Woonbegeleiding voor jongeren

Gelukkig groeien de meeste jongeren thuis op en meestal verloopt dat proces van opgroeien naar volwassenheid ook normaal. Soms gaat dat niet goed echter. In dat geval ontstaan er vroeg of laat problemen op allerhande gebied. Soms worden die problemen zo groot dat escalatie dreigt of zelfs plaats vindt. In elk geval ontstaat dan altijd het probleem van huisvesting, wonen: Thuis blijven wonen gaat echt niet meer. Maar je moet uiteindelijk toch ergens wonen (we laten de groep 'bewust-zwervers' buiten beschouwing even). De route naar opnieuw ergens echt wonen -als vervangende thuissituatie- is vaak een lange. In deze module gaat het vooral over wonen voor jongeren en woonbegeleiding.

Er hoeft natuurlijk helemaal geen sprake te zijn van ernstige gedragsproblematiek of opvoedingsverlegeheid (of opvoedingsonbekwaamheid). Soms is thuis blijven wonen om praktische reden gewoon geen goede optie meer. Bijvoorbeeld als het ouders niet meer lukt om hun gehandicapte kind te verzorgen omdat thuis niet de daarvoor noodzakelijke voorzieningen aanwezig zijn. Dat kan om heel praktische zaken gaan zoals op een verdieping wonen in een portiekwoning zonder lift. Als het kind steeds zwaarder wordt lukt het op een gegeven moment eenvoudigweg niet meer om het kind naar boven te dragen (bij een fysieke beperking bijvoorbeeld waardoor het kind niet zelf trappen kan lopen). Of de ruimte in huis is te beperkt om een bad met til-voorziening te plaatsen.

Het kan ook zijn dat de belasting voor het gezin te groot wordt om nog langer goed te kunnen functioneren als gezin. Zeker in situaties waarin sprake is van opvallend gedrag of negatief aandachtvragend gedrag kan het op een gegeven moment een zeer verstandig besluit zijn om te zien naar een geschiktere woonomgeving voor het kind. Dat is dan niet alleen voor het kind met de ondersteuningsbehoefte dan een betere oplossing, maar ook voor ouders en overige kinderen.

 

Wonen voor jongeren en jouw rol | een introductie #1

Jongeren met problematiek is "trending topic"

Er worden veel onderzoeken gepleegd en evenzovele rapporten gepubliceerd over "Jongeren met problematiek ". ELKE jongere heeft natuurlijk wel eens last van problemen; dat hoort bij opgroeien, bij leven zelfs. Maar niet elke jongere kampt met problematiek die zo ernstig is dat deze ernstig schadelijk is voor de jongere als persoon en/of diens omgeving en dat ingrijpen als noodzakelijk of verstandig wordt geacht.

Onderstaand een fragment uit de inleiding van een onderzoek dat heeft plaatsgevonden in de regio Midden-IJssel. Daarmee meteen een punt: Jongerenproblematiek is dus niet voorbehouden aan stadse omgevingen, zeer zeker niet.

Lees ook de gegeven definitie aandachtig van Jongeren met meervoudige problematiek

Samenvatting

In dit rapport wordt verslag gedaan van het onderzoek naar de aard en omvang van jongeren met meervoudige problematiek en het huidige en gewenste hulpaanbod voor deze groep in de regio Midden-IJssel. Het onderzoek is uitgevoerd door bureau INTRAVAL in opdracht van het ambtelijk overleg Jeugdbeleid - Jeugdzorg in de regio Midden-IJssel. Hieronder worden de belangrijkste resultaten besproken.

Aard

Op basis van literatuuronderzoek en gesprekken met betrokkenen is de definitie van jongeren met meervoudige problematiek vastgesteld. Jongeren met meervoudige problematiek in de regio Midden-IJssel voldoen aan de volgende drie kenmerken: a. ze zijn tussen 12 en 25 jaar, woonachtig in de gemeenten Gorssel, Lochem, Vorden, Warnsveld en Zutphen; b. ze hebben twee of meer problemen in de interne en externe omgeving, waarbij zich zowel een probleem voordoet in de interne als in de externe omgeving; en c. ze hebben problemen die zich structureel voordoen en niet zonder hulp kunnen worden opgelost. Het gaat met andere woorden om jongeren die gelijktijdig en gedurende enige tijd op meerdere leefgebieden problemen ervaren, waardoor zij zonder hulp geen toekomst kunnen opbouwen.

