelinrichting (HVI)
Voedingskabelveld schakelaar tussen 10kV kabel en 10kV rail
Tractiegelijkrichterveld schakelaar richting tractiegelijkrichter
Stationstrafoveld schakelaar richting stationstrafo
Meettrafoveld transformator van 10kV naar 100V voor energiemetingen en beveiliging van de installatie
2. Tractiegelijkrichtergoep, zet 10kV wisselspanning om naar 1800V gelijkspanning
3. Gelijkstroomverdeelinrichting (GVI)
Plusmes schakelaar tussen tractieglijkrichtergroep en 1800V plusrail
Minmes schakelaar tussen retourstroom en gelijkrichtergroep
Snelschakelaars beveiligen bovenleiding tegen kortsluiting en overbelasting
4. Bovenleidingschakelaar, schakelaar tussen 1800V kabel en bovenleiding

 

3 Voeding TBB

Inleiding

Dit hoofdstuk behandelt de voeding van de TreinBeveiliging en Beheersing (TBB).

 

Je krijgt uitleg over de onderdelen en de bedrijfsvoeringen. 

De werking wordt uitgelegd met behulp van animaties en oefenvragen. 

 

Je kunt zelf oefenen met de bedrijfsvoeringen.

Onderdelen TBB

3kV Voedingspunt

3kV
Lastschakelaar

Jouw werk beperkt zich niet alleen tot onderstations en bovenleidingen.


Je werkt ook aan de energievoorziening voor Trein Beveiliging en Beheersing (TBB).
Een deel van de apparaten hiervoor kan zich in het onderstation bevinden, en een ander deel van de apparaten staat langs het spoor.


Hier zie je een schematische afbeelding van de Centrale Voeding TBB.
Bovenaan zie je twee onderstations/omvormergebouwen: OS/OG 1 en OS/OG 2. In dit schema zie je hoe de stroom via alle onderdelen loopt.


Klik op de onderstreepte woorden voor meer uitleg.

3kV Afnamepunten

SHS

Voedingspunt

Het is jouw taak om de hele voeding te onderhouden, dus ook het voedingspunt.
 
Bij storingen lees je het scherm op het voedingspunt uit. Hoe je dit doet, leer je in de praktijkopleiding.
 
Andere taken die je uitvoert zijn het onderhoud plegen aan de afnamepunten en lastscheiders. Ook vervang je zekeringen in de afnamepunten.
 
Het voedingspunt wordt door het OBI op afstand geschakeld, maar kan ook handmatig worden geschakeld. Het voedingspunt geeft melding aan het OBI of het in- of uitgeschakeld staat.

3000 V

Heb je thuis wel eens een lang verlengsnoer gebruikt met aan het einde bijvoorbeeld een straalkachel?
Waarschijnlijk heb je dan wel gemerkt dat het verlengsnoer wat warm wordt.
 
Dit komt doordat koperen kabel een weerstand voor stroom vormt. De afstand tussen twee voedingspunten kan oplopen tot wel 20 kilometer. Je kunt wel nagaan wat er gebeurt als je zo'n lange verlengkabel gebruikt!
 
Gelukkig neemt dit effect af naarmate de spanning hoger wordt. Daarom wordt er langs het spoor 3000 V (3 kV) gebruikt. Op deze manier wordt energieverlies beperkt.
 
De frequentie van de wisselspanning bij je thuis is 50 Hz. Voor de 3 kV wordt  75 Hz toegepast.
Hierdoor is het systeem minder gevoelig voor invloeden (storingen) van apparatuur die wel met 50 Hz werkt.
Ook stoort het op zijn beurt andere systemen minder.

Het afnamepunt

SK 1 

en 2

SV kap

Hier zie je een 3 kV afnamepunt.

Afnamepunten zijn meestal ondergebracht in metalen kasten die langs het spoor staan.


In het afnamepunt komen twee kabels binnen. Van beide voedingspunten één kabel. In het midden wordt een aftakking voor de transformator gemaakt.

 

Klik nu op de onderstreepte woorden voor meer informatie.

 

Als monteur onderhoud je de afnamepunten. Je controleert de trafo en  zekeringen. De datum van de zekeringen mag niet ouder zijn dan zes jaar en de contacten moeten vastzitten.

