Paardrijden

Deze e-learning gaat over paardrijden. Je leert wie er begonnen is met het paardrijden zoals wij het nu kennen. Welke disciplines er zijn en waar je op beoordeeld wordt. Aan het einde van deze e-learning weet je dit.

Geschiedenis

Xenophon ( 430 – 354 v. Chr.)

Xenophon was een zoon van een rijke Griek uit Athene en een leerling van de filosoof Sokrates. Hij vocht te paard bij de Griekse Cavalerie in vele veldslagen. Hij schreef onder andere het boek ’’Peri Hippikes’’ (’’Over de rijkunst’’). Zijn werk geldt als eerste volledige rijleer van de wereld. Hij wordt gezien als de eerste oude grootmeester.

Xenopons belangrijkste ontdekking was: ‘’Alleen met een wendbaar paard kan men ten strijde trekken en vechten’’. Omdat de ruiter van de Griekse cavalerie hun beide handen vol hadden aan zwaard en schild, moeste hun paarden bliksemsnel op de kleinste commando’s reageren. Alleen als het paard gehoorzaam, buigzaam en snel was, kon de ruiter levend uit de strijd komen. Daarom moest het paard gecompliceerde manoeuvres beheersen.

Hij was de eerste die de eis stelde het paard veelvuldig te belonen’’Verlies in de omgang met paarden nooit uw zelfbeheersing. Wat onder dwang bereikt wordt, wordt zonder verstand bereikt en is net zo lelijk als het met de zweep slaan en met de sporen porren van een danser’’.

 

Waarom was een wendbaar en gehoorzaam paard essentieel in de strijd?

  • Alleen als het paard gehoorzaam, buigzaam en snel was, kon de ruiter levend uit de strijd komen.
  • Wanneer een paard gehoorzaam en wendbaar is, kan je snel bij de strijd weg rijden.

Springen

Inleiding

Springen is een discipline van de paardensport, waarbij de combinatie (ruiter en paard) een hindernisparcours dient af te leggen binnen een bepaalde tijd.

Iedere combinatie begint met 0 strafpunten. Wanneer er een balk van de hindernis valt tijdens het springen krijgt de combinatie 4 strafpunten erbij. Als de combinatie over de toegestane tijd gaat krijgt deze per minuut er 1 strafpunt bij. Bij een weigering (wanneer een paard niet springt) krijgt de combinatie ook 4 strafpunten.

Wanneer er meerdere combinaties foutloos door het parcours gaan komt er een barrage. De barrage gaat meestal op tijd en strafpunten. De combinatie die het snelst is zonder strafpunten wint de barrage.

Verschillende disciplines binnen het springen

  • Klassiek; Een klassiek parcours dient gereden te worden met zo min mogelijk strafpunten, zijn er meerdere combinaties met een gelijk aantal strafpunten als degene met de minste strafpunten dan kan er een barrage verreden worden.
  • Direct op tijd; De combinaties moeten zo snel mogelijk een parcours springen, degene met de minste strafpunten en de snelste tijd wint. Daarbij is het aantal strafpunten doorslaggevend, iemand met veel strafpunten en een heel snelle tijd kan dus niet winnen van iemand die foutloos is maar een langzame tijd heeft.
  • Jacht; De combinaties moeten zo snel mogelijk een parcours springen, voor iedere gemaakte fout krijgt de combinatie strafseconden. Een balk kost een aantal strafseconden, een weigering straft zichzelf in de tijd en daar worden dus geen strafseconden voor gegeven. Degene met de snelste tijd wint, iemand met een fout maar een heel snelle tijd kan dus winnen van iemand die foutloos is maar een langzame tijd heeft.
  • 2-fasen; De combinaties moeten een parcours springen dat is opgedeeld in twee gedeeltes die allebei bestaan uit ongeveer zes hindernissen: Het eerste moet foutloos gereden worden, lukt dat niet dan gaat de bel en moet de combinatie stoppen. Wordt het eerste gedeelte wel foutloos gereden dan gaat er een tijd lopen en dient het laatste gedeelte van het parcours zo snel mogelijk gereden te worden. Bij de uitslag wordt gekeken naar de tijd en het aantal strafpunten in het laatste deel. Degene met respectievelijk de minste strafpunten en de snelste tijd wint.

