E-learning HCK (PDF - zonder filmpjes)

Welkom bij de e-learning van de cursus “Gebruik van medische apparatuur op de HCK”.

De cursus “Gebruik van medische apparatuur op de HCK” is bestemd voor gebruikers van de medische apparatuur op de HCK (hartkatheterisatiekamer) in het van Weel-Bethesda ziekenhuis. Het doel en de functie van de e-learning is het creëren van een bekwaam en bevoegd geregistreerde gebruiker met betrekking tot gebruik van de medische apparatuur op de HCK binnen het van Weel-Bethesda ziekenhuis.

Door middel van gestructureerde en interactieve inhoud wordt de werking van de apparatuur in beeld gebracht. Na het doorlopen van de module bent u:

       én

De module wordt afgesloten met een eindtoets. In deze eindtoets wordt u getoetst op informatie uit deze e-learning. De e-learning neemt ongeveer drie kwartier tot een uur tijd in beslag (exclusief eindtoets).

Succes!

Apparatuur algemeen (copy)

Overzicht productgroep

Philips Allura Clarity productgroep

De Philips Allura Clarity productgroep wordt in het van Weel-Bethesda ziekenhuis gebruikt voor coronair angiografisch onderzoek. De productgroep bestaat uit de volgende onderdelen:

  • Röntgen c-boog;
  • Patiëntentafel;
  • Xper geometrie en -beeldmodule;
  • Xper module en -afstandsbediening;
  • Xper weergavemodule controlekamer;
  • Xper Flex Cardio-fysiomonitoringssysteem;
  • Intercom;
  • Monitoringsomgeving controlekamer;
  • Patiëntonderzoeken controlekamer.

In het vervolg van de cursus worden bovenstaande onderdelen van de Allura Clarity Productgroep nader toegelicht.

Röntgen c-boog (copy)

Röntgen c-boog in het algemeen

Röntgen c-boog

Een röntgen c-boog is een röntgenapparaat dat zich kenmerkt door een c-vormig ontwerp. De c-boog bestaat uit een röntgenbuis en een detector. De röntgenbuis genereert de röntgenstraling, de detector vangt de röntgenstraling op en zet de ontvangen straling om naar een röntgenbeeld. 

Tijdens het coronair angiografisch onderzoek worden door middel van contrastvloeistof de coronaire vaten op het hart weergegeven. Deze contrastvloeistof wordt via een katheter door de arteria radialis of de arteria femoralis naar de coronaire vaten geleid.  Tijdens het onderzoek draait de c-boog als het ware om de patiënt heen waardoor alle gebieden gemakkelijk in beeld kunnen worden gebracht met als resultaat een serie van röntgenfilmpjes waarop het verloop van de coronaire vaten goed te zien is.

Bodyguard objectdetectiesysteem

Bodyguard objectdetectiesysteem

De röntgen c-boog van de Allura Clarity productgroep is uitgerust met het Bodyguard objectdetectiesysteem dat ervoor zorgt dat eventuele schade veroorzaakt door het botsen met objecten binnen kritieke afstand tot de c-boog beperkt blijft. 

De röntgen c-boog bevat verschillende sets Bodyguard-sensoren:

  • Capacitieve sensoren bevinden zich in de beelddetector (a). De sensoren reageren op warmte en vloeistof.
  • Sensoren bevinden zich rondom de behuizing van de röntgenbuis (b). De sensoren reageren op botsingen met objecten.
  • Sensoren bevinden zich in de behuizing van de beelddetector (c). De sensoren reageren op botsingen met objecten.

Het detectiesysteem beschermt de patiënt en de gebruiker door de bewegingssnelheden te vertragen wanneer de röntgen c-boog een object detecteert (botst) en teveel stroom moet gaan gebruiken (stroombegrenzing).

De snelheid waarmee de röntgen c-boog zich beweegt wordt vertraagd tot maximaal 8 graden per seconde in vergelijking tot de normale snelheid van 25 graden per seconde. 

Het detectiesysteem voorkomt geen botsingen, maar door vertraagde bewegingssnelheden zal eventuele schade veroorzaakt door het botsen beperkt zijn.

Als het detectiesysteem niet goed functioneert, hoort u een (pieptoon) en wordt op de onderzoeksmonitor de volgende melding gegeven:

“WARNING: Bodyguard dirty, move at own risk” of “WARNING: Bodyguard very dirty, clean sensor” 

Mocht het zijn dat het detectiesysteem niet goed functioneert, schakelt het systeem om veiligheidsredenen automatisch over op een modus met een vertraagde bewegingssnelheden.

Ontgrendel/vergrendel röntgen c-boog

Ontgrendel/vergrendel röntgen c-boog

Met de knop ontgrendel/vergrendel röntgen c-boog (3 sec. indrukken) kunnen de motorische bewegingen van de röntgen c-boog vergrendeld worden zodat er geen onbedoelde bewegingen kunnen plaatsvinden.

Filmpje (is niet opgenomen in het PDF bestand)

De led naast de knop ontgrendel/vergrendel röntgen c-boog geeft de status van vergrendeling aan:

  • Led uit: motorische bewegingen röntgen c-boog ontgrendeld;
  • Led knippert: motorische bewegingen röntgen c-boog vergrendeld.

Bediening röntgen c-boog

Joystick rotatie/angulatie c-boog

Rotatie/angulatie

Zowel rotatie als angulatie zijn motorisch geometrische positioneringen van de röntgen c-boog. Deze bewegingen zijn met een variabele snelheid te besturen. Hoe sterker de buiging van de joystick, hoe hoger de snelheid van de boogpositionering.




Rotatie:         joystick naar rechts/links                          buigen;Angulatie:    joystick naar boven/onder                         buigen.

Filmpjes rotatie/angulatie (zijn niet opgenomen in het PDF bestand)

Bediening longitudinaal (links)

Longitudinale positionering

De c-boog is zowel links als rechts longitudinaal (om zijn as) motorisch te positioneren. 