De kappen controleer je op scheuren en op brandplekken van contactvuil. 

 

 

Magnefix rek

Oefenvraag 1

  • Voor de overwegen ontstaan verkeersopstoppingen of zelfs files.
  • Treinen moeten stapvoets gaan rijden of mogen helemaal niet meer rijden.
  • Overwegbomen op overwegen sluiten.
  • De seinen voor de trein doven.

Het is jouw taak om de voeding te onderhouden en te repareren.

Zorg er in ieder geval voor dat je zelf geen storing veroorzaakt.

Weet je eigenlijk wel waarom dat belangrijk is...?


Wat zijn de gevolgen van het uitvallen van de voeding? 


Let op: meerdere antwoorden zijn goed.

Eén is niet genoeg

Met één 3 kV voedingspunt kun je natuurlijk niet alle seinen, overwegen en wissels van heel Nederland voeden. Daarom worden deze voedingspunten gemiddeld om de 20 kilometer geplaatst.

 

Het 3 kV-systeem moet 100% betrouwbaar zijn; het mag niet zomaar uitvallen. Om dit te garanderen, werken er op een baanvak van bijvoorbeeld 20 kilometer telkens twee voedingspunten samen. Deze samenwerking kan op verschillende manieren: dit noemen we bedrijfsvoeringen.

 

In het schema hiernaast zie je twee voedingspunten en vier afnamepunten. Er zijn nu drie soorten bedrijfsvoeringen mogelijk:

  • Parallelbedrijf
  • Synchroonbedrijf
  • Normaal/reservebedrijf


In de volgende pagina's lees je meer over de bedrijfsvoeringen.

 

Parallelbedrijf

Tussen de voedingspunten loopt een werkende communicatielijn. Deze zorgt dat beide voedingspunten goed samenwerken bij het voeden van de afnamepunten.

De 3 kV tussen beide voedingspunten is nergens onderbroken. Dit noemen we 'parallelbedrijf'.

 

Je kunt dan onderhoud verrichten aan het systeem, bijvoorbeeld een kabel vervangen tussen twee afnamepunten.
Alle afnamepunten blijven voeding ontvangen en ontstaat er geen treinhinder.

 

Klik nu op de 'play' knop in de animatie.

De kap SK 2 van HS1 wordt getrokken. In zo'n geval of bij een kabelbreuk krijgen alle afnamepunten nog steeds voeding.

Alleen is er nu sprake van synchroonbedrijf.

Synchroonbedrijf

In de animatie is de 3 kV onderbroken tussen HS 1 en HS 2. In dit geval is de kap SK 2 van HS 1 getrokken, maar er kan ook sprake zijn van een kabelbreuk zonder kortsluiting. Deze situatie noemen we 'synchroonbedrijf'.


Bij synchroonbedrijf worden alle voedingspunten netjes van voeding voorzien. De 3 kV-lijnen van beide voedingpunten zijn echter niet meer met elkaar verbonden.

 

Klik nu op de 'play' knop in de animatie.

Je ziet wat er gebeurt als de kap SK 1 van de HS 4 wordt getrokken, zodat op de 3 kV lijn een tweede onderbreking ontstaat. Een deel van de afnamepunten komt dan zonder voeding te zitten.


Bij synchroonbedrijf moet je goed opletten met werkzaamheden. Als jij namelijk ergens in de 3 kV een onderbreking maakt, kun je zomaar een stuk baanvak spanningsloos maken met alle gevolgen van dien: Geen treinverkeer meer.

Normaal / reservebedrijf

In de animatie is de communicatielijn tussen de voedingspunten onderbroken. De voedingspunten communiceren nu door middel van de stuurstroom. De stuurstroomkabel loopt parallel aan de 3 kV kabel door alle afnamepunten.

De voedingspunten kunnen niet tegen elkaar invoeden. Daarom schakelt één van de voedingspunten om naar de reservestand; een soort stand-by positie. 

De stuurstroom speelt dus alleen een rol bij normaal/reserve bedrijf.


Druk op de 'play' knop in de animatie.

