Hielprik bij pasgeborenen

Welkom bij de e-learning Hielprik bij de pasgeborene.

 

Deze e-learning bevat:

- Theorie: in 6 hoofdstukken wordt de theorie van de hielprik besproken.

- Toets: Deze bestaat uit 10 vragen.

 

Bij het openen van de theorie, kun je deze hoofdstukindeling terugvinden in de 6 tabbladen die op het scherm verschijnen. De hoofdstukken variëren in grootte van 1 tot 11 pagina’s.

 

Met de pijltjes rechtsonder kun je heen en weer navigeren tussen de pagina’s en met het kruisje kun je de theorie afsluiten.

 

Score:

De norm is een 80% score.

 

Tijdsinspanning:

Het doornemen van de e-learningmodule duurt ongeveer 1 tot 1,5 uur.

Hielprik algemeen

Hielprik algemeen

De hielprik bij de pasgeborene is een voorbehouden handeling in het kader van de wet Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg (BIG, 1993).

 

Er is bepaald dat een verpleegkundige de vereiste specifieke deskundigheid bezit om deze voorbehouden handeling* functioneel zelfstandig uit te voeren. Functionele zelfstandige bevoegdheid houdt in dat de verpleegkundige, mits bekwaam, de handeling in opdracht van een arts zelfstandig en zonder toezicht en tussenkomst van de arts mag uitvoeren.

 

Een bloedafname via de hielprik wordt gebruikt voor:

  • de neonatale hielprikscreening, een bevolkingsonderzoek via het RIVM.
  • bloedafname voor overig bloedonderzoek (bv. bloedgassen en glucosemeting).

 

Deze beide onderdelen komen aan bod in deze e-learning.

 

* Het protocol "voorbehouden handelingen door niet zelfstandig bevoegden" vind je in Documentbeheer.

 

Het doel van deze e-learning hielprik is dat de verpleegkundige op de hoogte is van:

  • de werkwijze bij bloedafname via de hielprik bij de pasgeborene.
  • indicaties en contra-indicaties m.b.t. de hielprik.
  • de complicaties bij de hielprik pasgeborene, en dat je kunt handelen bij het optreden van een complicatie voor, tijdens of na de handeling.
  • de juiste voorlichting en informatie aan de ouders (WGBO).

Hielprik tbv neonatale hielprikscreening

Inleiding

De neonatale hielprikscreening is een onderdeel van de pre- en neonatale screening.

Deze screening bestaat uit:

  • standaard bloedonderzoek bij zwangere vrouwen (PSIE)
  • downscreening en SEO (structureel echoscopisch onderzoek, ook wel de ’20 weken echo’ genoemd)
  • hielprik
  • gehoorscreening

 

Wil je meer weten over deze pre- en neonatale screening?

Op www.rivm.nl kun je veel aanvullende informatie voor professionals vinden.

De hielprikscreening 1

In 1974 werden in Nederland voor het eerst pasgeborenen landelijk gescreend op een stofwisselingsziekte, phenylketonurie (PKU).

Sinds 1981 wordt ook gescreend op congenitale hypothyreoïdie (CHT), en sinds 2000 het androgenitaal syndroom (AGS).

 

De hielprik is ooit gestart met onderzoek naar de aandoening PKU. Dit is ook de reden dat veel verpleegkundigen de term ‘PKU prikken’ gebruiken in plaats van de ‘hielprikscreening’.

 

De afgelopen jaren zijn de technieken steeds verder verfijnd en kunnen steeds meer aandoeningen opgespoord worden met de screening van het hielprikbloed. Het bloed van de hielprik wordt onderzocht op ziekte van de schildklier, ziekte van de bijnier, een aantal stofwisselingsziekten, sikkelcelanemie en cystic fibrosis.

