Patiëntbewaking

Inleiding

Trainingsmodule “Patiëntbewaking”

Welkom bij de trainingsmodule van de cursus “Patiëntbewaking”. Deze cursus is voor alle verpleegkundigen voor de afdelingen SEH/OU, IC/CCU en KA. 

Verpleegkundigen met niveau onervaren tot ervaren kunnen deze cursus volgen. In deze cursus zullen we focussen op de dagelijkse handelen dat een verpleegkundige neemt in de patiëntbewaking, zowel bij de bedside monitor of in de centrale post.  

We behandelen welke stappen een verpleegkundige moet zetten in de patiëntbewaking en wat en waar alles te vinden is. Daarnaast neemt de cursus de incorrecte handelingen, risico’s en storingen door die kunnen optreden tijdens het gebruik van de patiëntbewaking.  

De cursus is verdeeld in drie hoofdstukken: Patiënt opnemen, Patiënt Opgenomen en Patiënt ontslaan. Door middel van een gestructureerde stappenplan en  animatie zullen de stappen gevisualiseerd worden.  

Na het afronden van deze module bezit u de juiste kennis om verantwoord om te gaan met de patiëntbewaking.

Onderwerpen binnen deze e-learning

Binnen de e-learning “Patiëntbewaking”, worden de volgende onderwerpen behandeld:

  • Een patiënt correct invoeren en ontslaan
  • Alarmmoeheid
  • Instellingen aanpassen  bedside monitor/centrale post
  • Grenzen aanpassen van de parameters bedside monitor/centrale post
  • Algemene inhoud centrale post bedside monitor/centrale post
  • Incorrecte handelingen, risico’s en storingen

Wat u leert in deze cursus

In de verschillende hoofdstukken staan begrippen gemarkeerd en let op teksten. Let op teksten, te herkennen aan een uitroepteken met een driehoek eromheen. Dit zijn extra toevoeging aan de stappenplanen. Ter visualisatie worden er plaatjes geleverd bij de stappenplannen. Ze staan op de dia zelf naast het stappenplan of op de volgende dia. Aan het einde van de cursus kunt u :

  • Kan u een patiënt correct en veilig  invoeren en ontslaan.
  • Kan u de alarmgrenzen instellen van diverse parameters en bent u bewust waarop u moet letten.
  • Weet u hoe een trendanalyse ingezien moet worden.
  • Kan u handelen in het patiënt venster, door te weten wat de mogelijkheden zijn van een patiënt venster en hoe alledaagse handelingen uitgevoerd moeten worden. Tevens kan u handelen in de subonderdelen van de patiëntvenster: patiënt beheren, metingen en onderzoek door te weten hoe bij een functie te komen en wat de functies weergeven.
  • Kan u de instellingen van aritmie bewaking in- en uitschakelen en eventueel aanpassen
  • Weet u waar alle parameters zitten in de patiëntbewaking en hoe en ze aan/uit worden gezet. Ook weet u hoe de een parameters in of uit beeld wordt gebracht bij bedside en centrale
  • Kan u verantwoordelijk omgaan met draadloze telemetrie
  • Bent u bewust van de artefacten, incorrecte handelingen en risico’s bij het gebruik van patiëntbewaking.

Aan het eind van elk hoofdstuk wordt u kort getoetst op uw kennis met 3 meerkeuzevragen De e-learning module wordt afgesloten met een eindtoets. De eindtoets bestaat uit 15 meerkeuzevragen die gaan over de verschillende onderwerpen welke in de cursus aan bod komen. 

Veel succes met de cursus.

Patiënt Opnemen

Patiënt invoeren op een bedside monitor

Als u een nieuwe patiënt invoert moeten er gegevens worden gekoppeld met HIX. In HIX staan persoonlijke gegevens van de patiënt. Om deze koppeling uit te voeren moet een patiëntennummer worden ingevoerd.

Snelste manier om een patiënt invoeren op een bedside monitor is :

Klik op de onderste balk ‘Patiëntgegevens’ aan

 

 

Klik op ‘Niet opgenomen’ of ‘patiënt opnemen’ onderin de balk. Een nieuw venster verschijnt

 

 

 

Voer Patiëntnummer in.

Als alle benodigde gegevens zijn ingevoerd. Klik op: ‘akkoord’ helemaal onderin bij de melding ‘patiënt gegevens invoeren’

Patiënt invoeren Op de centrale post

Stap 1: Klik op ‘Patiënt beheren’. Een venster verschijnt onderop het scherm.

Stap 2: Vul het patiëntnummer in bij ’Pat.NR’. Indien de patiënt niet gevonden kan worden:

Klik op ’Patiënt zoeken’ onder Demografische patiënt gegevens. Een nieuwe venster wordt geopend.

