Fysieke belasting en veiligheid

Werken met kinderen van 0 tot 4 jaar vraagt om tillen, langdurig hurken, knielen, op de grond zitten. Het is een zware fysieke belasting. In deze module leer je verstandig tillen, zowel voor je eigen veiligheid als die van de kinderen waarmee je werkt. 

 

Verstandig tillen

Wat moet je kennen en kunnen?

Elk blokje in deze cursus levert je wat bouwstenen op voor de proeve van bekwaamheid. Daarin laat je in een paar situaties zien dat je beschikt over de betreffende vaardigheden. Hieronder lees je om welke vaardigheden het gaat bij 'verstandig tillen' en in welke situaties je dit dient te laten zien.

Gedurende het werken aan dit blokje verzamel je 3 ingrediënten voor je portfolio: (1) een plan ter voorbereiding van een tilsituatie, (2) lijst met tips uit een observatie van collega's en (3) feedback op jouw oefening met tillen in verschillende situaties.

Wat moet je kunnen?

  • Aan de hand van de richtlijnen voor fysieke belasting bepalen wat je zelf kunt tillen, waar je anderen bij vraagt en wat je ook niet tilt.
  • Regels voor verstandig tillen toepassen bij het tillen van kinderen in verschillende situaties en met verschillende aandoeningen/beperkingen.
  • Binnen de veiligheidsmarges het kind zoveel mogelijk uitdagen tot zelf doen.

In welke situaties?

  • Tillen en begeleiden van een kind van de stoel naar de grond en andersom.
  • Met een klein kind lopen, gebruik makend van lichamelijk contact.
  • In zowel een juiste zittende als juiste staande houding werken met een kind.
  • Zowel een kind met weinig spierspanning als een kind met veel (plotselinge) spierspanning veilig kunnen dragen/ hanteren. 

Beoordelingscriteria

  • Zorgt voor bewegingsruimte bij tillen ('hefboomwerking')
  • Neemt de tijd voor de handeling(en)
  • Werkt op de juiste hoogte
  • Kiest de juiste houding tijdens het werken, met name met het oog op belasting van de rug
  • Waarborgt voortdurend de veiligheid van het kind
  • Maakt gebruik van de juiste steunpunten bij het kind
  • Vertelt het kind wat er gaat gebeuren
  • Vraagt om hulp als dit nodig is
  • Maakt gebruik van hulpmiddelen die er zijn
  • Benoemt de tilregels als gevraagd wordt naar een toelichting op het eigen handelen

Denk om je lijf!

Belast je lichaam op een goede manier

Tillen en dragen horen bij de dagelijkse verzorging van een kind dat nog niet kan kruipen of lopen. Kinderen met een motorische beperking zullen vaak langer getild en gedragen moeten worden. Bovendien verloopt het tillen en dragen anders dan bij een kind dat zich automatisch vasthoudt en actief mee kan helpen.

De veelheid aan bewegingen brengt gezondheidsrisico's met zich mee als je bewegingen als tillen, dragen en duwen niet goed uitvoert. Om te voorkomen dat je na je werk thuis op de bank van vermoeidheid instort en om te voorkomen dat je op latere leeftijd met lichamelijke klachten moet leren leven, is het belangrijk dat je nu verantwoord met je lichaam omgaat.

Het is belangrijk dat je jezelf aanleert om op een goede manier je lichaam te belasten. Deze module is hierin ondersteunend. We reiken je principes aan om overbelasting te voorkomen. Realiseer je echter dat het de nodige tijd kost om een goede manier van bewegen te ontwikkelen. 

Tip: dit is overigens een waardevol onderwerp om eens met ouders van de kinderen te bespreken. We komen regelmatig overbelaste ouders tegen. Met een paar tips, zoals in deze cursus opgenomen, zijn sommigen van hen ook al een stukje geholpen. 

Basisregels voor gezond werken

Belasting en overbelasting

Klachten ontstaan doordat de balans tussen belasting en belastbaarheid is verstoord. De belasting wordt niet alleen bepaald door het gewicht van je kind en het aantal keren dat je het moet tillen / dragen, maar ook door het totale pakket aan zorgen, taken en activiteiten dat op je schouders rust. Dat geldt ook voor belastbaarheid. Deze wordt aan de ene kant bepaald door lichamelijke factoren zoals bouw, spierkracht, conditie en gezondheid maar ook door andere factoren: hoeveel kun je hebben?


