6. Activerende werkvormen

Kennis en ervaring kun je overdragen middels de klassieke voordracht, maar als je wilt dat informatie beklijft, dan zijn activerende werkvormen belangrijk. Werkvormen die deelnemers stimuleren tot nadenken en reflecteren. Die interactie in de groep op gang brengen. Die de verbinding leggen met de eigen praktijk en vraagstukken die zich daarin voordoen. 

Waarom?

In dit blok leer je activerende werkvormen te kiezen bij de doelen en dynamiek die je voor ogen hebt.

1. Verken het web

Er is een groot aantal websites met activerende werkvormen beschikbaar. Je hebt ze in allerlei soorten en maten: energizers, kennismakingsvormen, brainstormtechnieken, ....  Neem eens een kwartiertje om online rond te kijken. Bewaar waardevolle links in je favorietenlijstje of in een social bookmarking tool als Diigo of Delicious. Het gaat erom dat je ze later makkelijk terug kunt vinden.

Het boek 'Het gaat steeds beter! Activerende werkvormen voor de opleidingspraktijk' is ook een goede inspiratiebron. Wellicht heb je dit eerder ontvangen van NVM SOM? Zo niet, dan kun je het opvragen bij een van de opleidingsadviseurs.

2. Wat onthouden we?

Wat onthouden we?

  • 10% van wat we lezen
  • 20% van wat we horen
  • 30% van wat we zien
  • 50% van wat we met anderen bespreken
  • 75% van wat we zelf doen
  • 90% van wat we anderen uitleggen

3. Vijf doeltreffende werkvormen

5. Flapdialoog (verzamelen van vragen, aandachtspunten, ideeën en meningen)

Deze werkvorm is met name geschikt om een ingewikkeld thema of lastige discussie te structuren. Je laat mensen op elkaar voortbouwen. Het werkt als volgt. Vanuit het centrale thema (e.g. onderhandelen) benoem je een paar subthema's (e.g. succesfactoren, vaardigheden, situaties). Elk subthema schrijf je op een flap en vervolgens maak je evenveel groepjes als er flappen zijn. Elke groep start bij een flap en na 10-15 minuten draaien de groepjes door. In de tweede ronde bouwen de groepen door op hetgeen de eerste groep al heeft opgeschreven. Je kunt aan het eind van elke ronde de groepen vragen om een vraag op de flap achter te laten voor de volgende groep. 

1. Sleutelbos (kennismaking)

Een korte werkvorm waarmee je meer persoonlijke onderwerpen aan bod kunt laten komen. Iedere deelnemer vertelt aan de hand van zijn sleutelbos iets over zichzelf. Je kunt als docent een paar begeleidende vragen meegeven, zoals: wat zegt de sleutelbos over jou? Welke sleutel is erg belangrijk voor jou? Welke sleutel zou je er graag aan toevoegen?

4. Stellingenspel (meningen en standpunten uitwisselen)

Deze werkvorm kun je gebruiken om in korte tijd meningen uit te wisselen en wellicht ook tot een gezamenlijk standpunt te komen. Je formuleert prikkelende zwart-wit stellingen. Vervolgens nodig je deelnemers uit om op een denkbeeldige lijn van 'ja' naar 'nee' een positie in te nemen. Letterlijk. Ze kunnen dus op een plaats gaan staan die hun standpunt illustreert. 

Vervolgens nodig je deelnemers uit om hun standpunt toe te lichten. Deelnemers mogen op de lijn bewegen als ze een argument horen wat hen ervan overtuigd meer eens of oneens te zijn. Je kunt op deze manier de stelling aanscherpen om zo toe te werken naar een gezamenlijk gedragen standpunt.

Je hebt een eindeloze hoeveelheid werkvormen, dat heb je wellicht al wel ontdekt bij je verkennen op het web. Om door die bomen het bos te zien kan het helpen om je te realiseren dat je werkvormen kunt gebruiken bij: 

  • Start en warmdraaien
  • Kennismaken
  • Ideeen bouwen en informatie uitwisselen
  • Toepassen en oefenen
  • Evalueren
  • Afronden en afsluiten

Hieronder vind je een korte beschrijving van vijf werkvormen die je in deze situaties kunt gebruiken. Handig om als docent in je rugzak te hebben.

2. Sfeerkaarten (kennismaking, opstap naar onderwerp)

Deze werkvorm heeft een opstap om de beleving en gevoelens of ervaringen van mensen te inventariseren en op een luchtige manier bespreekbaar te maken. Als docent gebruik je een verzameling sfeerkaarten (afbeeldingen, ansichtkaarten) die je uitgespreid op een tafel legt. Je nodigt deelnemers uit om een kaart te kiezen die zij typerend vinden voor een bepaalde situatie. Om beurten vertellen ze welke kaart ze hebben uitgekozen en waarom.

