COPD en Astma (Naslagwerk)

Welkom bij de module COPD en astma. In deze module bieden we je kennis aan over de ziektebeelden COPD en astma. 

Als laatste geven we je nog een aantal richtlijnen en adviezen die je mee kan geven aan een zorgvrager.

Anatomie van het ademhalingstelsel

Ademhalingsstelsel

Onder normale omstandigheden is het koolzuurgehalte de bepalende factor voor de ademhaling. In de hersenen bevinden zich receptoren die continue het koolzuurgehalte in het bloed meten. Zodra dit gehalte boven een bepaalde waarde stijgt, sturen de receptoren prikkels naar het ademcentrum dat daarop reageert met versnelling en verdieping van de ademhaling.

Ademhaling vindt plaatst in de longen en luchtwegen en wordt geregeld door het ademcentrum in de hersenen (ligt in het verlengde merg van het centrale zenuwstelsel). Vanuit het ademcentrum lopen zenuwbanen naar de ademhalingsspieren, het diafragma en de tussenribspieren.

Zuurstofgebrek heeft nauwelijks invloed op de ademhaling. Zuurstof kan zelfs verlammend werken op het ademhalingscentrum.

Hierboven zie je afbeelding van de anatomie van het ademhalingsstelsel van de mens.

Alle aangegeven onderdelen worden hier kort behandeld:

  1. Zie kopje "Neusholte"
  2. Zie kopje "Strottenhoofd"
  3. De luchtpijp is het bovenste deel van de luchtwegen en wordt door het strottenhoofd gescheiden van de keelholte. Tijdens slikken, ademen of buigen van de nek kan de luchtpijp, die tegen de slokdarm rust, iets groter worden. De luchtpijp is bekleed met slijmvlies en trilhaartjes die het stof uit de lucht filteren.
  4. Longvaten deze vaten brengen bloed vanuit het hart naar de longen en terug naar het hart.
  5. De rechterlong is verdeeld in een boven-, midden- en een onderkwab en onderscheidt zich daarmee van de linkerlong, die alleen een boven- en een onderkwab heeft.
  6. De luchtwegvertakkingen of bronchie zijn luchtwegen voor de ademhaling die in grootte tussen de luchtpijp en de kleinste vertakking van de luchtpijptakken in zitten.
  7. Het hart bestaat uit een tot vier gespierde holtes die door zich samen te trekken bloed door het lichaam pompen.
  8. Het longvlies is een vlies dat strak om de buitenkant van je longen zit.
  9. Het middenrif is de spier die in hoofdzaak verantwoordelijk is voor de ademhaling.
  10. De huig is in de menselijke mond de uitloper van het zachte gehemelte. Dit lichaamsdeeltje is gewoonlijk te zien als een puntig aanhangsel in iemands wijd geopende mond terwijl hij of zij "aaa" zegt.
  11. Dit kraakbeenklepje houdt tijdens slikken eten en drinken bij de luchtpijp tegen.
  12. De slokdarm is een onderdeel van het spijsverteringsstelsel.
  13. Tussenribspieren vergroten de ribbenkast bij het ademen.
  14. De linkerlong is de linkerhelft van de longen.
  15. De luchtpijptakjes zijn vertakkingen van de bronchiën. De wanden van de fijne luchtpijptakjes bevatten spieren
  16. Zie kopje "Longblaasjes"

Neusholte

Voor in de neusholte bevinden zich neusharen, die grove stofdeeltjes tegenhouden. De neusholte is bekleed met neusslijmvlies, dat er voor zorgt dat de binnenstromende lucht wordt verwarmd. Het neusslijmvlies bevat daarnaast slijmproducerende cellen en trilhaarcellen. Aan het gemaakte slijm blijven fijne stofdeeltjes en ziekteverwekkers plakken. De trilharen transporteren het slijm naar de keelholte. Daar wordt het slijm ingeslikt. Boven in de neusholte bevindt zich het reukzintuig: deze keurt de binnenstromende lucht en hiermee kun je stinkende gassen ruiken.