Liggen en staan zijn natuurlijkere houdingen dan zitten en bukken. Wanneer we gaan tillen neemt de druk toe, vooral in de onderrug. De problemen ontstaan wanneer zo’n houding fout, langdurig of veelvuldig wordt uitgevoerd. 

Een voorbeeld: we stellen een druk van 140 kg vast op de onderste tussenwervelschijf als we zittend aardappelen schillen. Wanneer we een last van 50 kg opheffen, zien we op dezelfde plaats een druk van 300 kg.


Welke klachten komen veel voor?

Het meest voorkomend zijn rugklachten. De wervels van onze rug worden voortdurend belast, zelfs wanneer we gewoon zitten, staan of lopen. Tillen is een zware belasting voor je rug: bij iedere tilmanoeuvre komt er grote druk op wervels en de tussenwervelschijven. Als je goed tilt (met een rechte rug en het gewicht dicht bij je) wordt die druk goed verdeeld. Maar til je met een ronde en/of gedraaide rug en het gewicht verder van je verwijderd, dan worden delen van de wervels en tussenwervelschijven op sommige punten nog veel zwaarder belast en kunnen er op den duur klachten ontstaan door schade of overbelaste spieren. Naast rugklachten zijn ook schouderklachten veel voorkomend: de kracht die met de armen geleverd moet worden leidt vaak tot spanning in nek en schouders.

De volgende regels stimuleren een gezonde werkhouding:

Regel 1: Laat het kind zoveel mogelijk zelf doen

Een kind dat zelf door middel van een trapje op de aankleedtafel kan kruipen hoeft niet op de tafel getild te worden. Een kind dat kan gaan staan, hoeft niet vanuit een liggende positie opgetild te worden. Een kind zelf laten staan en klimmen, voor de kinderen die dat kunnen, is niet alleen goed voor je eigen gezondheid, het bevordert ook de zelfstandigheid van het kind. 

Regel 2: Bereid je taak goed voor

Loop voordat je de taak gaat uitvoeren deze eerst in gedachten door. Een niet goed georganiseerde taak leidt tot onnodige handelingen en dus tot een hogere lichamelijk belasting. Zorg ervoor dat je alle benodigde spullen bij de hand hebt voor je begint. Bedenk wat de handigste volgorde is om handelingen uit te voeren. Zorg voor voldoende ruimte om te werken. En bereid voordat je de taak begint ook het kind op de handeling voor. 

 

Regel 3: Til waar nodig samen of gebruik hulpmiddelen

  • 0 - 20 kilo mag je alleen tillen
  • 20 - 40 kilo til je met twee personen
  • meer dan 40 kilo til je met hulpmiddelen, bijvoorbeeld een tillift

Let op! Bij veelvuldig tillen gaat de tilnorm omlaag. 

Bereid je voor

Tillen van kinderen met een motorische beperking

Meest voorkomende problemen:

  • Bij een kind met een hoge spierspanning en een beperkte hoofdcontrole blijft het hoofd achter en gaat het lichaam nog meer strekken.
  • Bij een kind dat zich niet snel kan aanpassen aan houdingsveranderingen en/of snel schrikt treedt bij het optillen een schrikreactie op, waardoor je grip verliest op je kind.

  • Bij kinderen met een lage spierspanning voelt het kind slap aan: zijn hoofd hangt naar achteren en je hebt het gevoel dat het kind tussen je handen wegglijdt.
  • Bij een kind dat veel onwillekeurige bewegingen maakt neemt de onrust vaak toe bij het tillen, zeker als we dit snel doen.

Maak van tevoren een plan: hoe zwaar? waarheen? geen obstakels?

Bedenk van tevoren hoe je het tillen aan gaat pakken zodat je rekening kunt houden met eventuele moeilijkheden. Bijvoorbeeld: eerst alles klaarleggen en dan pas het kind betrekken. Hierdoor hoeft het kind ook niet onnodig lang te wachten. 


Let op: 

  • Een rolstoel verschuift vaak, ook wanneer hij op de rem staat.
  • Beperk de tilafstand. 
  • Zorg dat er niets in de weg staat. 
  • Let op schoeisel bij gladde ondergronden.
  • Klap eventuele beensteunen weg. Denk ook aan de beugels naast het toilet. 
  • Maak voor jezelf ruimte om te kunnen tillen.
  • Weet hoeveel een kind weegt. Vergeet niet dat slappe kinderen zwaarder aan kunnen voelen en andere kinderen door actief mee te werken juist de last kunnen verlichten. 
  • Wanneer kinderen een stafunctie hebben moet je hier gebruik van maken. Gebruik de mogelijkheden die het kind heeft. Overleg dit eventueel met de fysio of ergo van het kind.