In gesprekken met betrokkenen zijn enkele aanvullende, belangrijke aspecten naar voren gekomen. Het gaat om: de rol van de ouders bij het ontstaan van de problematiek; het veelal ontstaan van meervoudige problematiek op jonge leeftijd; de verharding van de problematiek naarmate de jongeren ouder worden; en de rol van (ontbrekende) motivatie bij de jongeren zelf en/of de ouders om tot een oplossing te komen.

Omvang

Op basis van de verzamelde gegevens bij de betrokken instellingen en organisaties wordt het minimum aantal jongeren met meervoudige problematiek in Midden-IJssel vastgesteld op ruim 400 (tabel 1). Dit zijn unieke personen die in 2003 bij één of meerdere instellingen bekend zijn als jongeren met meervoudige problematiek.

 

Welke mogelijke georganiseerde woonvoorzieningen voor jongeren kennen we?

De verscheidenheid aan woonvoorzieningen is groot. Voor 'elk wat wils'... Voor een jongere is niet-thuis opgroeien altijd een traumatische ervaring omdat niet-thuis opgroeien per definitie een onnatuurlijke situatie is. Zelf als de jongere het thuis niet goed heeft gehad! Er gaat veel mis, maar gelukkig ook veel goed in de diverse settings. Wonen, een 'veilig thuis' vormt een van de onderdelen van de onderste trede van de Pyramide van Maslow. Daarom is investeren in wonen meestal meer dan alleen maar zorgen voor een dak boven het hoofd. Daarom vraagt het ook veel van je als begeleider; niet het wonen op zich is moeilijk te organiseren, maar het zorgen voor een veilig en vertrouwd (thuis)klimaat wel. Jongeren zijn niet zelden beschadigd als ze 'bij jou komen'. Het rijtje is niet uitputtend, er zijn nog meer verschillende vormen. Belangrijk voor nu is dat je weet dat er veel opties zijn. Als je een functie als woonbegeleider ambieert dan is het goed je te realiseren dat niet elke woonvorm voor elke jongere van toepassing is. Maar voor jou ook niet; wat past bij jou?

  • Jongeren in een residentiele voorziening
  • Crisisopvang
  • Woonvormen voor jongeren met een verstandelijke beperking
  • Woonvormen voor jongeren met psychiatrische problemen, verslavingsproblematiek (vaak echter niet-residentieel overigens omdat primair sprake is van behandeling naar afkicken, kliniek-achtige settings dus)
  • Een wat vreemde eend in de bijt: Detentie (en reintegratie na detentie)
  • Alleenstaande minderjarige asielzoekers
  • Gastouders, pleeggezin - gezinshuis
  • Internaten (Scholen-met-wonen) voor kinderen van ouders met trekkende beroepen zoals kermis en scheepvaart). Veelal vervult de school daarmee een belangrijk deel van de opvoed-taak
  • Blijf van mijn lijf huizen (en aanverwante vormen waarbij anonimiteit belangrijk is)
  • Kamer-training en gelijkende voorzieningen waarbij de jongere toegeleid wordt naar een zelfstandig bestaan (tot 18 jaar)
  • Zelfstandig wonen waarbij sprake is van ambulante ondersteuning, kangoeroe-wonen (ouders-kind), steunpunt
Onderstaand zie je een opsomming. Vink aan welke type (woon)voorzieningen er zijn voor jongeren.

Een woonbegleider is ...

Een korte maar belangrijke definitie. Het gaat nog al eens mis op (gebrek aan) professionaliteit (onbewust of bewust). In een kort filmpje van 'Jijendezorg' een leuke impressie, in dit geval bij/over een woonvoorziening voor mensen met een wat ernstiger mate van verstandelijke beperking.

 

Een woonbegleider is  die individuele en groepen clienten bij het zo zelfstandig mogelijk functioneren in de eigen woonsituatie. Een wordt geacht zich te gedragen als .

