Ziekteleer: Bot, calcium en bijschildklieren

Ziekteleer: Bot, calcium en bijschildklieren

Ziekteleer: Bot, calcium en bijschildklieren

Hyperparathyreoïdie

Zoals te lezen is in de e-learning 'Fysiologie-calcium en bot', zijn de bijschildklieren verantwoordelijk voor de productie van PTH.

Hyperparathyreoïdie is een staat van verhoogde PTH-afgifte waarbij een verstoring van het calcium- en botmetabolisme optreedt. 

Hypercalciëmie wordt meestal veroorzaakt door primaire hyperparathyreoïdie (90%). Deze primaire vorm komt verreweg het meeste voor en treedt bij bij 10-40 per 1000 Nederlanders per jaar op. Bij primaire hyperparathyreoïdie maken één of meer bijschildklieren te veel bijschildklierhormoon. We onderscheiden daarnaast een secundaire en tertiaire vorm van hyperparathyreoïdie. 

Bij secundaire hyperparathyreoïdie maken alle bijschildklieren te veel bijschildklierhormoon als reactie op een tekort aan vitamine D. In tegenstelling tot bij primaire en tertiaire hyperparathyreoïdie is het calcium gehalte in het bloed hierbij laag of normaal.

Als secundaire hyperparathyreoïdie lang bestaat kan dit overgaan in tertiaire hyperparathyreoïdie. Deze vorm komt met name voor bij mensen met nierproblemen of die eerder nierproblemen hebben gehad. De vitamine D-spiegel kan weer op normale waarde zijn, maar de bijschildklieren groeien en blijven overactief. Dit leidt, net zoals bij primaire hyperparathyreoïdie, tot een hoog calciumgehalte. Hiervan ondervinden mensen vaak geen last.

Een hyperparathyreoïdie veroorzaakt in 50% symptomen van hypercalciëmie, waarvan de belangrijkste kenmerken zijn: polyurie, nycturie, polydipsie, misselijkheid, braken, vermoeidheid en nierstenen.

Andere symptomen van hypercalciëmie zijn dehydratie, obstipatie, hoofdpijn, lethargie, verwardheid, coma, spierzwakte, depressie, hypertensie, nierinsufficiëntie, pancreatitis, ulcus pepticum en botbreuken (zeldzaam).

Ziekteleer: Bot, calcium en bijschildklieren

Hyperparathyreoïdie treedt meestal op latere leeftijd op (50-70 jaar), en komt veel vaker voor bij vrouwen.

De oorzaak van een primaire hyperparathyreoïdie is in meer dan 80% van de gevallen een bijschildklieradenoom, in 15-20% van de gevallen een diffuse hyperplasie, en soms het MEN-syndroom of familiaire benigne hypocalciurische hypercalciëmie.

Hyperparathyreoïdie wordt gediagnosticeerd door een bloedmeting, waarbij een verhoogde calciumconcentratie, een verlaagde fosfaatconcentratie en een verhoogde PTH concentratie wordt gezien.  Let op: bij meten van het serum calcium moet altijd albumine gemeten worden. Als de albuminewaarde verlaagd is, wordt er een vals laag calcium gemeten en kan dus een hypercalciemie over het hoofd gezien worden.

Door middel van een bijschildklierscintigrafie, echo van de hals of CT-scan van de hals kan bepaald worden wat de oorzaak is van de primaire hyperparathyreoidie.

Ziekteleer: Bot, calcium en bijschildklieren

Behandeling hyperparathyreoïdie:

Stabiele, asymptomatische patiënten kunnen soms volstaan met jaarlijkse calciumcontrole

Symptomatische patiënten en patienten jonger dan 50 jaar zullen daarentegen een (partiële) chirurgische resectie ondergaan, met meer dan 95% succes.

Bij een secundaire hyperparathyreoïdie is er sprake van een verhoogde PTH-productie door de bijschildklieren, als gevolg van een een te laag vitamine D en/of hypocalciëmie. Oorzaken hiervan zijn nierinsufficiëntie en vitamine-D-deficiëntie en de behandeling bestaat dan ook uit calcium- en vitamine-D-suppletie.  

Bij een familiaire hypocalciurische hypocalciëmie is er sprake van een genetisch ziektebeeld waarbij de gevoeligheid van de calcium-sensing receptoren (CaSR) is afgenomen. De CaSR 'senst' te weinig calcium en zorgt dat het lichaam calcium gaat vasthouden. Hierdoor ontstaat een hypercalciëmie,  die gepaard gaat met een laag calcium in de urine. Men vertoont meestal geen symptomen en behandeling is doorgaans niet nodig. 

Een minder frequent voorkomende oorzaak van een hypercalciëmie is een vitamine D-intoxicatie  

Vraag 1:

  • Verlaagde calcium- en fosfaatconcentratie
  • Verhoogde calcium- en fosfaatconcentratie
  • Verhoogde calcium- en verlaagde fosfaatconcentratie
  • Verlaagde calcium- en verhoogde fosfaatconcentratie
Bij een hyperparathyreoïdie is er sprake van? 

