[NL] E-learning Hygiëne- en Bedrijfsregels.

Welkom bij de E-learning van het bedrijf Dutch Bakery Group B.V. (=DBG)!

In deze E-learning zullen een aantal hygiëne en bedrijfsregels worden uitgelegd. Na de uitleg zal er een vraag worden gesteld om te controleren of de uitleg is begrepen.

Algemene Hygiëne.

Kledingvoorschriften voor low-care afdelingen.

In het productiegedeelte van DBG moet er zo hygiënisch en veilig mogelijk worden gewerkt. Om hiervoor te zorgen moeten alle personen in het productiegedeelte van het bedrijf de volgende items dragen.

1. Haarnetje

Het haarnetje moet al het hoofdhaar van de persoon bedekken. Daarnaast moet het haarnetje tot over de oren worden gedragen, ook als de persoon kaal is. Zodra het haarnetje is afgedaan moet het haarnetje worden gedeponeerd in de prullenbak en moet er bij het betreden van productie een nieuw haarnetje worden gepakt.

De kleur van het haarnetje is afhankelijk of de medewerker een vast contract heeft of op uitzendbasis werkt.

  • Een blauw haarnetje wordt gedragen door personeel met een vast contract.
  • Een oranje haarnetje wordt gedragen door uitzendkrachten en bezoekers.

2. Baardnetje

Een medewerker moet een baardnetje dragen zodra hij zich ’s ochtends niet heeft geschoren. Als het baardnetje wordt gedragen moet deze de snor- en baardharen volledig bedekken.

3. Bedrijfskleding

Alleen de aanwezige bedrijfskleding van DBG mag in de productie worden gedragen.

De bedrijfskleding mag na werktijd niet mee naar huis worden genomen en moet in de kleedkamers worden gedeponeerd in de wascontainer. Op het begin van iedere werkdag bent u verplicht om nieuwe schone werkkleding te dragen.

4. Werkschoenen

Er mogen alleen werkschoenen met een stalen neus worden gedragen (type S2). Zodra de stalen neus in de schoen beschadigd is of de schoenen sporen van slijtage tonen moeten deze schoenen worden verwisseld voor een nieuw paar.

Naast de hierboven genoemde beschermingsmiddelen stelt DBG gehoorbescherming ter beschikking om uw gehoor te beschermen. Uw gehoor kan namelijk beschadigd raken als u zich een bepaalde tijd in een luidruchtige ruimte bevindt.

Voldoet de medewerker aan de kledingsvoorschriften van low-care afdelingen?

U ziet op de foto hiernaast een vaste medewerker die in de low-care afdeling in de productie werkt. 

  • De medewerker draagt een blauwe jas omdat de bedrijfskleding op is.
  • De medewerker draagt werkschoenen van het bedrijf.
  • De medewerkers heeft zich vandaag geschoren.

  • Ja, de medewerker mag op deze manier werken.
  • Nee, de medewerker moet de knoop uit zijn blauwe jas halen en deze dichtmaken.
  • Nee, de medewerker moet zijn blauwe jas dichtmaken en een baardnetje dragen.

Verwondingen.

Als u voor of tijdens het werk een wondje heeft gekregen dan is dat erg vervelend. Om ervoor te zorgen dat er met een pleister zo hygiënisch mogelijk gewerkt wordt moeten de volgende handelingen worden uitgevoerd.

  1. Verwijder de pleister die thuis is opgeplakt. Indien de wond is ontstoken moet dit worden gemeld aan de bedrijfsleiding.
  2. Plak een blauwe metaal detecteerbare pleister over de wond.
  3. Trek een gekleurde handschoen met een afwijkende kleur over de pleister aan.
  4. Reinig en desinfecteer uw handschoenen.


Door het gebruik van de metaal detecteerbare pleister wordt het product waarop de pleister zich bevindt uitgestoten bij de metaaldetectie. Om te voorkomen dat de pleister losraakt, moet er een gekleurde handschoen over de pleister worden aangetrokken. De handschoenen en pleisters dienen regelmatig vervangen te worden.