Neem 3 kinderen met wie jij vandaag of morgen werkt in gedachten. Ga per kind na:

  • Kan je dit kind alleen tillen of dien je hulp in te schakelen? 

     

  • Wat kan dit kind zelf en waar heeft hij of zij hulp bij nodig? Bedenk dit voor de volgende twee situaties: (1) van de grond naar de stoel en (2) van de stoel naar de verschoontafel.

Maak hiervan een kort verslag en bewaar deze in je portfolio (dit is een los document dat je zelf samenstelt en gebruikt in je gesprek(ken) met je begeleider.

Tillen: de regels

Rijndam heeft 9 regels opgesteld voor verstandig tillen. Zorg dat je de regels snapt, kent, oefent en toepast. Ze zijn er om de fysieke belasting in het werk zoveel mogelijk te verlichten. En om het werk zo veilig mogelijk te doen, zowel voor jezelf als voor de kinderen.

Hieronder vind je de 9 regels. We lichten een paar regels nader toe. Onderaan vind je een link naar een handout waar alle regels op zijn uitgewerkt.

9 regels voor verstandig tillen

  1. Buk en til niet onnodig, gebruik hulpmiddelen.
  2. Neem de tijd
  3. Maak een plan
  4. Til gelijkmatig (1, 2, 3 regel)
  5. Sta recht voor de last
  6. Til dicht bij je
  7. Zorg dat je stevig staat
  8. Zorg voor een goede conditie
  9. Luister naar je lichaam

______________________________________________________________________________________

Til gelijkmatig

Zet bij tillen de beweging zo rustig mogelijk in gang. Wanneer je plotseling of met een ruk begint te tillen, ontstaan er enorme piekkrachten in je lichaam. Die kunnen klachten veroorzaken. Neem dus de tijd om de kracht rustig op te bouwen in drie tellen. We noemen dat ook wel de 1,2,3-regel.

Tips:

  • Betrek het kind bij het tellen tot drie. Een kind kan beter meewerken wanneer het van tevoren instructies krijgt over hoe en wanneer het moet meewerken.
  • En.. trek je navel in bij het tillen. Gebruik je buikspieren.

Sta er recht voor

Voorkom draaien in de rug door altijd recht voor het kind, het materiaal of de werkplek te gaan staan. Verplaats je voeten als je moet draaien.

Bij alles wat je doet is het belangrijk dat je rug in de S-vorm blijft. Hierbij heb je een holling in de onderrug en een bolling in de bovenrug. Wees een beetje 'trots op jezelf'. 

Til dicht bij je

Voorkom dat je moet reiken. Een last ver van je lichaam levert een veel grotere belasting in je rug op dan dezelfde last dicht bij je lichaam. 

  • Til symmetrisch 
  • Til niet hoger dan schouderhoogte
  • Buig door je knieën 
  • Beweeg langzaam
  • Adem door tijdens het tillen

Zorg dat je stevig staat

Gebruik een breed steunvlak voor je voeten. Zoek een goede balans. 

Doe dit voordat je met tillen begint. Als je dat niet doet, til je snel te ver van je lichaam en teveel vanuit je rug. 

Gebruik bij het maken van een draaibeweging je benen in plaats van je rug door je voeten te verplaatsen. 

Til niet als je het niet aandurft. Schakel dan hulp in.

We hebben alle tilregels op een rijtje gezet in een handig document. Dat kun je hier bekijken en downloaden.

Een kind optillen. Wat is de juiste houding?

Een klein kind / baby van de grond tillen

Vraag jezelf eerst af of het kind wel getild moet worden. Vervolgens is de uitgangshouding van het kind een bepalende factor voor de manier waarop je het kind het beste optilt. Daarnaast kijk je naar de beperking van het kind.

Optillen van laag naar hoog gebeurt bijvoorbeeld bij het uit bed of uit de box halen, uit een wandelwagen of van de grond tillen.

Tips

Bedenk waar je het kind heen wilt tillen (bv. stoel, grond of bed)

Hurk voor of achter het kind

Ga stevig staan

Zet het kind eerst op de benen als het kan staan.

Trek het kind dicht tegen je aan.

Sta vervolgens op.

Een kind optillen dat op zijn rug ligt

Kniel naast het kind en rol het via zijn heup op zijn zij.

Breng je arm tussen de beentjes op zijn buik te ondersteunen.

Je andere arm breng je onder de oksel van het kind door, zodat het verder kan draaien op zijn buik en als het ware op je onderarm komt te rusten.