Je ziet nu wat er gebeurt als het normale voedingspunt (lichtgekleurd) uitvalt. Het (reserve) voedingspunt (donkergekleurd), ontvangt geen 3 kV en geen stuurstroom en neemt de taak van de normale voeding over.

Het gevolg is een verstoring van enkele minuten. In die tijd ontstaat er over het hele baanvak van 20 kilometer treinhinder!

 

Wanneer er sprake is van normaal/reservebedrijf moet je goed opletten met werkzaamheden. Als jij namelijk ergens de 3 kV onderbreekt, gebeurt er hetzelfde als wanneer het normale voedingspunt uitvalt. Ook dan is er een verstoring van het treinverkeer van enkele minuten.

Oefenvraag 2

  • Synchroon bedrijf
  • Alle drie bedrijfsvoeringen
  • Parallel bedrijf
  • Normaal/reserve bedrijf

Er zijn drie bedrijfsvoeringen.


Bij welke bedrijfsvoering(en) speelt de stuurstroom een rol?

Zelf oefenen

Hier zie je een schematische weergave van de Centrale Voeding TBB.

 

In het midden van het schema zie je een blokje met de drie bedrijfsvoeringen.  Je kunt een bedrijfsvoering kiezen en dan alle schakelaars bedienen.

 

Zo kun je voor elke bedrijfsvoering zien wat het effect is van het schakelen.

 

Als je klaar bent ga dan verder.

Oefenvraag 3

  • Ik heb nu niets uitgeschakeld
  • De transformator van voedingspunt HS 3
  • De transformator van het voedingspunt HS 2
  • De kabel tussen HS 2 en HS 3 inclusief de SM 3 KV schakelaar

Hier zie je een schematische weergave van de Centrale Voeding TBB. Je kunt een bedrijfsvoering kiezen en alle schakelaars bedienen. Zo kun je zien wat het effect is van het schakelen. 
Gebruik dit schema om de vraag te beantwoorden.


Je wilt aan het werk in een parallelle bedrijfsvoering. Je trekt magnefixkap SK 2 van HS 2 en magnefixkap SK 1 van HS 3. 
Wat heb je nu uitgeschakeld?

Oefenvraag 4

  • HS 4 wordt spanningsloos.
  • HS 3 en HS 4 worden even spanningsloos; daarna komt er weer spanning op.
  • HS 3 en HS 4 worden spanningsloos.
  • HS 4 wordt even spanningsloos; daarna komt er weer spanning op.

Hier zie je een schematische weergave van de Centrale Voeding TBB. Je kunt een bedrijfsvoering kiezen en alle schakelaars bedienen. Zo kun je zien wat het effect is van het schakelen. 
Gebruik dit schema om de vraag te beantwoorden.

 

Er is sprake van normaal/reservebedrijf. 
Je trekt magnefixkap SK 1 van HS 3. 
Wat gebeurt er?

Oefenvraag 5

  • De bedrijfsvoering gaat over van parallel- naar normaal/reservebedrijf.
  • De bedrijfsvoering gaat over van parallel- naar synchroonbedrijf.
  • HS 2 wordt spanningsloos.

Hier zie je een schematische weergave van de Centrale Voeding TBB. Je kunt een bedrijfsvoering kiezen en alle schakelaars bedienen. Zo kun je zien wat het effect is van het schakelen. 
Gebruik dit schema om de vraag te beantwoorden.

 

Je gaat aan het werk in een parallelle bedrijfsvoering.

Je trekt nu kap SK2 van HS1.

Wat gebeurt er? 

Samenvatting

De centrale voeding TBB bestaat uit:
3 kV voedingspunt Zet 400 V/50 Hz om naar 3 kV/75 Hz
SHS  Is een schakelaar na de 3 kV voedingspunten
3 kV afnamepunt Zet 3 kV om naar 110 V voor de relaiskast van het seinwezen
3 kV lastschakelaar Is schakelaar om het storingsgebied bij 3 kV kabelstoringen te verkleinen

 

 

 

 

      

Centrale voeding TBB kent drie typen bedrijfsvoering:
Parallelbedrijf Afnamepunten worden gevoed door twee voedingspunten. De voedingspunten communiceren met elkaar.
Synchroonbedrijf Er zit een onderbreking in de 3 kV lijn en beide voedingspunten voeden tot aan de onderbreking. De voedingspunten communiceren met elkaar.
Normaal/reservebedrijf Afnamepunten worden gevoed door één voedingspunt. Het andere voedingspunt staat reserve. De voedingspunten kunnen niet met elkaar communiceren.