Wat doet u zodra u begint met werken?

Net voordat u moet gaan werken heeft u zich verwond aan uw hand. U heeft over de kleine wond een pleister geplakt.

  • Een gekleurde handschoen met een afwijkende kleur over de pleister aantrekken.
  • Een blauwe metaal detecteerbare pleister over de originele pleister aantrekken.
  • De pleister vervangen voor een blauwe metaal detecteerbare pleister en een gekleurde handschoen met een afwijkende kleur aantrekken.

Omkleden cleanrooms en het inpakken van producten.

De cleanroom is de inpakruimte waarin gebakken producten terecht komen nadat ze zijn afgekoeld. Omdat er geen volgende stap in het proces is waarin de micro-organismen worden afgedood moet er extra hygiënisch worden gewerkt in deze ruimte. Om nog hygiënischer te werken zijn er nog enkele kledingvoorschriften voor deze ruimte.

1.   Rode en gele haarnetjes

Bij het betreden van de cleanroom kleedruimte moeten de blauwe of oranje haarnetjes worden weggegooid en moet er een rood (vaste medewerker) of geel (uitzendkrachten en bezoekers) haarnetje worden gedragen. Deze haarnetjes moeten tot over de oren worden gedragen, ook moet al het hoofdhaar bedekt zijn. Haarnetjes zijn voor eenmalig gebruik, zodra u deze van uw hoofd afhaalt moet u een nieuw haarnetje pakken. Na het verlaten van de cleanroom moet u een nieuw blauw (medewerkers) of oranje (uitzendkrachten en bezoekers) haarnetje dragen.

2.   Overall

De overall moet over de bedrijfskleding worden gedragen. Als alle overalls op zijn mogen de blauwe jassen worden gebruikt. De kleding moet voor zover mogelijk dicht worden gemaakt. Bij het verlaten van de cleanroom moet de overall in de wascontainer worden gedeponeerd.

3.  Gekleurde handschoenen met een afwijkende kleur

Omdat u in direct contact komt met het product moeten er gekleurde handschoenen met een afwijkende kleur worden gedragen. Mocht u deze handschoenen al dragen omdat u een wondje heeft dan moeten de handschoenen worden vervangen.

4.   Overschoentjes (Alleen cleanroom 1)

In cleanroom 1 moeten er overschoentjes worden gedragen. In cleanroom 2 hoeft dit niet omdat er hier een borstelbaan is waarbij de schoenen aan de onderzijde droog worden gereinigd. De overschoentjes worden gedragen om het vuil aan de onderzijde van de schoen te weren in de cleanroom.

De instructie van het omkleedproces van cleanroom 1 en 2 staan op de volgende pagina. Daarnaast hangen de omkleedinstructies ook in de desbetreffende ruimten.

Fotoinstructie Cleanroom 1.

Fotoinstructie Cleanroom 2.

In welke volgorde moet u de kleding aantrekken voordat u de producten in cleanroom 1 mag inpakken?

U bent ingedeeld bij het inpakgedeelte in de cleanroom 1 (High-risk afdeling). U komt van de Low-care afdeling af en u moet zich gaan omkleden.

  • Een geel of rood haarnetje, overschoenen, overall of blauwe jas en als laatste gekleurde handschoenen met een afwijkende kleur.
  • Overschoentjes, een nieuw oranje haarnetje, overall of blauwe jas en als laatste gekleurde handschoenen met een afwijkende kleur.
  • Een geel of rood haarnetje, gekleurde handschoenen met een afwijkende kleur en als laatste overschoenen en een overall of bezoekersjas.

Dragen van sierraden en andere persoonlijke eigendommen in de productie.

In de productie mogen er geen sierraden worden gedragen en moet u uw persoonlijke eigendommen in de kluisjes achterlaten. Dit betekent dus dat onder andere horloges, alle soorten (trouw)ringen (inclusief gladde), oorbellen, armbanden, piercings (alle soorten) en spelden niet gedragen mogen worden in de productie.

Het dragen van opnameapparatuur zoals mobiele telefoons, camera’s, of recorders in de productie is ten strengste verboden, mits er toestemming is van de bedrijfsleider.