Bediening longitudinaal (rechts)


Filmpje longitudinale beweging (is niet opgenomen in het PDF bestand)

Filmpje hoogte instellen detector (is niet opgenomen in het PDF bestand)

Fluorscopie

Fluorscopie

Fluorscopie is het genereren van röntgenbeelden met lage resolutie en wordt enkel gebruikt ter lokalisatie van de katheter tijdens het coronair angiografisch onderzoek. 

Filmpje voetschakelaar (is niet opgenomen in het PDF bestand)

Fluorostore

Met de knop fluorostore kunt u de laatste tien seconden van fluorscopie nogmaals afspelen op de referentiemonitor. Het voordeel van deze functie is dat bij bijzonderheden in bijvoorbeeld de coronairen de situatie nogmaals bekeken kan worden zonder dat daarbij opnieuw röntgenstraling toegediend hoeft te worden.

Filmpje indicatielampen röntgenstraling (is niet opgenomen in het PDF bestand)

Indicatielamp monitoromgeving

Op beide kanten van de monitoromgeving bevinden zich indicatielampen (oranje) die branden wanneer röntgenstraling geactiveerd is.

Indicatielamp plafond
  • Groen licht:       systeem gereed om                                                   röntgenfunctie te activeren;
  • Oranje licht:      röntgenstraling aan.

Doorlichten

Doorlichten (opname)

Doorlichten is medisch beeldvormende techniek die een continu röntgenbeeld op een monitor vertoont, vergelijkbaar met een röntgenfilm. Doorlichten is de acquisitie van beelden met een hogere resolutie (dosis) dan fluorscopie.

LET OP: alleen doorlichten gebruiken wanneer nodig! In alle andere gevallen gebruik maken van fluorscopie in verband toedienen van een zo laag mogelijke dosis.

Filmpje voetschakelaar (is niet opgenomen in het PDF bestand)

Indicatielamp röntgenstraling AAN

Tijdens het doorlichten branden zowel de groene als de oranje indicatielampen röntgenstraling AAN.

Tevens wordt tijdens doorlichten een pieptoon gegeven (tijdens fluorscopie wordt geen pieptoon gegeven).

Aandachtspunten röntgenstraling

Aandachtspunten röntgenstraling

De stralingsdosis die de patiënt ontvangt is verschillend per procedure. Mogelijk kan de behandeling resulteren in een relatief hoge stralingsdosis bij complexe procedures waar röntgenstraling voor een langere periode wordt toegediend. Voor het proces coronaire angiografie in het van Weel-Bethesda ziekenhuis is er niet direct sprake van een te hoge stralingsdosis vanwege het feit dat er gebruikt wordt gemaakt van een lage stralingsdosis.

Desalniettemin zijn onderstaande stralingsrichtlijnen wel van toepassing:

  • Dien nooit straling toe wanneer dit niet absoluut noodzakelijk is;
  • Dien straling zo kort mogelijk toe;
  • De detector moet zo dicht mogelijk bij de patiënt zijn geplaatst;
  • Draag als gebruiker altijd een loodschort en maak gebruik van het loodscherm;
  • Gebruik badges om de ontvangen straling bij te houden;
  • Gebruik zo veel mogelijk diafragma van de röntgenbuis, dit zorgt ervoor dat de röntgenbundel zo klein (lees: smal) mogelijk gehouden wordt.

In-/uitschakelen röntgenstraling

Als de patiënt op de tafel geplaatst wordt, of van de tafel gehaald wordt, wordt aangeraden om de röntgenfunctie uit te schakelen. De röntgenstraling kan zowel uitgeschakeld worden in de controlekamer op de Xper weergavemodule als in de steriele ruimte op de Xper module. 

Filmpje in-/uitschakelen röntgenstraling (is niet opgenomen in het PDF bestand)

Herhaling: vul onderstaande lege velden in.

De röntgen c-boog is uitgerust met het Bodyguard objectdetectiesysteem dat ervoor zorgt dat eventuele schade  wordt bij botsingen met objecten. Met de knop ontgrendel/vergrendel röntgen c-boog worden de bewegingen van de röntgen c-boog ontgrendeld/vergrendeld zodat .

De röntgen c-boog kan in verschillende posities worden gezet, om de c-boog longitudinaal (c-boog draait om zijn as) te positioneren kan het best gebruik worden gemaakt van de .

Gebruik alleen wanneer daadwerkelijk een opname nodig is. In alle andere gevallen dient gebruik gemaakt worden van .

Patiëntentafel (copy)

Patiëntentafel algemeen

Patiëntentafel

De patiënt neemt tijdens het coronair angiografisch onderzoek plaats op de patiëntentafel. Zorg ervoor dat bij het plaatsen van de patiënt het tafelblad volledig naar het voeteneind of de standaardpositie is geplaatst. Het verplaatsen van het tafelblad en het zetten van de Allura Clarity productgroep in de standaardpositie wordt in de volgende hoofdstukken uitgelegd.

Max. gewicht tafelblad: 275 kg (inclusief toebehoren)

Ontgrendel/vergrendel tafelblad

Ontgrendel/vergrendel tafelblad

Met de knop ontgrendel/vergrendel tafelblad kunnen de motorische bewegingen van het tafelblad vergrendeld/ontgrendeld worden. In vergrendelde toestand kunnen er geen onbedoelde bewegingen van het tafelblad plaatsvinden.

Filmpje ontgrendel/vergrendel tafelblad (is niet opgenomen in het PDF bestand)

De led naast de knop ontgrendel/vergrendel tafelblad  geeft de status van vergrendeling aan: 

  • Led uit: motorische bewegingen tafelblad ontgrendeld;
  • Led knippert: motorische bewegingen tafelblad vergrendeld.