 

Strottenhoofd

Het strottenhoofd bevindt zich tussen de keelholte en de luchtpijp. Aan de voorkant van je hals kun je hem voelen (adamsappel). In het strottenhoofd bevinden zich stembanden. Langs deze stembanden stroomt lucht, waardoor ze in trilling worden gebracht. Door deze trillingen hoor je geluid.

 

Hieronder zie je een dwarsdoorsnede van het strottenhoofd

Longblaasjes

De luchtpijp vertakt zich in twee bronchiën, waarna iedere bronchie zich opnieuw vertakt in vele luchtpijptakjes. Aan deze luchtpijptakjes bevinden zich meerdere trosjes met grote hoeveelheden longblaasjes. In de longblaasjes gebeurt de gaswisseling: longblaasjes geven het ingeademde zuurstof af aan het langsstromende bloed en het langsstromende bloed geeft op zijn beurt weer koolstofdioxide af aan de longblaasjes. Hieronder zie je een trosje longblaasjes omringt met bloedvaten.

Ademhaling

Wat is ademhalen?

De mens moet ademhalen om het hele lichaam van zuurstof te voorzien. We kunnen niet leven zonder de zuurstof uit de ons omgevende lucht; vrijwel aIle organen, weefsels en cellen van ons lichaam hebben zuurstof nodig om te kunnen 'werken'. 

Bij inademing wordt zuurstof (O2) uit de buitenlucht opgenomen, dat vervolgens in het bloed terechtkomt. Deze zuurstof dient om onder andere suikers uit voedingsstoffen te 'verbranden' waardoor energie vrijkomt om de verschillende taken uit te voeren. Als suikers verbrand worden, ontstaat daarbij een afvalstof, het koolzuurgas (CO2). Om het koolzuurgas uit ons lichaam te verwijderen, beschikken we over het ademhalingsstelsel.  

Zie het filmpje hieronder voor meer info.

Afweer en ontsteking in de luchtwegen

Bij een luchtweginfectie worden de slijmvliezen in de luchtwegen dikker. De spiertjes om de luchtwegen gaan samentrekken en raken verkrampt. De slijmvliezen gaan vervolgens meer slijm en vocht produceren.

Door deze factoren wordt de doorgang voor de lucht kleiner en wordt het ademhalen bemoeilijkt. Zowel het inademen als het uitademen gaat moeilijker. De verversing van de lucht is onvoldoende en dat leidt tot benauwdheid.

COPD

Wat is COPD?

COPD (Chronic Obstructive Pulmonary Disease) is een verzamelnaam voor de luchtwegaandoeningen chronische bronchitis en longemfyseem. De luchtwegen zijn vernauwd door een ontsteking en bij een ernstige vorm zijn de longen beschadigd. Roken is vaak de belangrijkste oorzaak van deze beschadiging. COPD is niet te genezen.

COPD zorgvragers ervaren klachten en problemen in het dagelijkse leven die de kwaliteit van het leven sterk kunnen doen verminderen.

De klachten die zorgvragers ervaren kunnen variëren per dag. Naast deze variatie in klachten, hebben zorgvragers ook regelmatig een exacerbatie (terugval). Een exacerbatie is een aanhoudende verslechtering van de conditie (dyspneu, hoesten, sputumproductie) van de zorgvrager. Zorgvragers hebben vaak weken nodig om op het oorspronkelijke niveau van functioneren terug te komen.

Zie Vilans protocollen COPD voor nog meer info

Symptomen COPD

De symptomen van COPD zijn:

  • slijm/hoesten;
  • kortademig met name bij inspanning;
  • regelmatig benauwd en kortademing bij inspanning;
  • vermoeidheid;
  • wederkerende luchtweginfecties;
  • gewichtsverlies en spierkrachtsverlies.

GOLD Richtlijnen voor COPD

Wat is GOLD?

In de GOLD* richtlijn wordt COPD verdeeld in stadia, naar gelang de luchtwegbeperking en de klachten die zorgvragers ervaren.

*GOLD:Het Global Initiative for Chronic Obstructive Lung Disease (GOLD) is een internationale, wereldwijde samenwerking tussen artsen, specialisten, experten en officiële instanties om de ziekte COPD (Chronisch Obstructief Longlijden) onder de aandacht te brengen en om de preventie en behandeling van deze ziekte te verbeteren. Het GOLD initiatief geeft richtlijnen uit voor de diagnose, behandeling en preventie van COPD.  