Een kind optillen dat op de grond zit

Zorg dat je op je knieën dicht achter het kind komt te zitten. Pak het kind onder de knieën vast, terwijl je bovenarmen steun geven aan zijn schouders. Trek hem dan in deze zithouding zo dicht mogelijk naar je toe en voel of je hem zo kunt optillen. Daarna kom je zelf meer rechtop, zodat je op je knieën staat. Zet één voet naar voren en sta dan op. 

Een kind uit een kinderstoel tillen

  • Bedenk vooraf waar je het kind heen wilt tillen. 
  • Zet de stoel daar zo dicht mogelijk bij.
  • Ga zo dicht mogelijk bij de stoel staan.
  • Als het werkblad weg kan, haal dit dan weg.
  • Kan de stoel in hoogte versteld worden? Pas het dan aan jouw lengte aan.

Jouw positie ten opzichte van de stoel is afhankelijk van de stoel en het kind (hoogte rugleuning, armleuningen, mogelijkheden van het kind om mee te helpen)

Betrek je kind zoveel mogelijk bij het tillen, dat kan het tillen lichter maken

Vertel het kind wat er gaat gebeuren, zodat het kan anticiperen op wat er gebeuren gaat en binnen zijn mogelijkheden zoveel mogelijk kan meehelpen, bijvoorbeeld: proberen te ontspannen (bij hoge spierspanning), proberen aan te spannen (bij een lage spierspanning), hoofd optillen, armen naar je uitstrekken en je vasthouden, een momentje steun nemen op de benen.

Tijdens het tillen/neerleggen en dragen is het, zeker bij kinderen met spasticiteit, goed om rotaties bij het kind in te bouwen. Dit vermindert de spasticiteit en stimuleert de bewegingen die nodig zijn om van houding te veranderen.

En gebruik steunpunten

Met de benen of vrije arm ergens tegen steunen ontlast de rug. Door het steunpunt verkleint men de hefboom van de last die inwerkt op de rug. Ook wordt het steunvlak groter waardoor een stabiele houding makkelijker is om aan te houden. 

Hoe til jij dit kindje van de grond?

Video 1

Zou jij het ook zo doen? Waarom wel of niet?

Video 2

Of zou jij het zo doen? Waarom wel of niet?

  • Ik kies voor de aanpak uit video 1 omdat....
  • Mij spreekt de aanpak uit video 2 aan omdat...

Inhoud zonder titel

Hoe til je dit meisje uit haar rolstoel op een fiets?

Video 1

Bekijk deze video. Lijkt je dit de juiste manier van tillen?

Video 2

Of lijkt je dit de juiste manier? Licht je antwoord toe.

  • Video 1
  • Video 2

Een kind neerleggen

Een kind neerleggen in bed, box of op de grond

Bij het neerleggen is het extra belangrijk dat je het kind vertelt wat er gaat gebeuren omdat dit vaak als onveilig wordt ervaren. Ook rustig praten is hierbij belangrijk.

Je kind zit met zijn rug tegen u aan. Verplaats het kind naar één van uw bovenbenen, zodat hij straks over je andere been kan draaien. Breng je arm voor hem langs onder zijn oksels door. Je kunt nu gaan staan. Kniel met één knie op de grond. Het neerleggen dient vooral rustig en voorzichtig te gebeuren. Draai het kind over je andere bovenbeen tot hij half op zijn zij en half op zijn buik ligt. Zijn beentjes worden door de andere hand geleid. Breng het kind nu langzaam naar de grond of het bed en laat het even voelen waar het terecht komt. Leg je kind rustig op zijn zij neer en laat het daarna naar de buik of rug rollen.

Op deze manier kun je het kind ook in de box neerleggen. Diep bukken is een zware belasting voor de rug. Een oplossing is de boxbodem te verhogen maar dat is alleen veilig als het kind nog niet zelf gaat zitten. Een hoog bedje waarvan een zijhek naar beneden kan, is ook een oplossing of een hoog/laagbedje.

Een kind neerzetten in een autostoeltje 

Bij het in een autostoeltje neerzetten kun je het kind het beste tillen met zijn zij tegen je aan. Steun het kind onder de knieën, achter de schouders en rug. Houd hem dicht tegen je aan, zo is de last minder.