Verplaatsen tafelblad

Filmpje verplaatsen tafelblad (is niet opgenomen in het PDF bestand)

Filmpje instellen tafelbladhoogte (is niet opgenomen in het PDF bestand)

Filmpje tafeldraaipunt ontgrendelen/vergrendelen (is niet opgenomen in het PDF bestand)

Tafeldraaipunt ontgrendelen/vergrendelen

Voor het handmatig draaien van het tafelblad geeft de led naast de knop een indicatie of het tafelblad  handmatig gedraaid kan worden:

Led aan: tafeldraaipunt ontgrendeld;

Led uit: tafeldraaipunt vergrendeld.

Geef aan of onderstaande beweringen onjuist/juist zijn.

  • De led naast de knop "ontgrendel/vergrendel tafelblad" knippert. Wanneer de led knippert betekend dit dat de geometrische bewegingen van zowel de c-boog als het tafelblad vergrendeld zijn.
  • De led naast de knop "ontgrendel/vergrendel tafelblad" knippert, dit betekend dat er onbedoelde geometrische bewegingen van zowel de c-boog als het tafelblad kunnen plaatsvinden.
  • Tijdens het omhoog plaatsen van het tafelblad meten de sensoren dat er plotseling 1,7 kg extra druk uitgeoefend wordt op het tafelblad. De beveiliging zorgt voor een blokkering van het omhoog plaatsen van het tafelblad.

Welk onderstaand bedieningsonderdeel heeft betrekking op het omlaag/omhoog plaatsen van het tafelblad?

Xper-geometrie en beeldmodule (copy)

Xper-geometrie en beeldmodule + selecteren tafelzijde

Xper-geometrie en beeldmodule

De Xper-geometrie en beeldmodule is het bedieningsdeel van de Allura Clarity productgroep. 

De Xper-geometrie en beeldmodule kan aan beide zijden van het tafelblad geplaatst worden. In dit geval dient de schakelaar tafelzijde selecteren aan de onderkant van de Xper-geometrie en beeldmodule anders ingesteld worden. Dit wordt in onderstaand filmpje uitgelegd:

Filmpje tafelzijde selecteren (niet opgenomen in PDF bestand)

De puntvormige kant van de schakelaar tafelzijde selecteren dient in de richting van het hoofdeinde van de patiënt te wijzen. De bediening van het systeem is dan intuïtief voor de gebruiker, onafhankelijk aan welke zijde van het tafelblad de bedieningsmodules geplaatst zijn. 

Let op: alleen de Xper geometriemodule bevat een schakelaar tafelzijde selecteren. De bedieningsmogelijkheden van de Xper beeldmodule veranderen automatisch wanneer op de Xper geometriemodule de schakelaar tafelzijde selecteren wordt omgezet. 

Reset GEO

Reset Geometrie

Reset Geometrie

De functie Reset Geometrie wordt gebruikt om de gehele geometrie in de standaardpositie te plaatsen. Deze functie is vooral relevant in noodgevallen (bijvoorbeeld bij reanimatie) voor vrije toegang tot de patiënt. De functie Reset Geometrie is niet mogelijk wanneer de tafel en de c-boog zijn vergrendeld. Om de functie Reset Geometrie te gebruiken dient de volgende stap ondernomen te worden:

  • Druk op de knop Reset Geometrie op de Xper-geometriemodule. De knop dient ingedrukt te blijven totdat de standaardpositie van de tafel en de c-boog is bereikt.

Filmpje Reset Geometrie (niet opgenomen in PDF bestand)

Bij het indrukken van de knop bewegen de c-boog en de tafel zich naar de standaardpositie. Zolang op de knop Reset Geometrie wordt gedrukt, wordt de melding “GEORESET” weergegeven op de onderzoek- en gegevensmonitor.

Kleppen en wiggen

Bedieningsmodule tafel

Het doel van de diafragmakleppen en wigfilters is dat het door röntgenstraling blootgestelde deel van de patiënt beperkt wordt tot het relevante oppervlak en een vereist minimum aan straling voor het onderzoek. Het relevante oppervlak wordt ingesteld met behulp van diafragmakleppen en wigfilters. Naast beperking van de hoeveelheid straling wordt tevens de beeldkwaliteit verbeterd.

Instellen diafragmakleppen

Bediening middels een joystick. Door horizontale beweging van de joystick worden de horizontale diafragmakleppen geopend/gesloten. Door verticale beweging van de joystick worden de verticale diafragmakleppen geopend/gesloten. 

Wanneer de joystick wordt ingedrukt, worden de diafragmakleppen teruggezet naar de standaard ingestelde positie.

Filmpje diafragmakleppen (niet opgenomen in PDF bestand)

Bedienen joystick instellen linkerwigfilter

Instellen wigfilters

Bediening middels een joystick. Door het draaien van de joystick roteert de linkerwig. Wanneer de joystick naar links wordt geduwd, wordt de wig weg van het midden verplaatst. Bij het bewegen van de joystick naar rechts wordt de wig naar het midden verplaatst. Wanneer de joystick wordt ingedrukt, wordt de wig teruggezet in oorspronkelijke positie.

Bedienen joystick instellen rechterwigfilter


Bediening middels een joystick. Door het draaien van de joystick roteert de rechterwig. Wanneer de joystick naar rechts wordt geduwd, wordt de wig weg van het midden verplaatst. Bij het bewegen naar links wordt de wig naar het midden verplaatst. Wanneer de joystick wordt ingedrukt, wordt de wig teruggezet in oorspronkelijke positie.

Filmpje linkerwigfilter (niet opgenomen in PDF bestand)

Filmpje rechterwigfilter (niet opgenomen in PDF bestand)

Herhaling: vul onderstaande lege velden in.