GOLD Classificatie voor COPD - versie 2010

De experten van GOLD classifiëren COPD in 4 stadia:

Stadia

 Karakteristieken

0: risico patiënt
Deze categorie werd ingevoerd in eerdere versies van GOLD, maar werd afgeschaft in GOLD2010

Normale Spirometrie
Chronische Symptomen (hoesten, sputum productie)

1: Mild COPD

FEV1/FVC < 70%
FEV1 > of gelijk aan 80% voorspelde waarden
Met of Zonder Chronische Symptomen (hoesten, sputum productie)

2: Matig COPD

FEV1/FVC < 70%
FEV1 tussen 50% en 80% voorspelde waarden
Met of Zonder Chronische Symptomen (hoesten, sputum productie)

3: Ernstig COPD

FEV1/FVC < 70%
FEV1 tussen 30% en 50% voorspelde waarden
Met of Zonder Chronische Symptomen (hoesten, sputum productie)

4: Zeer ernstig COPD

FEV1/FVC < 70%
FEV1 < 30% voorspelde waarden of FEV1 < 50% voorspeld en chronisch longfalen

 

GOLD Classificatie voor COPD - versie 2013

In 2013 publiceerde het GOLD initiatief een nieuwe classificatie voor COPD ernst. Waar de oudere versies enkel longwaardes in rekening namen, neemt GOLD2013 ook ernst van symptomen en aantal exacerbaties in rekening. Naast de klassieke GOLD 1, 2, 3 en 4 classificatie, maakt GOLD 2013 ook een onderscheid tussen stadium A, B, C en D.

Symptoom ernst wordt beoordeeld met de mMRC schaal (modified Medical Research Council Dyspnea scale) of de CAT vragenlijst (COPD Assessment Test).

De nieuwe GOLD classificatie is als volgt:


GOLD A en B zijn laag risico patiënten, GOLD C en D zijn hoog risico patiënten.De GOLD classificatie gebruikt risico factoren (GOLD 1 tot 4 en aantal exacerbaties) en ernst van de symptomen (mMRC of CAT schaal). In het geval dat beide risicofactoren in een andere categorie vallen wordt rekening gehouden met het hoogste risico (bv: GOLD 1 (GOLD A of B) met 2 COPD exacerbaties vorig jaar (GOLD C of D) valt in klasse GOLD C of GOLD D).

GOLD A en C hebben weinig symptomen, GOLD B en D hebben meer symptomen.

GOLD Therapie Richtlijnen

Het nieuwe GOLD 2013 behandelingsplan is gebaseerd op reductie van symptoms en reductie van risico's.

Rookstop is in alle gevallen aangewezen (zie curve van Fletcher hieronder).

patiënt groep eerste keuze behandeling alternatieve behandeling andere mogelijke behandelingen
SABA = kort-werkende beta2-agonist
SAAC = kort-werkende anticholinergicum
LABA =lang-werkende beta2-agonist
LAAC = lang-werkende anticholinergicum
ICS = Inhalatie corticosteroëden
PDE4I = phosphodiesterase-4 inhibitor
A indien noodzakelijk: SAAC 
of 
SABA
LAAC
of 
LABA 
of 
SAAC + SABA
Theophylline
B LAAC
of 
LABA
LAAC + LABA SABA en/of SAAC

Theophylline
C ICS + LAAC 
of 
LABA
LAAC + LABA 
of 
LAAC + PDE4I
of
LABA + PDE4I
SABA en/of SAAC

Theophylline
D ICS + LAAC
en/of 
LABA
ICS + LABA + LAAC
of 
ICS + LABA + PDE4I 
of
LAAC + LABA
of
LAAC + PDE4I
carbocysteine

SABA en/of SAAC

Theophylline

Curve van Fletcher

Veel patiënten denken ten onrechte dat het de moeite niet meer is om te stoppen met roken als er longschade is.

