Ziekteleer: Gonaden

Ziekteleer: Gonaden

Gonaden aandoeningen

Bij hypogonadisme is er sprake van een te lage spiegel van geslachtshormonen doordat de gonaden verminderd functioneren. Er zijn twee soorten hypogonadisme: primair en secundair.

  • Primair hypogonadisme: de oorzaak ligt in de gonaden zelf. Naast schade aan de testikels (bijvoorbeeld door bestraling, ontsteking of zeer laat indalen van de testikels) kan primair hypogonadisme bij de man worden verorzaakt het syndroom van Klinefelter. Hier wordt verderop verder ingegaan. Bij vrouwen kan primair hypogonadisme, naast schade door bv. chemotherapie of bestraling, ontstaan door Prematuur Ovarieel Falen (POF) of het syndroom van Turner.
  • Secundair hypogonadisme: de oorzaak ligt in de hypothalamus en/of hypofyse.                              

Beide typen kunnen aangeboren zijn of later in het leven verworven worden. 

Syndroom van Klinefelter

Het syndroom van Klinefelter komt alleen bij mannen voor en wordt veroorzaakt door een extra geslachtschromosoom. Deze jongens en mannen met het syndroom van Klinefelter hebben naast één Y-chromosoom twee of meer X-chromosomen. Dit wordt aangeduid als 47-XXY of 48-XXXY of 49-XXXXY, enz. 

De prevalentie van Klinefelter bij jongens is ongeveer 1 op de 500-1000. Meestal wordt het syndroom pas op latere leeftijd (volwassen mannen) opgemerkt. Het syndroom van Klinefelter wordt gekarakteriseerd door hypogonadisme, met een lage concentratie testosteron en juist hoge concentraties aan LH en FSH. De belangrijkste symptomen zijn infertiliteit en borstontwikkeling (gynaecomastie). Daarnaast hebben patiënten een verlaagd libido, relatief weinig spiermassa en een grotere kans op osteoporose. Behandeling bestaat uit testosteron substitutie. 

Syndroom van Turner

Het Syndroom van Turner komt bij 1 op de 2500 meisjes voor: deze meisjes hebben maar één X-chromosoom.

Meestal is de ontwikkeling van de ovaria verstoord (ovariele dysgenesie) en heeft de vrouw streak ovaria (bindweefselstrengen) in plaats van normale ovaria

Door het ontbreken van normale ovaria zijn meisjes met Turner syndroom niet in staat om oestrogenen te produceren, met als gevolg dat puberteit en menstruatie niet optreden. Doordat de ovaria geen oestrogenen ontwikkelen, blijven de LH- en FSH spiegels verhoogd.  Patiënten zijn vrijwel altijd onvruchtbaar, door het ontbreken van eicellen. Heel soms kunnen vrouwen met het syndroom van Turner wel kinderen krijgen.

Kenmerkend is dat vrouwen met Turner syndroom geen groeispurt meemaken.Vrouwen met het syndroom van Turner zijn dan ook bijna altijd kort van stuk. Sommige vrouwen hebben aandoeningen van het hart en de nieren. Ook kunnen ze een brede, korte nek en opgezette handen en voeten hebben.

Of en in welke mate bovengenoemde kenmerken aanwezig zijn, verschilt van vrouw tot vrouw.

De diagnose wordt veelal pas gesteld tijdens de puberteit. Diagnose vindt plaats door middel van chromosoomonderzoek. De behandeling bestaat uit het toedienen van oestrogenen, om de puberteit op gang proberen te brengen en osteoporose tegen te gaan.

 

Vraag 1:

  • Verhoogde oestrogeenconcentratie
  • Verlaagde oestrogeenconcentratie

Het syndroom van Turner wordt gekenmerkt door

Hypogonadotroop hypogonadisme

Bij hypogonadotroop (oftewel 'centraal' of 'secundair') hypogonadisme is er sprake van onvoldoende functie van de gonaden, ten gevolge van onvoldoende aanmaak van FSH en LH door de hypofyse. 

Tot de oorzaken van aangeboren secundair hypogonadisme behoren:

  • Syndroom van Kallmann. Door een afwijking in het DNA geeft de hypothalamus onvoldoende gonadotrophin-releasing hormoon (GnRH) af, waardoor de hypofyse niet voldoende gestimuleerd wordt om FSH en LH te maken. Daarnaast ontstaat er door agenesie van de bulbus olfactorius, het reukgebied in de hersenen nabij de hypothalamus, hyposmie of anosmie (verminderd of afwezig reukvermogen). 
  • Syndroom van Prader-Willi
  • Syndroom van Dandy-Walker

Verworven secundair hypogonadisme kan ontstaan door onder andere:

  • Hypofyseaandoeningen (bijvoorbeeld door een operatie, een bloeding, tumor, ontsteking of infectie van de hypofyse)
  • Te veel ijzer in het lichaam (ijzerstapeling )
  • Het gebruik van bepaalde geneesmiddelen
  • Ouderdom

 Behandeling bestaat uit substitutie van vrouwelijke of mannelijke geslachtshormonen. 

Een FSH-/LH-adenoom (gonadotrofinoom)

Een FSH-/LH- producerend adenoom in de hypofyse is een zeldzame  aandoening die leidt tot verhoogde FSH- en LH-secretie.