Stap 3: Voer de rest van de gegevens in, zoals ‘Groep’ en ‘Modus Pacemaker’

Let op bij het opnemen van de patiënt:

Er zijn een aantal zaken die extra aandacht nodig hebben bij het invoeren van een patiënt. Dit zijn de volgende zaken:

 

Als u een patiënt zoekt klik in de onderste balk in de bedside monitor bij ‘patiëntgegevens invoeren’ op ‘Patiënt zoeken”. Hier kunt u zoeken op naam of patiëntnummer (weergeven als ID). Zoek alleen op ID en niet op naam! De kans is groot dat de verkeerde persoon wordt aangeklikt.

 

 

Let op de aanwezigheid van een pacemaker en voer dit gelijk in bij het profiel van de patiënt!

Profielen wijzigen

Vervolgens kijken wij naar het profiel van de patiënt: Is onze patiënt een baby, kind of volwassen?  Als op jouw afdeling voornamelijk volwassen worden opgenomen hoeft dit niet constant te worden gecontroleerd. Indien een kind of baby wordt opgenomen: controleer dan altijd of het profiel juist staat. De alarmgrenzen zijn per profiel verschillend. Indien een onjuist profiel wordt gekozen kunnen er onnodige alarmen afgaan.

Voor bedside monitoren geldt:

Stap 1: Zoek naar ‘Profiles’ in de onderste balk.

Stap 2: Klik op ‘Profiles’ en selecteer het juiste profiel voor de patiënt. Keuze uit baby, kind en volwassen)

Stap 3: Klik op ‘akkoord ‘

Profielen wijzigen voor de centrale

Voor de centrale gaat het als volgt: 

 

 

Stap 1: Ga met de muis op het vakje van de patiënt

Stap 2: Klik op "metingen"

Stap 3: Klik op Profielen en wijzig het profiel

Patiënt Opgenomen

Patiënt Opgenomen

Patiënt Opgenomen

De patiënt is ingevoerd en opgenomen. Wij gaan er nu voor zorgen dat de patiëntbewaking juist staat afgesteld op het ziektebeeld van de patiënt.

In dit hoofdstuk behandelen we kort de algemene instellingen van de parameters.

Aan het einde van dit hoofdstuk zullen we het nog kort hebben over hoe u het overzicht van uw beeld in de bedside monitor aanpast en hoe u een alarm op pauze of stil zet. 

Voordat we gaan kijken naar hoe u de instellingen allemaal kan veranderen, gaan we eerst het even hebben over een belangrijke onderwerp: alarmmoeheid.

Alarmmoeheid

Het kan voorkomen dat de standaard ingestelde alarmgrenzen niet passen bij het ziektebeeld van de patiënt. Hierdoor kunnen alarmen continu onnodig afgaan. Alarmen die continue afgaan is natuurlijk vervelend, maar ook gevaarlijk. Een verpleegkundige hoort simpelweg het alarm niet meer. Dit heet alarmmoeheid. Alarmmoeheid vormt een grote risico voor de patiënts veiligheid. Alarmen worden niet of te laat opgemerkt, met alle gevolgen van dien. Om alarmmoeheid te voorkomen is het belangrijk dat de alarmen ook echt alleen afgaan indien het nodig is.

Hoe doet u dit? Een oplossing is om de alarm grenzen wat wijder in te stellen of bepaalde applicaties uit te zetten. Denk hierbij aan een patiënt met een bekende hartritme stoornis.

Alarmmoeheid vervolg

Bij grote afwijkende waardes van parameters is overleg met een arts altijd nodig. Bij tijdelijke waardes (bijvoorbeeld: spelende kinderen) mag een grenswaarde tijdelijk worden aangepast. Let dus goed op de activiteit, emoties en ziektebeeld bij een patiënt. Bij twijfel vraag het aan een arts of mede-verpleegkundige

 

Instellingen aanpassen bedside en centrale

Instellingen aanpassen bedside en centrale

Nu gaan we kijken naar hoe wij alle algemene instellingen rondom de parameters kunnen aanpassen in zowel de centrale als bedside. Eerst kijken wij naar de bedside monitor en vervolgens naar de centrale

Gemakkelijk en snel de alarmgrenzen aanpassen

De alarmgrenzen zijn makkelijk in een overzicht aan te passen bij de bedside monitoren. Dit doet u als volgt:

Stap 1: Klik op de bovenste balk. Een venster genaamd ‘Opzet verschijnt’

Stap 2: Klik op “alarmgrenzen”. Een venster ‘alarmgrenzen verschijnt:”

Stap 3: Pas de grenzen aan per parameterVoor het aanpassen van individuele grenzen, klik dan op de curve of parameter waarde. Hier gaan wij op de volgende dia veder op in. Per curve en waarde wordt er een korte uitleg gegeven wat u daar allemaal kan vinden.