De curve van Fletcher toont duidelijk aan dat het zelfs in gevorderde gevallen de moeite loont om het roken op te geven.

fletcher-peto graph

De curve van Fletcher toont duidelijk de waarde van rookstop bij COPD

Behandeling COPD

Niet medicamenteus:

  • Stoppen met (mee) roken
  • Vermijden irriterende prikkels binnen- en buitenshuis
  • Bewegen
    • Bewegen heeft een gunstig effect op COPD. Naast dat het de conditie verbeterd stimuleert het ook de spiermassa. Getrainde spieren kunnen beter zuurstof opnemen. Het is van groot belang om mensen met COPD via de huisarts of de longarts door te verwijzen naar de fysiotherapeut of sportschool.
  • Kans op luchtweginfecties verminderen
  • Begeleiding gericht op verhogen zelfmanagement
    • Zelfmanagement kan men zien als een behandelstrategie die mensen met een chronische aandoening (COPD en Astma) uitdaagt tot het maken van zelfbewuste en weloverwogen keuzes om zo goed mogelijk met de aandoening om te gaan. 

    • Zelfmanagement is gericht op gedragsverandering waardoor mensen bewust beslissingen nemen die op alle gebieden van hun dagelijkse leven samenhangen.

       

      • Belangrijk hierin is:

         

        • Kennis en inzicht hebben van de ziekte COPD en Astma
        • Het leren herkennen van klachten behorende bij COPD en Astma
        • Het leren herkennen van toename van klachten en hiernaar te handelen om een exacerbatie te voorkomen.
    • Dit alles draagt bij aan het bereiken van een grotere mate van onafhankelijkheid en het verhogen van de kwaliteit van leven.

  • Zuurstoftherapie
  • Voedingsinterventies
    • Mensen met COPD hebben een verhoogt energie verbruik. Het ademhalen kost veel meer energie dan bij gezonde mensen. Daarom lopen zij risico op ondergewicht. Het is raadzaam om controle op het gewicht te houden en zo nodig een diëtiste in te schakelen.

Medicamenteus:

  • Griepprik
  • Luchtwegverwijders
  • Ontstekingsremmers (inhalaties of orale medicatie)

 

Adviezen om exacerbatie te voorkomen

Neem met de zorgvrager de mogelijkheden voor zelfmanagement door. Wat kan de zorgvrager doen om een exacerbatie (verergering van klachten) te voorkomen?  

  • rust nemen/tempo verlagen;
  • zo nodig extra inhalatiemedicatie;
  • ademhalingsoefeningen toepassen;
  • oefeningen om het sputum op te hoesten; huftechniek;
  • het tijdig contact opnemen met de longverpleegkundige, behandelend specialist of huisarts.

Astma

Wat is Astma?

Astma is een chronische ontsteking van de luchtwegen. De luchtwegen raken snel geprikkeld door allerlei stoffen.

Veel mensen met astma zijn allergisch. De aanleg voor astma en allergieën is vaak erfelijk. De een krijgt bijvoorbeeld problemen door huisstofmijt, de ander kan niet tegen huisdieren of pollen. Vaak ontstaan er klachten door niet-allergische prikkels zoals sigarettenrook, parfum, mist, inspanning en stress.

  • De slijmvliezen aan de binnenkant van de luchtwegen zwellen op; 
  • De spiertjes om de luchtwegen trekken samen en raken verkrampt; 
  • De slijmvliezen produceren meer slijm en vocht dan normaal; 
  • De doorgang voor de lucht wordt kleiner, dit maakt de ademhaling moeilijker.

Luchtwegen Astma

Bij astma gebeurt er van alles in de longen zodra ze in contact komen met de prikkels waar u gevoelig voor bent. Zo zwellen de slijmvliezen van de neus, keel en longen op. Ook produceren de slijmvliezen meer vocht en slijm dan anders. De spiertjes die om de luchtwegen heen zitten, raken verkrampt en trekken samen. Zo maken ze de luchtwegen dus smaller: ademen wordt moeilijker. Al deze reacties samen vormen een astma-aanval. Bij een astma-aanval kunt u tot 80% minder lucht in- of uitademen dan anders. Dit kan erg angstig zijn, maar het is in principe niet gevaarlijk.