 


 

 

 

 

 

 


 

4 Veiligheid onderstations

Inleiding

Veilig werken in een onderstation is letterlijk van levensbelang.

 

Dit hoofdstuk gaat over veilig werken en welke afspraken we daarover gemaakt hebben.

Weinig uitleg, maar leren door vragen te beantwoorden.

 

Oefenvraag 1

  • Ja, als de radio maar buiten staat
  • Nee, de radio moet echt uit
  • Ja, de radio mag best aanblijven

Je werkt in het onderstation. De radio staat lekker aan en je moet even schakelen. Je collega zegt dat de radio uit moet.

 

Dit is toch een beetje overdreven?

Veilige vijf 1

Bij al het werk dat je doet, staat veiligheid voorop. Dit is vooral om te voorkomen dat jou of je collega iets overkomt.
Het grootste gevaar zit in het feit dat je spanning niet kunt zien. Op sommige onderdelen waar jij mee gaat werken, staat 10.000 Volt.
Maak je dan een fout, dan kun je er zomaar geweest zijn.
 
Daarom zijn er regels opgesteld die je moet volgen om veilig te werken: De veilige vijf!
 
 

 

Veilige vijf 2

4

1

5

2

Bij al het werk dat je doet staat veiligheid voorop. Dit is vooral om te voorkomen dat jou of je collega iets overkomt. Het grootste gevaar zit in het feit dat je spanning niet kunt zien.

Op sommige onderdelen waar je mee gaat werken staat 10.000 Volt. Maak je dan een fout, dan kun je er zomaar geweest zijn. 

 

Als monteur moet je diverse werkzaamheden uitvoeren in het onderstation.

Het deel waaran je werkt moet spanningloos zijn. Om dat te bereiken moet je schakelen en dat is het gevaarlijkste deel van je werk. Om er zeker van te zijn dat je een instllatie veilig spanningsloos en weer bedrijfsgereed maakt, werk je volgens een werkprocedure.

 

Elke werkprocedure is gebaseerd op vijf essentiële eisen: de veilige vijf.

Klik op de vingers van Hans om de vijf eisen te zien. Begin bij zijn duim.

3

Oefenvraag 2

De veilige vijf voer je altijd in een vaste volgorde uit. Sleep de stappen naar de juiste plek.

Stap 1 op de duim en stap 5 op de pink.

Oefenvraag 3

  • Het OBI kan zien of er ook andere werkzaamheden zijn die tegelijk met de mijne lopen
  • Misschien is er een storing, het OBI kan dat zien
  • Dan weet het OBI waar ik aan het werk ben, voor het geval me wat overkomt
  • Zo voorkom ik dat er treinen uitvallen

Je moet een aan stationstrafo werken. Dan moet je deze eerst buiten dienst nemen, ofwel spanningsloos maken. Je begint met een melding aan het OBI dat je de stationstrafo gaat uitschakelen.

 

Waarom moet je dat melden bij het  OBI?

 

Meerdere antwoorden zijn goed.

Oefenvraag 4

  • Schakelaar A
  • Schakelaar B
  • Schakelaar C

De eerste stap van de veilige vijf is het scheiden van de stationstransformator met de rest van de installatie.

 

Met welke schakelaars schakel je de stationstransformator vrij?

 

Meer antwoorden zijn goed.

Oefenvraag 5

  • Om er voor te zorgen dat het OBI de schakelaar omzet
  • Als ik het onderstation moet verlaten, is bij terugkomst zichtbaar waar ik gebleven ben
  • Om te voorkomen dat het OBI de schakelaar omzet
  • Om te voorkomen dat iemand anders de schakelaar omzet

Nadat je de stationsstransformator hebt gescheiden, beveilig je de installatie. Dit doe je door het bord ‘NIET SCHAKELEN’ te plaatsen.