Hart

Het hart is een belangrijk orgaan in het lichaam. Deze willen wij dan ook goed bewaking. Doormiddel van elektroden op plakkertjes kunnen wij de hartactiviteit goed meten. De elektroden moeten echter wel goed bevestigd worden. Dit geldt voor zowel 3leads, 5leads en 12leads. Als de plakkertjes van de electroden niet op de juiste plek bevestigd zit kan dit afwijking geven in de ECG curve.

De belangrijkste parameters verbonden aan het hart zijn Hartfrequentie en de ECG-curve

Hartfrequentie:

Stap 1: Klik op de hartfrequentie naast de ECG-curve
Stap 2: Kies de juiste applicatie:

  • Klik op ‘Bovengrens” of ‘Ondergrens” om de boven en ondergrens van de hartfrequentie aan te passen.
  • Klik op “aritmie” om de Aritmie instellingen aan te passen. Zie kopje ‘aritmie’  dia […]’voor meer uitleg.
  • Klik op ‘pacemodus” om aan te geven of de patiënt een pacemaker heeft of niet
  • Klik op ECG/Ar. Alarmen om de ECG en Aritmie alarmen aan of uit te doen.

Hart: Aritmie

Aritmie weergeeft stoornissen die wordt gekenmerkt door een onregelmatigheid van het hartritme. Dit is onderdeel van de ECG-Curve.

 

Stap 1: Klik op de ECG curve

Stap 2: Klik op Aritmie . (zie vorige dia)

Stap 3: Wijzig de eventueel de instellingen en grenzen. Als een hartritmestoornis bekend is bij de patiënt, is het onnodig om daarvoor een continue bewaking voor aan te zetten. Klik op ‘Aritmie’ om aritmie bewaking aan of uit te zetten

Hart: ECG

ECG-Curve:

Stap 1 Klik op de ECG-curve . Op de achtergrond ziet u de curve geseletceerd

Stap 2: Kies de juiste applicatie.

  • Klik op ‘Bevries curve’ om een afwijking in de ECG- curve beter te bekijken
  • Klik op “ Primaire afleiding’ om de ECG vanuit een andere punt van het hart te bekijken/bewaking of wanneer een storing optreedt bij 1 afleiding.
  • Klik op “groter” of “kleiner” om de ECG pieken en dalen groter of kleiner te maken
  • Klik op ‘Pak nwe afl’  om de monitor opnieuw te laten kijken naar de curve (reset)

Bij 12leads:  Klik op ’12 afl. opnemen’ om alle afleidingen te bekijken

Ademhaling

Bij ademhaling meten we alles dat te maken heeft met de conditie van de longen(ademfrequentie en cruve) en gaswisseling (SP02).

Ademhalingscurve:

Stap 1: klik op de ademhalingscurve (Resp.)

Stap 2: Kies de juiste applicatie

  • Klik op “bevries curve” om een curve beter te zien.
  • Klik op “groter of kleiner” om de schaal groter of kleiner te maken om de curve beter of minder te zien. 

Ademfrequentie (waarde):

Stap 1: Klik op de Ademhalingsfrequentie (RF) naast de curve

Stap 2: Kies de juiste applicatie:

 

 

  • Klik op ‘Bovengrens of ondergrens’  om de RF frequentie aan te passen
  • Klik op ‘Apneu tijd’ om de Apneu tijd aan te passen
  • Klik op ‘Alarmen’ om alarmen voor de ademhaling aan of uit te zetten

Ademhaling: Spo2

Spo2 %:

Stap 1: Klik op de Spo2 waarde.

Stap 2: Kies de juiste applicatie:

  • Klik op ‘Bovengrens of Ondergrens’ om de boven- en ondergrens van Spo2 aan te passen
  • Klik op’ Pols (spo2) ‘ om de weergave en meeting van de pols aan of uit te zetten.
  • Klik op ‘Alarmen’ om de alarmen van Spo2 aan of uit te zetten

 

Spo2 Curve:

Stap 1: Klik op de curve

Stap 2: Klik op ‘bevries curve’ om de curve te bevriezen

Ademhaling: pols

Pols:

De pols meet ook de hartfrequentie. In principe is dit in combinatie met een ECG  overbodig, omdat vanuit een ECG ook een hartfrequentie wordt gemeten.  Pols is wel nuttig indien er gekozen wordt om geen ECG te gebruiken, maar alleen Spo2. Dan wordt de hartfrequentie berekend uit de toppen en dalen van de zuurstofgehalte in het bloed

 

Stap 1: Klik op ‘pols’

Stap 2: Kies de juiste applicatie:

Klik op ‘bovengrens of ondergrens’ om de bovengrens of ondergrens van de pols aan te passen

Klik op’ Pols (spo2) ‘ om de weergave en meeting van de pols aan of uit te zetten

Ademhaling: Let op de volgende twee opmerkingen

Resp. zeer gevoelig voor storing

De ademhalingscurve is erg gevoelig voor storing, omdat deze parameter met behulp van de ECG plakkertjes wordt gemeten.  De kleinste bewegingen kunnen een storing veroorzaken.  Zie het plaatje hieronder hoe een normale curve eruit moet zien.