Symptomen Astma

Symptomen:

  • Piepend, zagend of brommend ademhalen; 
  • Hoesten, waarbij soms slijm wordt opgehoest; 
  • "Volzitten"; 
  • Kortademigheid, in aanvallen of perioden, of bij inspanning.

Het opvallende aan astma is dat de benauwdheid en andere klachten optreden in aanvallen en in periodes. Meestal hebben mensen met astma tijdens korte of langere periodes geen of weinig klachten. Toch blijven de luchtwegen dan ook iets ontstoken. Vandaar dat astma een chronische aandoening is.

Behandeling Astma

Niet medicamenteus:

  • stoppen met (mee) roken;
  • vermijden irriterende prikkels binnen- en buitenshuis;
  • bewegen;
  • kans op luchtweginfecties verminderen;
  • begeleiding gericht op verhogen zelfmanagement.

 Medicamenteus:

  • griepprik;
  • luchtwegverwijders;
  • ontstekingsremmers (inhalaties of orale medicatie).

Allergie

Wat is allergie?

Een allergie is een reactie van het immuunsysteem* op lichaamsvreemde stoffen (allergenen), die op zich helemaal niet schadelijk hoeven te zijn, zoals bijvoorbeeld stuifmeelkorrels, huidschilfers van dieren, uitwerpselen van huisstofmijt, schimmelsporen of voedselbestanddelen.

*Het immuunsysteem is een verdedigingssysteem met als doel indringers of veranderde eigen cellen te bestrijden.

Allergenen komen vooral via de huid, mond en via de luchtwegen het lichaam binnen, waarna het immuunsysteem deze allergenen onschadelijk probeert te maken met een soms 'overdreven' allergische reactie. De klachten (loopneus, tranende ogen, jeuk, benauwdheid, diarree) zijn niet afkomstig van het allergeen zelf, maar van de reactie van het immuunsysteem op het allergeen. 

Hieronder zie je de verschillende behandelingen:

Niet medicamenteus:

  • stoppen met (mee) roken;
  • vermijden allergische prikkels binnen- en buitenshuis;
  • saneren van de woning (verminderen van prikkels);
  • bewegen;
  • zelfmanagement.

Medicamenteus:

  • anti- histaminica (medicatie tegen klachten van allergie).
  • immunotherapie.

ACOS

Wat is ACOS?

ACOS oftewel Astma COPD Overlap Syndroom (dubbeldiagnose). Dit houdt in dat mensen kenmerken hebben van beide aandoeningen (astma en COPD) Het komt voor bij 30 % van de mensen die gediagnosticeerd zijn met astma of COPD. Deze groep zal dan ook voor beide aandoeningen behandeld worden.

Inhalatietherapie

Wat is Inhalatietherapie?

De meeste medicijnen die voor de behandeling van astma en COPD beschikbaar zijn moeten geïnhaleerd worden. Er zijn verschillende soorten medicijnen bij astma en COPD: luchtwegverwijders, corticosteroïden en combinatiemedicijnen. Welke hiervan worden voorgeschreven ligt aan het soort en de ernst van de astma/COPD.  

In hoeverre deze medicijnen ook werkelijk 'op hun plaats' komen en daar 'hun werk' doen, is voor een belangrijk deel afhankelijk van de manier waarop de zorgvrager inhaleert. Uit onderzoek blijkt, dat nogal wat zorgvragers (80%) dit niet goed doen. Dit betekent dat bij een slechte inhalatietechniek veel minder van het geïnhaleerde medicijn in de luchtwegen terecht komt dan gewenst is waardoor het effect veel minder is. Het is daarom van belang dat zorgverleners bij  zorgvragers met inhalatietherapie regelmatig de inhalatietechniek controleren. 

Luchtwegverwijders

Luchtwegverwijders kunnen worden ingedeeld naar werkingsduur en werkingsmechanisme; je hebt kortwerkende en langwerkende luchtwegverwijders.