Zet één voet in de auto, zodat het kind nog even op je knie kan steunen en niet alle gewicht aan je rug hangt. Probeer bij het neerzetten in een autostoeltje het kind meteen goed met de billen achter in de stoel te zetten. Bij een tweedeursauto met een stoeltje achterin, moet u zelf zover mogelijk de auto ingaan. Een vierdeursauto of voorin bij een tweedeursauto zonder airbag is handiger.

Observeer collega's bij het tillen.

Observeer de komende dagen 3 collega's bij het tillen van een kind. Kies verschillende situaties. Per situatie:

  • Beschrijf kort de situatie
  • En houd per keer 2 of 3 aandachtspunten vast die je uit de betreffende observatie meeneemt.

Het verslag van deze observaties bewaar je in je portfolio.

Dragen van kinderen met een motorische beperking

Hieronder volgen vier mogelijkheden voor het dragen van een kind met een handicap.

 

1. Dragen van een klein kind tegen je aan

Je draagt het kind tegen je schouder en ondersteunt het onder de bips en bij het hoofd. Het lichaamscontact geeft het kind een gevoel van veiligheid. Dit is een ideale houding voor na het eten en om te troosten. Door de armen van het kind over je schouder te leggen zal het kind beter opstrekken en kan het rondkijken. Ook oefen je op deze manier de hoofdbalans.

Een nadeel van deze houding is dat het kind zich gemakkelijk kan strekken en zijn hoofd naar achteren kan bewegen. Het is dan moeilijk om grip te houden op je kind en vooral als je kind al sterk de neiging heeft om te strekken is dit een manier van dragen die niet aan te raden is.

2. Dragen van een kind op de heup

Door een jong kind op de heup in de holte van de arm te dragen maak je het mogelijk voor het kind om zich heen te kijken en ziet het kind ook waar je heengaat. Dit is een goed manier om een kind te dragen dat de neiging heeft zich totaal te strekken.  Belangrijk is dat de beide armen van het kind naar voren komen. Wanneer de arm van het kind achter de rug van de ouder verdwijnt kan het kind zich gemakkelijker strekken.  Door het kind iets meer rechtop te dragen kun je een beroep doen op zijn romp- en hoofdbalans door zijn hoofd op te richten en in de middellijn te houden. Door de bewegingen van de persoon die het kind draagt wordt er voortdurend een beroep gedaan op de evenwichtsreacties van het kind.

Deze manier van dragen is zeker aan te raden bij kinderen die slap aanvoelen en bij kinderen met een wisselende spierspanning. Bij deze groep kinderen is juist het geven van zoveel mogelijk steun (stabiliteit) belangrijk.

Een ouder kind kun je op dezelfde manier dragen maar dan met de benen gespreid zittend op je heup. Op deze manier kun je ook het ‘scharen’ van de benen tegengaan. Het is aan te raden om het dragen op de linker- en rechterheup af te wisselen om een symmetrische ontwikkeling te stimuleren. Als je kind sterk de neiging heeft om zijn hoofd naar één kant te draaien zal het kind zoveel als mogelijk gedragen moeten worden aan de kant waar hij naar kijkt  om te stimuleren dat het kind zich naar de ouder toedraait om oogcontact te maken of juist op de andere kant als het kind uitgelokt wordt door zijn omgeving.

3. Dragen van een kind recht voor / kind kijkt naar de omgeving

In deze positie leunt het kind tegen de borst van de persoon die draagt. De mate van steun die gegeven wordt is afhankelijk van de mate van hoofd- en rompbalans. Door het kind in deze ‘flexiehouding’ te dragen kun je voorkomen dat het kind zich gaat strekken. Probeer erop te letten dat het kind zijn hoofd in het midden houdt en de schouders naar voren gericht zijn.

Tip: Het is beter is om je handen onder de bovenbenen van het kind vast te houden.

4. Dragen in liggende houding

Je ene hand is onder de oksels van het kind en de andere steunt de buik en de benen. Door je hand tussen de benen van het kind te plaatsen kun je ook het strekken en ‘scharen’ van de benen voorkomen. Bij deze manier van tillen wordt de rug mooi gestrekt en daardoor wordt het kind ook gestimuleerd zijn hoofd op te tillen. In deze houding kan de zijde die van je af is, nog wat extra gestrekt worden als dat wenselijk is. Ook kun je de romp iets meer richting buikligging draaien en op die manier rotatie inbouwen.

Hoe en waarom draag jij een kind?

Je hebt net 4 manieren gelezen om een kind te dragen. Ga voor 3 van jouw kinderen na wat voor jou en het kind de beste manier is. Beschrijf kort je aanpak en het waarom. bewaar dit in je portfolio.