Welke van de volgende beweringen is juist?

  • U mag een gladde trouwring dragen in de productie.
  • U mag gebruik maken van uw mobiele telefoon als u even niets te doen heeft in de productie.
  • U moet sierraden, persoonlijke eigendommen en apparaten waarmee foto’s of opnames kunnen worden gemaakt in uw kluisje bewaren als u de productie betreed.

Het wassen van de handen.

Een van de belangrijkste taken van u als productiemedewerker is het hygiënisch werken in de productie. Het wassen van de handen is hierbij een heel belangrijk onderdeel. Het wassen van de handen is belangrijk om ervoor te zorgen dat producten die binnen de DBG worden geproduceerd veilig zijn om te eten voor jong en oud.

De momenten waarop u verplicht uw handen moet reinigen en desinfecteren zijn als volgt:

  1. Aan het begin van uw werkdag.
  2. Voor- en nadat u pauze gaat houden en bij bezoek kantine.
  3. Na het gebruik van het toilet.
  4. Bij het betreden van de cleanroom(s)
  5. Als u in uw handen of handschoenen heeft gehoest of geniest.
  6. Bij vervanging van uw handschoenen.
  7. Als u dit al enige tijd niet heeft gedaan.
  8. Bij vervuilde handen.
  9. Als u in contact komt met afval of de vloer.
  10. Na het drinken van water in de kleedruimtes van de cleanroom en ovenruimte 1.

Geef aan bij welke van de volgende activiteiten de handen moeten worden gewassen. Bij deze vraag zijn meerdere antwoorden goed.

  • Na een bezoek aan het toilet, bij aanvang van werk en na een bezoek aan de kantine.
  • Als uw trouwring vies is geworden.
  • Bij het betreden van de cleanroom en na het drinken van water in de ovenruimte of de kleedruimtes van de cleanroom.

Hygiëneregels met betrekking tot nagels.

In de ruimte tussen de nagels en uw huid kan er veel vuil komen te zitten. Als u uw nagels niet goed schoonmaakt dan is het mogelijk dat de micro-organismen die in het vuil zitten ervoor zorgen dat het product bedorven wordt voordat de houdbaarheidsdatum (THT) is bereikt. Bij lange nagels kan het gebeuren dat deze afbreken en in het product terecht komen waardoor de consument het product niet meer wilt kopen. Om ervoor te zorgen dat de genoemde situaties niet gebeuren zijn er hygiëneregels over dit onderwerp opgesteld.

Uw nagels moeten:

  • Niet bedekt zijn met kunstnagels en/of andere versieringen.
  • Niet gelakt zijn.
  • Kort zijn geknipt.
  • Schoon zijn.

Het dragen van handschoenen met een afwijkende kleur betekent niet dat deze regels niet gevolgd hoeven te worden.

Voldoen de nagels op de foto hierboven aan de hygiëneregels van DBG?

  • Ja, zolang de handen maar goed gewassen worden.
  • Nee, de nagels zijn te lang en vies.
  • Er zijn geen regels met betrekking tot de nagels.

Preventie van ongedierte.

Het hebben van ongedierte in een productiebedrijf is een groot probleem voor de kwaliteit van de producten. Om ongedierte zoveel mogelijk tegen te houden heeft DBG regels opgesteld om de kans op ongedierte zo klein mogelijk te houden.

Als productiemedewerker kunt u er ook voor zorgen dat ongedierte zo min mogelijk kans heeft om in het bedrijf te komen. De manier waarop u dit kan doen zijn als volgt:

  • De buitendeuren en ramen zonder hor zo kort mogelijk te open.
  • Door afvalzakken meerdere keren per dag naar de container te brengen en niet te wachten totdat deze volledig is gevuld.
  • Het goed afsluiten van afvalbakken, -persen en -containers.
  • De producten niet op de grond te leggen, maar op een pallet of dolly.
  • Met enige regelmaat uw werkplek opruimen.

Op welke manieren kunt u de kans op ongedierte in de productie verkleinen?