Aan de van de Xper geometrie en -beeldmodule bevindt zich een schakelaar voor het instellen van de tafelzijde. Het is belangrijk dat deze schakelaar goed ingesteld is zodat de bewegingen van de c-boog en het tafelblad intuïtief zijn voor de gebruiker onafhankelijk van waar de bediening hangt. Voor het goed instellen van deze schakelaar geldt dat de puntvormige kant van de schakelaar naar dient te wijzen.

Sleep onderstaande functies naar de bijbehorende bedieningsmogelijkheden op de Xper beeldmodule.

  • Instellen diafragmakleppen
  • Instellen rechterwigfilter
  • Instellen doorlichtingsflavor laag

Xper-module en afstandsbediening (copy)

Veranderen procedure

Veranderen procedure

De Xper-module biedt de mogelijkheid om binnen de steriele ruimte snel naar een andere procedure te gaan.

Wanneer op de Xper-module op de hoofdtaakknop Acquisition wordt gedrukt, zullen de beschikbare procedures worden weergegeven. Vervolgens kan de gewenste procedure worden geselecteerd door de gewenste procedure middels touchscreen te selecteren.

Afstandsbediening (beelden bekijken)

Beelden bekijken op de onderzoeksmonitor

Voor het bekijken van beelden op de onderzoeksmonitor, dient er gebruik te worden gemaakt van de Xper afstandsbediening. Onderstaande stappen doorlopen de benodigde acties voor het bekijken van de beelden op de onderzoek monitor:

Knop beeld afspelen op referentiemonitor 1
Knop beeld afspelen op referentiemonitor 2

Knop afspelen actieve opname afspelen

Druk op de knop afspelen actieve opname afspelen om het automatische cyclusoverzicht van de actieve opname af te spelen.

Knop afspelen alle beelden

Druk op de knop afspelen alle beelden om automatisch het cyclusoverzicht van alle beelden af te spelen.

Knop run achteruit

Druk op de knop run achteruit om een eerder opgenomen serie weer te geven.

Knop run vooruit

Druk op de knop run vooruit om een later opgenomen serie weer te geven.

Knop beeld achteruit

Druk op de knop beeld achteruit om een eerder opgenomen beeld binnen een serie weer te geven.

Knop beeld vooruit

Druk op de knop beeld vooruit om een later opgenomen beeld binnen een serie weer te geven.

Herhaling: plaats onderstaande tekstboxen op de juiste plaats in de afbeelding.

  • Beeld bekijken op referentiemonitor 1
  • Afspelen alle opnames
  • Run vooruit
  • Beeld vooruit

Xper weergavemodule controlekamer (copy)

Systeem in- en uitschakelen

Xper weergavemodule

Het in- en uitschakelen van het systeem dient via de Xper weergavemodule in de controlekamer gedaan te worden. Hieronder wordt de in- en uitschakeling van het systeem beschreven.

Knop Systeem aan

Het systeem inschakelen

  1. Controleer of het veilig is het systeem in te schakelen;
  2. Druk op de knop Systeem aan op de Xper-weergavemodule;
  3. Het opstartscherm wordt weergeven.
Opstartscherm

Knop Systeem uit

Het systeem uitschakelen

  • Controleer of het systeem veilig uitgeschakeld kan worden;
  • Hou de knop Systeem uit op de Xper-weergavemodule langer dan 2 seconden ingedrukt om het systeem uit te schakelen.

Het systeem voert een gecontroleerde uitschakeling uit:

  • Alle patiënt- en systeemgegevens worden opgeslagen;
  • Alle mechanische en niet-gebalanceerde bewegingen worden geblokkeerd;
  • De systeemvoeding wordt uitgeschakeld.

Het is belangrijk dat het systeem niet direct uitgeschakeld wordt nadat het systeem is gebruikt. De röntgenbuis moet na gebruik namelijk een paar minuten kunnen afkoelen.

Het systeem herstarten

Het systeem herstarten

Wanneer het systeem niet naar behoren werkt kan het systeem opnieuw worden gestart.

  • Controleer of het veilig is het systeem te herstarten;
  • Druk op de knop Systeem aan op de Xper-weergavemodule en houdt deze langer dan 2 seconden ingedrukt;
  • Het systeem voert een herstart van het systeem uit.

Knop Systeem aan
Knop Noodstop 

Het systeem opnieuw opstarten na uitschakeling door een noodgeval

Na uitschakeling van het systeem door het indrukken van een noodstop schakelt het systeem over naar de EPO-status (EPO: Emergency Power OFF). 

De EPO-status wordt aangegeven door een knipperende led naast de knop Systeem aan

De volgende stap dient uitgevoerd te worden om het systeem opnieuw op te kunnen starten vanuit de EPO-status:

  • Houd de knop Systeem aan gedurende 3 tot 5 seconden ingedrukt.

Overzicht functies

Overzicht bedieningsfuncties

In dit hoofdstuk worden de verschillende functies van de bedieningsmodule in de controlekamer toegelicht.

Herhaling: vul onderstaande lege velden in.

Het in- en uitschakelen van de Philips Allura Clarity productgroep dient via de in de controlekamer gedaan te worden.

Het is belangrijk dat het systeem na gebruik niet direct wordt uitgeschakeld. De voornaamste reden hiervoor is dat  

Na uitschakeling van het systeem door het indrukken van een noodstop schakelt het systeem over naar de EPO-status. De röntgenstraling blijft actief, maar de geometrische bewegingen worden uitgeschakeld. De EPO-status wordt aangegeven door .

Hemodynamisch systeem Xper flex cardio (copy)

Algemeen

Voorzijde Xper Flex Cardio-fysiomonitoringssysteem

Xper Flex Cardio-fysiomonitoringssysteem

Het Xper Flex Cardio-fysiomonitoringssysteem is bedoeld voor gebruik van volledige hemodynamische monitoring en geschikt voor gebruik in de hartkatheterisatieruimte. Het systeem wordt gebruikt voor de weergave en analyse van het ecg, de invasieve bloeddruk, pulsoximetrie en optioneel voor het meten van de niet-invasieve bloeddruk. De beschikbare alarmen in het systeem kunnen worden ingesteld en attenderen de gebruiker op afwijkende gebeurtenissen zodat een tijdige reactie onder de aandacht wordt gebracht.

