Ziekteleer: Obesitas en dyslipidemie

Ziekteleer: Obesitas en dyslipidemie

Obesitas

Obesitas is wereldwijd een van de belangrijkste doodsoorzaken en komt steeds vaker voor bij volwassenen en kinderen. In de EU had in 2008 meer dan de helft van de volwassen bevolking overgewicht of obesitas. Gemiddeld was 15.5% obees, een verdubbeling ten opzichte van 1988. 

Obesitas is een aandoening waarbij er sprake is van zoveel veel lichaamsvet, dat dit een negatief heeft op de gezondheid. Het vergroot namelijk het risico op o.a. hart en vaatziekten, diabetes type 2, slaapapneu, bepaalde vormen van kanker en astma (zie onderstaande figuur).

Een maat om vast te stellen of iemand overgewicht of obesitas heeft is de BMI index.

Een normaal gewicht zit volgens het WHO tussen de 18,5 en 25 kg/m2.

  • Obesitas: een BMI tussen 30 en 35 kg/m2
  • Ernstige obesitas: een BMI tussen 35 en 40 kg/m2
  • Morbide obesitas: een BMI vanaf 40 kg/m2 
  • NB Van morbide obesitas is ook reeds sprake bij een BMI van meer dan 35 kg/m2, indien er zich samenhangende problemen voordoen: gewrichts-, hart- of longklachten, suikerziekte, hoge bloeddruk.

 

Obesitas

Obesitas kan veroorzaakt worden door te veel voedsel inname en te weinig fysieke activiteit. Genetische aanleg kan echter ook meespelen. Sinds 2006 zijn meer dan 41 genen in verband gebracht met het ontstaan van obesitas. Een van de bekendste genen is MC4R.

Bekende syndromen die gepaard gaan met obesitas, zijn
- Syndroom van Prader-Willi (zie plaatje en ziekteleer hypofyse)
- Syndroom van Bardet-Biedl
- Syndroom van Cohen
Andere aangeboren of later verkregen aandoeningen die geassocieerd zijn met obesitas zijn:
- Hypothyreoïdie (zie ziekteleer schildklier)
- Syndroom van Cushing (zie ziekteleer bijnier)
- Groeihormoondeficiëntie (zie ziekteleer hypofyse)  
- Eetstoornissen

Obesitas: leptineresistentie

Leptine wordt geproduceerd door vetweetsel en reguleert de vethomeostase door de eetlust te beïnvloeden. Bij leptine resistentie maken de patienten normale hoeveelheden of zelf meer leptine aan in hun vetcellen, maar is de negatieve terugkoppeling op de hypothalamus verstoord. Zij hebben hierdoor geen rem op de eetlust, waardoor ze meer zullen eten dan nodig is. 

Obesitas

Behandeling van obesitas bestaat uit een adviesdieet en lichaamsbeweging. Er zijn daarnaast ook medicijnen beschikbaar, die de eetlust kunnen verminderen. Er wordt veel onderzoek gedaan naar eetlustremmende middelen (zoals Orlistat® en Liraglutide®), maar tot op heden is het de hoogst behaalde gemiddelde gewichtsreductie 5 kg.

In ernstige gevallen kan men besluiten een maagverkleining te ondergaan.  

Vraag 1:

  • Sommige mensen met obesitas maken te veel leptine aan, waardoor de eetlust niet geremd wordt.
  • Sommige mensen met obesitas zijn ongevoelig voor leptine, waardoor de eetlust niet geremd wordt.
Welke stelling is juist?

Dyslipidemie

Cholesterol

Cholesterol is een zeer belangrijke bouwsteen van de celwand en is nodig voor de aanmaak van steroid hormonen. Cholesterol is opgebouwd uit eiwit en vet (lipoproteïne).

Het bloed bevat de volgende vormen van cholesterol:

  • Chylomicronen, die vetten (lipiden) vanuit de darm naar de lever en de rest van het lichaam vervoeren.
  • HDL-cholesterol (high density lipoproteïns), dat voor slechts 20% uit cholesterol bestaat
  • LDL-cholesterol (low density lipoproteïns) dat voor 70% uit cholesterol bestaat en wordt onderverdeeld in VLDL-cholesterol (very low density lipoproteïns) en IDL-cholesterol (intermediate density lipoproteïns), dat een tussenvorm is van LDL en VLDL
  • Totaal cholesterol

Let op! De belangrijkste cholesterolwaarden zijn totaalcholesterol en het LDL-cholesterol

Dyslipidemie is een verzamelnaam voor stoornissen in vetstofwisseling. Deze stoornissen kenmerken zich door verhoogde waarden van totaal-cholesterol, LDL-cholesterol, triglyceriden en/of een verlaagd HDL-cholesterol in het bloed. Het risico op atherosclerose (aderverkalking) is bij deze stoornissen sterk verhoogd.

Mogelijke oorzaken van dyslipidemie zijn:
- Verstoorde vetstofwisseling door erfelijke aanleg (familiaire of primaire hypercholesterolemie)
- Overmatig gebruik van te veel en/of verkeerd vet (verzadigde en meervoudig onverzadigde vetten)
- Ziekten, zoals lever- en nierziekten en jicht of overmatig alcoholgebruik (secundaire hyperlipidemie)

Dyslipidemie wordt daarnaast gezien bij verschillende hormonale aandoeningen zoals syndroom van Cushing, groeihormoon deficiëntie, diabetes mellitus, hypogonadisme en hyperthyreoïdie.

Dyslipidemie

De diagnose dyslipidemie kan vastgesteld worden door de concentratie totaal cholesterol, LDL-cholesterol, HDL-cholesterol en triglyceriden  in het bloed te bepalen. 

Let op! De belangrijkste bloedvetwaarden zijn het totaal cholesterol en LDL-cholesterol.

Behandeling van dyslipidemie

Bij de behandeling van dyslipidemie gaat het om de reductie van het risico op cardiovasculaire sterfte. Als dit risico niet of nauwelijks verhoogd is, dan is er geen indicatie om medicatie te starten. Bij inschatting van het risico op cardiovasculaire sterfte wordt rekening gehouden met geslacht, bloeddruk en wel of niet roken (zie onderstaande figuur).

 

De behandel opties bij dyslipidemie zijn:

  • Cholesterol-arm dieet: dieet arm aan verzadigde en tweevoudig-onverzadigde vetzuren en rijk aan enkelvoudig onverzadigde vetzuren (o.a. plantaardige en visoliën)
  • Meer beweging ! 
  • Medicijnen: Er zijn verschillende soorten medicijnen om het cholesterolgehalte in het bloed te verlagen. Statines worden het meest voorgeschreven. Ze remmen de aanmaak van cholesterol in de lever. 

Vraag 2:

  • Verhoogd HDL gehalte
  • Verhoogd LDL gehalte
  • Verlaagd cholesterol gehalte
Dyslipidemie wordt o.a. gekenmerkt door