Ziekteleer: Diabetes

Ziekteleer: Diabetes

Diabetes

Diabetes mellitus (suikerziekte) is een aandoening die gekenmerkt wordt door teveel glucose in het bloed. Er is sprake van diabetes wanneer de nuchter glucose waarde tenminste tweemaal groter is dan 7,0 mmol/l of de niet-nuchtere glucose waarde groter is dan 11,1 mmol/l. Langdurig verhoogde glucose is schadelijk voor het lichaam, en kan uiteindelijk leiden tot ernstige complicaties, zoals hart- en vaatziekten (hartinfarct, herseninfarct), aantasting van de zenuwen, ogen en/of nieren. 
Insuline speelt een cruciale rol in de glucose homeostase, die verstoord is bij mensen met diabetes. Diabetes mellitus wordt ingedeeld in twee vormen: diabetes mellitus type 1 en diabetes mellitus type 2. Er zijn ook andere meer zeldzame vormen zoals bijvoorbeeld zwangerschapsdiabetes, MODY en diabetes insipidus. 

Diabetes type 1

Ongeveer 3 op de 1000 Nederlanders heeft DM type 1. Van alle diabetes patiënten is dat ongeveer 10%. Klachten zijn vaak polyurie, polydipsie, vermoeidheid, malaise, gewichtsverlies en verminderde gezichtsscherpte.

DM type 1 is een verstoorde glucosehomeostase op basis van insulinedeficiëntie door pancreasdysfunctie. De insulinedeficiëntie wordt veroorzaakt door T-celgemedieerde auto-immuunreacties tegen de β-cellen.

Diabetes type 1

Er zijn verschillende factoren bekend die het risico op DM type 1 vergroten: genetische aanleg, ethniciteit (Hindoestaans, Marokkaans, Surinaams) en de aanwezigheid van andere auto-immuunziektes.

Behandeling van DM type 1 bestaat uit dieetadvies en insuline. Insuline wordt gebruikelijk gegeven met subcutane injecties. Er bestaat kortwerkend insuline dat vóór of tijdens elke maaltijd toegediend kan worden en langwerkend insuline dat 1 maal per dag (meestal vóór de nacht) toegediend kan worden.

Verkeerd gebruik van insuline (te hoge dosering) kan een hypoglykemie veroorzaken (te lage bloedglucose concentraties). Een bloedglucosewaarde onder 3,8 mmol/l wordt beschouwd als een hypoglykemie. Veel symptomen worden veroorzaakt door adrenaline en cortisol, die de bloedglucose waarde weer proberen te verhogen: krachtige hartslag, trillen, transpireren en een slap gevoel. Wanneer de bloedglucosespiegels extreem laag zijn kan men verward en zelfs bewusteloos raken. Behandeling bestaat uit glucose of glucagon toediening. 

Vraag 1:

  • Ongevoeligheid voor insuline
  • Te weinig tot geen productie van insuline
  • Te veel cortisol en adrenaline
Waar wordt DM type 1 door veroorzaakt? 

Vraag 2:

  • Dorst
  • Moeheid
  • Duizeligheid
  • Zweten
  • Vaak plassen
Wat zijn de symptomen van een hypoglykemie? 

Diabetes type 2

Ongeveer een miljoen Nederlanders hebben diabetes mellitus. 90% van hen heeft diabetes mellitus type 2. De diagnose wordt meestal gesteld door screenend onderzoek, vóór het optreden van de klachten. Indien eenmaal klachten ontstaan, bestaan deze uit polyurie, polydipsie, vermoeidheid, malaise, gewichtsverlies en verminderde gezichtsscherpte.

De oorzaak van diabetes mellitus type 2 is tweeledig. Ten eerste bestaat er een insulineresistentie in de lever-, spier- en vetweefselcellen waardoor insuline (insuline-afgifte is op dit moment normaal tot licht verhoogd) een onvoldoende regulerend effect heeft.  Ten tweede is er uiteindelijk onvoldoende insulinesecretie om de bloedsuikerspiegel op peil te houden. Op deze manier ontstaat er een relatief tekort aan insuline.

De rol van GLUT4. Zoals eerder besproken, wordt insuline geproduceerd door de β-cellen van de eilandjes van Langerhans van de pancreas. Insuline wordt door de pancreas geproduceerd zodra de pancreas een hoge bloedglucose waarneemt met glucosereceptoren. Insuline zorgt ervoor dat glucose vanuit het bloed in met name de spier-, vetcellen en levercellen wordt getransporteerd. In deze cellen kan glucose worden verbrand, worden omgezet in het lichaamszetmeel glycogeen, of worden omgezet in vet. Insuline zorgt voor de daling van de bloedglucosespiegel door te binden aan insulinereceptoren aan het celoppervlak van de spier-, vetcellen en levercellen. Vervolgens zorgen de glucosereceptoren voor het transport van glucosetransporters (GLUT4 genoemd) naar het celoppervlak (celmembraan). Op het celmembraan zorgt GLUT4 voor glucosetransport vanuit de bloedbaan de cel in.Wanneer er sprake is van insulineresistentie, oftewel insuline-ongevoeligheid zijn er minder en/of minder goed functionerende insulinereceptoren en/of minder GLUT4 
beschikbaar op het celmembraan. 

Diabetes type 2

Risicofactoren voor DM type 2 zijn obesitas, genetische aanleg, stress, etniciteit (Hindoestaans, Marokkaans, Surinaams), zwangerschap en weinig fysieke activiteit. 

Omdat overgewicht vaak een grote rol speelt begint de behandeling van DM type 2 met het advies om af te vallen en meer te bewegen. Indien ondanks een gezonde leefstijl en normale BMI de diabetes blijft bestaan, wordt er in tweede instantie medicatie voorgeschreven (bijvoorbeeld metformine).

Metformine verlaagt de bloedglucose op 3 manieren:
1 ) Vermindering van de glucoseproductie in de lever door remming van de gluconeogenese en glycogenolyse in de spieren. 
2 ) Toename van de perifere gevoeligheid voor insuline en van het cellulaire glucosegebruik.
3) Remming van de resorptie van glucose in de nieren.

In ernstige gevallen kunnen ook insuline injecties nodig zijn. 

Vraag 3:

  • Ongevoeligheid voor insuline
  • Te weinig tot geen productie van insuline
  • Te veel aldosteron en cortisol

Wat is de onderliggende oorzaak van DM type 2?