CF-symbool

Defibrillatorbeveiliging

Het Xper Flex Cardio-fysiomonitoringssysteem heeft tevens een defibrillatorbeveiliging. Ingangen waarop het CF-symbool met paddles staat, zijn beveiligd tegen schade door defibrillatie.

ECG monitoring

ECG monitoring

Een ECG is een van de meest gebruikte onderzoeksmethodiek bij het diagnosticeren van aandoeningen aan het hart. Het ECG geeft belangrijke informatie betreffende een mogelijk aritmie van het hart. Een ECG is eenvoudig en en snel aan te sluiten zonder dat daarbij de patiënt pijn of schade ondervindt. Het Xper Flex Cardio-fysiomonitoringssysteem ondersteund het standaard 12 afleidingen ecg maar op de HCK wordt enkel gebruik gemaakt van de extremiteitenafleidingen.  

Als een ecg-afleiding geactiveerd moet worden op de monitoringsomgeving, dient het vakje naast de gewenste afleiding ingeschakeld te worden. Om een afleiding te deactiveren dient het vakje uitgeschakeld te worden. 

De volgende stappen dienen uitgevoerd te worden door de omloper ter bevestiging van de ecg-afleidingen:

  1. Bereid de elektrodeplakkers voor en plaats ze op de patiënt;
  2. Bevestig de afleidingskabels op de juiste manier aan de elektroden.

Aansluiting ECG

Foutmeldingen monitoring ECG

Het Xper Flex Cardio-fysiomonitoringssysteem bevat indicatoren voor losse afleidingskabels om een niet functionerend ecg-kanaal aan te geven. Het ecg-signaal heeft twee mogelijke foutcondities die weergegeven kunnen worden op het patiëntmonitoringsscherm:

  • Melding: “Vlakke signalen op één of alle afleidingen”

Voer de volgende controle's uit:

  1. Controleer of de ecg draden op de patiënt en op de ecg-kabel zijn aangesloten; 
  2. Controleer de kabelverbinding met het front-end van het Xper Flex Cardio-fysiomonitoringssysteem;
  3. Controleer of de ecg draden zijn geknikt of gebroken. 


Als het probleem blijft bestaan, kan het zijn dat het front-end niet is ingeschakeld. Controleer dan of er een luchtstroom is van de ventilator aan de achterkant van het apparaat. Mocht dit niet het geval zijn controleer dan of de voedingskabel juist is aangesloten.

  • Melding: “Ecg-storing gedetecteerd”

De melding "ecg-storing" geeft aan dat er een elektrische storing is gedetecteerd waardoor de ecg-monitoring wordt verstoord. Dit wordt in het algemeen veroorzaakt door een extern elektrisch apparaat (principe interferentie). Mogelijke apparatuur die storing kunnen veroorzaken zijn elektrochirurgieapparatuur en/of mobiele telefoons. De melding verdwijnt automatisch wanneer de storing ophoudt. Het is dan van belang dat het storing-veroorzakende elektrisch apparaat wordt verplaatst/verwijderd uit de steriele ruimte.

IBP

Invasieve drukmonitoring

Het meten van de centraal veneuze druk is een belangrijk onderdeel van een coronair angiografisch onderzoek. De centraal veneuze druk komt overeen met de druk in het rechteratrium. De centraal veneuze druk wordt gemeten in de vena cava superior door middel van een katheter. Door het meten van de centraal veneuze druk kan men zich snel oriënteren over de volumestatus (over- of onder vulling van het centraal veneuze vaatstelsel) en de hartfunctie van de patiënt.

Het Xper Flex Cardio-fysiomonitoringssysteem heeft in tegenstelling tot de röntgenbuis geen opwarmtijd nodig voor het uitvoeren van de invasieve bloeddrukmeting. Hieronder volgen de stappen die ondernomen dienen te worden voor het meten van de invasieve bloeddruk:

  1. Sluit de transducerkabel aan op de connector van het front-end van het Xper Flex Cardio-fysiomonitoringssysteem. Sluit het andere uiteinde van de kabel aan op de transducer;
  2. Voordat u de katheter aansluit, spoelt u het transducersysteem drie of vier keer met water en controleert u of er geen zichtbare luchtbellen zijn;
  3. Open het kraantje naar de lucht en de technieker klikt op Nullen op het tabblad “monitoring” in de controlekamer. U hoort een korte pieptoon en de drukcurve is in lijn met de nullijn van de drukschaal. Vervolgens kan de transducer op de katheter aangesloten worden.



Nullen

De functie voor het meten van drukcurven heeft één mogelijke foutmelding die weergegeven kan worden op het patiëntmonitoringsscherm wanneer een fout wordt gedetecteerd tijdens de invasieve drukmeting:

  • Foutmelding: “--- / ---“

De melding "---/---" geeft aan dat het systeem de transducer niet waarneemt en hierdoor dus geen invasieve drukmeting uit kan voeren. Onderstaande stappen dienen uitgevoerd te worden om de foutmelding op te lossen:

  1. Controleer of de transducer aangesloten is op de ingang op het fysiomonitoringssysteem;
  2. Wanneer de transducer aangesloten is op de ingang op het fysiomonitoringssysteem, dient de transducer aangesloten te worden op een ander ingeschakeld kanaal;
  3. Als de melding ook wordt weergegeven als de transducer is aangesloten op het andere kanaal, moet de transducer worden vervangen.

