Van Alzheimer tot Lewy Body Dementie: waarom de ene dementie de andere niet is.

Dementie is een verzamelnaam voor een aantal ziektes. In de praktijk is het onderscheid tussen deze verschillende typen dementie soms moeilijk te maken. Maar wat gebeurt er eigenlijk in het brein bij een patiënt met dementie? En hoe zijn de verschillende dementie-vormen in de praktijk te herkennen? Met behulp van deze online cursus krijgt u een inzicht in de pathofysiologie en de klinische uiting van de 5 meestvoorkomende typen dementie.

U kunt op ieder moment de e-learning pauzeren en op een later moment weer verder gaan.

DISCLAIMER: deze cursus is bedoeld voor verzorgenden. Indien u uitgebreidere informatie wilt, is dit na te zoeken aan de hand van de termen in deze cursus. Deze cursus is puur ter informatie voor geïnteresseerden , er zitten geen consequenties aan het niet (af)maken  van de e-learning of aan het behaalde resultaat.

Bron afbeelding: http://www.wanttoknow.nl

Deel 1: Meestvoorkomende typen dementie

Doe eens een gok: hoeveel mensen in Nederland hebben dementie? Klik het aantal aan op de horizontale lijn.

Hoeveel mensen in Nederland hebben dementie?

In 2014 hadden 260.000 mensen in Nederland dementie. De verwachting is dat het aantal mensen met dementie zal toenemen tot ongeveer een half miljoen in 2050. Dit komt mede door de 'dubbele vergrijzing': een relatieve toename van het aantal ouderen in de bevolking gecombineerd met een stijging van de levensverwachting. Een recente studie gepubliceerd in The Lancet (een van de grootste medische tijdschriften in de wereld) liet zien dat veel van deze gevallen te voorkomen zijn door de risicofactoren van hart- en vaatziekten aan te pakken (met minder vasculaire dementie als gevolg). 

Niet geheel verrassend: de omvang van dementie neemt sterk toe met de leeftijd: van 10% bij mensen boven de 65 jaar en ruim 20% bij mensen boven de 80 jaar tot 40% bij mensen boven de 90 jaar.

Bron: NHG, Stichting Alzheimer Nerderland.

Welke 5 soorten dementie komen het meeste voor?

  • Ziekte van Alzheimer
  • Dementie bij downsyndroom
  • Korsakov
  • Vasculaire dementie
  • Lewy Body dementie
  • Dementie bij de ziekte van Parkinson
  • Dementie bij hydrocefalus
  • Frontotemporale dementie
  • Creutzfeldt-Jakob
  • Ziekte van Benson
  • Dementie bij de ziekte van Huntington

Meestvoorkomende typen dementie

De 5 meestvoorkomende typen dementie zijn:

  • De ziekte van Alzheimer
  • Vasculaire dementie
  • Frontotemporale dementie
  • Lewy Body dementie
  • Dementie bij de ziekte van Parkinson

Verschillende onderzoeken geven wisselende gegevens over het voorkomen van deze typen dementie. Overduidelijk is wel dat de ziekte van Alzheimer met stip op 1 staat. Rond de 60-70% van de dementie-vormen is van het Alzheimer-type. 

In de rest van deze cursus gaan we in op deze 5 typen dementie. Wat gebeurt er nou eigenlijk in het brein? Hoe kunnen we dat zien op bijvoorbeeld een MRI? En wat is het verschil tussen deze typen dementie in de kliniek. Maar eerst: hoe werkt het gezonde brein?

Deel 2: Het gezonde brein in het kort

We beginnen simpel: de voor- en de achterkant

Om even heel makkelijk te beginnen: de voor- en de achterkant van het brein. Op het plaatje naast deze tekst ziet u de grote hersenen vanaf de zijkant. Wat op het plaatje rechts is, is de voorkant. Dit stuk zit bij het voorhoofd. De grote hersenen heten in de medische terminologie: het cerebrum.

Aan de achterkant ziet u een andere structuur aan de onderkant van het brein zitten (het donkerdere stuk), dit zijn de kleine hersenen. De kleine hersenen heten in medische terminologie: het cerebellum. De eerste functie van het cerebellum is de coördinatie van bewegingen om ze vlot en nauwkeurig te maken. Schade aan de kleine hersenen leidt tot schokkerige bewegingen en kan ook evenwichtsproblemen geven. De kleine hersenen zijn een van de eerste structuren die beïnvloed worden door alcohol, wat de bewegingsproblemen bij dronkenschap verklaart.

Zowel de grote als de kleine hersenen zijn te verdelen in 2 helften: de linker- en de rechterhersenhelft. Op het plaatje op de volgende pagina kunt u dit beter zien.