Langwerkende luchtwegverwijders

De langwerkende luchtwegverwijders, met name de geneesmiddelen voor eenmaaldaagse toediening, zijn geschikt voor onderhoudstherapie. Ze verminderen de tonus van de gladde spieren in de longen, waardoor luchtwegverwijding ontstaat.

 Werkzaam 12 uur:

Werkzaam 24 uur:

  • formoterol (Foradil, Oxis);
  • salmeterol (Serevent);
  • aclidinium (Eklira Genuair).
  • indacaterol (Onbrez);
  • tiotropium (Spiriva);
  • glycopyrronium (Seebri)
  • Olodaterol (Striverdi)
  • Umeclidinium (Incruse) 

Kortwerkende luchtwegverwijders

Kortwerkende luchtwegverwijders zijn bedoeld voor meermaal daagse toediening en dienen vooral voor zo nodig gebruik.

Voorbeelden hiervan zijn: 

  • salbutamol (Ventolin);
  • terbutaline (Bricanyl)
  • ipratropium (Atrovent, Ipraxa).

Corticosteroïden

Corticosteroïden oftewel ontstekingsremmers zijn een chemische variant van het lichaamseigen bijnierschorshormoon. Deze groep van stoffen onderdrukt diverse lichamelijke reacties bij ontstekingen en infecties.

Inhalatie-corticosteroïden stabiliseren de werking van het longslijmvlies, de vaatwanden en de celmembranen en verminderen daardoor de bronchiale overgevoeligheid.

Kortwerkende Beta 2 agonisten

  • Bricanyl
  • Salbutamol (generiek)
  • Ventolin

Langwerkende Beta 2 agonisten

  • Onbrez
  • Foradil
  • Formoterol (generiek)
  • Oxis
  • Serevent

Anticholinergica

  • Atrovent
  • Ipratropium (generiek)
  • Seebri
  • Eklira genuair
  • Spiriva

Combinatiepreparaten

  • Combivent
  • Fluriform
  • Symbicort
  • Foster
  • Seretide

Inhalatie corticosterioden (ICS)

  • Alvesco
  • Qvar
  • Beclometason (generiek)
  • Pulmicort
  • Budesonide (generiek)
  • Flixotide

!

Let op: de volgende aandachtspunten zijn belangrijk bij het gebruik van inhalatie-corticosteroïden:  

  • Mond en keelholte spoelen met water na elke inhalatie.
  • Water niet doorslikken.
  • Bij gebruik van een kapje het gezicht wassen.

Poederinhalatoren

Een poederinhalator is een hulpmiddel waarmee een geneesmiddel in de vorm van een fijn poeder zit. Kinderen onder de vier tot zes jaar en volwassen zorgvragers met onvoldoende longkracht hebben in het algemeen minder kracht om in te ademen. In dergelijke gevallen is de dosis-aërosol met voorzetkamer of een elektrische vernevelaar te verkiezen boven de poederinhalator. Voor inhalatie met een poederinhalator is immers een grotere inademingskracht vereist dan bij gebruik van de dosis-aërosol.

Hervulbare poederinhalator

In de hervulbare inhalator zit het geneesmiddel in een capsule die is gemaakt van gelatine (en dus niet van plastic)! Voor elke inhalatie moet een nieuwe capsule in de poederinhalator worden geplaatst. De lege capsule kan na gebruik worden verwijderd.   

Niet hervulbare inhalator

Sinds enkele jaren zijn er poederinhalatoren die meerdere doses van het medicijn bevatten. Dit is gebruiksvriendelijker.  

Dosis-aërosolen

Onder aërosolen worden fijnverdeelde geneesmiddeldeeltjes verstaan die in een tot vloeistof samengeperst gas rondzweven. Bij een dosis-aërosol komt samen met het drijfgas een afgepaste dosis vrij bij het drukken op het spuitbusje. Door op de bovenzijde van het spuitbusje te drukken ontsnapt een afgepaste hoeveelheid medicijn uit het ventiel. 