  • Door buitendeuren en ramen zonder hor zo kort mogelijk open te houden.
  • Door tijdelijke (improvisatie) prullenbakken te maken.
  • Door afvalcontainers, afvalpersen en afvalbakken goed af te sluiten.
  • Door producten niet direct op de grond te plaatsen.
  • Het is niet mogelijk om de kans op ongedierte te verkleinen.

(Sporen van) ongedierte in de productie.

Terwijl het bedrijf ongedierte zoveel mogelijk probeert te weren kan het voorkomen dat er ongedierte in de fabriek is gekomen. Als u (sporen van) ongedierte in de productie tegenkomt dan moet u dit direct melden aan uw leidinggevende. De leidinggevende gaat hierop direct actie ondernemen zodat dit probleem wordt opgelost.

Het is belangrijk dat het zien van (sporen van) ongedierte direct worden gemeld zodat het ongedierte de voedselveiligheid niet in gevaar brengt.

Wat moet u doen als u ergens sporen van ongedierte vindt?

  • Als deze op mijn werkplek liggen dan ik maak aan het einde van mijn werkdag een melding bij mijn leidinggevende.
  • Als deze niet op mijn werkplek liggen hoef ik geen actie te ondernemen.
  • Ongeacht waar de uitwerpselen liggen meld ik het direct bij mijn leidinggevende.

Categorie 3.

Producten die op de grond zijn gevallen moeten in de Categorie 3 bakken worden gedeponeerd. De Categorie 3 bakken hebben een rode kleur en hebben de tekst “Cat. 3” op de lange zijdes gedrukt. Een foto van deze bak staat hiernaast. 

De producten in deze bakken worden door Nijssen opgehaald en vervolgens door middel van biovergisting omgezet in (groene) stroom. In deze bakken mag er geen papier of producten met productvreemde delen zoals glas, plastic of metaal worden gedeponeerd.

Geef per stelling aan of deze waar of onwaar is.

  • Een categorie 3 bak is herkenbaar aan haar gele kleur.
  • In de categorie 3 bak mag geen metaal, (gebroken) glas, papier of plastic worden gedeponeerd.
  • Als een er product van de lijn af is gevallen moet het in de categorie 3 bak worden gedeponeerd.

Productvreemde delen.

Productvreemde delen zijn alle (stukken van) materialen die niet thuishoren in producten. Een voorbeeld hiervan is een stukje blauw plastic die in een kaasbroodje zit. Mocht het gebeuren dat u als productiemedewerker een productvreemd deel in een product ziet zitten dan moet u de volgende stappen ondernemen.

  1. Zorg ervoor dat de lijn wordt gestopt.
  2. Meld het incident direct bij uw leidinggevende.
  3. Haal het product met het productvreemde deel van de lijn en geef het aan uw leidinggevende.
  4. Volg het advies van uw leidinggevende op.

Wat doet u?

U staat aan het begin van de lijn waar er gewerkt wordt met grondstoffen uit grote (blauwe) plastic zakken. 

U ziet een kaasbroodje op de lijn waarin een stukje blauw plastic uitsteekt.

  • Ik probeer het stuk plastic uit het kaasbroodje te halen, als dit niet lukt stop ik het broodje in de categorie 3 bak en hoef ik het niet aan mijn leidinggevende te vermelden tenzij dit vaker gebeurd.
  • Ik laat het kaasbroodje op de lijn liggen; een andere collega op de lijn valt dit ook vast wel op. Daarnaast hoef ik dit niet te melden aan mijn leidinggevende.
  • Ik stop de lijn en meld het incident direct bij mijn leidinggevende. Vervolgens haal ik het kaasbroodje van de lijn. Daarna geef ik het broodje aan mijn leidinggevende zodat hij/zij mij kan vertellen wat er moet gebeuren.

Opruimen van gemorste producten.

Tijdens uw werkzaamheden kan het gebeuren dat u per ongeluk iets omstoot. Om de kans op glij- en valpartijen zo klein mogelijk te houden moet u direct actie ondernemen.