Als woonbegeleider+ ben je een echte kennis-all-rounder

We hebben de opleidingsthema's niet zomaar lukraak gekozen. In deze oefening maken we heel concreet inzichtelijk dat je in jouw functie als begeleider op alle 4 de thema's zult gaan worden ingezet / aangesproken. Voor een manager is het uiterst prettig werken als hij/zij een team begeleiders mag aansturen dat bestaat uit mensen met een breed ontwikkeld beeld van 'de wereld om hen heen', waarin begrip is voor de organisatie, dat bestaat uit mensen die ook zichzelf goed kennen.

In onderstaande vraag is het de bedoeling dat je begrip vormt op het gegeven dat jij als medewerker van een organisatie met 'meer' te maken hebt. 'Daar ben ik niet voor aangenomen' is een dooddoener waar je tegenwoordig echt niet meer mee weg komt; moderne instellingen zoeken naar medewerkers met uitstekende inhoudelijke kennis maar tegelijkertijd wordt van hen ook verwacht dat zij begrip en energie hebben om overstijgend te denken (en zo nodig; te handelen). Dat is nou typisch de Plus+ waar we bij iSWWS naar streven.

Onderstaand lees je 4 tekststukken. Nadat je die gelezen hebt sleep je deze (zie plaatje) naar het juiste thema. Het begin van de eerste zin van elke paragraaf herken je wel.

De 4 tekststukken:

Je hebt te maken met een scala aan hulpvragen, en een deel van je ondersteuning richt zich op het begeleiden van gedrag. Gedrag van een jongere (van ieder mens overigens) komt voort uit het brede spectrum van aanleg, opgroeien & opvoeding, omgevingsfactoren en cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling. In veel gevallen is er bij jouw clienten sprake van opvallend gedrag, vaak veroorzaakt door een typsiche stoornis of ontwikkelingsachterstand.

Als woonbegeleider ben je vaak ook (gedelegeerd) dossierverantwoordelijke en is het aan jou om een route met de jongeren uit te stippelen naar volwassenheid. Meestal houdt het 'op' als de jongere 18 jaar wordt. Hij/zij 'moet' dan verder. Maar hoe, waar naar toe, op welke wijze, naar wie? Dat vraagt van jou dat je actief bent in het onderzoeken van mogelijkheden en in het creeren van (nieuwe) kansen voor jouw client. Met andere woorden; door het gedrag van de client heeft hij/zij nog verdere hulp nodig, maar door jouw gedrag wordt in hoge mate bepaald of jij dat doel zal halen (doel: aansluitend aan jouw zorg nieuwe passende zorg organiseren).

Meedenken. Je bent begeleider+. Dat impliceert dat van jou meer wordt verwacht. Bijvoorbeeld dat van jou wordt verwacht dat je mee kunt en wilt denken over de ontwikkeling van de zorg zoals die op jouw lokatie wordt geboden. Mede dankzij jouw mening en bijdragen levert jouw voorziening toepasselijke zorg en mede dankzij jouw inbreng worden verstandige keuzes gemaakt, bijvoorbeeld in het meerjarenplan of de begroting.

Houden van? Je bent deze opleiding gaan doen omdat je meer invulling wilt gaan geven aan je professionele bestaan. Je houdt van mensen, en je houd al helemaal van mensen met een bij wie -in dit geval- zelfstandig leven gedurende korte of langere tijd niet zelfstandig lukt. Maar je weet ook (je bent tenslotte volwassen) dat 'houden van' niet altijd even makkelijk is. Realiseer je bijvoorbeeld dat je alleen boos kunt worden op iemand (of iets) van wie je houdt.. Houden-van betekent ook kunnen loslaten, zoals bij je eigen opgroeiende kind. Dat vraagt veel, vooral van jou.