Ziekteleer: Bot, calcium en bijschildklieren

Hypoparathyreoïdie:

Wanneer de bijschildklieren slecht functioneren, ontstaat er een tekort aan PTH: een hypoparathyreoïdie. Meestal wordt een hypoparathyreoïdie veroorzaakt door een schildklieroperatie, waarbij per ongeluk een of meerdere bijschildklieren zijn verwijderd of beschadigd. Een hypoparathyreoïdie kan sporadisch ook spontaan optreden.

Bij een hypoparathyreoïdie is er sprake van een verlaagde PTH-afgifte, die zich uit als hypocalciëmie. Door een PTH-tekort zal er te weinig calcium en te veel fosfaat aanwezig zijn in het bloed.  Patiënten met hypoparathyreoïdie tonen meestal geen symptomen; soms wel die van een hypocalciëmie. 

Ziekteleer: Bot, calcium en bijschildklieren

Een hypoparathyreoïdie wordt gediagnosticeerd door de bloedwaarden te meten: er moet sprake zijn van een lage calciumspiegel, een hoge fosfaatconcentratie en natuurlijk een lage PTH concentratie.

Deze patiënten worden behandeld met vitamine-D en calciumsuppletie om de concentratie calcium weer op peil te houden.

Een ernstige hypocalciëmie kan complicaties met zich meebrengen: hartfalen, een lang QT-interval (op een ECG) en laryngo- of bronchospasmen. 

Ziekteleer: Bot, calcium en bijschildklieren

Symptomen van een hypocalciëmie zijn onder te verdelen in acute en chronische symptomen:

Acute symptomen, o.a.:

  • Verslapt gevoel
  • Tintelingen rond de mond, vingertoppen en tenen   
  • Spierkrampen en spierpijn (tetanie)
  • Vermoeidheid
  • Insulten
  • Encefalopathie
  • Hartfalen

Chronische symptomen, o.a.:

  • Droge huid
  • Bros haar

Vraag 2:

  • Veel energie
  • Tintelingen
  • Spierkrampen
Wat is geen kenmerk van een hypocaliëmie?

Ziekteleer: Bot, calcium en bijschildklieren

Pseudohypoparathyreoïdie

Pseudohypoparathyreoïdie is een groep ziektebeelden, gekenmerkt door PTH-resistentie. Een pseudohypoparathyreoïdie uit zich als een hypoparathyreoïdie, maar dan met skeletafwijkingen (zoals dwerggroei en botpijn), hypopigmentatie (weinig pigment) en verstoringen van andere endocriene organen (hypothyreoïdie, amenorroe).

Pseudohypoparathyreoïdie wordt veroorzaakt door PTH-resistentie, veroorzaakt door een genetisch defect. Pseudohypoparathyreoïdie wordt veelal gediagnosticeerd door een bloedmeting: er is dan sprake van een verlaagde calciumconcentratie en een verhoogde fosfaat- en PTH-concentratie.

De behandeling van pseudohypoparathyreoïdie bestaat uit vitamine-D- óf calciumsuppletie.

Ziekteleer: Bot, calcium en bijschildklieren

Botstofwisselingsstoornissen 

De meest bekende botstofwisseling stoornis is osteoporose, botontkalking. Bij deze aandoening neemt de dichtheid van botten af, waardoor de kans op botbreuken sterk toeneemt. Er zijn verschillende endocriene factoren die geassocieerd zijn met osteoporose.

Zo speelt oestrogeen een grote factor bij het in stand houden van goede botstructuur. Vanaf de menopauze neemt de concentratie oestrogenen af bij vrouwen en wordt de kans op osteoporose groter. Gebleken is dat langdurig gebruik van hoge doses van glucocorticoïden tot een verhoogd risico voor botontkalking kan leiden. Daarnaast zijn er nog vele andere factoren die een rol spelen bij het ontstaan van osteoporose, zoals roken, alcoholgebruik, lage BMI en weinig lichaamsbeweging.

Met behulp van een zgn. Dexascan (of botdensitometrie) kan de botdichtheid gemeten worden, om te kijken of er sprake is van botontkalking.

De behandeling van osteoporose bestaat uit het toedienen van calcium, vitamine D en bisfosfonaten. Bisfosfonaten remmen de afbraak van botweefsel en verminderen de kans op botbreuken.

Een vaak voorkomend verschijnsel bij ouderen is de osteoporotische  inzakkingsfractuur, getypeerd door de gebogen houding van de persoon (zie afbeelding). Er is hierbij sprake van het inzakken van ruggenwervels, ten gevolge van osteoporose. 

Ziekteleer: Bot, calcium en bijschildklieren

Osteomalacie is een aandoening waarbij de botten onvoldoende mineralen bevatten. Vaak ligt de oorzaak in een tekort aan vitamine D, waardoor het bot onvoldoende calcium opneemt.

Daarnaast zijn er nog enkele andere botstofwisselingsziektes, die niet direct een endocriene oorzaak hebben. 

Vraag 3:

  • Om de lengte van botten te meten
  • Om te bepalen of iemand al een groeispurt heeft gehad
  • Om de botdichtheid te bepalen
Waar wordt een Dexascan voor gebruikt?