 
Waarom doe je dat eigenlijk? 


Meerdere antwoorden zijn goed.

Oefenvraag 6

  • Ja, ik verwjder de meszekering van de stationstransformator
  • Ja, ik moet de 230V zekering verwijderen
  • Ja, ik moet de lastscheider van de stationstransformator verwijderen
  • Nee, dat hoef ik niet te doen

Je hebt de stationstransformator gescheiden en beveiligd.

 
Moet je nu ook sturingen en meldingen weghalen?

Oefenvraag 7

  • Nee, ik moet eerst de zekeringen aanbrengen
  • Ja, dat klopt
  • Nee, ik moet eerst de zekeringen verwijderen
  • Nee. ik moet eerst nog spanningloosheid aantonen

Er is een zichtbare scheiding aanwezig tussen de stationstransformator en de rest van de installatie. En de installatie is beveiligd tegen weder inschakelen.


Is je volgende stap het aarden van stationstransformator?

Oefenvraag 8

  • Nee
  • Ja

Je wilt gaan testen met de 10 kV spanningstester. Je test of de kabel uitgeschakeld is.

 

Is je volgende stap het testen of de kabel is uitgeschakeld?

Oefenvraag 9

  • Nee
  • Ja

De spanningsaanwijzer is getest, hij doet het. Ook de spanningsloosheid is aangetoond met de spanningsaanwijzer.


Is je volgende stap het aarden van stationstransformator?

Oefenvraag 10

  • Nee, dat mag niet
  • Dat mag alleen als de stationstransformator geaard is
  • Ja, dat mag als ik de bordjes 'NIET SCHAKELEN' heb opgehangen

Na het meten zie je dat het lampje van de spanningsaanwijzer stuk is. Je kunt deze spanningsaanwijzer niet gebruiken en je meting is ongeldig. 
Mag je weg gaan om bij een ander onderstation een spanningsaanwijzer te halen?

Oefenvraag 11

  • Ja
  • Nee

Je hebt met een andere spanningsaanwijzer spanningsloosheid vastgesteld. En de spanningsaanwijzer werkte zowel voor – als na de meting. 


Is je volgende stap het aarden van stationstransformator?

 

Oefenvraag 12

  • Ja
  • Nee

Je aardgarnituur is in orde. Geen blauwe kleur, geen aderbreuken en het isolatiemateriaal ziet er nog prima uit.


Is je volgende stap het aarden van stationstransformator?

Oefenvraag 13

  • Om er voor te zorgen dat er stroom blijft lopen
  • Om te voorkomen dat ik onder spanning kom te staan
  • Ter bescherming van de stationstransformator
  • Om te voorkomen dat het OBI onnodige meldingen krijgt

Je mag nu dus aarden. 
Waarom doe je dat eigenlijk?

 

Oefenvraag 14

  • 2
  • 3
  • 4
  • 1

Je gaat nu aarden.


Op hoeveel punten moet je de stationstransformator aarden?

Oefenvraag 15

  • Jazeker, juist nu
  • Nee, dat is nu niet nodig

De vijfde stap van de veilige vijf is afschermen. 


Maar is dat nu wel nodig?

Samenvatting

 
Een installatie buitendienst nemen gebeurt in de volgorde van 'de veilige vijf'.
1. Scheiden Het gedeelte waar je aan gaat werken scheiden van alle voedingsbronnen
2. Beveiligen Het gescheiden gedeelte tegen wederinschakelen beveiligen
3. Testen Het vrijgeschakelde deel op spanningsloosheid controleren
4. Aarden en kortsluiten De spanningsloze onderdelen aarden
5. Afschermen De onderdelen die niet spanningsloos te maken zijn afschermen

 

5 Veiligheid Voeding TBB

Inleiding

Net als bij het onderstation is ook veilig werken aan de TBB installatie van levensbelang.

 

Hoe je veilig werkt wordt hier besproken, opnieuw met weinig uitleg, maar leren door vragen te beantwoorden.

 

Oefenvraag 1

  • Gelaatsscherm
  • Veiligheidsbril
  • Rubberen mat
  • Gezond verstand

Stel, je gaat onderhoud plegen aan de 3000 V transformator. Je plaatst eerst de aardkap. Daarna kijk je of de isolatoren nog goed zijn.