Vanaf de grond werken met kinderen

Goede zithouding bij werken op de grond

Lang op de grond zitten in een verkeerde houding is fysiek zwaar. Zittende activiteiten op de grond die langer dan vier minuten duren, kunnen alleen uitgevoerd worden met een goede rugsteun, zitkussen of met andere hulpmiddelen.

Aandachtspunten

  • Strek je rug goed op
  • Zorg dat je niet in je rug draait
  • Voorkom dat je gaat reiken buiten je steunvlak
  • Gebruik een rugsteun
  • Als dit kan: houd je benen gestrekt voor je of in kleermakerszit.

Je wilt met dit meisje het lopen gaan oefenen. Hoe pak je het aan?

Video 1

Zou jij het zo doen?

Video 2

Of zo? Waar baseer je je keuze op?

  • Video 1
  • Video 2

Tillen van kinderen met een specifieke aandoening

Tillen bij spastische kinderen: Cerebrale Parese

Spastische kinderen hebben erg veel moeite met het aanpassen van hun spierspanning tijdens activiteiten. Kinderen met een lage spierspanning weten het onvoldoende op te bouwen en komen over als slappe kinderen. Kinderen met een hoge spierspanning reageren met te veel spanning en kunnen als een ‘plank’ aanvoelen. Wanneer je de benen en armen recht maakt, dan reageert hun lichaam vaak door volledig te strekken. Vaak zijn spastische kinderen in rust (bv zitten in de stoel) erg slap en reageren ze met te veel spanning wanneer er een activiteit van ze wordt gevraagd (bv opstaan).


  • Bij kinderen met CP die de neiging hebben om te strekken, werkt het het beste om het kind als het ware dubbel te vouwen. Hou armen en benen van de kinderen zo veel mogelijk gebogen om volledig strekken te voorkomen.
  • Spastische kinderen kunnen vaak het best actief bewegen wanneer ze in een gebogen houding ‘zitten’.
  • Voorkom dat het kind praat en probeer niet te veel grapjes te maken tijdens het tillen.
  • Praten en lachen verhoogt de spierspanning waardoor het kind minder goed mee kan helpen met tillen
  • Tillen onder de oksels verhoogt de spierspanning


Bij vrijwel iedereen wordt de spanning en alertheid verhoogd bij een prikkel in je oksel. Wanneer de prikkel pijnlijk is dan is je reactie nog heftiger. Spastische kinderen hebben erg veel moeite met het normaal doseren van spanning en zullen nog heftiger reageren.

Tillen bij ‘slappe’kinderen: spierziekten, spina bifida, syndromen


Zorg dat je het kind goed ondersteunt. Indien mogelijk: til het kind als een stoeltje. Til eventueel met 2 personen omdat een kind dat slap is zwaarder voelt dan een kind dat actief mee kan helpen.


  • Vermijdt het tillen onder de oksels

In je oksel lopen zenuwen en bloedvaten heel oppervlakkig. Wanneer je een kind stevig vasthoudt onder de oksel kan je de bloedvaten dichtduwen of kapot maken. Zorg voor een goede ondersteuning aan gewrichten; trek niet aan de armen

Kinderen met weinig spierspanning zijn minder goed/ niet in staat om hun lichaam als een geheel te bewegen en kunnen dus ook niet meehelpen tijdens een tilhandeling.


  • Let goed op de positie en ondersteuning van hoofd en nek.

Wanneer je niet in staat bent om je hoofd goed boven je romp te houden valt je hoofd snel naar achteren of met je kin op je borst. Dit is pijnlijk, bovendien vergroot het de onmacht over je eigenlijk lichaam sterk, wanneer je je hoofd niet onder controle hebt.

  • Indien mogelijk; til het kind als stoeltje


Je werkt met dit jongetje van 3 jaar. Hoe til je hem op de verschoontafel?

Transfer van stoeltje naar verschoontafel:

 

  • Zorg dat de stoel en de verschoontafel op dezelfde hoogte staan
  • Laat , indien mogelijk, het kind zoveel mogelijk meehelpen
  • Laat, indien mogelijk, het kind steun nemen op de voeten, zodat je het niet helemaal hoeft te tillen.              

 

 

NB: wil je het kind na het verschonen nog op de WC zetten zorg dan voor goede hygiëne. Bijvoorbeeld:  leg een handdoek in de stoel, of leg een handdoek in het kruis van het kind. Draag zelf een plastic schort.

 

En weer terug...

 

Video A

Zou jij het zo aanpakken? Waarom?

Video B

Of kies je voor deze aanpak? Beargumenteer je keuze.