Bron: wikipedia

De 5 hersenkwabben

De grote hersenen, oftewel het cerebrum, bestaat uit 5 hersenkwabben. Deze kwabben hebben allemaal andere functies, waarvan een heleboel functies ook nog niet bekend zijn. Op het plaatje kunt u de verschillende kleuren onderscheiden:

  • Rood: de frontaalkwab, met name betrokken bij sociaal gedrag, bewuste bewegingen, geheugen, aandacht, plannen en belonen.
  • Geel: de pariëtaalkwab, speelt een belangrijke rol bij het integreren van zintuigelijke informatie en het ruimtelijk denken.
  • Felgroen: de temporaalkwab, met name betrokken bij taal en spraak, geheugen en het gehoor.
  • Lichtgroen: de occipitaalkwab, speelt de grootste rol in het verwerken van visuele informatie.

Hier in het blauw weergegeven zijn de kleine hersenen, oftewel het cerebellum. Op de vorige pagina vindt u daar meer informatie over.

Voor de oplettende lezer: er zijn pas 4 van de 5 hersenkwabben genoemd. De 5e hersenkwab zit middenin de hersenen, als je de grote hersenen in de lengte doormidden zou snijden dan kom je de limbische kwab tegen. Dit limbische systeem is betrokken bij emotie, motivatie, genot en geheugen.


Welke kwab is belangrijk voor het verwerken van visuele informatie?

  • Frontaalkwab
  • Parietaalkwab
  • Temporaalkwab
  • Occipitaalkwab
  • Limbische kwab

Corticaal en subcorticaal

Om het nóg ingewikkelder te maken: de grote hersenen zijn ook weer onder te verdelen in een corticaal stuk en een subcorticaal stuk. 

Op het plaatje hiernaast ziet u een plakje van de hersenen. Dit plakje is gekregen door de hersenen in een coronaal vlak door te snijden: dit is weergegeven op de illustratie. 

In de hersenen ziet u aan de rand een donkerdere kleur dan in het midden van de hersenen. De donkere kleur heet ook wel de grijze stof, oftewel het corticale deel van de hersenen. De lichtere kleur heet ook wel de witte stof, oftewel het subcorticale deel van de hersenen. De oorzaak van verschillende typen dementieën zijn in verschillende delen van de hersenen gelegen. Later in deze cursus komen we hier nog verder op terug.

Bron afbeelding: Humpath.com

Andere hersenstructuren

Er zijn nóg veel meer structuren in de hersenen die allemaal een eigen functie hebben, maar ook heel nauwkeurig met elkaar samenwerken. Dit zijn onder andere de basale ganglia, de hersenstam, de pons, de thalamus, de hypofyse en de hypothalamus. Mocht u geïnteresseerd zijn en hier meer over willen weten, dan verwijs ik u naar de volgende website: kinderneurologie.eu . Door de genoemde termen in te voeren in de zoekbalk komt u alle structuren tegen. Mocht u nóg dieper op de stof in willen gaan dan kunt u dat op deze website doen: Radiology Assistent

U heeft nu een beeld gekregen van het gezonde brein. Nu gaan we aan de slag met de 5 meestvoorkomende oorzaken van dementie. Hierbij zal gebruik gemaakt worden van beeldvorming, zoals een CT of MRI scan, waarbij het niet belangrijk is om precies te begrijpen wat er op de afbeeldingen te zien is. Het gaat er met name om dat u het verschil ziet tussen een ziek brein en een gezond brein. Ter referentie zal telkens een scan van een gezond brein te zien zijn om de twee goed met elkaar te kunnen vergelijken. Mocht u meer informatie willen over hoe een CT of MRI scan nou eigenlijk werkt, dan verwijs ik u naar de volgende websites: MRI CT

Eerst een andere vraag: hoe vindt u de informatie die tot nu toe gegeven is?

  • Veel te veel
  • Te ingewikkeld
  • Precies goed
  • Mag nog wel meer
  • Mag nog wel moeilijker
Deze vraag is ter feedback voor de makers van deze e-learning. Er zitten geen consequenties aan uw antwoord op deze vraag voor zowel de e-learning zoals u hem nu maakt of aan het behaalde resultaat. De e-learning zal, indien nodig, op een later moment aangepast worden aan de feedback die u geeft.

Deel 3: De Ziekte van Alzheimer

Pathofysiologie van Alzheimer

Alzheimer is de meestvoorkomende vorm van dementie. Bij deze vorm van dementie treedt er door het gehele brein langzaam atrofie op: dit betekent dat de hersenen langzaam krimpen. Dit gebeurt sowieso al als je ouder wordt, maar bij mensen met Alzheimer gaat dit proces veel sneller en heftiger. 

Op het plaatje hiernaast zie je een coronale doorsnede van de hersenen (misschien weet u dit nog van een eerdere informatiepagina). Op het rechterplaatje is een patiënt met Alzheimer zichtbaar: er ontstaan grove (in dit geval zwarte) gaten aan de buitenkant van de hersenen zoals bij de rode pijl. Dit is atrofie. (De overige verschillen tussen de twee plaatjes hebben te maken met het niveau waarop de doorsnede is gemaakt).