Jantje heeft 1 balk eraf en 1 weigering. Jantje heeft 5 strafpunten. Is dit waar of niet waar?

  • Jantje heeft 1 balk eraf en 1 weigering. Jantje heeft 5 strafpunten. Is dit waar of niet waar?

Dressuur

Inleiding

De dressuur is de gymnastische basis van de paardensport. Dressuur betekent eigenlijk het gymnastiseren en het gehoorzaam maken van het paard door de ruiter. Daarmee is het de basis van alle andere ruitersporten - maar dressuur in zichzelf kan ook zeer de moeite van het beoefenen waard zijn.

Doelstellingen volgens het Skala der Ausbildung (Klassieke dressuur)

  1. Takt: elke pas wordt met dezelfde kracht, regelmaat en afdruk gemaakt (simpel gezegd: alle passen zijn gelijk in hetzelfde ritme)
  2. Ontspanning: het paard ontspant zichzelf zowel mentaal als fysiek.
  3. Aanleuning: een constante, ontspannen verbinding van de achterhand naar de voorhand van het paard, terug naar de hand van de ruiter (simpel gezegd: het paard geeft de ruiter aan beide teugels dezelfde, ontspannen verbinding en volgt te allen tijde de hand van de ruiter).
  4. Impuls: de voorwaartse drang van het paard, opgewekt én gecontroleerd door de ruiter (simpel gezegd: het paard geeft de ruiter elke pas het gevoel uit zichzelf voorwaarts te willen in het tempo dat de ruiter aangeeft).
  5. Rechtgerichtheid: een paard dat in balans loopt waarbij hij zijn gewicht zowel aan zijn linker- als zijn rechterzijde gelijk verdeelt en zijn spieren aan beide zijden even lenig en sterk zijn (simpel gezegd: het paard is aan twee kanten gelijk en loopt even simpel linksom als rechtsom).
  6. Verzameling: het gewicht dat het paard op zijn achterhand draagt. Door het snel leren optillen van zijn achterbeen en het onder de massa te brengen gaat het paard zijn gewicht meer op zijn achterhand dragen, de graad van de verzameling hangt af van de scholing van het paard en de graad van africhting (simpel gezegd: zijn gewicht in meer of mindere mate op de achterhand dragen).

In feite moet men deze 6 doelstellingen steeds tegelijkertijd nastreven. Al deze punten zijn in verband met elkaar en kunnen dus ook niet los van elkaar gezien worden. Er is bijvoorbeeld voorwaartse drang en tempocontrole (impuls) nodig voor een beter balans (rechtgerichtheid), terwijl een beter balans ervoor zorgt dat het paard makkelijker voorwaarts loopt en zijn tempo kan beheersen.

Dressuur wedstrijden

In een dressuurproef van de B tot en met de M2 kunnen maximaal 300 punten behaald worden, in 29 handelingen, deze punten worden onderverdeeld in de zogenaamde 'winstpunten'. Indien er voor de handelingen gemiddeld een 6 wordt gereden heb je 180 punten, dit is één winstpunt. Met tien winstpunten kun je naar de volgende klasse, met 30 winstpunten móet je door. Deze proeven worden gereden in een 20x40 rijbaan. In de Z1 en de Z2 is dit aantal 340 punten, in 34 handelingen. Hier moet je dus 204 punten hebben om een winstpunt te rijden. Deze zware proeven worden officieel gereden in een 20x60 rijbaan. In de proeven geeft de jury per handeling een cijfer variërend van 0 tot 10. Een 0 staat voor niet uitgevoerd en een 10 voor uitmuntend, deze wordt echter zelden gegeven, zelfs niet aan topsporters.

 

Single choice image vraag zonder titel