In een normale gebruik situatie zal de curve niet zo mooi zijn als op de afbeelding is weergeven. Het word pas echt afwijkend als de patiëntbewaking een verkeerde frequentie meet of de frequentie is helemaal niet meer te meten.

Wat kan u doen bij een afwijkende curve:

  • Kijk hoe actief de patiënt is. Als de patiënt veel beweegt is dit normaal. Zet het alarm of parameter tijdelijk uit of verhoog de ademfrequentie bovengrens.
  • Controleren of de ECG plakketjes op de thorax nog goed bevestigd zitten, omdat niet goed plakkende ECG plakkertjes of verkeerd geplakte plakkeertjes zorgen voor een afwijkende curve.
  • Is de ademfrequentie laag? Dan kan de patiënt een ademdepressie hebben of de patiënt slaapt. In het laatste geval moet de ondergrens van de ademfrequentie verlaagd worden.

 

Spo2 kan niet goed een waarde meten

Spo2 meter is erg gevoelig voor licht. Door TL-buizen of zonlicht kan een afwijkende waarde worden gemeten. Het licht verstoord de sensor.  Het uitzetten van de verlichting kan baat hebben bij de storing. Voor zonlicht kan een gordijn gesloten worden. Daarnaast kan nagellak ook voor een slechte of afwezige curve zorgen, doordat de nagellak geen licht doorlaat.  De nagellak moet in dat geval verwijderd worden of ergens anders gemeten worden, zoals het oor of voorhoofd

Bloeddruk

Bloeddruk kan op verschillende manieren gemeten worden. Wij kennen twee soorten: Non-invasieve bloeddruk (NIBP) en Invasieve bloedruk (IBP). We kijken eerst naar NIBP:

 Stap 1: Klik op NIBD met de weergeven waardes en grenzen eronder. In de afbeelding is de curve geselecteerd

 Stap 2: Klik op de juiste applicatie:

  • Klik op ‘Syst hoog’ om de hoogste systolische grens aan te passen.
  • Klik op ‘Syst laag’ om de laagste systolische grens aan te passen.
  • Klik op ‘Alarmen” om het NIBP alarm aan of uit te zetten
  • Klik op ‘Start/stop’ om een bloedrukmeting te starten
  • Klik op “Herhaaltijd’ om een automatische bloedrukmeting te starten om de x-minuten.

Om een bloeddruk meting te starten klik in de onderste balk op Start/Stop:

Bloeddruk IBP:

IBP staat in de patiëntbewaking vaak weergeven als CVD (centrale veneuze druk), maar kan ook een andere naam hebben.

Stap 1: Klik op de bloeddrukwaarde naast de curve.

Stap 2: Klik op ‘CVD nullen’. Hij gaat nu de IBP meten.

Stap 3: kies de juiste applicatie:

  • Klik op ‘Alarmen vanuit’ om te bepalen waaruit u alarm wilt hebben (MEAN, Systolische druk, Diastolische druk ect)
  • Klik op ‘Schaal’ als de curve niet goed in beeld komt.
  • Klik op ‘Syst/MEAN hoog of laag’ om de grenzen aan te passen.
  • Klik op ‘alarmen’ om de alarm voor IBP aan/uit te zetten
  • Klik op ‘Label’ om de juiste IBP locatie naam te geven (bijvoorbeeld: RAP: Right Atriale Pressure).

Het is mogelijk om te nullen vanuit de curve van CVD. Alleen heeft de curve de meeste applicaties niet, alleen schaal , ‘curve bevriezen’ en wijzig snelheid

De centrale post: Metingen

We hebben de bedside monitor gehad. Nu gaan we het hebben over de centrale post. Dezelfde instellingen die u zag bij bedside hebben overeenkomst met de centrale post. Echter zitten er och grote verschillen. Dit is allemaal te vinden onder metingen. Metingen vindt u onderin in uw scherm.  We nemen elke vak door van boven naar beneden: profielen, ECG, Aritmie, ST, STE, QT, SPO2, NiBD, Resp, Bewaking monitor/Telemetrie aanpassen, Alarmfilter en Alarmoverzicht.  In de afbeelding hieronder ziet u de volgorde. Elk vakje heeft een nummer. In de dia’s hierna bespreken wij in het kort wat u daar allemaal kan doen. Met een plaatje ernaast staan alle applicaties weergeven.