Bron: Radiology Assistant, Harvard

De Alzheimer-patiënt

Iedere patiënt is weer anders, en het volgende overzicht is dan zeker niet op iedere Alzheimer-patiënt toepasbaar. Uitvoerig onderzoek heeft een beeld gevormd van de klassieke Alzheimer-patiënt:

  • Alzheimer komt maar zelden voor vóór de leeftijd van 65 jaar. Per 5 jaar dat iemand ouder wordt, verdubbelt de kans op Alzheimer.
  • Alzheimer is een vorm van corticale dementie: met name de grijze stof in de grote hersenen is aangedaan.
  • Een Alzheimer patiënt gaat geleidelijk achteruit in zijn of haar functioneren.
  • Een van de eerste symptomen is meestal geheugenverlies, met name gerelateerd aan plaatsing in ruimte en tijd. De functies die te maken hebben met dagelijkse handelingen blijven langer intact.
  • Functies van plannen en organiseren zijn vroeg in de ziekte aangedaan.
  • Later in de ziekte zijn er vaak ook neuropsychologische symptomen zoals terugtrekken uit sociale situaties en het sneller geïrriteerd raken. 
  • In het laatste stadium treden meer problemen op, enkele voorbeelden zijn: slaapproblemen, problemen met de reuk en incontinentie.
  • Iemand met de ziekte van Alzheimer kan zich ook anders gaan gedragen. Zijn karakter verandert. Hij wordt bijvoorbeeld onrustig, achterdochtig of agressief. Of hij wordt juist lusteloos. Zijn stemming kan snel omslaan.
  • De gemiddelde overleving van een patiënt met Alzheimer vanaf het stellen van de diagnose is 8 tot 10 jaar.
Bron: UpToDate, Stichting Alzheimer Nederland


Welke van de onderstaande stellingen kloppen? Er zijn twee antwoorden goed.

  • Alzheimer is een corticale vorm van dementie (grijze stof)
  • Alzheimer treedt meestal op vóór de leeftijd van 65 jaar
  • Slecht lopen is een van de eerste symptomen van Alzheimer
  • De gemiddelde overleving vanaf het moment van diagnose is 8 tot 10 jaar

De typische Alzheimer-patiënt op de afdeling: een fictief voorbeeld.

Mevrouw A. is 75 jaar en woont al 2 jaar op een PG-afdeling van een verpleeghuis. Ze was 2 jaar geleden opgenomen omdat het thuis niet meer ging, haar man kon de zorg voor mevrouw A. niet meer aan. Ze ging zich geleidelijk aan slechter verzorgen en vergat afspraken die ze had staan. Ze had zelfs een keer het fornuis een uur lang vol aan laten staan en wanneer haar man thuis kwam met de boodschappen stond de hele keuken al blauw van de rook. Zelf was ze nergens te bekennen en werd later in het winkelcentrum gevonden door de buurvrouw. 

Op de afdeling is het erg gezellig met Mevrouw A: er valt makkelijk een praatje met haar te maken. Opvallend is is dat ze soms niet op woorden kan komen en dan maar verder gaat met een heel ander onderwerp. Ook vertelt ze u heel enthousiast over haar werk als schoonmaakster hier in het verpleeghuis, iets wat ze vroeger wél gedaan heeft. Ze begrijpt niet dat ze hier nu niet werkt als u dat haar probeert uit te leggen. Soms gaat mevrouw A. een stuk wandelen en vraagt dan herhaaldelijk hoe ze in Huissen kan komen. Ze volgt aanwijzingen in eerste instantie op. Echter na enkele minuten vraagt ze hetzelfde aan een andere werknemer.

Deel 4: Vasculaire dementie

Pathofysiologie van vasculaire dementie

Vasculaire dementie wordt vaak gezien als de meestvoorkomende vorm van dementie na Alzheimer. Patiënten met vasculaire dementie hebben in het loop van het leven vaak meerdere kleine infarctjes gehad waardoor bepaalde delen van het brein te weinig zuurstof krijgen. Opvallend voor deze vorm van dementie is dan ook de achteruitgang in sprongetjes, na ieder infarct (en dus zuurstoftekort) treedt er acuut meer schade op. 

Op de afbeelding hiernaast ziet u een MRI van een patiënt met vasculaire dementie. De hersenen zijn hier horizontaal in plakjes gesneden (medische term: transversale doorsnede). Aan de voorkant zijn de ogen zichtbaar. Binnen de rode cirkels is het zuurstoftekort op dit type MRI wit. De hersenstructuren die hier zitten zullen niet goed meer werken. Afhankelijk van op welke plek de infarcten zitten, verandert het klinische beeld van de patiënt met dementie. 