Als de gemorste hoeveelheid klein genoeg is om met een veger en blik op te ruimen dan moet u dit direct doen. Als het product op de grond ligt hoort u na gebruik de gebruikte materialen aan de schoonmaker aan te bieden voordat het materiaal opnieuw gebruikt mag wordt.

Mocht het zo zijn dat de gemorste hoeveelheid te groot is om snel met een veger en blik op te ruimen dan dient u de schoonmakers in te lichten, en uw collega’s te waarschuwen voor dit gevaar.

Geef aan welke van de drie beweringen juist is.

U bent werkende in de productie en u mag van uw leidinggevende pauze gaan houden. Bij het verlaten van uw werkplek stoot u een schaal met een kleine hoeveelheid bloem om en valt het op de grond.

  • Ik ruim het direct op zodat mijn collega’s niet uit kunnen glijden. Als het opgeruimd is bied ik de gebruikte materialen aan bij de schoonmakers en ga ik pauze houden.
  • Ik hoef het niet op te ruimen want mijn collega’s die geen pauze hebben ruimen dit wel op.
  • Ik ga pauze houden en ruim het na mijn pauze op.

Roken, snoepen en eten in de productie.

In het productiegedeelte van de fabriek is het niet toegestaan om te eten, snoepen, roken of medicijnen te gebruiken. Het gebruik van keelsnoepjes, kauwgom e.d. wordt ook gezien als snoepen.

In de productie is het alleen toegestaan om water te drinken in de ovenruimte van bakkerij 1 en de kleedkamers van de cleanrooms. Als er in deze ruimtes water uit een plastic beker wordt gedronken dan bent u verplicht om na het consumeren uw handen opnieuw te wassen en desinfecteren.

Als u tijdens uw werktijd medicatie moet innemen dan mag dit enkel gebeuren op kantoor of in de kantine.

Geef aan welke van de volgende producten er in de productie geconsumeerd mogen worden.

  • Keelsnoepjes en kauwgom.
  • Sigaretten en medicijnen.
  • In de productieruimtes mag geen enkel product geconsumeerd worden (met uitzondering van water).

Bedrijfs- en gedragsregels.

Persoonlijke veiligheid.

De organisatie DBG vindt het zeer belangrijk dat alle werknemers op een veilige manier zijn of haar werk moeten kunnen uitvoeren.

In delen van de low-care productie wordt er gebruik gemaakt van elektrische pompwagen, hef- en reachtrucks. Om ervoor te zorgen dat de kans op ongevallen zo klein mogelijk te houden zijn er een aantal regels opgesteld over het omgaan met pompwagens en hef- en reachtrucks.

  • U mag niet “steppen” op een normale pompwagen.
  • U mag te allen tijde niet op de lepels van de pompwagens en hef- en reachtrucks staan.
  • U mag niet onder de elektrische pompwagen en hef- en reachtrucks doorlopen als deze de lepel omhoog heeft.
  • U mag alleen de hef- en reachtruck besturen als u hiervoor een geldig certificaat heeft.
  • Als u de claxonnerende pompwagen of truck niet ziet, maar wel hoort moet u aan de zijkant van de gang wachten totdat u deze heeft gezien en is gepasseerd.
  • Zorg voor (oog)contact met de bestuurder van de elektrische pompwagen, hef- of reachtruck als u er achterlangs moet lopen.

Geef per stelling aan of deze waar of onwaar is.

  • Iedereen mag een hef- en reachtruck besturen zolang hij/zij maar goed oplet.
  • Als u elektrische pompwagen, hef- of reachtruck hoort toeteren moet u aan de zijkant van het pad wachten totdat deze is gepasseerd.
  • U mag op de lepels van de (normale) pompwagen staan als u hierdoor sneller te kunnen werken.

Bedrijfshulpverleners.

Om ervoor te zorgen dat er goed wordt gehandeld bij incidenten en ongevallen zijn er tijdens bedrijfsuren op iedere locatie bedrijfshulpverleners (=BHV’ers) aanwezig. In het geval dat u een ongeval of brand ontdekt dient u dit direct bij uw leidinggevende te melden. Uw leidinggevende kan de beslissing maken om een BHV’er in te schakelen of het pand te ontruimen.