NIBP

Niet invasieve bloeddrukmonitoring

De handmatige bloeddrukmeting is een methode waarbij door middel van een manchet de bloeddruk wordt gemeten. De manchet wordt om de bovenarm gevouwen en vastgezet. De manchet wordt vervolgens opgeblazen tot de druk zo hoog is dat er geen bloed meer door de arteria brachialis stroomt. Door het leeg laten lopen van de manchet wordt de druk geleidelijk minder, hierdoor stroomt er weer een beetje bloed door de arteria brachialis. Aan de hand hiervan wordt zowel de diastolische als de systolische bloeddruk gemeten.

Onderstaande stappen dienen uitgevoerd te worden om de niet invasieve bloeddruk te kunnen meten:

  1. Klik met de rechtermuisknop in het weergavegebied NIBP om de NIBP-instellingen te openen;
  2. Selecteer het betreffende pictogram om te schakelen tussen de modi “volwassenen” of “neonataal”;
  3. Eventueel kunnen boven- en onder-alarmgrenzen ingesteld worden voor zowel systolische als diastolische NIBP-meetwaarden;
  4. Klik op OK om de instellingen op te slaan. Klik op Annuleren om de ingestelde waarden te verwijderen.

Aansluiting NIBP

De bloeddrukmanchet heeft verschillende foutmeldingen die mogelijk weergegeven kunnen worden op het patiëntmonitoringsscherm wanneer een fout wordt gedetecteerd tijdens het meten van de niet invasieve bloeddruk. Deze foutmeldingen geven doorgaans aan dat de manchet is opgeblazen, maar dat het systeem geen meetresultaten ontvangt. Voer de volgende stappen uit om eventuele problemen tijdens het meten van de NIBP op te lossen:

  1. Schakel de NIBP-functie uit; 
  2. Controleer of de manchet op de juiste wijze is bevestigd. Het gebruik van de verkeerde maat manchet en een verkeerde bevestiging daarvan kan leiden tot verkeerde en misleidende metingen;
  3. Controleer of de manchetslang geknikt is of wordt afgekneld;
  4. Controleer of de manchetslang goed is aangesloten op zowel het manchet als op het Xper Flex Cardio-fysiomonitoringssysteem. 
  5. Klik vervolgens op Herstellen op het scherm “NIBP-instelling” en voer de NIBP-meting opnieuw uit.

SpO2

SpO2-monitoring

Pulsoximetrie is een niet-invasieve methode die de zuurstofsaturatie in het bloed meet. De zuurstofsaturatiemeting wordt uitgevoerd met als doel het bewaken van het zuurstofpercentage in de lichaamsweefsels. Bij hartproblemen treden vaak vochtophopingen op in de longen, waardoor de zuurstofuitwisseling minder goed kan plaatsvinden. De zuurstofsaturatie is daarom ook een belangrijke indicator bij het diagnostisch onderzoek coronaire angiografie.

De sensor/vingersonde werkt op basis van absorptie van licht. De sensor detecteert de hoeveelheid licht nadat deze door de vinger is gegaan, aan de hand hiervan wordt de zuurstofsaturatie berekend. De sensor/vingersonde is herbruikbaar en biedt een continue, niet-invasieve meting van de arteriële zuurstofsaturatie.

Onderstaande stappen dienen uitgevoerd te worden voor bevestiging van de SpO2 vingersonde:

  1. Plaats de wijs-of ringvinger van de patiënt boven het venster van de sensor met de vingertop tegen de stop. Gebruik de sensor niet op een duim of teen of voet;
  2. De sensor moet zodanig zijn gericht dat de kabel langs de bovenkant van de hand wordt geleid;
  3. Sluit de sensor aan op het Xper Flex Cardio-fysiomonitoringssysteem; 
  4. Wanneer de sensor geen betrouwbare waarde geeft, kan het zijn dat de sensor niet juist of niet optimaal geplaatst is. De sensorplaats kan te dik, te dun, te gepigmenteerd of te sterk verkleurd zijn om een goede meting mogelijk te maken. In elk van deze gevallen verplaatst u de sensor en kiest u een andere plaats.


Onderstaande stappen dienen doorlopen te worden voor het monitoren van de arteriële zuurstofsaturatie:

  1. Klik met de rechtermuisknop in het weergavegebied SpO2 om de SpO2-instellingen te openen;
  2. Voer de gewenste waarden in de onderalarmgrens in te stellen voor pulsoximetriemetingen;
  3. Vink Curve weergeven aan om een visuele curve van de pulsoximetriemeting weer te geven;
  4. Klik op OK om de instellingen op te slaan. Klik op Annuleren om de ingestelde waarden te verwijderen.

Aansluiting SpO2 monitoring

De SpO2 – sonde heeft twee foutmeldingen die mogelijk weergegeven kunnen worden op het patiëntmonitorscherm wanneer een fout wordt gedetecteerd tijdens het meten van de zuurstofsaturatie:

  • Foutmelding: “Sensor uit”

De melding "Sensor uit" geeft aan dat het systeem de vingersonde niet waarneemt. Controleer de sonde om te zien of de led aan is. Als de led uit is dient de vingersonde vervangen te worden.

  • Foutmelding: “Niet aangesloten”

De melding "Niet aangesloten"geeft aan dat het systeem de SpO2 – verlengkabel niet detecteert. Controleer of de kabel goed is aangesloten op het front-end van het Xper Flex Cardio-fysiomonitoringsysteem. Als dit het geval is, dient de verlengkabel vervangen te worden.

  • Probleem: De vingersonde meet met tussenpozen geen waarde

Dit is een veelvoorkomend probleem als de vingersonde is aangesloten op dezelfde arm als de bloeddrukmanchet. Dit probleem wordt veroorzaakt door het opblazen van de manchet. Bevestig de vingersonde op een vinger aan de andere arm van de patiënt.