Bron afbeelding: Radiology Assistant

De patiënt met vasculaire dementie

Niet iedere patiënt met vasculaire dementie zal aan het volgende beeld voldoen. Met name bij vasculaire dementie verschillen de patiënten enorm. Doordat er op willekeurige plekken in het brein zuurstoftekort ontstaat, is het klinische beeld afhankelijk van wélke plekken aangedaan zijn. De volgende punten kunnen belangrijk zijn voor een patiënt met vasculaire dementie:

  • De patiënt gaat vaak in stappen achteruit, er is vaak duidelijk een knik in de dementie te merken.
  • Vasculaire dementie kan zowel corticaal (in de grijze stof) of subcorticaal zijn (in de witte stof). Afhankelijk van waar in het brein de infarcten optreden, kunnen er verschillende symptomen ontstaan. Dit heeft onder andere te maken met de functies van de verschillende hersenkwabben waar eerder informatie over gegeven is. Voor nu gaat het te ver om al deze verschillende vormen te behandelen.
  • Hart- en vaatziekten, zoals langdurig een hoge bloeddruk en hartritmestoornissen, maar ook suikerziekte is een belangrijke factor in het ontstaan van vasculaire dementie.
  • Wat opvalt bij mensen met vasculaire dementie is dat ze langzamer gaan denken, spreken en handelen. Ze kunnen zich moeilijker concentreren. 
  • Naast de geestelijke achteruitgang kan iemand ook lichamelijke verschijnselen hebben. Er kan bijvoorbeeld verlamming, spierverstijving of gevoelsverlies ontstaan.
Bron: UpToDate, Stichting Alzheimer Nederland

Welke van de onderstaande stellingen kloppen? Er zijn twee antwoorden goed.

  • Vasculaire dementie kan zowel corticaal (grijze stof) als subcorticaal (witte stof) zijn.
  • Bij patiënten met vasculaire dementie treedt er nooit uitval op van motoriek.
  • Hart- en vaatziekten spelen een belangrijke rol in het ontstaan van vasculaire dementie
  • Vasculaire dementie heeft een heel typisch klinisch beeld: alle patiënten hebben dezelfde symptomen

De typische vasculaire dementie patiënt op de afdeling: een fictief voorbeeld

Meneer VD woont sinds een maand op de PG-afdeling van een verpleeghuis. Zijn vrouw is blij dat hij nu opgenomen is: hij was al lang de oude niet meer. Normaal was hij best actief en wilde graag dingen ondernemen. Sinds enkele maanden wil hij alleen nog maar zitten en eten. Ook reageert hij opeens boos op vragen die zijn vrouw hem normaal wel kon stellen, dit leek van de ene op de andere dag erger geworden te zijn. 

Op de afdeling valt op dat Meneer VD eigenlijk nog best veel onthoud. Hij weet nog precies wat er gisteren gebeurd is. Het enige wat wel bijzonder is, is dat hij vrij langzaam praat en zich moeilijk lijkt te kunnen concentreren op het lezen van de krant. Ook werkt zijn linkerarm sinds enkele dagen niet echt mee als hij uit zijn stoel probeert te komen, maar hij lijkt geen pijn te hebben. Als u hem probeert te helpen kan hij heel fel reageren. Meneer VD heeft veel medicatie, zijn bloeddruk is te hoog en hij heeft suikerziekte

Deel 5: Frontotemporale dementie

Pathofysiologie van frontotemporale dementie

Frontotemporale dementie is een verzamelnaam voor verschillende klinische syndromen met hetzelfde kenmerk: atrofie frontotemporaal. Dat wil zeggen dat er grote gaten ontstaan in de frontaalkwab en de temporaalkwab (zie 'het gezonde brein in het kort' voor uitgebreidere uitleg hierover). De meestvoorkomende verandering bij deze vorm van dementie is de verandering in het gedrag. Dit is te verklaren doordat een groot deel van het gedrag van iemand in de frontaalkwab bepaald wordt. 

Op het plaatje hiernaast ziet u twee sagittale MRI opnames, links van een gezond persoon en rechts van een patiënt met frontotemporale dementie. De neus van de persoon bevindt zich links op de afbeelding. Hier is duidelijk atrofie van de frontaalkwab te zien, zoals aangegeven door de pijl.

Frontotemporale dementie komt vaker in één en dezelfde familie voor. Er zijn al verschillende foutjes in het DNA aangetoond die ertoe kunnen lijden dat sommige mensen frontotemporale dementie krijgen.

Bron afbeelding: Mayo Clinic


De patiënt met frontotemporale dementie

Zoals al eerder gezegd zijn er meerdere subtypen van frontotemporale dementie, vanaf nu afgekort als FTD. De meestvoorkomende vorm is de variant waarin patiënten waar met name gedragsverandering op de voorgrond staat. De hieronder genoemde punten gelden dan ook met name voor de patiënten met deze variant van frontotemporale dementie:

  • De gemiddelde leeftijd waarop een patiënt de diagnose frontotemporale dementie krijgt is 58 jaar. Dit is duidelijk jonger dan de gemiddelde Alzheimerpatiënt.
  • De meeste patiënten presenteren zich als eerste met gedragsverandering.
  • Disinhibitie treedt vaak aan het begin van FTD op. Dit houdt in dat de rem weg is op het gedrag van de patiënt. De patiënt kan grensoverschrijdend gedrag gaan vertonen, zoals in het openbaar plassen en het zoenen van vreemden. Maar bijvoorbeeld ook het stelen van andermans persoonlijke bezittingen. 
  • FTD-patiënten zijn vaak apathisch (= gebrek aan emotie, enthousiasme en motivatie) en verliezen empathie voor andere mensen. De patiënt komt hierdoor heel passief over en lijkt zich minder te mengen in gesprekken met anderen. Hierdoor worden patiënten in eerste instantie nog wel eens verdacht van een depressie.
  • Hyperoraliteit: de patiënt is meer oraal gefixeerd. Dit betekent dat iemand bijvoorbeeld heel veel gaat eten en daar geen rem meer op heeft (binge eating), met name met zoete etenswaren. Iemand kan ook opeens meer alcohol gaan drinken of meer gaan roken. FTD-patiënten stoppen regelmatig dingen in hun mond die niet voor consumptie bedoeld zijn.
  • Compulsiviteit: opeens moet iets geheel volgens bepaalde regels gebeuren. Bepaalde handelingen of bewegingen worden obsessief herhaaldelijk uitgevoerd volgens een bepaald systeem. 
  • Het geheugen is vaak pas in een later stadium aangedaan. Deze patiënten kunnen soms dus nog wél codes onthouden, ook van de code-deur op de PG-afdeling.
  • Frontotemporale dementie is een vorm van corticale dementie: met name de grijze stof is aangedaan.
Bron: UpToDate


Maak de volgende zin af: Één van de eerste tekenen van frontotemporale dementie is.... Er zijn 3 antwoorden goed.

  • Geheugenverlies
  • Hyperoraliteit
  • Disinhibitie
  • Apathie
  • Depressie

De typische patiënt met frontotemporale dementie op de afdeling: een fictief voorbeeld

Meneer F is 55 jaar en is nieuw in het verpleeghuis. Hij is afgelopen jaar gescheiden van zijn vrouw en raakte snel sociaal geïsoleerd. Het is niet dat hijzelf geen contact wil, maar al zijn vrienden en kennissen willen geen contact meer met hem. Zijn zoon bezoekt hem nog wel regelmatig, echter niet met veel plezier. Meneer F wordt namelijk snel erg kwaad, iets wat hij vroeger echt bijna nooit deed. Als zijn zoon samen met hem gaat wandelen dan vertoont hij onrespectvol gedrag naar voorbijgangers. De huisarts komt op huisbezoek en probeert meneer F enkele vragen te stellen, echter antwoord hij op alles met 'nee' en loopt daarna weg. De huisarts stelt analyse door de neuroloog voor.

Nadat de diagnose frontotemporale dementie gesteld is komt hij naar het verpleeghuis waar u werkt. Hij mengt zich niet echt in de groep en heeft de koelkast inmiddels gevonden: u moet hem tegenhouden niet alles op te eten. Ook loopt hij vaak van de groep weg en gaat dan urenlang op de gang wandelen. U komt hem tegen bij de codedeur en u observeert hem: lijkt hij nou echt de code van de deur te weten? U weet hem nog net op tijd tegen te houden! 

Deel 6: Lewy Body dementie

Pathofysiologie van Lewy Body dementie

Bij Lewy Body dementie ontstaan er kleine ophopingen van stoffen in de hersenen die er niet horen, de zogenaamde 'Lewy bodies', vernoemd naar een Duitse dokter die in 1912 deze ophopingen van stofjes ontdekte. Deze lichaampjes verstoren de werking van de zenuwcellen in het brein.

Op het plaatje hiernaast ziet u een Lewy Body. Dit plaatje is ongeveer 60x zo groot als de werkelijkheid.

Lewy Body dementie heeft enkele overeenkomsten met Alzheimer en Parkinson. Het is dan ook de kunst van de behandelend arts om het onderscheid tussen deze 3 ziektebeelden te maken.

Bron afbeelding: MedicineNet

De patiënt met Lewy Body dementie

Lewy Body dementie (LBD) heeft veel overeenkomsten met zowel Alzheimer als Parkinson. Met name in het begin van de ziekte is het onderscheid soms moeilijk te maken. Naar mate de ziekte vordert is er vaak wel een duidelijk onderscheid te maken. Enkele van de volgende punten zijn daarbij belangrijk:

  • De gemiddelde leeftijd waarop een patiënt de diagnose LBD krijgt is 75 jaar. Opvallend: LBD komt 4x zo vaak bij mannen voor dan bij vrouwen. 
  • Lewy Body dementie kan zowel corticaal (grijze stof) als subcorticaal (witte stof) zijn.
  • Veel patiënten met Lewy Body dementie hebben opvallende fluctuaties in het geheugen en het gedrag. Het ene moment kan er sprake zijn van complete verwardheid en afwezigheid en enkele uren tot dagen daarna kan de patiënt mogelijk weer zo-goed-als-normaal functioneren. Met name in het beginstadium van de ziekte kan dit opvallen. Deze fluctuaties zijn veel heviger dan bij een patiënt met Alzheimer, die ook goede en slechte dagen kent. Het onderscheid met een delier is in dit stadium soms ook nog moeilijk te maken. 
  • 2 van de 3 patiënten met LBD hebben visuele hallucinaties: ze zien dingen die er niet zijn. 
  • Veel patiënten met Lewy Body dementie ontwikkelen 'parkinsonisme': symptomen die op Parkinson lijken maar het niet zijn. Dit kan bijvoorbeeld zijn: stijfheid van ledematen, trillen van armen en benen in rust, vertraging van normale bewegingen en het ontbreken van spontane bewegingen. Er is tevens vaak een verstoorde balans waardoor deze patiënten een redelijk valgevaarlijk kunnen zijn. 
  • Bij 85% van de patiënten met LBD komt een slaapstoornis van het REM-type voor. Dit houdt in dat patiënten erg druk zijn in hun slaap: ze bewegen en praten voortdurend. Bij gezonde patiënten kan dit ook voorkomen, maar opvallend bij LBD-patiënten is dat dit pas later in het leven ontstaat.
  • Ongeveer 40% van de patiënten ontwikkelt een depressie voorafgaand of nadat de diagnose Lewy body dementie gesteld is.
  • Patiënten met LBD kunnen beter geen haldol krijgen, een middel dat werkt tegen bijvoorbeeld hallucinaties. Hier kunnen deze patiënten erg heftig op reageren.
Bron: UpToDate, Wikipedia, Hersenstichting


Welke van de onderstaande stellingen kloppen? Er zijn 2 antwoorden goed.

  • Lewy Body dementie komt vaker voor bij mannen dan bij vrouwen
  • Er zijn maar weinig patiënten met een depressie die ook Lewy Body dementie hebben
  • Visuele hallucinaties houden in dat je dingen ziet die er niet zijn: iets wat vaak voorkomt bij Lewy Body dementie
  • Lewy Body dementie is met name in het begin erg makkelijk te onderscheiden van Alzheimer en Parkinson

De typische patiënt met Lewy Body dementie op de afdeling: een fictief voorbeeld

Meneer L is 85 jaar en woont al jaren op de PG-afdeling van het verpleeghuis waar u werkzaam bent. Hij heeft Lewy Body dementie, iets wat bij hem pas gediagnosticeerd werd nadat hij in eerste instantie opgenomen was voor behandeling van een depressie

Hij wisselt op de afdeling erg veel in hoe hij is: het ene moment is hij hartstikke helder en weet aan u hele verhalen te vertellen en het andere moment herkent hij u niet eens. Hij slaapt erg slecht en ziet soms dingen die er niet zijn. Laatst probeerde hij een vogel te vangen in de huiskamer, terwijl er geen vogel te zien was. Hij loopt tevens steeds slechter; zijn pasjes worden kleiner en hij is nu al een aantal keer gevallen


Deel 7: Dementie bij de ziekte van Parkinson

Pathofysiologie van dementie bij de ziekte van Parkinson

Bij de ziekte van Parkinson ontstaat er een tekort van het stofje dopamine in de hersenen. Dit tekort zorgt ervoor dat deze patiënten minder bewegen, steeds stijver worden en vaak last hebben van tremoren (het onwillekeurig trillen/bewegen van bijvoorbeeld handen of benen). Opvallend is dat deze patiënten vaak voorover gebogen lopen met kleine stapjes en moeilijk bochten kunnen maken (zie afbeelding hiernaast). Deze patiënten kunnen ook moeilijk zomaar stoppen met lopen. Om deze redenen zijn deze patiënten dan ook erg valgevaarlijk. 

Over de pathofysiologie van dementie bij Parkinson is nog niet veel bekend. Het bestaan van Lewy Bodies, zoals in het vorige hoofdstuk besproken, is opvallend bij de patiënten met dementie bij de ziekte van Parkinson.

Bron afbeelding: Wikipedia

De patiënt met dementie bij de ziekte van Parkinson

Dementie bij de ziekte van Parkinson is dus moeilijk te ondervatten. Voorheen was het idee voornamelijk dat het een combinatie was van Alzheimer en vasculaire dementie bij Parkinson. Echter lijkt een mogelijk verband met Lewy Body dementie nu meer waarschijnlijk. 

  • 48% tot 80% van de patiënten met Parkinson krijgt uiteindelijk een vorm van dementie.
  • Risicofactoren voor het ontwikkelen van dementie bij Parkinson zijn: hogere leeftijd, ernst en duur van de Parkinson en de leeftijd waarop de diagnose is gesteld. Patiënten die voor de leeftijd van 70 jaar de diagnose Parkinson krijgen hebben minder kans op het ontwikkelen van dementie dan patiënten die de diagnose op latere leeftijd krijgen. 
  • De geheugenstoornissen bij Parkinson bestaan voornamelijk uit het niet kunnen uitvoeren van taken en het verkeerd interpreteren van visuele informatie (dat wat de patiënt ziet). Het geheugen zelf is beter dan de gemiddelde Alzheimer patiënt en de taal blijft ook langer intact.
  • De patiënt met dementie bij Parkinson heeft net zoals de patiënt met Lewy Body dementie soms last van visuele hallucinaties en slaapproblemen.
  • De dementie bij de ziekte van Parkinson komt pas aan de orde ná de eerste motorische symptomen (zoals loopstoornissen en stijfheid). Dit is ook het verschil met Lewy Body dementie: bij Lewy Body dementie treedt er juist meestal eerst dementie op voordat er Parkinson-achtige verschijnselen ontstaan. Maar onthoud dat er op bijna alle regels in de geneeskunde weer uitzonderingen zijn.
Bron: UpToDate

Welke van de onderstaande stellingen kloppen? Er zijn 2 antwoorden goed.