Wat heb je nodig om veilig te kunnen werken? 
 

Meerdere antwoorden kunnen goed zijn.

Veilige vijf 1

Als monteur ga je straks werken aan de voeding voor de TBB. Op de voedingspunten en de afnamepunten staat 3000 Volt ofwel 3 kV.

 

Sommigen zeggen dat het niet zo gevaarlijk is omdat het vermogen relatief laag is. Toch kan je lichaam niet tegen zo'n grote hoeveelheid spanning. Er bestaat elektrocutiegevaar. Daarom is het voor jezelf belangrijk dat je veilig werkt.

 
Er zijn  regels opgesteld die je moet volgen om veilig te werken: De veilige vijf!
 
 
 
 
 
 

Veilige vijf 2

1

2

5

Hoe kun je veilig werken? En waar zitten de risico's?

 

Bijvoorbeeld: Als je in een afnamepunt een storing gaat verhelpen, dan moet je dat gedeelte van de installatie eerst spanningsloos maken. Spanningsloos werken wil zeggen: de installatie uitschakelen, testen en aarden. Tijdens het schakelen loop je het meeste risico.

Als je werkt volgens de voorgeschreven werkprocedure, dan weet je zeker dat je veilig zit.

 

Elke werkprocedure is gebaseerd op vijf essentiële eisen: de veilige vijf.

Klik op de vingers van Hans als je de veilige vijf nog een keer wilt herhalen. Begin bij zijn duim.

3

4

Oefenvraag 2

Stel, er is een 3 kV kabelbreuk tussen HS 3 en HS 4. De kabel is uitgeschakeld, getest, geaard en vervolgens gerepareerd.

Als de monteurs klaar zijn met het repareren van de kabel mag jij de kabel weer bedrijfsgereed maken.

Je gaat de veiligheidsmaatregelen opheffen.

 

Hoe ga je te werk?

Zet de stappen in de juiste volgorde.

 

Werk in de volgorde van de pijl.

Oefenvraag 3

  • Aardkap C
  • Aardkap D
  • Aardkap A
  • Aardkap B

in HS 3 en HS 4 zijn de spanningsvoerende delen afgeschermd, en hoeven dus niet nogmaals te worden afgeschermd. 

Je slaat de stap afschermen dus over en kunt meteen beginnen met het verwijderen van de aarde. Bij het magnefixrek zijn hiervoor aardkappen gebruikt. 


Vink aan wat geaard is en waar je dus de aardkappen weg moet halen. 
 

Meerdere antwoorden kunnen goed zijn.

Oefenvraag 4

  • Ja, dat kan, zonder communicatie met het OBI
  • Ja, dat kan, na communicatie met het OBI
  • Nee, dat kan niet, ik moet eerst de kabel testen op spanningsloosheid.
  • Nee, dat kan niet, dan ontstaat er kortsluiting

Je hebt als eerste de aardkap van de HS 3 verwijderd.


Nu je toch bij deze kast staat, kun je dan ook meteen de SK 2 terug plaatsen?

Oefenvraag 5

  • Ja, dat kan, zonder communicatie met het OBI
  • Nee. dit is de verkeerde kap
  • Nee, ik moet eerst in HS 3 de SK2 terug plaatsen
  • Ja, dat kan, na communicatie met het OBI

De aardkappen van de HS 3 en de HS 4 zijn verwijderd. 


Mag je nu de SK 1 in de HS 4 terug plaatsen?

Ofwel de scheiding ongedaan maken? 

Oefenvraag 6

  • Nee, dit is de verkeerde kap
  • Ja, dat kan zonder communictie met het OBI
  • Ja, dat kan na communicatie met het OBI
  • Nee, ik controleer eerst op fase draaiing

Van HS 3 is de SK 2 terug geplaatst. 


Mag je nu bij de HS 4 de SK 1 terug plaatsen?