De centrale post: Metingen vervolg

 

 

1. Profielen: 

Om het profiel van de patiënt aan te passen of modus pacemaker te bevestigen.

2. ECG:

Klik op ‘bovengrens’ of ‘ondergrens’ om de grenzen van de hartfrequentie aan te passen. Ook de asystolische drempel en primaire afleiding is hier aan te passen.

 

De centrale post: Metingen vervolg

3. Aritmie:

Aritmie weergeeft de afwijkingen in het hartfrequentie. De aritmie kan aan of uit worden gezet en elke  waarde voor een afwijkingen kan worden aangepast. Zie de afbeelding hiernaast voor een complete overzicht

De centrale post: Metingen vervolg

4. ST:

Bij het gebruik van een ECG kan een ST-segment analyse uitgevoerd worden.  Hierbij kan een ST-analyse aan of uit worden gezet. Klik op de ST-map voor een grafische weergave van veranderingen in het ST-segment. De alarmen kunnen ook uit of aan worden gezet. Zelfde geldt voor de ST-alarmlimiten. Het is alleen nuttig om de instellingen aan te passen bij een patiënt waarbij het bekend is dat ze ST-segment afwijking hebben. ST-map is ook te vinden in de bedside monitor bij ‘Hoofd Opzet’ in de onderste balk.

5. STE:

Bij het gebruik van een ECG kan een STE-evaluatie analyse uitgevoerd worden om een ST-segment te analyseren op depressies of elevatie. Hierbij kan een STE-analyse aan of uit worden gezet. Klik op de STE-map voor een grafische weergave van veranderingen in het STE-segment. (heeft hetzelfde uiterlijk als ST-map)  De alarmen kunnen ook uit of aan worden gezet. STE segment afwijking kan namelijk ook wijzen op een ischemie of longembolie. STE-map is ook te vinden in de bedside monitor bij ‘Hoofd Opzet’ in de onderste balk.

De centrale post: Metingen vervolg

6. QT:

Bij het gebruik van een ECG kan een QT-analyse uitgevoerd worden om een QT-tijd te meten. Hierbij kan een QT-analyse uitgevoerd worden en gekozen worden vanaf welke afleiding. Ook een hoog alarm voor QT kan uitgezet worden en de bovengrens kan ingesteld worden. Het is alleen nuttig om de instellingen aan te passen bij een patiënt waarbij het bekend is dat ze QT-afwijking aanwezig is , zoals Lange-QT-syndroom.

7. Spo2:

Klik op ‘Bovengrens’ of ‘Ondergrens’ om de grenzen aan te passen van de saturatie. Klik op ‘Alarmen’ om alle alarmen van Spo2 stop te zetten. De alarmen zullen niet meer weergeven worden

De centrale post: Metingen vervolg

8. NiBD:

Klik op ‘Syst hoog’ of ‘Syst laag’  om de onder en boven grens aan te passen van de systolische druk. Klik op ‘Alarmen’ om alle alarmen van NiBD stop te zetten. De alarmen zullen niet meer weergeven worden.

9.Resp:

Klik op “bovengrens” of ‘Ondergrens” om de grenzen van de ademfrequentie aan te passen. Hier kunt u via het knopje ‘Alarmen’ de alarmen voor de Resp aan op uit zetten. Bij uit zal er geen alarm gegeven worden bij een grens overschrijvende waarde of bij een Apneu. Via het knopje ‘Resp – aan/uit’  is het mogelijk om de meting van de Resp helemaal stop te zetten. Resp is bij uit dan ook echt uit. Er wordt niets meer gemeten en weergeven.

De centrale post: Metingen vervolg

10. Bewaking monitor/Telemetrie aanpassen:

Het gebruikte apparaat wordt weergeven. Stel hier in welke parameters u wilt weergeven per curve op de telemetrie of bedside monitor.  Telemetrie weergeeft alleen hartritme en ECG. Deze instellingen zijn alleen hier aan te passen en niet in het telemetrie kastje zelf.

11. Alarmfilter:

deze applicatie wordt niet/nauwelijks gebruikt. Deze applicatie zorgt ervoor dat alarmen geregisterd worden.

12. Alarmoverzicht: 

Bekijk hier een overzicht van alle alarmen die zijn afgegaan in verloop van de tijd. Kies rechtsboven in het venster de tijdsinterval

Beeld algemeen

Beeld algemeen

We hebben de instellingen van de parameters nu gehad. De bedside monitoren hebben echter meer mogelijkheden.  Hiermee kan het gebruik van de monitor worden vereenvoudigen of af te stellen naar uw of de patiënts wensen. Hier gaan wij even naar kijken.