  • Dementie bij de ziekte van Parkinson lijkt meer op Alzheimer dan op Lewy Body dementie
  • Het ontstaan van Parkinson ná de leeftijd van 70 jaar geeft meer risico op het ontstaan van dementie
  • Patiënten met Parkinson hebben een typisch looppatroon: schuifelende kleine pasjes, voorovergebogen en kunnen niet zomaar stoppen met lopen
  • Hallucinaties komen NIET voor bij de ziekte van Parkinson

De typische patiënt met dementie bij Parkinson: een fictief voorbeeld

Mevrouw P. is 75-jaar en heeft al 5 jaar de ziekte van Parkinson. Ze loopt met kleine schuifelende pasjes en haar linkerarm maakt de hele dag onwillekeurige bewegingen; haar linkerarm schudt de hele tijd. Haar gezicht toont weinig emotie, het is net alsof ze een masker op heeft. Het ging thuis jarenlang goed, ondanks dat mevrouw wel echt al last had van haar Parkinson. Maar sinds een half jaar gaat het slechter; ze probeert thee te zetten maar vergeet er een zakje in te hangen.

Op de afdeling valt haar looppatroon op en haar lichamelijke onrust. Qua geheugen is ze nog relatief goed, er valt met haar goed een praatje te maken. Echter weet ze niet altijd de objecten die voor haar staan te benoemen. Ze weet soms ook niet meer hoe ze bepaalde voorwerpen moet gebruiken en doet dingen in een onlogische volgorde. Laatst probeerde ze zichzelf aan te kleden waarbij ze haar ondergoed over haar kleding aantrok. 

Deel 8: Integreren

Overzichtstabel - 5 soorten dementie op een rij

In onderstaande tabel zijn de 5 behandelde ziektebeelden samengevat. De medische termen zijn hier niet altijd geheel in uitgelegd. Mocht u vragen hebben over deze medische termen dan verwijs ik u in eerste instantie naar het bijbehorende hoofdstuk in deze e-learning. 

Heeft u een beetje een beeld van de 5 ziektebeelden? Hierna volgt een vijftal casus waarin u uw kennis kunt testen. Succes!


Casus 1 - Meneer D

  • Alzheimer
  • Vasculaire dementie
  • Frontotemporale dementie
  • Lewy Body dementie
  • Dementie bij de ziekte van Parkinson

Meneer D  woont op een PG afdeling. Hij is 58 jaar. Een half jaar geleden is hij opgenomen omdat het thuis niet meer ging. Meneer  is voortijdig gestopt met werken omdat de diagnose `burn-out`` werd gesteld. Verder waren er thuis problemen omdat meneer  van een sociale  vriendelijke man  geleidelijk veranderde in een ongemanierde man die zich voor niemand meer leek te interesseren. De geconsulteerde artsen dachten aan huwelijksproblemen en stelden een psycholoog voor. Op de door hem bezochte dagbehandeling at hij de ijskast leeg en onderbrak hij op ongepaste wijze de groepsgesprekken. Andere bezoekers waren bang van hem en wilden niet meer op de dagbehandeling komen.

Op de afdeling kan hij dwangmatig uren via dezelfde route  rondlopen waarbij hij op een gegeven moment van de afdeling af gaat, dat lukt, want hij blijkt deurcode van de PG afdeling  te hebben onthouden.

Welke vorm van dementie zou Meneer D hebben?

Casus 2 - Mevrouw K

  • Alzheimer
  • Vasculaire dementie
  • Frontotemporale dementie
  • Lewy Body dementie
  • Dementie bij de ziekte van Parkinson

Mevr. K. is  74 jaar oud. Er zijn sinds > 3jaar gedragsveranderingen.  3,5 Jaar geleden was zij, op de communie van een van haar kleindochters, na een wandeling  door het dorp ontredderd teruggebracht, omdat zij verdwaald was. Dit voorval was zij een dag later alweer vergeten.

Bij onderzoek maakt zij een heldere indruk, met duidelijk besef van haar omgeving.
Haar man vertelt dat het begonnen is met het vergeten van afspraken zoals de tandarts of de kapper. Geleidelijk aan ging ze zich slechter verzorgen en moest hij haar steeds meer gaan helpen met koken, boodschappen, wassen en aankleden. De laatste tijd kan ze ook steeds moeilijker op woorden komen.

Bij anamnese vertelt mevrouw dat er met haar niets aan de hand is. Bij lichamelijk onderzoek worden geen bijzonderheden gevonden. Bij het afnemen van een geheugentest wordt er duidelijk slechter dan een gezond persoon van haar leeftijd gepresteerd.

