Storytelling

Storytelling

Storytelling is een woord dat tegenwoordig veel wordt gebruikt in management en marketing als 'term'. Naar het Nederlands vertaald betekent het gewoon 'verhalen vertellen'.

We vertellen veel verhalen, we groeien er zelfs mee op; een verhaaltje voor het slapen gaan. We houden van verhalen.

In deze cursus gaan we storytelling eens uit-diepen. En ook 'verhaaltjes vertellen'. Je voelt 'm al aankomen misschien; tussen story-telling en 'verhaaltjes vertellen' zit een wereld van verschil.

1. De waarde van verhalen vertellen

Er was eens

Roodkapje

Iedereen kent wel het verhaal van Roodkapje. En de verhalen van bijvoorbeeld Klein Duimpje, Assepoester en De gelaarsde kat.

Als peuter heb je misschien wel genoten als je een verhaaltje kreeg voorgelezen, voor het slapengaan. En, bij een lang verhaal beperkte je moeder dit wellicht in tot "drie blaadjes vanavond hoor want het is al laat" en zei jij "Neeh...!, nog een klein stukje er bij!"

En misschien had je ook prentenboeken, toen je nog niet zelf kon lezen. En de plaatjes namen je mee in het verhaal. En alles dat er niet in stond aan tekst of plaatjes verzon je er dan zelf bij. Kinderen hebben namelijk een zeer levendige fantasie (normaliter). Op latere leeftijd ging je zelf lezen, en vaak ook voor het slapengaan. Nog weer later ging je puberen en WERD je je eigen verhaal. "Over ...naam kind..., daar kan ik een boek over schrijven!" zeggen ouders wel eens als ze terugkijken op de tijd dat hun kroost aan het puberen was. En nog weer later; toen ging jij uiteindelijk je eigen kinderen voorlezen. En is de cirkel rond.

Mensen KUNNEN niet zonder verhalen. We kennen Bijbelse geschriften, volks-overleveringen, sagen, sprookjes, fictie en non-fictie, wijsbegeerten, en vele andere schriftelijke verhaal-vormen en gesproken overlevering.

Waarom is dat zo?

Dieren kennen geen verhalen. Alleen mensen. Dieren kennen enkel realiteit. Mensen kennen impressionisme, illusionisme, 'Kunst-met-de-grote-K', expressionisme, literatuur. We kennen verhalen, wij kunnen verhalen maken. We kunnen daarom van 'niets' 'iets' maken, scheppend bezig zijn. We kunnen een nieuwe realiteit scheppen omdat we verhalen kunnen vertellen.

Tegenwoordig kijken we veel soaps, sitcoms en andere series. Een deel van de verhaallijnen gaat vaak over wat ons al bezig houdt, een ander deel gaat over wat ons bezig zou kunnen GAAN houden. En als verschillende verhaal-lijnen goed in elkaar zitten dan kan een soap zomaar meehelpen een nieuwe realiteit te scheppen. Of een film, documentaire of andere verhaal-bron.

Ook 'serieuze media' helpen ons aan verhalen. De krant, het journaal, serieuze reportages. Iedereen en in elk gebruikt medium voegt naast feitelijke informatie ook 'kleur' toe. En ook daardoor groeit het verhaal. Aan elk feit wordt fictie toegevoegd. Elke wetenschapper die een nieuw feit heeft ontdekt -heeft kunnen bewijzen- zal daaraan een nieuwe vervolgvraagstelling toevoegen. Toen we eenmaal echt op de Maan stonden bedachten we ons hoe het op Mars zou zijn. Ook op Mars staan is binnenkort geen fictie meer. En ook dan zullen we het boek niet sluiten, maar zal het verhaal een vervolg gaan krijgen naar weer een volgende planeet. In het begin nog fantasie, maar later weer werkelijkheid.

Jahaa, en?!

Laat de les in deze les zijn dat we niet zonder verhalen KUNNEN. Jij als begeleider moet verhalen kunnen vertellen. Soms letterlijk; omdat je iemand een Roodkapje-verhaal voorleest voor het slapen gaan. Soms figuurlijk, omdat je door middel van storytelling een client die aan een training van je deelneemt een voorstelling kunt geven van zijn nieuwe bestaan en waardoor deze meer gemotiveerd zal zijn om aan jouw training mee te doen.