Bij mannen leidt een hoge LH-concentratie tot een hoge testosteronconcentratie en bij vrouwen in de premenopauze (vruchtbare periode) tot een hoge oestradiolconcentratie. Bij vrouwen kan dit tot gevolg hebben dat de menstruatiecyclus wordt verstoord en de eierstokken kunnen vergroten.

Diagnostiek vindt plaats door de bloedconcentraties van FSH en LH te meten, eventueel met een MRI-scan van de hypofyse. Behandeling van een FSH-/LH-adenoom is gelijk aan die van niet-functionerende hypofyse-adenomen: ze worden meestal operatief verwijderd.

Adrenogenitaal syndroom (AGS)

Adrenogenitaal syndroom (AGS) is een autosomaal recessieve aandoening van de bijnieren.

Adrenogenitaal syndroom (AGS) is de verzamelnaam voor een groep ziektebeelden met als gemeenschappelijk kenmerk een stoornis in de synthese van bijnierschorshormonen. Bij 95 % van de patiënten gaat het om een deficiëntie van het enzym 21-hydroxylase, leidend tot cortisoltekort en vaak ook aldosterontekort.

Door compensatoire toename van de hypofysaire secretie van adrenocorticotroop hormoon (ACTH) wordt de bijnier gestimuleerd, met als gevolg overproductie van androgenen.

De klassieke vorm van 21-hydroxylasedeficiëntie is vooral bekend vanwege de congenitale virilisatie bij aangedane meisjes. Bij zowel jongens als meisjes is echter het cortisol- en aldosterontekort klinisch minstens zo belangrijk: een Addison-crisis kan in de eerste levensweken na de geboorte ontstaan.

Om die reden is neonatale screening op AGS ingevoerd in Nederland. Met screening worden patiënten eerder opgespoord en eerder behandeld.

De prevalentie van de klassieke vorm van AGS is ongeveer 1:12.000 pasgeborenen. De niet-klassieke vorm van 21-hydroxylasedeficiëntie komt frequenter voor en kan voor het eerst manifest worden met tekenen van androgeenoverproductie vanaf kleuterleeftijd tot op volwassen leeftijd.

De behandeling van 21-hydroxylasedeficiëntie bestaat uit substitutie van de hormoontekorten en chirurgische behandeling van de geviriliseerde uitwendige genitaliën bij meisjes.

Het syndroom kan behandeld worden met levenslange substitutie van corticosteroïden. De langetermijnresultaten van behandeling, onder meer de volwassen lengte, zijn in de laatste decennia verbeterd. Bij beide geslachten doen zich fertiliteitsproblemen voor. 

Bron: Ned Tijdschr Geneeskd. 2002;146:246-9

Vraag 2:

  • Te weinig geslachtshormonen
  • Te veel geslachtshormonen
  • ACTH regelt niet de productie van geslachtshormonen?
Bij het Adrenogenitaal syndroom (AGS) zorgt de verhoogde ACTH concentratie voor

Pubertas praecox

Pubertas praecox

Bij Pubertas praecox is er sprake van een te vroeg puberteit. De geslachtsklieren beginnen op een jongere leeftijd dan normaal al te functioneren. Er is sprake van een vroegtijdige puberteit indien bij een meisje de borstontwikkeling al voor het 8ste levensjaar begint, en bij een jongen wanneer de groei van de testes al voor het 9ste levensjaar begint. 

De verschijnselen van een te vroege puberteit zijn de vroege ontwikkeling van borsten, de groei van de penis, vroege menstruatie, de ontwikkeling van okselhaar of schaamhaar. Ook de botten zullen eerder gaan 'rijpen'. Deze kinderen groeien daardoor snel in lengte, maar de groei houdt ook eerder op dan bij andere leeftijdsgenootjes. Hierdoor zullen deze kinderen uiteindelijk kleiner blijven dan andere kinderen van hun eigen leeftijd.

De oorzaak verschilt per persoon, maar kan o.a. zijn: een tumor in de bijnieren, een hersentumor of een tumor in de gonaden. Soms is er sprake van Pseudo Pubertas praecox: hierbij produceren de bijnieren teveel mannelijke geslachtshormonen.

De behandeling bestaat uit het afremmen van de geslachtshormonen. Dit wordt gedaan met behulp van medicijnen. Hierdoor kan de puberteit uitgesteld worden. In geval van een tumor  zal een operatie aan de bijnier of hypofyse uitgevoerd worden.

Zie ook de e-learning Puberteit van Dr. Zijlstra.

 

Pubertas tarda

Pubertas tarda: verlate puberteit. Er is sprake van een verlate puberteit wanneer deze nog niet is opgetreden bij meisjes voor hun 13e levensjaar en bij jongens voor hun 14e. Enkele oorzaken van een pubertas tarda zijn een aanlegstoornis van de hypofyse, ondervoeding en ondergewicht. Meestal wordt het niet behandeld; alleen wanneer er helemaal geen geslachtsontwikkeling optreedt wordt er behandeld met geslachtshormonen.

Vraag 3:

  • Juist
  • Onjuist
Stelling: er is sprake van pubertas praecox als de puberteit bij meisjes voor het 8ste levensjaar begint, en jongens voor het 9ste levensjaar.