Indien uw leidinggevende niet aanwezig is op het moment van het incident of ongeval, kunt u naar de kantoren in de productieafdelingen gaan om het bedrijfsnoodplan te raadplegen. In het bedrijfsnoodplan staat een lijst met telefoonnummers van BHV’ers. Deze telefoonlijsten zijn ook op de deuren van de kantoren geplakt.

Maak de zin af. Bij het ontdekken van een ongeval of brand moet u …

  • De situatie zelf proberen op te lossen en als dit niet lukt uw leidinggevende inschakelen.
  • Direct uw leidinggevende waarschuwen.
  • Het bedrijfsnoodplan lezen voordat u uw leidinggevende inschakelt.

Messenbeleid.

Op locaties waar het gebruik van een mes nodig is om de werkzaamheden uit te voeren zijn er messen beschikbaar gesteld door het bedrijf. Het is niet de bedoeling dat u messen gebruikt die niet beschikbaar zijn gesteld door Dutch Bakery! 

Als u tijdens uw werkzaamheden gebruik maakt van een mes dan moet u het mes controleren op slijtage. Een aantal voorbeelden van slijtage zijn:

  • Roestvorming.
  • Afbreken van het mes.
  • Bot worden van het mes.
  • Losraken van onderdelen van het mes.

Mocht u een van deze vormen van slijtage op het mes tegenkomen dan moet u het mes direct aan uw leidinggevende geven en een nieuw mes pakken.

Welke messen mogen binnen DBG worden gebruikt?

  • Eigen messen en de uitgedeelde messen door DBG die geen sporen van slijtage vertonen.
  • Eigen messen die geen sporen van slijtage vertonen.
  • Uitgedeelde messen door DBG die geen sporen van slijtage vertonen.

Correct labelen van (gebruikte) grondstoffen en halffabricaten.

Het labelen van (gebruikte) grondstoffen of halffabricaten wordt gedaan om ervoor te zorgen dat een product geïdentificeerd kan worden. Op de label van open grondstoffen en gemaakte halffabricaten moeten minimaal de volgende gegevens worden gezet:

  • Productnaam of receptnummer.
  • Productiedatum.

Een voorbeeld van een juist ingevulde label staat op de foto hiernaast.

Naast deze gegevens moeten de open producten afgedekt worden zodat ze niet uitdrogen en er geen productvreemde delen in kunnen vallen.

Welke eisen worden er gesteld aan producten die in de koeling worden geplaatst?

U moet van uw leidinggevende een product in de koeling plaatsen zodat deze op een later tijdstip kan worden gebruikt.

  • Het product moet afgedekt zijn. Daarnaast moet er een productnaam of receptnummer aanwezig zijn op het product.
  • Het product moet afgedekt zijn, er moet een productnaam of receptnummer en een productiedatum op het product staan.
  • Er moet een barcode en een productiedatum op het product staan.

Food Defense.

Food Defense staat voor het beveiligen van het productieproces tegen opzettelijke besmettingen, vernielingen en sabotage. Een voorbeeld hiervan is een persoon met een emmer schoonmaakmiddel die continue om zich heen aan het kijken is om te kijken of hij/zij alleen is. Zodra hij/zij alleen is voegt de persoon het schoonmaakmiddel toe aan het product waardoor de consumenten die het product eten ziek worden.

Als productiemedewerker is het uw taak om personen die zich verdacht gedragen aan te spreken en deze te begeleiden naar de kantine of het kantoor. Als u de persoon liever niet aanspreekt dan moet u de verdachte situatie direct bij uw leidinggevende melden.

Het is belangrijk dat u of een andere medewerker de verdachte persoon niet uit het oog verliest en altijd direct actie onderneemt, ook als u deze persoon op een werkplek ziet waar u niet aan het werk bent!

Wat doet u?

U ziet een persoon die zich verdacht gedraagt in de productie.