Monitoringsomgeving controlekamer (copy)

Monitoromgeving instellen

Monitoringsomgeving instellen

De monitoringsomgeving geeft de gebruiker informatie over vitale functies (ecg, IBP, NIBP, SpO2) van de patiënt. De monitoringsomgeving is grotendeels ingedeeld in bepaalde pictogrammen. Wanneer de betekenis van een pictogram onbekend is, kan de muisaanwijzer enkele seconden boven dit pictogram gehouden worden. Er wordt dan een pop-upvenster weergegeven waarin de functie van het pictogram wordt toegelicht.

Alles nullen

De drukkanalen worden gekalibreerd op de basislijn (0) wanneer de transducer open is naar lucht.

QRS

Het activeren van een akoestische toon van de hartfrequentie.

Alarmen

Open van het venster alarminstelling.

EDP

Automatisch uitvoeren van een EDP-opname.

Macro’s

Een macro is een hulpmiddel waarmee verschillende sets monitoringsparameters opgeslagen en opgehaald kunnen worden. Elk Xper Flex Cardio-fysiomonitoringssysteem is uitgerust met standaardmonitoringsmacro-instellingen, maar u kunt deze instellingen indien gewenst overschrijven met een eigen voorkeursmacro.

Om een eigen voorkeursmacro te creëren dienen onderstaande stappen uitgevoerd te worden:

  1. Klik op het pictogram Macro om de macrolijst te openen;
  2. Vink de monitoringsparameters aan die in de voorkeursmacro opgenomen dienen te worden;
  3. Klik op “Standaardmacro opslaan”. Elke keer wanneer een nieuw onderzoek begint, worden de door u geselecteerde voorinstellingen met betrekking tot monitoringsparameters automatisch opgeroepen door het systeem.

Patiëntalarmen

Het Xper Flex Cardio-fysiomonitoringssysteem heeft patiëntalarmen op twee verschillende niveaus:

  • Hoge prioriteit, rood weergegeven. Dit alarm geeft een levensbedreigende situatie aan waarbij onmiddellijk actie is vereist;
  • Normale prioriteit, geel weergegeven. Dit alarm geeft een minder serieuze toestand aan, maar waarbij nog wel actie is vereist.

Visuele alarmen worden begeleid door akoestische alarmtonen. Alarmen worden aangegeven binnen 5 seconden nadat een alarmconditie wordt gedetecteerd. Als meer dan één alarm actief is, worden de parameters die de alarmen veroorzaken, gemarkeerd in de juiste kleur (rood of geel) en geeft de alarmtoon aan welk alarm de hoogste prioriteit heeft. Alarmtonen zijn mogelijk onhoorbaar wanneer het geluid van het Windows-besturingssysteem verlaagd/gedempt is.

Patiëntonderzoeken controlekamer (copy)

Overzicht

De gegevensmonitor is een LCD-kleurenmonitor in de controlekamer. Er wordt gebruik gemaakt van een standaard toetsenbord en muis voor gegevensinvoer en controle van hoofdtaakactiviteiten van de gegevensmonitor.

A. Activiteitenbalk;

B. Werkstroomcontrolegebied;

C. Tabbladen (niet weergegeven in afbeelding);

D. Gegevensfunctieknoppen;

E. AGD (Acquisitie en Geometrie Display)

De gegevensmonitor biedt knoppen en displays voor patiënten beheer, inclusief acquisitie en geometriegegevens. De onderzoeksgegevens voor elke patiënt staat in een onderzoeksfolder. Het beheer van de onderzoeksfolder omvat de volgende taken:

  • Planning van de werklijst met onderzoeken (Schedule);
  • Voorbereiden en beheren van onderzoeksinformatie (Prepare);
  • Opname van nieuwe beelden van patiënten (Acquisition);
  • Beelden bekijken en nabewerkingen uitvoeren (Review);
  • Rapport opmaken (Report);
  • Onderzoeken archiveren naar een werkstation (Archive).

Een patiëntonderzoek plannen

Een patiëntonderzoek plannen

Een patiënt wordt gepland met de functie Schedule op de gegevensmonitor. De patiënten planning kan op elk moment worden geopend en/of gewijzigd. Voor correcte identificatie van patiënten genereert het systeem automatisch een uniek patiënt-ID voor de patiënt en een toegangsnummer en aanvraagnummer voor elk gepland onderzoek, als deze informatie niet eerder al handmatig is ingevuld.

Onderstaande stappen behandelen het invoeren van patiëntengegevens op de gegevensmonitor:

  1. Klik op de functieknop Schedule op de gegevensmonitor om de lijst met de geplande patiënten te activeren;
  2. Klik op de gegevensfunctieknop Add de gegevensmonitor om een nieuwe onderzoeksfolder te maken;
  3. In het tabblad “Patiënt” voert u de relevante patiëntgegevens in;
  4. Na het invullen voert u de relevante gegevens in op de overige tabbladen;
  5. Klik op OK de patiëntgegevens te bevestigen.

De nieuwe patiënt wordt vervolgens aan de database toegevoegd. Wanneer een volgende patiënt ingepland moet worden, dient op de gegevensknop Next dienen bovenstaande stappen 2 t/m 5 herhaald te worden.

Patiëntgegevens weergeven

Patiëntgegevens weergeven

  • Klik op de gegevensmonitor op de functieknop Schedule. Er verschijnt een lijst met alle geplande onderzoeken voor die dag;
  • Klik in de weergegeven lijst op het gewenste onderzoek om het onderzoek te selecteren;
  • Klik op de gegevensfunctieknop Open op de gegevensmonitor of dubbelklik op het geselecteerde onderzoek in de lijst om de patiëntgegevens weer te geven;
  • Klik op het tabblad “Patiënt” om de patiëntgegevens te bekijken.