We beginnen met het wijzigen van een curve. Om een parameter een andere plek te geven moet u gebruik maken van de applicatie ‘Curve Wijzigen.’  U vindt deze zo:

  • Stap 1: Klik op een curve waarvan u een andere parameter wilt neerzetten
  • Stap 2:  Klik op ‘Curve wijzigen’ . Bij sommige parameters staat deze applicatie veder naar beneden in het venster. Scroll eventueel veder naar beneden.
  • Stap 3: Kies de gewenste curve van een parameters.

Beeld wijzigen

Vervolgens is er beeld wijzigen. Dit is vergelijkbare applicatie met ‘curve wijzigen’. Echter kan er hier gekozen worden uit een aantal standaard opstellingen. Een  gebruikelijke versie is ‘3 curven + NIBD ’waarbij de ECG, Spo2, Resp en NIBD onder elkaar staan. Wilt u een andere opstelling in beeld krijgen? Doe dan het volgende:

  • Stap 1: Klik in de onderste balk op ‘Wijzigen Beeld’
  • Stap 2: Klik op de gewenste instelling

Helderheid bedside monitors aanpassen

De helderheid dimmen is handig voor patiënten die willen slapen in de avond of  bij terminale patiënten om verdere stress te voorkomen. Het licht stoort ze dan niet.  De helderheid past u als volgt aan:

  • Stap 1: Kies in de onderste balk ‘Helderheid’.
  • Stap 2: Kies een waarde. Laagste waarde is het donkerst en hoogste waarde is het felst.

Alarmvolume wijzigen

Alarmen kunnen erg hard staan, wat storend kan zijn voor de patiënt en mede-patiënten. Door de alarmen zachter te zetten kan de patiënten zich wat geruster voelen.

Let op: De alarmen gaan nog wel af in de centrale! Alarmvolume is niet te wijzigen in de centrale, alleen in op de bedside monitor

  • Stap 1: Klik op ‘alarmvolume’ in de onderste balk
  • Stap 2: Klik op de gewenste volume. 1 voor heel zacht en 10 voor hard

Alarm Pauzeren /stil

Het kan voorkomen dat een alarm even op stil gezet moet worden, bijvoorbeeld wanneer een losse ECG plakkertje wordt waargenomen. Het huidige alarm kan dan tijdelijk op stil, terwijl het probleem wordt opgelost. ( Een nieuw alarm kan bij stil wel afgaan.) Maar hoe zet u een alarm op stil?

Voor zowel de centrale als de bedside                      
monitor wordt hetzelfde icoon gebruikt:

 

Voor de bedside monitor is deze knopte vinden links onderin de balk.

Voor de centrale klik op het knopje ‘stil’ in de juiste venster
van de patiënt waar alle curves worden weergeven

Beide iconen zien er als volgt uit:

Alarmen pauzeren

Het kan ook voorkomen dat alle alarmen tijdelijk gepauzeerd moeten worden voor 3 minuten,, door bijvoorbeeld een bewegende patiënt. Een alarm op pauze komt dan wel in beeld, maar zal niet afgaan met geluid. Het verschil met stil is dat een nieuw alarm ook niet te horen zal zijn gedurende de pauze tijd. In de centrale is het niet mogelijk om een alarm te pauzeren. Dit is alleen mogelijk bij bedside

Voor bedside monitor is er een eenvoudige stap:

Stap 1: Klik links onderin het scherm op ‘pauzeren alarmen’ .

Stap 2: Na pauzeren alarm: Klik op akkoord

Trendanalyse

Trendanalyse is een belangrijke functie van patiëntbewaking. Door deze applicatie is het mogelijk om alle gemeten waardes van parameters terug te bekijken per tijdsinterval. Hierdoor kunt u een goede beoordeling geven over de patiënt over meerdere uren of dagen.  

In de centrale heet dit ‘Hemodynamisch Onderzoek’. Hemodynamische onderzoek is te vinden in venster ‘onderzoek’. In de bovenste stuk wordt het ECG weergeven. In de grafiek onderhey ECG kan gekozen worden voor meerdere parameters en meerde metingen, zoals Spo2, Aritmie met PVC of ST. De tijdsinterval is aan te passen naar de gewenste grote. Zie de dia hierna voor een korte overzicht met een aantal functies afgebeeld

In de bedside monitor heet deze applicatie ; ‘Trend Grafiek’ en is te vinden in de onderste balk. Een nieuw venster wordt daarbij geopend. In dit venster staat het tijdsinterval weergeven en welke parameters. Een tijdsinterval kan onderin het venster aangeklikt worden. In de onderste balk kan er gekozen worden voor een groep (‘kies groep’) om andere parameters te zien. Een andere tijdsinterval kan gekozen worden en er zijn pijlen om een te scrollen in de trendgrafiek. Zie dia hierna voor afbeeldingen

Trendanalyse vervolg

 

                                     Centrale                                                               Beside

Centrale post: alle vensters.

