Toets DBC/DOT voor consulenten (2015)

Welkom bij de e-learning DBC/DOT voor consulenten

Deze e-learning bevat een aantal vragen om te kijken of je genoeg kennis hebt van de DBC/DOT registraties.

 

Je krijgt nu 30 vragen.

Van deze vragen moeten er 24 vragen goed beantwoord worden om te slagen voor de toets (minimale score 80%).

De gemiddelde tijdsduur voor deze toets bedraagt 10 minuten.

 

Na het afsluiten van de toets kun je je score bekijken.

 

Veel succes!

Toets

Wat is het juiste vervolg op de onderstaande zin? Het tarief van een zorgproduct in het A-segment ...

  • is voor iedere patiënt gelijk, onafhankelijk van de instelling waar de zorg geleverd wordt.
  • is door de zorginstelling bepaald.
  • wordt bepaald door het aantal zorgactiviteiten dat de zorgverzekeraar van de patiënt vergoedt.

Bekijk onderstaande stelling: De overheid wil een kwalitatief hoogstaande en kosten efficiënte zorgsector. Daarom wil ze de zorg (waar mogelijk) overlaten aan de markt. Is dit juist?

  • Ja
  • Nee

Aan zorgproducten in het B-segment hangen voor elke instelling dezelfde prijskaartjes. Is dit juist?

  • Nee
  • Ja

Bekijk onderstaande stelling: De DBC-systematiek is een softwareprogramma. Is dit juist?

  • Nee
  • Ja

Geef bij elk van de onderstaande stellingen aan of deze waar is of niet.

  • Een subtraject is een afgebakende declarabele periode binnen een zorgtraject.
  • Een zorgtraject is een afgebakende declarabele periode binnen de DBC-systematiek.
  • Een zorgtraject is een afgebakende declarabele periode binnen een subtraject.
  • Een subtraject is een afgebakende declarabele periode binnen de typerende zorgvraag.

Zet onderstaande processtappen binnen de DBC-systematiek in de juiste volgorde.

  • Registreren
  • Samenvatten
  • Afleiden
  • Declareren

De heer Bakker is voor buikklachten onder behandeling van de chirurg. De chirurg vraagt de MDL-arts om een scopie te maken.

Mag een (parallel) zorgtraject geopend worden?

Kies ‘Ja’ als je denkt dat het schuingedrukte specialisme dit mag of kies ‘Nee’ als je denkt dat dit niet mag.

  • Nee
  • Ja

Mevrouw Tuinman komt met benauwdheidsklachten bij de longarts. De longarts verwijst haar door naar de cardioloog (interne verwijzing). De cardioloog neemt de behandeling over. Mevrouw Tuinman is nog niet bekend bij de cardioloog.

Mag een (parallel) zorgtraject geopend worden?

Kies ‘Ja’ als je denkt dat het schuingedrukte specialisme dit mag of kies ‘Nee’ als je denkt dat dit niet mag.

  • Ja
  • Nee

Mevrouw Bruin komt binnen op de SEH met een hoofdwond. De wond wordt door de chirurg gehecht. Drie weken later komt mevrouw Bruin terug bij de chirurg op de SEH met een gebroken been.

Mag een (parallel) zorgtraject geopend worden?

Kies ‘Ja’ als je denkt dat het schuingedrukte specialisme dit mag of kies ‘Nee’ als je denkt dat dit niet mag.

  • Ja
  • Nee

Jelle wordt door de kinderarts behandeld voor astma. Tijdens een controlebezoek voor deze zorgvraag bespreekt de kinderarts ook de buikpijn waar Jelle de laatste tijd last van heeft. Er blijkt geen diagnostiek en behandeling voor nodig te zijn.

Mag bij het schuingedrukte specialisme een (parallel) zorgtraject worden geopend?

  • Nee
  • Ja

Mevrouw Van den Aar komt binnen twee maanden twee keer met dezelfde zorgvraag bij de MDL-arts. Mag bij het schuingedrukte specialisme een (parallel) zorgtraject worden geopend?

  • Nee
  • Ja

De heer Van der Helst is voor huidklachten onder behandeling bij de dermatoloog. Hij wordt met gewrichtsklachten vanuit de 1e lijn doorverwezen naar de reumatoloog. Mag bij het schuingedrukte specialisme een (parallel) zorgtraject worden

  • Ja
  • Nee

De heer Van der Land krijgt een nieuwe heup. Hij is onder behandeling bij de orthopeed. Tijdens de operatie wordt de orthopedisch chirurg bijgestaan door de anesthesist. Mag bij het schuingedrukte specialisme een (parallel) zorgtraject worden geopend?

  • Nee
  • Ja

Mevrouw Valkenier heeft een ontsteking aan beide ogen en wordt hiervoor door de oogarts conservatief behandeld. Mogen bij de bovenstaande dubbelzijdige aandoeningen twee zorgtrajecten worden geopend?