  • Je hebt te maken met een scala aan hulpvragen, en een deel van je ondersteuning richt zich op het begeleiden van gedrag. Gedrag van een jongere (van ieder mens overigens) komt voort uit het brede spectrum van aanleg, opgroeien & opvoeding, omgevingsfactoren en cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling. In veel gevallen is er bij jouw clienten sprake van opvallend gedrag, vaak veroorzaakt door een typsiche stoornis of ontwikkelingsachterstand.
  • Als woonbegeleider ben je vaak ook (gedelegeerd) dossierverantwoordelijke en is het aan jou om een route met de jongeren uit te stippelen naar volwassenheid. Meestal houdt het 'op' als de jongere 18 jaar wordt. Hij/zij 'moet' dan verder. Maar hoe, waar naar toe, op welke wijze, naar wie? Dat vraagt van jou dat je (tijdig!) actief bent in het onderzoeken van mogelijkheden en in het creeren van een vervolgroute voor jouw client. Met andere woorden; de client heeft hij/zij nog verdere hulp nodig, mede door jouw gedrag wordt in hoge mate bepaald of jij dat doel zal halen (doel: aansluitend aan jouw zorg nieuwe passende zorg organiseren).
  • Meedenken. Je bent begeleider+. Dat impliceert dat van jou meer wordt verwacht. Bijvoorbeeld dat van jou wordt verwacht dat je mee kunt en wilt denken over de ontwikkeling van de zorg zoals die op jouw lokatie wordt geboden. Mede dankzij jouw kennis en bijdragen levert jouw voorziening toepasselijke zorg en mede dankzij jouw inbreng worden verstandige keuzes gemaakt, bijvoorbeeld in het meerjarenplan of de begroting.
  • Houden van? Je bent deze opleiding gaan doen omdat je meer invulling wilt gaan geven aan je professionele bestaan. Je houdt van mensen, ten principale en je houdt al helemaal van mensen die het eventjes of gedurende langere tijd niet zelfstandig lukt. Maar je weet ook (je bent tenslotte volwassen) dat 'houden van' niet altijd even makkelijk is. Bedenk bijvoorbeeld eens dat je alleen boos kunt worden op iemand van wie je houdt.. Houden-van betekent ook kunnen loslaten, zoals je eigen opgroeiende kind. Dat vraagt veel, vooral van jou.

Matchen: 5 kernkwaliteiten aan 5 concrete uitwerkingen

Hoewel het voor de hand lijkt te liggen als je het zo leest (en matcht) blijkt in de praktijk toch wel dat het hanteren van gedragingen (van jezelf!) toch lastig is soms. Niemand betwist de 5 kernkwaliteiten, maar 'iedereen' heeft vaak wel een mening over 'en hoe ziet dat er in de praktijk uit?'

  • Betrokkenheid
    Een woonbegeleider verricht zijn werk vanuit de motivatie en wil om 'met mensen te werken' en meestal ook vanwege 'te willen bijdragen aan een betere samenleving'
  • Empathie
    De woonbegeleider kan zich inleven in de situatie van de client en weet de client met zijn kwaliteiten, talenten en mogelijkheden op waarde te schatten. Als begeleider ga je respectvol om met clienten (en mensen in z'n algemeenheid).
  • Assertiviteit
    Elke client zendt op elk moment signalen uit (gesproken, non-verbaal, fysiek, onomwonden of omwonden). Jij signaleert niet slechts maar laat ook merken dat je ze opvangt en reageert daar adequaat op.
  • Representativiteit
    De client is 'thuis', jij op dat moment niet. Jouw client verwacht van jou dat je je presenteert als professional. Niet alleen de client, maar ook diens netwerk, en elk ander die bij jou in jouw werk betrokken is of met wie je professioneel contact hebt

Kwestie van definitie | maar dat sluit je verstand blijven gebruiken niet uit

"Het is een kwestie van definitie" Heb je de definitie uit de inleiding van deze module gelezen? Het is heel handig om definities te kennen. In zorg en welzijn worden heel veel definities gebruikt om, zoals hier, populaties te definieren zodat iedereen die dat wil snel en accuraat kan vaststellen of een definite op een bepaalde zorgcasus van topassing is, of niet. Het NADEEL van het gebruik van definities is dat er altijd uitzonderingen op de regel blijken te zijn. Zeker bij mensen met een hulpvraag is er zelden sprake van een zwart-wit situatie. Juist in dat grijze schemergebied komt jouw kwaliteit als 'Plusser' van pas; gezond verstand gebruiken en meerde kanten van een casus kunnen bezien en bespreken.

Jongeren met meervoudige problematiek die voldoen aan de volgende drie kenmerken: ; ; en . Het gaat met andere woorden om jongeren die gelijktijdig en gedurende enige tijd op meerdere leefgebieden problemen ervaren, waardoor zij zonder hulp toekomst kunnen opbouwen.