Medicatie.

Sectie zonder titel

Wie is er verantwoordelijk voor dat jouw bekwaamheidsverklaring geldig blijft?

  • De assistenten met verpleegkundige taken.
  • Jijzelf.
  • Je afdelingsleider.
  • De medische dienst van Zonhove.
  • De directeur van school.

Stel je hebt een leerling die iedere dag medicatie mee krijgt van thuis, maar ouders zijn het vandaag vergeten mee te geven. Wat doe je?

  • ...........................................................................................................................................................................................................

Medicijnen hebben verschillende namen, welke? (Meerdere antwoorden mogelijk.)

  • Medicijnnaam.
  • Stofnaam.
  • Soortnaam.
  • Officiële naam.
  • Handelsnaam (merknaam).
  • Chemische naam.

Als de medicatie van een leerling verandert, welk formulier dienen ouders dan in te vullen?

  • Medicatieprotocol.
  • Toedienlijst.
  • Toestemmingsformulier.
  • Voorvallenformulier.
  • Aftekenlijst.

Stel je gebruikt een medicijn na de uiterste houdbaarheidsdatum, wat kan er dan gebeuren?

  • Niet zo veel, vaak zijn deze data ruim genomen en kan een medicijn nog geruime tijd na die datum gebruikt worden.
  • Er kan medicijnvergiftiging optreden.
  • De leerling krijgt last van hoofdpijn, misselijkheid en braken.
  • De werking kan onbetrouwbaar worden of de bijwerkingen kunnen versterken.

Wat doet een symptoombestrijder en noem een voorbeeld.

  • ...........................................................................................................................................................................................................

Bij ieder medicijn hoort een bijsluiter. Waar kun je de bijsluiter vinden? (Meerdere antwoorden mogelijk.)

  • In de medicijnbox.
  • Op www.apotheek.nl.
  • Op het groene bord in een excel bestand met daarin alle medicatie die op school gegeven wordt inclusief per medicijn een link naar de online bijsluiter.
  • In de medische map.
  • In het leerling dossier.
  • Op www.lareb.nl.
  • Op www.bijsluiter.nl.

Noem minimaal 3 algemene richtlijnen voor het bewaren van medicatie.

  • ...........................................................................................................................................................................................................

Waarvan kan de werking van een medicijn afhankelijk zijn? (Meerdere antwoorden mogelijk.)

  • De leeftijd van de leerling.
  • De hoeveelheid slaap van de leerling.
  • De frequentie van ontlasting van de leerling.
  • De voedingstoestand van de leerling.
  • De ernst van de aandoening.
  • Het tijdstip waarop het medicijn ingenomen dient te worden.
  • De dosering van het medicijn (hoe veel en hoe vaak het medicijn moet worden ingenomen).
  • De effecten van combinaties met andere medicijnen die gebruikt worden.

Indien je een medicijn voorgeschreven krijgt van een arts, hoe is dan de werking van dat medicijn?

  • Voor iedereen hetzelfde, omdat het helpt tegen een bepaalde kwaal.
  • Voor iedereen anders, want wat voor de een werkt kan voor de ander schade veroorzaken.
  • Voor iedereen hetzelfde en de apotheker houdt dat in de gaten.
  • Voor iedereen anders en de zorgverzekeraar houdt dat in de gaten.

Waarom is het belangrijk dat je weet welke medicijnen een leerling allemaal gebruikt?

  • Je kunt dan beter het gedrag van de leerling begrijpen.
  • Je kunt dan ingrijpen en bepaalde medicijnen weglaten.
  • Je kunt dan inschatten of ze erbij moeten eten en/of drinken.
  • Je kunt dan tegen de ouders zeggen dat ze bepaalde medicijnen beter niet kunnen geven.

Wanneer mag je medicatie geven aan een leerling?

  • Als je de cursus medicatie hebt doorlopen.
  • Als je theoretische kennis over medicatie is getoetst en de handelingen in de praktijk zijn geoefend en getoetst.
  • Als je de cursus medicatie hebt doorlopen en je durft het aan.
  • Als je van de ouders medicatie mag geven.

In welke wet worden de eisen voor het voorschrijven en het verstrekken van medicijnen vast gelegd?

  • De Arbo-wet.
  • De BIG-wet.
  • De wet op geneesmiddelen voorziening.
  • De wet van de apothekers.