Aandachtspunten bij het gebruik van een aërosol: 

  • Schudden voor gebruik is bij een dosis-aërosol heel belangrijk, omdat geneesmiddeldeeltjes in de oplosmiddelen langzaam naar beneden zakken.
  • Controleer voor aanvang van het inhaleren eerst of er nog medicatie in de aerosol aanwezig is! Geadviseerd wordt de startdatum te noteren en uit te rekenen wanneer de aerosol vervangen moet worden (op de aerosol staat het aantal inhalaties)
  • Bij het gebruik van een dosis-aërosol is het van uiterst belang dat het in combinatie met een voorzetkamer gebruikt wordt (de werkzame stof komt dan dieper in de luchtwegen).

Het reinigen van de voorzetkamer (1 maal per week of vaker bij vervuiling): 

  • verwijder de dosis aerosol;
  • demonteer kamer;
  • 5 minuten laten weken in warm water met afwasmiddel (afwasmiddel werkt antistatisch);
  • mondstuk en/of kapje afspoelen met schoon water (kamer niet afspoelen);
  • te drogen leggen op een schone doek (niet droogwrijven).

Elektrische vernevelaars

Een elektrische vernevelaar is een inhalatieapparaat, waarmee het mogelijk is om medicijnen, die als inhalatievloeistof te verkrijgen zijn, in de vorm van een fijne mist of nevel te verstuiven. De vernevelaar bestaat uit drie delen:

  • Een compressor waarmee de luchtstroom wordt gegenereerd; 
  • De vernevelkamer, waar de vloeistof in een fijne mist of nevel wordt omgezet; 
  • Een mondstuk of masker, waarmee de zorgvrager het geneesmiddel kan inhaleren.


Inhalatievloeistof zit meestal in plastic ampullen, de zogenaamde nebules. Deze zijn direct voor gebruik gereed en daarom verre te verkiezen boven de geneesmiddelen-vloeistof die door de zorgvrager zelf verdund moet worden.

Ga na of er afspraken zijn gemaakt met de behandelend arts wanneer deze gebeld dient te worden bij onvoldoende resultaat na verneveling. De betreffende zorgverzekeraar beslist welk type vernevelaar de zorgvrager krijgt.

 

Aandachtspunten:

Naast instructie over het inhaleren zelf moet de zorgvrager ook geïnstrueerd worden over het gebruik van de apparatuur, denk daarbij aan: 

  • uitleg hoe het apparaat in elkaar zit;
  • op welke manier de inhalatievloeistof in het apparaat gebracht moet worden;
  • hoe vaak en op welke wijze de vernevelaar schoongemaakt moet worden;
  • hoe, waarom en wanneer het filter vervangen moet worden;
  • wat te doen als verneveling met een luchtwegverwijder niet het gewenste resultaat geeft;
  • wat te doen bij storingen in de apparatuur.

 Er worden uitvoerige instructies bij de diverse vernevelaars geleverd. Voor elk type vernevelaar zijn deze verschillend.

Reiniging:

M.b.t. het schoonmaken van een vernevelaar geeft het hulpmiddelenkompas van het CVZ (college voor zorgverzekeringen) de volgende richtlijnen: 

  • Na ieder gebruik masker, mondstuk en koppelstukken reinigen met lauw water en afwasmiddel.
  • 1x per dag masker, mondstuk en koppelstukken reinigen met 70% alcohol en aan de lucht laten drogen. 
  • Compressor dagelijks afnemen met water en zeep.
  • Buitenkant slang nat afnemen en vocht eruit slaan, bij verontreiniging in de slang nieuwe slang gebruiken.

Doelgroep: 

  • Kleine kinderen bij wie inhaleren via een speciale voorzetkamer niet lukt.
  • Zorgvragers die vaak ernstige kortademigheidsaanvallen hebben en onvoldoende baat hebben bij inhalatie via een voorzetkamer.

Nadelen:

  • Er is uitgebreide instructie nodig.
  • Het toedienen van het geneesmiddel duurt lang (gemiddeld tien tot twintig minuten).
  • Bij ondeskundig gebruik kan de vernevelaar gemakkelijk vervuilen door bacteriën en schimmels, hierdoor raakt de vernevelvloeistof besmet door microorganismen.
  • Het is een dure manier om medicijnen toe te dienen: de inhalatiestof is duur, er is relatief veel van nodig en er gaat veel verloren.