Er wordt gescreend op de volgende ziektes (2015):

  • Adrenogenitaal syndroom (AGS)
  • Alfa-thalassemie
  • Bèta-thalassemie
  • Biotinidase deficiëntie (BIO)
  • Congenitale hypothyreoidie (CH)
  • Cystic fibrosis (CF)
  • Galactosemie (GAL)
  • Glutaaracidurie type 1 (GA-1)
  • HMG-CoA-lyase deficiëntie (HMG)
  • Isovaleriaan-acidurie (IVA)
  • Long-chain hydroxyacyl-CoA dehydrogenase deficiëntie (LCHADD)
  • Multiple CoA Carboxylase deficiëntie (MCD)
  • Maple syrup urine disease (MSUD)
  • Medium-chain acyl CoA dehydrogenase deficiëntie (MCADD)
  • 3-Methylcrotonyl-CoA carboxylase deficiëntie (3-MCC)
  • Phenylketonurie (PKU)
  • Sikkelcelziekte (SZ)
  • Tyrosinemie type 1 (TYR-1)
  • Very long-chain acylCoA dehydrogenase deficiëntie (VLCADD)

 

Als nevenbevinding kunnen worden gemeld in de hielprikscreening:

Carnitine Transporter (OCTN2) DeficiëntieDragerschap sikkelcelziekte (SZ)

Hielprik tbv bloedonderzoek

Inleiding

Bij baby’s en jonge kinderen wordt, tot de leeftijd van ongeveer vier tot zeven maanden, de bloedafname voor onderzoek via een hielprik afgenomen. Hierna wordt overgegaan op de vingerprik of venapunctie.

 

De meest voorkomende bloedonderzoeken bij baby’s zijn:

  • Bloedgas
  • Bloedbeeld
  • Bilirubine
  • Glucose

 

Een bloedgas, bloedbeeld en de bilirubine wordt door een medewerker van het laboratorium afgenomen.

De bloedafname voor de glucose wordt, net als de afname voor de hielprikscreening, door de verpleegkundige op de afdeling gedaan.

Glucosebepaling

De indicaties voor het bepalen van een glucose bij een pasgeborene worden benoemd in het protocol ‘Glucosemeting bij een pasgeborene’.

Zie hiervoor het protocol linksonder.

 

De normaalwaarde van een glucose pasgeborene is tussen de 2,6 en 5,0 mmol/l.

 

De bloedafname voor de glucose start meestal één uur na de geboorte en wordt vervolgens volgens het protocol uitgevoerd. Een glucose wordt vlak voor de voeding geprikt.

 

In het protocol wordt o.a. beschreven op welke tijdstippen de bloedafname moet plaatsvinden; de frequentie en wat je acties zijn bij een glucose onder de 2,6 mmol/l.

Uitvoering hielprik tbv neonatale screening

Inleiding

Voor de leesbaarheid is gekozen om de bloedafname voor de hielprikscreening en de bloedafname voor de glucosemeting na elkaar te beschrijven.

In dit hoofdstuk komt de bloedafname t.b.v. de neonatale hielprikscreening aan de orde.

Bekijk voor meer informatie het protocol ‘hielprik bij pasgeborene - verloskunde’, dat te vinden in op Documentbeheer.

 

Bloedafname voor de hielprikscreening

  1. invullen van de hielprikkaart.
  2. voorbereiding.
  3. bloedafname.
  4. nazorg en administratie.

 

Hieronder staat een voorlichtingsfilm over de hielprik. Deze is vooral bestemd voor de ouders, maar de film geeft wel een compleet beeld van hoe de hielprik in zijn werk gaat.

 

Op de site van de rivm staan van deze film ook de versies in het Engels, Frans, Turks en Arabisch. Klik hier als je één van deze versies wilt bekijken.

 

Toets Hielprik

Wat is de belangrijkste voorbereiding voor de baby op de hielprik?

  • Warme voet(en).
  • Warme handen.
  • Uitleg geven aan de ouders.

Het gebruik van crèmes (bv. vaseline, emla) voor afname van de neonatale hielprikscreening is toegestaan.

Is deze bewering juist?

  • Nee
  • Ja

Welke van de onderstaande items is een complicatie van de hielprik?

  • ontvelling
  • ontsteking van het hielbeen
  • infectie op de punctieplaats