Centrale post: alle vensters.

Op de centrale post is het mogelijk om patiënten in de gaten te houden vanaf een afstand. Naast de bewaking zijn er vele applicaties, instellingen en alarmen te vinden in de vensters. Dit hoofdstuk zal een korte overzicht  geven over waar elk venster voor dient, welke applicaties daar te vinden zijn en een korte stappenplan wat u precies moet doen bij bepaalde handelingen en applicaties.  Sommige onderwerpen zijn al eerder behandeld. Dit zal niet nogmaals herhaald worden.

Zodra u met uw muis over de venster van uw patiënt gaat krijgt u meteen een aantal vakken te zien: Stil, Patiënt beheren, Bekijken, Metingen en Patiëntvenster. Patiëntvenster, beheren, metingen en bekijken zijn ook te vinden onderin het scherm als er op de patiënt geklikt wordt.

Patiënt beheren, Patiëntvenster en metingen staan precies met dezelfde naam ook onderin. Bekijken verwijst naar ‘Alarmen bekijken’, wat een onderdeel is van ‘Onderzoeken’. Aan het einde van dit hoofdstuk zal er op een plaatje weergeven worden waar alle applicaties te vinden zijn.

Patiëntvenster

In het patiëntvenster zijn er twee applicaties: Patiëntvenster en ECG analyse. Kies een van deze applicatie onderin als u op ‘Patiëntvenster’ klikt.

Patiëntvenster: Bekijk hier elke curve en waardes van parameters in het groot. Klik op de curve of parameter waarde om grenzen aan te passen. Rechts is het knopje ‘Stil’ te vinden om een alarm op stil te zetten

Patiëntvenster

ECG-Analyse: ECG-analyse weergeeft de ECG curve van de primaire afleiding in de huidige tijd weer. Rechts kan er gekozen worden voor ‘Aritmie uit of aan’, analyse uitvoeren bij een of meerdere afleidingen, een keuze welke afleiding de primaire afleiding is en de afmetingen van de curve en/of weergave van een ST-map

 

Patiëntbeheer & Metingen

Patiëntbeheer

In het patiëntbeheer staat informatie over de patiënt. In deze venster kunnen alle administratieve gegevens worden ingevoerd, zoals naam, leeftijd, patiëntnummer, aanwezigheid pacemaker en profiel. Het gebruik van dit venster staat uitgelegd in Patiënt Opnemen en Patiënt ontslaan.

Metingen

In het venster metingen staan alle instellingen, alarmen, applicaties en grenzen in relatie met de parameters weergeven. Voor gebruik van dit venster zie De centrale post: Metingen

 

 

Onderzoek

In dit venster zijn er meerdere applicaties te vinden. Over het algemeen is het hier mogelijk om verschillende parameters en alarmen te onderzoeken. De applicaties zijn:

 Alarmen bekijken

 Algeheel onderzoek

 Hemodynamisch onderzoek: dit is een beoordeling applicatie en heet ook wel trendanalyse genoemd.   Hier kunnen alle parameters  beoordeeld worden. Zie: dia 2.1.4 trendanalyse voor meer informatie.   Deze applicatie hoeft niet herhaald te worden.

 Events.  

 Hartonderzoek: Uitvoeren van hartonderzoeken. Deze applicatie   gaan we niet behandelen

 12- afleidings registratie bekijken: Hier kan de ECG curve bekeken worden na  het gebruik van de     12leads. Deze applicatie gaan we niet behandelen

Onderzoek vervolg

Alarmen bekijken

Hier kunt u alle alarmen bekijken die zijn afgegaan op de telemetrie of bedside monitor tijdens de opname van de patiënt. Kijk op de afbeelding hiernaast om te zien waar alles zit. Kijk bij de tekst hieronder voor bijpassende uitleg bij het nummer.

  • Bovenin aan de recht kant is het mogelijk om te zoeken op alarm.
  • Onderin staat een tijdlijn. Hier kan een tijdsinterval gekozen worden om te kijken welke alarm er specifiek op dat moment zijn afgegaan.
  • Alle alarmen die zijn afgegaan kan op geklikt worden. De tijdsinterval is aan te passen naar verschillende tijdsintervallen. 
  • Aan de rechterkant is het mogelijk via het eerste knopje een strookje of tabel van een alarm per tijdsinterval te bekijken. Ook kan een specifiek alarm geselecteerd worden of geprint.