Oefenvraag 7

  • Ja, dat kan zonder communictie met het OBI
  • Nee, ik moet eerst spanningsloosheid aantonen op de kabel
  • Nee, dit is de verkeerde kap
  • Ja, dat kan na communicatie met het OBI

Van HS 3 is de SK 2 terug geplaatst. Er zit geen fasedraaiing in.


Mag je nu bij de HS 4 de SK 1 terug plaatsen?

Oefenvraag 8

  • Ja, als het OBI de gewenste bedrijfsvoering heeft, dan is alles in orde en kan ik gaan
  • Nee, eerst moet ik zelf de spanning op de kabels controleren

Je hebt zowel de kap van de HS 3 als die van de HS 4 terug geplaatst. De gewenste bedrijfsvoering is weer aanwezig. Je bent klaar. 

 

Is dat ook zo?

Samenvatting

 
Klik op 'hoofdmenu' om naar een ander onderdeel te gaan.
 
 

Hoe je veilig een installatie buitendienst neemt zie je in de blauwe kolom.
 
Hoe je de installatie na de werkzaamheden weer veilig in bedrijf kan nemen zie je in de rode kolom.
 
Dit is het einde van de E- learning module.
 

Sluit de module af, ga terug naar het curusuoverzicht en maak de toets.

Lightbox Introductie

Meer informatie

Als je op ondersteepte woorden klikt krijg je meer informatie in een apart scherm zoals dit.

 

Ook als je gevraagd wordt op een plaatje of een deel daarvan te klikken krijg je op deze manier meer informatie.

Meer informatie

Centrale en Hoogspanningsmast

Centrale en Hoogspanningsmast

In een centrale wordt elektrische energie opgewekt. 

Via hoogspanningsmasten wordt deze energie 

getransporteerd naar huizen, fabrieken en het spoor.

Centrale voeding TBB

Hier wordt de 400 V omgezet naar 3000V (3 kV).

Deze spanning wordt gebruikt om seinen, wissels en

overwegen te voeden.

Dit systeem heet de 'Trein Beveiliging en Beheersing' (TBB).

Centrale voeding TBB

Onderstation

In dit onderstation komt 10.000 V ofwel 10 kV binnen.

Deze spanning wordt omgevormd naar 1500 V

gelijkspanning en 400 V wisselspanning.

Onderstation

Bovenleiding

Bovenleiding

De treinen rijden op 1500 V gelijkspanning.

Deze spanning wordt van de onderstations via de bovenleiding naar de treinen gevoerd.

Lightbox OS

Voedingskabel

De 10 kV spanning komt bij het onderstation binnen via deze voedingskabel.

De spanning komt van de elektriciteitscentrale.

Voedingskabel 10 kV

Voedingskabelveld

De 10 kV spanning wordt hier in of uit geschakeld. De spanning wordt zo wel of niet doorgegeven aan de 10 kV rail in de HVI.

Voedingskabelveld

Tractiegelijkkrichter veld

Tractiegelijkrichtergroepveld

De 10 kV spanning die vanaf de 10 kV rail komt wordt hier wel of niet doorgeschakeld naar de tractiegelijkrichtergroep.

Meettrafoveld

De spanning die vanaf de 10 kV rail komt wordt hier verlaagd naar 100 V. Deze spanning is nodig voor energiemetingen en beveiliging van de installatie.

Meettrafoveld

Stationstrafoveld

Stationstrafoveld

De spanning die vanaf de 10 kV rail komt wordt hier wel of niet doorgeschakeld naar de stationstrafo.

Stationstrafo

Stationstrafo

De 10 kV spanning die vanaf het stationstrafoveld komt, wordt hier omgezet naar 400 V. De 400 V wordt aangeboden aan de laagspanningsverdeelkast. Vanuit de laagspanningverdeelkast worden o.a. de verlichting, de verwarming, de ventilatie van het onderstation gevoed.

En de 400V wordt gebruikt voeding voor het 3 kV voedingspunt.

 

Tractietrafo

De 10 kV spanning van het tractiegelijkrichtergroepveld wordt hier omgezet naar 1376 V.

De tractietrafo is een flinke jongen. Niet zo raar, want hij verzorgt de energie waar straks de treinen op rijden. De trafo kan zo’n 4 MW leveren. Dat is even veel als de energie voor 1200 wasmachines tegelijk!