  • Nee
  • Ja

Joost heeft flaporen en wordt door de plastisch chirurg operatief behandeld aan beide oren. In deze situatie is er sprake van identieke diagnosen (aan beide zijden), die opgenomen zijn in de Diagnose Combinatie Tabel.

Mogen bij de bovenstaande dubbelzijdige aandoeningen twee zorgtrajecten worden geopend?

  • Nee
  • Ja

Mevrouw Kroost heeft aan beide ogen staar. In eerste instantie behandelt de oogarts operatief het linkeroog. Drie weken later wordt door de oogarts het rechteroog operatief behandeld.

Het subtraject voor de eerste operatie staat nog open. Deze diagnose staat niet in de Diagnose Combinatie Tabel.

 

Mogen bij de bovenstaande dubbelzijdige aandoeningen twee zorgtrajecten worden geopend?

  • Ja
  • Nee

Julia (9 jaar) komt op 15-1-2015 voor het eerst met haar moeder bij de huisarts. Julia heeft al enige tijd oorpijn. Druppels hebben niet geholpen, dus de huisarts stuurt haar naar de KNO-arts.

Ze heeft een afspraak bij de KNO-arts op 25-1-2015 en naar aanleiding van die afspraak zullen er trommelvliesbuisjes geplaatst worden op 25-2-2015. 

 

Wat is de openingsdatum van het zorgtraject?

  • 25-1-2015
  • 15-1-2015
  • 25-2-2015

De longarts wordt in consult gevraagd bij een klinische patiënt van de Interne Geneeskunde. De patiënt is reeds onder behandeling bij de longarts voor dezelfde zorgvraag. Mag de longarts een (nieuw) zorg/subtraject met zorgtype 13 (ICC) openen?

  • Ja
  • Nee

De longarts wordt in consult gevraagd bij een in dagbehandeling opgenomen patiënt van het specialisme Interne Geneeskunde. Mag de longarts een (nieuw) zorg/subtraject met zorgtype 13 (ICC) openen?

  • Nee
  • Ja

De longarts is in consult geweest bij een klinische patiënt van Interne Geneeskunde. Hiervoor wordt een zorg/subtraject met zorgtype 13 geregistreerd. In de loop van de opname is er opnieuw een consultatie van de longarts gewenst.

Mag de longarts een (nieuw) zorg/subtraject met zorgtype 13 (ICC) openen?

  • Nee
  • Ja

Bekijk onderstaande stelling: Tijdens een IC-opname mogen verpleegdagen worden geregistreerd. Is dit juist?

  • Nee
  • Ja

Bekijk onderstaande stelling: Alle specialismen moeten binnen het zorgtraject een typerende zorgvraag registreren. Is dit juist?

  • Nee
  • Ja

Bekijk onderstaande stelling: De typerende zorgvraag is het probleem waarmee een patiënt bij de specialist komt, bijvoorbeeld ‘gebroken pols’. Is dit juist?

  • Nee
  • Ja

Een patiënt is klinisch opgenomen op de afdeling Cardiologie. De cardioloog vraagt de neuroloog in consult in verband met het geheugenverlies van de patiënt. De neuroloog besluit de behandeling over te nemen of mee te gaan behandelen.

Wat mag de neuroloog doen?

  • De neuroloog zet het geopende zorg/subtraject met zorgtype 13 om naar een zorgtype 11.
  • De neuroloog mag eenmalig een zorg/subtraject met zorgtype 13 declareren en vervolgens een zorg/subtraject met zorgtype 11.
  • Er wordt een zorg/subtraject met zorgtype 51 geopend.

Bekijk onderstaande stelling: Een zorgtraject met zorgtype 51 wordt geopend op de dag van opname. Is dit juist?

  • Ja
  • Nee

Een patiënt komt onverwachts na 4 maanden met een bestaande zorgvraag bij de specialist. Er staat nog een zorgtraject open voor deze zorgvraag, met een lopend subtraject met zorgtype 21 voor onder andere het laatste polibezoek.

Wat wordt er geregistreerd?

  • Het nieuwe contact wordt geregistreerd in het lopende subtraject met zorgtype 21.
  • Er wordt een zorgtraject geopend met subtrajecten met zorgtype 11 en 21.
  • Er wordt een subtraject met zorgtype 11 geopend en dit wordt later omgezet naar een zorgtype 21.
  • Er wordt een subtraject met zorgtype 11 geopend en dit wordt later omgezet naar een zorgtype 21.

Bekijk onderstaande stelling: Een patiënt wordt ontslagen van de IC naar de verpleegafdeling. Het zorg/subtraject met zorgtype 51 wordt afgesloten. In de loop van dezelfde dag wordt patiënt opnieuw opgenomen op de IC.

Er wordt een nieuw zorgtraject met ZT 51 geopend. Is dit juist?