  • Ik kies voor de aanpak in video A
  • Ik zou de aanpak in video B volgen.

Oefen met tillen en vraag feedback

Welke situaties doen zich de komende week voor waarin je kunt oefenen met tillen? Kies 3 situaties en vraag een collega om feedback. Beschrijf deze feedback.

Neem dit op in je portfolio.

Een goede conditie...

... is het halve werk.

Goed bewegingsgedrag en gebruik van hulpmiddelen helpen om veilig te werken, zowel voor jezelf als voor de kinderen.

Daarnaast helpt een goede conditie. Spieren die je vaak belast door tillen en rijden, kun je sterker maken middels oefeningen. In het filmpje hiernaast demonstreert ..., fysiotherapeut, een aantal oefeningen.

Je gaat vast in het werk situaties tegenkomen die lastige en/of zware handelingen vereisen. Een waar de regels niet eenduidig toe te passen zijn. Bespreek deze situaties met je collega's en bedenk samen oplossingen. Gezond werken is een zaak van alledag.

Rijden en verplaatsen van materialen

Wat moet je kennen en kunnen?

Gedurende het werken aan dit blokje verzamel je twee ingrediënten voor je portfolio: (1) een lijstje met tips voor veilig rijden met een rolstoel en (2) feedback op jouw manier van werken met een rolstoel.

Wat moet je kunnen?

  • Volgens de regels verplaatsen en rijden met materialen.
  • Volgens de regels rijden met kinderen in een rolstoel.

In welke situaties?

  • Klaarzetten en opruimen van materialen voor de groep
  • Rijden van een kind in een verplaatsbare stoel/ rolstoel

Beoordelingscriteria

  • Heeft de handvaten op de goede hoogte afgesteld
  • Zorgt voortdurend voor veiligheid van het kind
  • Vraagt hulp wanneer nodig
  • Maakt gebruik van de aanwezige hulpmiddelen bij het leren fietsen
  • Zorgt voor voortdurende veiligheid
  • Kan besluiten om iets toch niet te verplaatsen, en kan dit besluit toelichten

Werken met een statafel

Een statafel wordt binnen de peutergroepen gebruikt om een kind sta-ervaring op te laten doen, waarbij hoofdbalans getraind kan worden evenals steun nemen op de benen. Bovendien is dit een houding waarin een kind zijn handen in kan zetten om te spelen. 

Aandachtspunten:

Maak de afstand tussen de statafel en het kind vooraf klein. Bijvoorbeeld door het stoeltje dichtbij te zetten.

Staat de stafel op de remmen?

Zijn de fixatiebanden los?

Laat het kind zoveel mogelijk zelf meehelpen. Zet bijvoorbeeld de voeten al op de voetenplank en laat het kind dan met hulp komen staan.

Rijden met een (rol)stoel

Hoe rijd je een kind in een (rol)stoel?


Bij een rolstoel of duwrolstoel: 

  • zijn de duwsteunen in hoogte verstelbaar
  • loop rechtop
  • met de armen licht gebogen
  • blijf dicht bij de rolstoel

Bij een stoel:

  • is de stoel in hoogte verstelbaar?
  • als de lage stoel niet verstelbaar is in hoogte en je moet toch duwen: probeer dan te steunen op de stoel terwijl je rijdt. Dan neem je iets belasting van je rug af.


Veiligheid

Zit het kind veilig in de (rol)stoel? Denk hierbij onder andere aan:

  • heupgordel
  • zitbroek
  • borstfixatie
  • hoofdsteun
  • voeten op de voetenplank

Tips voor veilig rijden

Interview 2 ervaren collega's

Welke tips hebben zij voor jou als het gaat om veilig rijden met een rolstoel? Wat zijn situaties die ze lastig vinden? Waar ze extra alert zijn? 

Maak een lijstje. Het is input voor je portfolio.

Rijregels

Rijregels voor rolstoelen en andere verrijdbare hulpmiddelen

  1. Maak gebruik van je lichaamsgewicht. Ga naar voren hangen als je duwt en naar achteren als je trekt.
  2. Duw en draai nooit tegelijk.
  3. Als je draait, loop dan zelf om de rolstoel heen en neem die in de beweging met je mee. De rolstoel zal dan soepel om zijn as draaien. Laat het object nooit om jou heen draaien: je verwringt dan je rug. Probeer het maar eens met een vol winkelkarretje.
  4. Plaats een van je voeten op het onderstel. Dat helpt bij het duwen. Als de wieltjes nog niet in de juiste richting staan, kun je ze op deze manier in de juiste rijrichting krijgen, zonder dat je met je armen hoeft te sjorren.
  5. Beweeg gelijkmatig en rustig. Plotselinge bewegingen zijn slecht voor je lichaam en ook onplezierig voor het kind. Gebruik de 1-2-3 regel: neem 3 tellen de tijd om de rolstoel rustig in beweging te krijgen. 
  6. 'Keep 'm rolling': vermijd veelvuldig stoppen en starten.