Algeheel onderzoek

Dit is een beoordeling applicatie voor alle aangesloten parameters. Hierin kunnen parameters beoordeeld worden. Per tijdsinterval wordt er een gemiddelde waarde  van een parameter weergeven.

  • Het is mogelijk om de tijdsinterval aan te passen naar de gewenste groten. Ook de weergave interval is daarbij aan te passen. Bijvoorbeeld: als u de gemiddelde gemeten waardes per half uur van de ECG/hartfrequentie wilt zien over een tijdsperiode van 12 uur. Kies dan voor tabelsinterval 30 minuten en weergave interval voor 12 uur. 
  • Door met de muis over de grafiek heen te gaan wordt er een specifieke tijd (uur, minuut en seconden) erbij weergeven. Klik op de curve met de gewenste tijd om hem beter te bekijken. Hiervoor zal een nieuw venster worden geopend.

 

 

Events

 

 

 

 

Net zoals ‘Alarmen bekijken’ zijn staan alle gebeurtenissentijdens de bewaking  weergeven per tijdsinterval.

  • Onderin staat het tijdsinterval. Deze kan net zo als bij de andere applicaties, gekozen worden voor een gewenste tijdsinterval.
  • Het De alarm wordt weergeven met een streepje in de tijdbalk. Dit streepje heeft een kleur. Door op dit streepje te klikken wordt de gebruiker gebracht naar de tijd van het alarm. Let op: Links onderin moet u eerst de juiste curve aanklikken, anders verschijnt er geen curve bij het alarm.

Het verschil per ‘Alarmen Bekijken’ is dat hier alle alarmen specifiek in staan en er ook specifiek gezocht kan worden naar een alarm door in de bovenste vak te scrollen. Daarnaast kunnen daar alarmen aangevinkt worden.

Patiënt ontslaan

Patiënt ontslaan

In dit hoofdstuk wordt het patiënt ontslaan uit de patiëntbewaking doorgenomen. We zullen twee onderwerpen doornemen: Patiënt overplaatsen en patiënt ontslaan.

Dit is het laatste hoofdstuk. Als u klaar bent met dit hoofdstuk mag u beginnen aan de eindtoets

Overdracht naar andere afdeling

De behandeling van de patiënt is op jouw afdeling klaar. De patiënt mag naar een andere afdeling. Naast alle dagelijkse handelingen die u uitvoert met de patiënt of administratie moet de patiënt ook uit de patiëntbewaking.  Hoe zorgt u in de centrale ervoor dat u patiëntoverdracht naar een andere afdeling goed verloopt?

Voor in de centrale:

  • Stap 1: Klik op “Patiënt beheren”. Een venster aan de onderkant van het scherm verschijnt
  • Stap 2: Klik rechts in het scherm op ‘ overplaatsen...’. Een nieuwe venster opent.
  • Stap 3: Selecteer de juiste afdeling en bed.
  • Stap 4: Klik op ok. 

De patiënt is nu gereed voor de overdracht.

Overdracht naar andere afdeling vervolg

Eventueel kan ook de patiënt over geplaatst worden via de bedside monitor. Dit gaat als volgt: 

  • Stap 1: Klik op "patiëntgegevens"
  • Stap 2: Klik onderin op "verhuis".
  • Stap 3: Selecteer de juiste afdeling
  • Stap 4 Selecteer het juiste bed

De patiënt is nu gereed voor de overdracht

Patiënt mag naar huis

Het komt natuurlijk ook voor dat een patiënt naar huis mag of wordt overplaats wordt naar een ander ziekenhuis. In dit geval wordt de zelfde applicatie gebruikt, bij zowel de centrale als op de monitor.

Voor de bedside monitor, volgt een eenvoudige stap: Klik in de onderste balk op ‘Kies einde ingreep

 

Patiënt mag naar huis vervolg

Om een patiënt te ontslaan vanuit de centrale, voor de volgende handeling uit:

  •  Stap 1: Klik op “Patiënt beheren”. Een venster aan de onderkant van het scherm verschijnt
  •  Stap 2: Klik rechts in het scherm op ‘ ontslaan..’ . Een nieuwe venster opent.
  •  Stap 3: Klik ‘Ontslag’.

In beide gevallen is de patiënt nu ontslagen. Alle alarmen, grenzen en profiel worden automatisch teruggezet naar de standaard instellingen

Einde cursus

U heeft de cursus helemaal doorlopen. Als u denkt de stof volledig te beheersen, mag u beginnen aan de eindtoets.

De eindtoets bestaat uit 15 willekeurige meerkeuze vragen. Voor KA geldt een aparte eindtoets.

Veel succes met de eindtoets!