  • Nee
  • Ja

Bekijk onderstaande stelling: Een patiënt wordt rechtstreeks opgenomen op de IC en komt daar te overlijden. Hij was al bekend in de instelling met een zorgvraag waarvoor nu de acute IC opname plaatsvindt.

Er wordt een subtraject met een ZT 51 geopend en dit wordt gekoppeld aan het reeds lopende zorgtraject.

Is dit juist?

  • Ja
  • Nee

Meneer Van Leeuwen wordt na een ongeluk opgenomen op de IC afdeling van het UMC Utrecht (03-03-2015). Omdat hij en zijn familie uit Limburg komen wil de familie dat hij dichter bij huis verder behandeld wordt.

Pas na vijf dagen (08-03-2015) wordt duidelijk dat hij toch in het UMCU moet blijven en de behandeling ook daar zal plaatsvinden. De heer Van Leeuwen wordt op 09-03-2015 naar de afdeling Orthopedie verplaatst. 

 

Wat is de openingsdatum van het zorgtraject met subtraject met zorgtype 11?

  • Op de dag van binnenkomst op de IC (03-03-2015).
  • De dag waarop besloten wordt dat hij in Utrecht onder behandeling blijft (08-03-2015).
  • De dag dat hij naar de afdeling Orthopedie wordt verplaatst (09-03-2015).

Mevrouw Van Dam heeft de ziekte van Bechterew. Daarvoor krijgt ze het geneesmiddel Infliximab (Remicade). Dit onderdrukt afweerreacties in het lichaam.

Infliximab is een duur geneesmiddel en heeft in de zorgactiviteitentabel een toedieningseenheid van 10 mg en het middel wordt geleverd door de apotheek in verpakkingen van 5 mg. Gedurende een half jaar krijgt mevrouw Van Dam om de zes weken 400 mg Infliximab. Hiervoor gaat ze naar het ziekenhuis.

 

Wat is het aantal dat de specialist bij toediening van Infliximab moet registreren?

  • Bij dure geneesmiddelen is het te registreren aantal zorgactiviteiten de gebruikte hoeveelheid gedeeld door de toedieningseenheid; dus 40.
  • Bij dure geneesmiddelen is het te registreren aantal zorgactiviteiten gelijk aan het aantal verbruikte verpakkingen; dus 80.
  • Bij dure geneesmiddelen is het te registreren aantal zorgactiviteiten gelijk aan de gebruikte hoeveelheid; dus 400.

Waarom is het belangrijk om te weten wat er in de processtap afleiden gebeurt?

  • Omdat het declarabele product dat wordt afgeleid, bepaalt welk bedrag door de instelling gedeclareerd mag worden.
  • Omdat het zorgproduct bepaalt welke zorg de patiënt daadwerkelijk krijgt.
  • Omdat je de uitgevoerde zorgactiviteiten anders niet kunt registreren.

Bekijk onderstaande stelling: Je moet het declarabele zorgproduct en de bijbehorende gegevens naar het DIS sturen. Is dit juist?

  • Ja
  • Nee

Bekijk onderstaande stelling: Wanneer de grouper een foutmelding geeft, komt dit vaak doordat er bij de registratie een verkeerde code is gebruikt. Is dit juist?

  • Ja
  • Nee

Bekijk onderstaande stelling: De grouper is verantwoordelijk voor het selecteren van het juiste declarabele product. Is dit juist?

  • Nee
  • Ja

Waar wordt de informatie die naar het DIS wordt gestuurd onder andere voor gebruikt?

  • Om de DBC systematiek verder te ontwikkelen.
  • Voor de onderhandelingen tussen de zorginstelling en zorgverzekeraar.
  • Optie D

Geef bij elk van de onderstaande stellingen aan of deze waar is of niet.

  • Een ZT 21 sluit op de 120e dag na opening.
  • Een klinisch subtraject sluit op de 90e dag na opening van de DBC.
  • Een niet-klinisch subtraject sluit op de 90e dag na datum van operatieve ingreep.

Geef bij elk van de onderstaande stellingen aan of deze waar is of niet.

  • Een ZT 13 DBC sluit op de datum van ontslag.
  • Een ZT 11 DBC sluit 120 dagen na opening.
  • Een niet-klinisch, niet-operatief ZT 11 traject sluit na 42 dagen.

Geef bij elk van de onderstaande stellingen aan of deze waar is of niet.

  • Een niet-klinisch traject sluit op de 42e dag na een operatieve ingreep.
  • Een ZT 11 sluit 42 dagen na opening.
  • Een ZT 21 DBC sluit na 90 dagen.

Patiënt Bakker heeft een ZT 11 DBC met een startdatum van 3 januari 2015. Op 31 maart ondergaat de patiënt een poliklinische operatieve ingreep. Wanneer sluit de DBC?

  • 2 mei 2015
  • 2 april 2015
  • 12 mei 2015

Bekijk onderstaande stelling: Declaratiecode 15xxxx is B-segment, verzekerde zorg. Is dit juist?

  • Ja
  • Nee