2. Kop en staart met daartussen inhoud

Volgorde

  • Ik kan goed verhalen vertellen
  • Ik ben niet goed in het vertellen van verhalen

De volgorde in een verhaal en de inhoud

Elk verhaal moet boeien. Maar niet elk boeiend verhaal zal ook iedereen interesseren. Verhaal en publiek moeten bij elkaar passen. Bij een goede match zal het publiek het verhaal helemaal in zich gaan opnemen. Als respons zal het publiek het verhaal laten groeien en zodoende 'verder helpen'.

Een verhaal dat niet meer wordt vertelt dooft en sterft vervolgens. Een goed verhaal willen mensen ook vaker horen, 'Toe mam, nog een keertje' en zodoende leest een ouder met gemak 10 keer hetzelfde boekje voor. Songs met een goed verhaal worden herbeluisterd, films met een goed verhaal herbekeken. Met andere woorden; als jij een goed verhaal hebt vertel dit dan bij herhaling. Jouw publiek, je clienten dus, zal er van smullen! Herhaling is dan ook een krachtig middel om iets bij mensen te gaan laten beklijven.

1. Een goed verhaal heeft altijd een pakkend begin. Een begin dat boeit omdat het direct verrast, intrigeert, uitlegt, vaststelt, uitnodigt of aanspreekt. Een goed begin is het halve werk gaat hier helemaal op zelfs; mensen die in het begin meteen 'gepakt' zijn zullen hun aandacht niet snel willen gaan verliezen, want dat lijkt ze zonde! Sprookjes beginnen vaak met een 'Er was eens..' en mensen die bijvoorbeeld Christelijk zijn opgevoed kennen allen het 'In den beginne' uit het Oude Testament. Actiefilms van Sylvester Stallone begonnen vaak met een explosie en het verhaal van een kind met "En toen".

2. Een goed verhaal kent een 'plot'. Dat plot kan een onverwachte gebeurtenis zijn. Of een gebeurtenis waarvan iedereen juist ook al wel verwachtte gedurende die ene romantische film, de 'eindkus'. Of de plot kan een open einde zijn waarbij het verhaal juist veel ruimte laat voor eigen interpretatie.

3. Ertussen-in moet dan het verhaal van begin naar eind leiden. Dat is eigenlijk zelfs het enige dus.. Gaat het verhaal vooral om de sfeerbeleving? Of om karakterstudies van de voornaamste personages? Of om een aangrijpende gebeurtenis. Of om wat-dan-ook. De film Titanic duurt meerdere uren, terwijl het schip uiteindelijk toch vrij snel naar de diepte zonk en dat was op zich best spectaculair maar het was de absolute aantrekkingskracht en 'verboden-onmogelijke' liefde tussen hoofdrolspelers Jack (Leonardo DiCaprio) en Rose (Kate Winslet) die de kijkers er in wist te boeien natuurlijk (dus niet eens de film-romance zelf, zelfs).

Veel succes met jouw verhalen!; doe je het goed dan heb je altijd de aandacht en interesse waarnaar jouw verhaal op zoek is.

3. Publiek opbouwen; 'markt'

Marketing

Marketing?!, zit ik wel op de juiste opleiding??

De marktman
 

Als je moeite hebt te begrijpen wat marketing inhoudt, denk aan de oorsprong van het woord. Daar zit niet voor niets de stam markt in. Op het marktplein ontmoeten aanbieders en klanten elkaar. De goede oude marktkoopman of standwerker moest meer kunnen dan hard roepen (sales) alleen. Hij moest ook weten welke producten hij meenam naar welke stad. Hij moest zijn kraam op de goede plaats neerzetten, bijvoorbeeld in de buurt of juist ver weg van concurrenten. Uiteraard moest hij benul hebben van de gangbare prijzen. Hij moest snappen waarom zijn klanten juist bij hem zouden willen kopen, in plaats van bij zijn buurman, die misschien wel ongeveer hetzelfde product verkoopt. Hieruit blijkt dus hoe veelzijdig marketing is. De marktkoopman was zijn eigen marketing- en verkoopafdeling ineen.