  • U meldt de verdachte situatie direct bij uw leidinggevende of spreekt de persoon aan en begeleidt hem/haar naar de kantine of het kantoor.
  • U houdt de persoon in de gaten maar gaat verder met uw werk.
  • U doet niets, deze persoon zal niets verkeerd doen.

Meldingsplicht onregelmatigheden.

Om te voorkomen dat de kwaliteit van het product en de product- en persoonlijke veiligheid in gevaar worden gebracht geldt er in het bedrijf een meldingsplicht. Indien er een situatie optreedt waarin dit gebeurt, hoort u dit direct aan uw leidinggevende te melden. Onder de onregelmatigheden worden de volgende situaties verstaan:

  • Overlopen van grondstof, halffabricaat of eindproduct uit de lijn.
  • Technische storingen.
  • (On)bewuste menselijke fouten.
  • Sabotage van machines en apparatuur.
  • Onprettige situaties (Discriminatie, (seksuele) Intimidatie etc.).

Om een voorbeeld van een dergelijke situatie te noemen is het zien van een persoon die (on)bewust een foute instelling heeft ingevoerd in een machine.

Waarom moeten onregelmatigheden direct gemeld worden aan uw leidinggevende?

  • Om ervoor te zorgen dat er hygiënisch gewerkt kan worden.
  • Om ervoor te zorgen de kwaliteit van het product en de product- en persoonlijke veiligheid niet in gevaar worden gebracht.
  • Onregelmatigheden hoeven niet gemeld te worden.

Omgaan met hulp- en schoonmaakmiddelen.

Tijdens uw werkzaamheden kunt u gebruik maken van hulpmiddelen zoals schapers, schepjes en veger en blik. Deze hulpmiddelen hangen per afdeling aan een rek. Iedere afdeling heeft een eigen kleur met hulpmiddelen.

Als u tijdens uw werkzaamheden gebruik heeft gemaakt van deze hulpmiddelen dan moet u deze na gebruik terug aan het rek hangen. De uitzondering hierbij zijn de hulpmiddelen die aan de lijn gebruikt horen te worden, deze horen bij de lijn te hangen.

Gebruikte hulpmiddelen moeten na gebruik naar de spoelkeuken worden gebracht om gereinigd te worden. De hulpmiddelen mogen niet tijdelijk op een machine of krat met producten worden gelegd.

Tijdens het schoonmaken moet u de machine uitschakelen en mag u nooit twee schoonmaakmiddelen door elkaar mixen omdat er giftige dampen kunnen ontstaan. Daarnaast mag u niet schoonmaken met water in de buurt van blootliggende leidingen en stopcontacten.

Binnen zijn DBG zijn er een aantal machines die niet met water schoongemaakt mogen worden omdat deze er niet goed tegen bestand is. Deze machines zijn door middel van stickers gekenmerkt. Als u niet zeker bent of een machine goed bestand is tegen water moet u dit aan uw leidinggevende vragen.

Geef per stelling aan of deze waar of onwaar is.

  • Chemicaliën en schoonmaakmiddelen mogen in de productieruimte worden opgeslagen.
  • Als ik heb gewerkt met hulpmiddelen dan moet ik deze na gebruik direct ophangen in het rek.
  • Als ik een hulpmiddel even niet meer nodig heb dan mag ik deze ook op een machine of krat met verpakte producten leggen.

Omkleden van privé- naar bedrijfskleding.

Bij het omkleden van uw privé- naar bedrijfskleding moet u erop letten dat u deze gescheiden houdt. Als u hiermee geen rekening houdt dan kunnen bijvoorbeeld de haren van uw privé kleding op uw bedrijfskleding terecht komen. Deze haren kunnen vervolgens weer in het product terechtkomen. Omdat dit niet hygiënisch is moet dit zoveel mogelijk worden voorkomen.

Geef aan welke van de drie beweringen juist is.

  • De bedrijfs- en persoonlijke kleding hoeft u niet gescheiden te houden.
  • U hoeft geen bedrijfskleding te dragen als u schone privékleding draagt.
  • Beide antwoorden zijn niet juist.