testmodule 3 Carien

Na het volgen van deze module weet je hoe je als begeleider van een leerling en / of stagiaire bepaalde vaardigheden het beste kunt inzetten.

Je herkent in je begeleiding verschillende rollen die je als werkbegeleider vervult. Elke rol vraagt van jou als werkbegeleider specifieke kennis en vaardigheden.

Concrete opdrachten die je in de praktijk kunt uitvoeren maken deel uit van deze module.

Jouw rol als opleider.

Taken als opleider.

De rol van opleider vereist specifieke bekwaamheid.  Je moet aansluiten bij de aanwezige kennis en vaardigheden van de leerling en dient de opdrachten en leersituaties aan te passen aan de leerstijl vd leerling.

Je dient je dus goed te verdiepen in een aantal zaken voordat de leerling bij jou op de groep komt. Je moet weten "wat voor vlees je in de kuip hebt".

Welke van onderstaande activiteiten voer je niet uit in je rol van opleider?

  • vaardigheden voordoen
  • instructies geven bij opdrachten
  • moeilijke dingen uitleggen
  • de leerling laten vertellen waarom hij iets doet

Leren gaat niet vanzelf. Als opleider dien je: te inspireren, te motiveren en te structureren

  • Dit is waar. Door te inspireren, motiveren en te structureren komt de leerling tot actie.
  • Dit is niet waar. Door te inspireren, motiveren en structureren zal de leerling niet zelf tot actie komen.