De klant

Op het marktplein inventariseert de koper het aanbod. Zodoende is het niet alleen de aanbieder/marktkoopman die aan marketing doet. Ook de afnemer doet dat. Neem de consument die op de virtuele huizenmarkt Funda het huizenaanbod doorzoekt en daarbij op een slimme manier kan zoeken op woonplaats, prijs, oppervlakte, enzovoort. Deze koper doet in principe hetzelfde als de aanbieder die zijn kopersmarkt segmenteert (indeelt) op bijvoorbeeld inkomen en koopgedrag van zijn potentiële klanten. Op de marktplaats komen koper en verkoper elkaar tegen: het vraagt tweerichtingsverkeer om tot een transactie te komen. Ook de potentiele klant profileert zich op die markt, hij vermarkt zijn vraag!

Ja dus, je zit op de goede opleiding (Juist, zelfs..)

Jij staat als marktkoopman op de markt en wat je in eerste instantie verkoopt is 'jezelf'. En hoe beter je jezelf op de markt profileert des te aantrekkelijker wordt je voor de rondwandelende klant, die alle kraampjes rustig afwandelt op zoek naar de voor hem/haar beste 'deal'.

1. Als werkzoekende ben je de dus een klantzoekende(!) Jouw klant is de client (meestal vertegenwoordigd door een instelling) die de kraampjes langsloopt op zoek naar de beste koopwaar. Zoekende naar het kraampje waar de beste vraagbeantwoorders liggen uitgestald.

2. Andersom geldt ook; de instelling is de marktman op zoek naar klanten-werknemers.

3. 'De markt' is dus niet zozeer een fysieke plaats als wel 'een interactie'. Zonder interactie: NO DEAL(!!!).

Hetzelfde principe van deal-or-no-deal gaat ook op in begeleidingssituaties, als je dus al een baan hebt. Als jij op de markt aanwezig bent met bijvoorbeeld 'jouw kennis' of 'je luisterend oor' of 'je unieke vaardigheid op het gebied van lekkere koekje bakken' dan heb je daar helemaal niets aan als jouw klant (de client dus in dit geval) daar geen weet van heeft. Zomaar wat in je kraam leggen levert nauwelijks klanten op. Want de clienten die langs jouw kraampje trekken die zijn aan het shoppen en lopen nog maar weer eens een rondje. Het is vaak het drukst bij de kraam waar de meeste interactie is; waar de marktkoopman een meester is in het bewerkstelligen van interactie met aan zijn kraam voorbijtrekkende mensen. En dan ontstaat ineens de situatie dat de client zijn vraag aan JOUW gaat verkopen bijvoorbeeld; dan wordt jij ZIJN klant, als je z'n vraag besluit te 'kopen'.

Clienten hebben dus vragen 'in de aanbieding'; 'te koop'. Ben jij hun ideale klant?

Belangrijkste les in deze: In feite is er dus geen sprake van een verkopende partij en een kopende partij, geen verkoper noch koper. Je bent klant van elkaar!

 

Jouw ideale klant

1. Stel jezelf even voor als de professional die op zoek is naar een baan: FOUT!

2. Stel jezelf even voor als de professional die op zoek is naar de ideale klant: GOED!

Waarom is 1. fout en 2. goed?

Jouw klanten zijn de eindgebruikers van jouw koopwaar: jouw expertises; jouw deskundigheid. In zijn algemeenheid zijn dit dus mensen met een begeleidingsbehoefte. Hoe beter jij weet wat jouw ideale klant is des te beter zul je deze klanten weten te lokaliseren (op welke markt shoppen die potentiele klanten) en hoe beter het je zal lukken om in interactie te komen. Bedenk: Jouw ideale klant is dus NIET een/de instelling. Jouw ideale klant is de eindgebruiker) is de client / de clientgroep.

Een veel gemaakte fout door sollicitanten is wel dat ze de organisatie (met een vacature) als klant zien. Sterker nog, ALLE organisaties met een vacature. Sterker-sterker nog; ALLE organisaties, met of zonder vacature. En de meest hopeloze marktkoopmannen (sollicitanten) zien zelfs IEDEREEN als klant. 'Als de nood hoog is, is de redding vaak niet nabij'.. Of; 'Op alles richten is bijna een garantie voor niets raken..'.