Welke vorm van dementie heeft Mevrouw K waarschijnlijk?

Casus 3 - Meneer C

  • Alzheimer
  • Vasculaire dementie
  • Frontotemporale dementie
  • Lewy Body dementie
  • Dementie bij de ziekte van Parkinson

Meneer C. is een keurig verzorgde heer van 75 jaar. Bij binnenkomst valt op dat hij wat schuifelend loopt en zijn gezicht vertoont weinig uitdrukking. Hij praat zacht en soms is hij de draad even kwijt, maar toch is zijn verhaal nog wel te volgen. Bij de dokter gaat meteen een belletje rinkelen: zou Meneer C de ziekte van Parkinson hebben? Meneer vertelt dat hij een jaar geleden erg in de war geweest is, hij had toen ook  een blaasontsteking. In de jaren erna zijn de verwarde momenten steeds meer toegenomen en hij is ook slechter gaan lopen. Mevrouw C begint te huilen. Ze vertelt dat de nachten het grootste probleem zijn. Haar man is de gehele nacht in de weer en dwaalt dan door het huis. Tijdens de nachten ziet hij ook allerlei mensen in huis waar hij dan gesprekken mee voert. Overdag komt het dan soms weer voor dat hij in slaap valt en bijna niet meer wakker te krijgen is. Verder is het zo moeilijk dat haar man zo wisselend is. De ene dag is hij zo helder en hebben ze het zo gezellig samen, bijna net als vroeger. De andere dag is hij volledig in de war, ziet hij van alles wat er niet is en kan ze hem geen moment uit het oog verliezen, ook omdat hij regelmatig valt. De huisarts heeft hem haldol voorgeschreven ivm het zien van vreemde mensen maar daar werd het allemaal veel slechter van.

Welke vorm van dementie heeft Meneer C waarschijnlijk?

Casus 4 - Meneer B

  • Alzheimer
  • Vasculaire dementie
  • Frontotemporale dementie
  • Lewy Body dementie
  • Dementie bij de ziekte van Parkinson

Meneer B is een 75-jarige schipper die 14 jaar geleden gediagnosticeerd werd met de ziekte van Parkinson. De laatste maanden vertelt zijn vrouw dat hij toenemend in de war is. Hij lijkt terug te gaan in de tijd; Hij denkt dat hij op zijn schip is terwijl hij al 10 jaar geleden gestopt is met varen. Eerder zette hij zelf nog koffie, het duurde lang maar lukte wel. Nu houdt hij er halverwege mee op. Hij kon kleine klusjes zelfstandig uitvoeren, nu gebeuren er ongelukken omdat hij zichzelf niet corrigeert als het mis gaat. 2 jaar geleden is hij een tijd depressief geweest.

Bij verder onderzoek blijkt ook nog vertraging in denken en handelen. Geheugen relatief goed. Plannen en organiseren is ernstig gestoord.

Welke vorm van dementie heeft Meneer B waarschijnlijk?

Casus 5 - Mevrouw B

  • Alzheimer
  • Vasculaire dementie
  • Frontotemporale dementie
  • Lewy Body dementie
  • Dementie bij de ziekte van Parkinson

Mevrouw B is de laatste jaren lichamelijk behoorlijk aan het kwakkelen. Zo is er ouderdoms suikerziekte bij haar vastgesteld, haar bloeddruk is al lang te hoog en ook heeft ze recent een hartinfarct gehad. Ze wordt bezocht op verzoek van haar man. Hij geeft aan dat hij helemaal gek wordt van zijn vrouw. Hij herkent haar niet meer als de vrouw waarmee hij ooit getrouwd is. Ze zit de gehele dag thuis voor het raam te roken. Als hij haar voorstelt om een eindje te gaan wandelen in het bos, dan wil ze niet terwijl ze dit vroeger heel leuk vond. Door de inactiviteit is ze steeds zwaarder geworden, dit komt overigens ook door het dwangmatige eten. Ook kan ze plotseling heel heftig en boos reageren. Dat kent hij helemaal niet van haar. Zou ze depressief zijn?

Bij het kennismaken blijkt mevrouw een vriendelijke dame te zijn. Ze maakt geen sombere indruk en ontkent ook somber te zijn. Ze weet, tot verbazing van haar man, wel te vertellen wat voor dag het vandaag is en ook waar ze woont. Bij lichamelijk onderzoek een zware dame met een hoge bloeddruk van 180/100 en lijkt er uitval te zijn van enkele spieren.

Welke vorm van dementie heeft Mevrouw B waarschijnlijk?

EINDE

U heeft het einde van deze e-learning over dementie bereikt, bedankt voor uw aandacht! Bovenin het scherm kunt u de gehele cursus downloaden als PDF. (zie rode Adobe pdf knopje naast het logo van 'easygenerator')


Bij vragen, feedback, opmerkingen of anderszins kunt u contact opnemen met: [email protected]



Belangrijke bronnen: patientvignetten / casus door Marieke Meeuwis, UpToDate, Radiology assistent