3. Mindmap (iets voorbereiden, opbrengst verzamelen)

Een mindmap kun je gebruiken als vorm om aantekeningen te maken tijdens een trainingsdag. Of ter voorbereiding van een voorstel of presentatie. Deze werkvorm werkt ook heel goed als brainstorm met een groep om nieuwe ideeën of in de groep aanwezige ervaringen te verzamelen. 

In het midden van een leeg vel schrijf je het thema. Dit thema roept associaties op en die schrijf of teken je rond het thema. je kunt op zo'n associatie doorgaan door de vraag te stellen: waar denk je aan bij deze associatie? Je kunt elke deelnemer een eigen mindmap laten maken, maar je kunt er ook een gezamenlijk maken.

4. Miniwerkvormen

Denk ook eens aan miniwerkvormen:

  • Stel tijdens de presentatie vragen tussendoor, waar de deelnemers op kunnen reageren.
  • Las kleine reflectiemomentjes in waarbij je deelnemers kort laat nadenken over een vraag of stelling en een aantal deelnemers om een reactie vraagt.
  • Begin je verhaal met een anekdote over iets wat je die dag/week hebt meegemaakt in relatie tot het onderwerp van de sessie.
  • Verander de opstelling van de zaal. Ga bijvoorbeeld eens in een grote cirkel zitten in plaats van in theateropstelling.
  • Open de sessie door een aantal mensen te vragen wat ze er van verwachten.
  • Laat deelnemers tussendoor iets opschrijven om daar vervolgens iets van uit te wisselen met elkaar.
  • Nodig deelnemers uit om in tweetallen kort te 'buzzen' (vlot overleggen). 
  • Vraag deelnemers lastige situaties op een briefje te schrijven. Deze verzamel je, om er vervolgens een paar te bespreken. Een soort "als dit gebeurt, dan...".
  • Laat deelnemers tijdens de sessie vragen noteren en deze achteraf inleveren in een bak. Na afloop van de sessie geef je per mail antwoord op de gestelde vragen.

Hoe kies je de juiste werkvorm

Wanneer je eenmaal enthousiast bent over het gebruik van werkvormen, gaat het erom je enthousiasme productief te laten zijn. Het is belangrijk steeds goed te kijken naar het doel en de situatie voordat je tot een keuze van de werkvorm komt. 

Je weet al wat je met een bepaald onderdeel wilt bereiken. Je weet vast ook hoeveel mensen je ongeveer verwacht in je training of opleiding. Vervolgens kun je jezelf de volgende vragen stellen:

  1. Zoek je een werkvorm voor de start, kennismaking, toepassing, evaluatie of afronding? 
  2. Welke energieniveau verwacht je op dit moment in de dag? Na de lunch kies je voor een actievere vorm dan aan het begin van de dag.
  3. Welk belang heeft dit moment in de dag? Het ene leerdoel is belangrijker dan een ander leerdoel. Wanneer je voor het eerst bij elkaar komt in een langer lopende opleiding, dan is de kennismakingsfase een belangrijk element. Sta je vlak voor een examenmoment, dan gaat het meer om oefenen, herhalen, oogsten. Geef dit onderdeel een uitgebreidere werkvorm zodat je er echt de tijd voor neemt.
  4. Doe een brainstorm en bedenk werkvormen die je geschikt vindt. Wees creatief en maak varianten op bestaande vormen. Je kunt overwegen om meer dan 1 werkvorm per onderdeel te bedenken. Dan kun je laten afwegen welke je het meest geschikt vindt. 

Pak nu je draaiboek erbij. Daarin heb je al een aantal grove ideeën voor activerende werkvormen opgenomen. Nu is het moment om dit aan te scherpen. Begin met het belangrijkste leerdoel, het onderwerp dat echt aandacht en tijd vraagt. 

Tips:

  • Je hoeft niet voor alle onderdelen in je draaiboek een werkvorm te hebben. Een korte presentatie of iets uitleggen is op bepaalde momenten ook heel effectief.
  • Kijk ook eens naar het geheel aan werkvormen, zit er voldoende afwisseling in? Plenair, kleine groepjes?
  • Je kunt overwegen om een collega nog even mee te laten kijken. Lijkt het hem of haar ook een goede opzet? 
  • Wees creatief met werkvormen. Maak het ook weer niet te gek; het moet uiteindelijk niet om de werkvorm gaan maar om de inhoud en wat je wilt bereiken.

Je bent er!!

Gefeliciteerd! Je hebt nu een draaiboek waar je mee aan de slag kunt. Heldere leerdoelen die aansluiten bij de behoefte van de deelnemers. Een goede opbouw. Activerende werkvormen om dialoog en interactie vorm te geven bij die onderdelen die dat nodig hebben. En een draaiboek als leidraad voor jezelf. 

Om deze online cursus helemaal af te ronden kun je je draaiboek mailen aan de opleidingsadviseur met wie jij contact hebt. Zij zullen je van feedback voorzien. 

En dan... genieten van het behaalde resultaat! Op naar de eerste trainingsdag. Veel succes!