Nu jij, een oefening

Welk verhaal heb jij te vertellen? Waarmee kun jij mensen vanaf het eerste moment boeien en hun interesse vasthouden? Is jouw verhaal als een film van Arnold Schwarzenegger, als een Assepoester-sprookje, als een gedicht in de sfeer van Jules Deelder of als een schilderij van Herman Brood? Wat is jouw story, en hoe vertel je je verhaal?; storytelling.

Tip (nou ja, tip, eigenlijk vinden we dit niet zozeer een tip als wel een absolute must-do): definieer je eigen ideale klant. En dat is wat je in deze les wordt gevraagd te doen. Om je op weg te helpen eerst een goed en duidelijk voorbeeld. Probeer de opsommingen en voorbeelden in deze blog van Open Circles naar jezelf te vertalen. Kladbriefje bij de hand?: Jouw ideale klant

Onderaan deze pagina vind je een Open Vraag. Beschrijf daar zo concreet mogelijk JOUW marktpropositie; wat zijn jouw unieke vaardigheden, waarin onderscheid jij je ten positieve, waarom zouden clienten die bij jouw kraam langslopen ook echt klant worden (dus jouw dienst ook echt gaan kopen)?

Dat is superlastig om te doen, maar hoe beter je dat zal gaan lukken, hoe beter het je zal gaan lukken om je 'markt' te gaan lokaliseren. Want op een jaarlijkse kunstbeurs in Amsterdam lopen andere mensen als op de dorpse weekmarkt.

Bekijk ook eens de website van LifeBrander of -als je dat wilt- volg hen eens een tijdje op hun Facebookpagina Ze geven veel nuttige en praktisch toepasbare tips over solliciteren en je CV. Tips die je zo kunt gebruiken en je zullen helpen mensen te boeien voor jouw verhaal, zodat ze klant bij je willen worden.

4. Jouw propositie anders bekeken

Je volgende sollicitatie? Dat wordt een 'Deal!'

 

Deal!

Oke, je hebt in deze les het een en ander geleerd over verhalen vertellen, over JOUW verhaal, over je ideale klant en over jouw markt. Bedenk je voortaan dat dit ALTIJD zo werkt, in elke situatie.

Je bent altijd de klant of de marktkoopman en de 'deal', de overeenkomst, de afspraak, komt altijd tussen beiden bij elkaar en precies op dat moment zijn beide partijen ineens elkaars klant en elkaars 'verkoper'.

De 'deal' is waar het om draait, waar het jou om te doen is.

Gefeliciteerd met je baan; deal!, Fijn Piet dat jij mijn training wilt volgen, deal!, Mag het een onsje meer zijn juffrouw?, deal!, Ik vind je leuk, wil je verkering met me?, deal!

Er zijn goede mogelijkheden om je slagingspercentage op een 'deal' aanzienlijk te verhogen.

Bekijk onderstaand filmpje. In het filmpje worden 6 principes benoemd EN van voorbeelden voorzien die ook jouw kans op deal-succes direct zullen helpen verhogen. In ELKE situatie dus!

Denk terug aan je laatste sollicitatie waarop je bent afgewezen, 'van begin tot eind'. Er was dus blijkbaar een no-deal. Heb je in dat proces alle 6 basisprincipes uit het filmpje toegepast? Waarschijnlijk niet. Logisch, je kende ze ook nog niet. Bij je volgende sollicitatie ga je al deze 6 principes WEL bewust toepassen. Welke concrete acties kun je bedenken op basis van de 6 principes in dit filmpje die je bij je volgende sollicitatie WEL naar 'Deal! zullen leiden?

5. Alleen voor gast-studenten via de Facebook-update of mailing d.d. 29-01-2016

Jouw feedback stellen we op prijs dus je tips, tops & flops graag even hier achter laten

'Meer, meer, meer!' Of 'minder'?

Bedankt voor je interesse, hopelijk vond je het leuk en zinnig.

Is je interesse naar 'meer' gewekt?