Een patiënt voor acquisitie selecteren

Een patiënt voor acquisitie selecteren

  • Klik op de gegevensmonitor op de functieknop Schedule of de knop Acquisitie om de selectielijst voor acquisitie weer te geven;
  • Selecteer in de weergegeven lijst de gewenste onderzoeksfolder;
  • Met de muis kan de folderindicator onder de taakknop Acquisitie worden gezet;
  • Als er al een andere folder is aangewezen als huidige acquisitie onderzoeksfolder, wordt de pop-up “Select patiënt” weergegeven.
  • Selecteer in de pop-up “Select patiënt” de gewenste patiënt en klik op de knop OK.
Na elk onderzoek dient het onderzoek gesloten te worden middels de functieknop Close Examination op de gegevensmonitor. Wanneer op deze knop wordt gedrukt, wordt het scherm Close Examination geopend, waar bevestigd kan worden of het onderzoek voltooid of gestaakt is. Alle beelden zullen worden opgeslagen.

Het instellen van systeemparameters

Het instellen van systeemparameters

Het systeem heeft een lijst met voor-instellingen, verdeeld in de volgende categorieën:

  • Hoofdapplicaties;
  • Applicaties;
  • Procedures.

Het wordt aangeraden deze voorinstellingen rechtstreeks toe te passen voor een optimale werking van het systeem. De voorinstellingen kunnen worden geselecteerd op het tabblad “Exam” op de gegevensmonitor in de controlekamer. De geselecteerde procedure bepaalt de beeldtechniek en heeft invloed op de kwaliteit van de beelden.

Beelden bekijken in de controlekamer

Beelden in de controlekamer bekijken

Onderstaande stappen doorlopen de benodigde acties voor het bekijken van de beelden in de controlekamer:

  • Selecteer de functie “File Overview” op de weergavemonitor;
  • Dubbelklik op de run om “Run replay” te starten voor de geselecteerde run;
  • Gebruik de functie “beeld stap terug/beeld stap vooruit” totdat het gewenste beeld wordt bereikt;

Koppel onderstaande mogelijke onderzoeksvormen aan de bijbehorende onderzoeksfolder

  • Schedule
    Planning van de werklijst met onderzoeken
  • Prepare
    Voorbereiden en beheren van onderzoeksinformatie
  • Acquisition
    Opname van nieuwe beelden van patiënten
  • Report
    Rapport opmaken
  • Archive
    Onderzoeken archiveren naar een werkstation

Sleep onderstaande functies naar de juiste plaats.

  • Beeld stap achteruit
  • Beeld afspelen
  • File overview
  • Flag/unflag

Intercom (copy)

Afstandsintercom

Afstandsintercom controlekamer

In dit hoofdstuk worden de verschillende functieknoppen van de afstandsintercom toegelicht. De afstandsintercom kan gebruikt worden voor communicatie tussen de controlekamer en de steriele ruimte van de HCK.

Aan-/uitschakelen intercom

Om de afstandsintercom aan/uit te schakelen, dient op de aan-/uit knop gedrukt te worden.

Activeren microfoon

Om via de microfoon te communiceren naar de steriele ruimt, dient de knop activeren microfoon ingedrukt gehouden te worden.

Volume intercom verlagen
Volume intercom verhogen

Risico's (copy)

Risico's

Tijdens het coronair angiografisch onderzoek kunnen er diverse risico's voor ongewenste effecten zorgen:

Botsing van de c-boog met de gebruiker, patiënt of het loodscherm:
  • Kans op letsel bij de gebruiker of de patiënt. De BodyGuard-sensoren dienen bij disfunctioneren gecontroleerd te worden.
Lichaamsdeel gebruiker of de patiënt komt tussen de bewegende onderdelen van de Allura Clarity productgroep:
  • Kans op ernstig letsel bij de gebruiker of de patiënt. Aandacht en oplettendheid van de gebruiker is vereist.
Het per ongeluk activeren van de voetschakelaar:
  • De patiënt ontvangt onnodig röntgenstraling. Aandacht en oplettendheid van de gebruiker is vereist.
Het per ongeluk activeren van de bedieningsknoppen van de Xper geometrie en beeldmodule:
  • Ongewenste bewegingen van de c-boog of het tafelblad kunnen zorgen voor letsel aan de gebruiker of de patiënt. Aandacht en oplettendheid van de gebruiker is vereist. 
Het morsen van vloeistoffen (bijvoorbeeld medicatie, NaCl of contrastvloeistof) op de medische apparatuur:
  • De kans op kortsluiting en geleiding treedt op. Aandacht en oplettendheid van de gebruiker is vereist.
De patiënt ontvangt een te hoge stralingsdosis:
  • De kans op letsel aan de huid (verbranding, haaruitval) en onderliggende weefsels (kanker) treedt op. De behandeling dient uitgevoerd te worden met een zo laag mogelijke blootstelling in een zo kort mogelijke tijd.
Gebruik van apparatuur bij een defect onderdeel aan de Allura Clarity productgroep:
  • Door gebruik van defecte apparatuur kan disfunctioneren leiden tot ernstig letsel. Het uitvoeren van vervanging/reparatie van het defecte onderdeel door een bevoegde instantie is vereist.
De Allura Clarity productgroep wordt bediend door niet bevoegde/bekwame gebruikers:
  • Onwetendheid kan leiden tot ernstig letsel aan zowel de gebruiker als de patiënt. Personeel dient (aantoonbaar) bevoegd en bekwaam te zijn om apparatuur te mogen gebruiken.

In een noodgeval voor beweging van het systeem, dient de noodstop ingedrukt te worden. Alle bewegingen worden dan geblokkeerd behalve de handmatige rotatie van de boog en het zweven van het tafelblad. De noodstop functie dient door het systeem te worden gereset om mechanische bewegingen opnieuw mogelijk te maken. 

Bij een klinisch noodgeval met een patiënt mag nooit de noodstop ingedrukt worden. Gebruik Reset Geo en handmatige longitudinale beweging voor toegang tot de patiënt van alle kanten. 

Bij twijfel over het functioneren van de Philips Allura Clarity productgroep dient de MID gebeld te worden!