Je hebt voorbehouden en risicovolle handelingen. Wie mag een voorbehouden handeling (bij een leerling van school) uitvoeren?

  • Een voorbehouden handeling mag, nadat aan een aantal voorwaarden is voldaan, uitgevoerd worden door de assistente met verpleegkundige taken en in uitzonderlijke gevallen door bekwaam klassenpersoneel in opdracht van een bevoegde arts na, op basis van scholing getoonde bekwaamheid.
  • Een voorbehouden handeling mag uitsluitend uitgevoerd worden door een arts verstandelijk gehandicapte, ofwel een AVG-arts.
  • Een voorbehouden handeling mag uitsluitend uitgevoerd worden door een verpleegkundige van de afdeling medische zorg Zonhove.
  • Een voorbehouden handeling mag uitsluitend uitgevoerd worden door een specialist in het ziekenhuis.

Wat moeten ouders invullen als er medicatie op school gegeven moet worden?

  • Een toestemmingsformulier.
  • Een toedienlijst.
  • Een aftekenlijst.
  • Een toestemmingsformulier en een toedienlijst.

Stel er komt een verandering in de medicatie die op school gegeven moet worden, hoe moeten ouders dat laten weten?

  • Een telefoontje naar de assistenten met verpleegkundige taken.
  • Een bijzonder voorvallenformulier ingevuld meegeven naar school.
  • Een toestemmingsformulier ingevuld meegeven naar school.
  • Een ingevulde toedienlijst meegeven naar school.

Wat zijn de aspecten waarop je moet letten bij het geven van medicatie?

  • Juiste leerling, juiste medicatie, juiste dosis, juiste tijdstip en juiste wijze van toedienen.
  • Bekwaamheidsverklaring, toestemmingsformulier en toedienlijst.
  • Juiste houding, hoeveelheid water en dag van de week.
  • Temperatuur, gelaatsuitdrukking en gedrag.

Wat moet je doen als je de verkeerde medicatie hebt toegediend?

  • Onmiddellijk 112 bellen.
  • De administratie van school inlichten.
  • Ouders/leefgroep op de hoogte brengen (zelf of door de A.V.T.) en een voorvallenregistratieformulier invullen.
  • De medische dienst van Zonhove inschakelen.

Wat staat er op het etiket van een medicijn?

  • De naam van het medicijn en het tijdstip van toedienen.
  • De naam van de leerling en de naam van het medicijn.
  • De naam van de apotheek en de apotheker, de afleverdatum, de naam het adres en de geboortedatum van de leerling, de naam en de sterkte van het medicijn, een gebruik en/of bewaarvoorschrift en de naam van de arts die het medicijn heeft voorgeschreven.
  • De naam van de apotheek en de apotheker, de afleverdatum, de naam en het adres en de geboortedatum van de leerling, de naam en de sterkte van het medicijn, de bijwerkingen van het medicijn, hoe het medicijn eruit hoort te zien en de naam van de arts die het medicijn heeft voorgeschreven.

Een kleurcodering geeft informatie over het gebruik. Wat geeft een rode sticker met witte letters aan?

  • Medicijn voor inwendig gebruik.
  • Bij gebruik geen voertuig besturen.
  • Pas op met alcohol.
  • Niet om in te nemen.

Noem minstens drie factoren die van invloed zijn op de dosering van een medicijn.

  • ...........................................................................................................................................................................................................

Noem minstens drie factoren die van invloed zijn op de werking van een medicijn.

  • ...........................................................................................................................................................................................................

Veel van onze leerlingen kunnen niet vertellen hoe ze zich voelen na medicatieverandering. Beschrijf een situatie waarbij je de invloed van medicatie op gedrag of anderszins hebt waargenomen.

  • ...........................................................................................................................................................................................................

Leg uit wat een toxische concentratie van medicatie is.

  • ...........................................................................................................................................................................................................

Leg uit waarom de Hepatitis B vaccinatie een profylactische werking heeft.

  • ...........................................................................................................................................................................................................

Noem een voordeel van noodmedicatie die via een neusspray wordt toegediend na een epileptische toeval boven noodmedicatie die rectaal wordt toegediend.

  • ...........................................................................................................................................................................................................

Waarom is het zo belangrijk dat anti-epileptica op vaste tijdstippen worden ingenomen?

  • ...........................................................................................................................................................................................................