Oefen met rolstoelen

Plan voor de komende week de volgende oefening:

Rijden met een kind in een rolstoel of verrijdbare kinderstoel. Zorg dat je oefent met je eigen houding in verschillende situaties. Vraag feedback aan een collega.

Ook dit is weer input voor je portfolio.

Hoe haal jij die achterste stoel uit de berging?

Naast het rijden met rolstoelen dient er ook regelmatig materiaal verplaatst te worden. Ook hier gelden de til- en rijregels voor. Materialen kunnen soms op lastige plekken staan. Neem maar eens een kijkje in de berging. Hoe haal jij die achterste stoel eruit?

Bekijk onderstaande twee video's en geef aan welke video volgens jou de juiste aanpak laat zien.

Antwoord A

Zou jij het zo doen?

Antwoord B

Of is dit jouw aanpak?

  • Video A
  • Video B

Gebruik van kindgebonden hulpmiddelen

Wat moet je kennen en kunnen?

In dit blok leer je..

  • Hoe alle beschikbare kindgebonden hulpmiddelen goed en veilig te gebruiken.
  • Handig werken met lichaamsgerelateerde hulpmiddelen zoals schoenen, spalken, korsetten, sondepomp.
  • Zorgdragen voor de juiste houding van een kind in relatie tot het betreffende hulpmiddel (rolstoel, statafel) en activiteit van het kind. 
  • Bij een verkeerde houding dit signaleren en de juiste hulp inroepen.

Leer de hulpmiddelen kennen


Welke kindgebonden hulpmiddelen zijn er?

We maken onderscheid tussen lichaamsgeboden en niet-lichaamsgebonden hulpmiddelen. Hieronder zie je een aantal hulpmiddelen die binnen Rijndam regelmatig voorkomen. Het is belangrijk dat je deze hulpmiddelen kent.

Wil je er meer over weten? Het aanspreekpunt voor onder andere beenspalken, loophulpmiddelen en sta-middelen is de fysiotherapeut. Aanspreekpunt voor onder andere arm-handspalken, zitvoorzieningen en vervoermiddelen is de ergotherapeut.

Enkel-voet orthese

Handspalk

Supra-malleolaire orthese

Semi-orthopedische doen

Ga voor jouw kinderen de hulpmiddelen na:

De ene rolstoel is de andere niet. Om goed te werken is het fijn om de werking van verschillende rolstoelen te kennen. Dan kun je vlot handelen als dit nodig is. Besteed de komende twee weken tijd aan het leren kennen van bepaalde hulpmiddelen. Hoe?

  • Bekijk de (rol)stoel, statafel of andere middelen die het kind gebruikt, en ga na hoe ze werken.
  • Pak er eens een instructieboekje bij of Google.
  • En kijk af bij collega's die ermee werken. Dan kun je ook goed naar praktische tips vragen.
  • Doe vooral. Maak gespjes vast, klap een blad uit, zet een rolstoel op de rem. 

Wat zie je aan de houding van het kind?

Juiste houding van het kind

Het is van belang om een kind goed te observeren bij gebruik van hulpmiddelen. Zit het kind op de juiste manier in de (rol)stoel? Is de houding van het kind juist bij gebruik van de statafel? In onderstaand filmpje laten we zien hoe je de houding van het kind in een statafel observeert en eventueel corrigeert.

Een niet staand kind in een statafel zetten:

  1. Zorg dat je zelf op goede hoogte bent zodat je het kind zo min mogelijk hoeft te tillen.
  2. Zet eerst de voeten in de voetenbakjes (deze mogen nu of later vastgezet worden).
  3. Laat het kind gaan staan. Het kind staat nu met het bekken tegen de bekkensteun en de knieën tegen de kniesteunen
  4. Maak de bekkenriem vast. Het kind kan er nu niet meer uitvallen. Het kan ook zijn dat er geen bekkenriem is maar een bekkenpelotte. 
  5. Maak de borstband vast.

 Bij het uit de statafel halen gaat de bekkenband / pelotte als laatst los!