 

Tractietrafo

Tractiegelijkrichter

Hier wordt de 1376 V wisselspanning van de tractietrafo omgezet naar 1500 V gelijkspanning.

 

Tractiegelijkrichter

Plusmes

Plusmes

De 1500 V gelijkspanning van de tractiegelijkrichter- groep wordt hiermee wel of niet doorgegeven aan de 1500 V rail. De 1500 V rail voorziet de snelschakelaars van spanning.

 

Snelschakelaars

De 1500 V gelijkspanning van de plusrail wordt met deze schakelaars wel of niet doorgegeven aan de bovenleiding. Er zijn meerdere schakelaars zodat de bovenleiding van meerdere kanten gevoed wordt. De snelschakelaar beveiligt de bovenleiding tegen overbelasting en kortsluiting.

 

Snelschakelaars

1500v kabel

Deze kabel brengt de spanning van de snelschakelaar naar de bovenleidingschakelaar. De kabel ligt tussen het onderstation en de bovenleiding.

 

1500 V kabel

Bovenleidingschakelaar

Hier wordt de 1500 V gelijkspanning van de 1500 V kabel wel of niet doorgeschakeld naar de bovenleiding. De bovenleidingschakelaar bevindt zich op het portaal, dus aan het spoor. Toch hoort deze bij het onderstation en bij jouw werkzaamheden. De werkzaamheden kunnen zijn: storingsherstel bij breuk, onderhoud, kwaliteitsmeting en isolatie- waardemeting.

 

Bovenleidingschakelaar

Minmes

Minmes

De 1500 V gelijkspanning die retour komt van de spoorstaven wordt hiermee wel of niet doorgeschakeld naar de tractiegelijkrichtergroep. Zo wordt de stroomkring gesloten.

 

Lightbox TBB

3 kV voedingspunt

3 kV voedingspunt

In veel gevallen staat een 3 kV voedingspunt in een onderstation en soms in een omvormergebouw.
Het 3 kV voedingspunt krijgt via de hoofdverdeelkast 400 V wisselspanning met een frequentie van 50 Hz aangeleverd. Dit is dezelfde frequentie als uit je wandcontactdoos thuis. Het voedingspunt zet deze om in 3000 V (3 kV) wisselspanning met een frequentie van 75 Hz. Vanaf hier gaat de spanning via de SHS naar de 3 kV afnamepunten.

SHS

Hier wordt de 3 kV via een scheidingskap (SHS) wel of niet doorgeschakeld naar de 3 kV afnamepunten langs het spoor. 

De SHS

afnamepunten

3 kV afnamepunten

De 3 kV die langs het spoor loopt wordt geleverd aan de 3 kV afnamepunten die ook langs het spoor staan. Het 3 kV afnamepunt neemt energie af en zet deze om naar 110 V door middel van een transformator. De 110 V wordt vervolgens aan de relaiskast van het seinwezen geleverd. 

lastschakelaar

Langs het spoor zijn op diverse plaatsen in het 3 kV- net lastschakelaars ingebouwd. Deze schakelen delen van het net uit of in. Het SMC schakelt deze lastschakelaars op afstand. Ze worden gebruikt om het storingsgebied bij 3 kV kabelstoringen te verkleinen.

3 kV lastschakelaar

Magnefix rek

Magnefixrek

Een rek waarop de 3 kV samenkomt en wordt afgetakt. Het rek bevat ook de magnefixkappen. Deze kappen kunnen worden verwijderd. Dat noemt men ook wel de kap trekken'.

SV kap

De magnefixkap in het midden van het afnamepunt heet de SV kap. 

SV staat voor: scheidingskap veiligheden.

In deze SV kap zitten zekeringen die de transformator afzekeren. Deze kap kan handmatig worden verwijderd, waardoor je een scheiding maakt naar de transformator in het afnamepunt. 

SV

SK 1 en SK 2

SK 1 en SK 2

Twee magnefixkappen, links en rechts op het afnamepunt, de SK 1 en SK 2.

SK staat voor: scheidingskap.

Deze kappen kunnen handmatig worden verwijderd, waardoor je een scheiding maakt met de rest van het systeem.