Basis VCA (nieuw)

Via E-learning bereidt u zich online, waar en wanneer u maar wilt, voor op het B-VCA examen. U leert de basisregels op het gebied van veiligheid, aan de hand van alle actuele eind- en toetstermen.

Deze B-VCA cursus kunt u online achter uw eigen computer volgen. Het programma houdt ten alle tijden uw voortgang bij, ideaal als u graag uw eigen studietempo bepaald of wilt studeren in de avonduren of in het weekend.

Het B-VCA examen duurt maximaal 60 minuten en bestaat uit een schriftelijke toets van 40 meerkeuzevragen. U bent geslaagd als u ten minste 28 vragen goed beantwoordt. B-VCA examens kunt u afleggen op een van de open inschrijving locaties in het land. In diverse plaatsen in het land verzorgen wij deze examens. 


Het lesmateriaal is gebaseerd op de vastgestelde Eind- en Toetstermen VCA en behandelt de volgende onderwerpen:

  • Wetgeving
  • Gevaren, risico’s en preventie
  • Ongevallen: oorzaken en preventie
  • Veiligheidsgedrag
  • Taken, rechten, plichten en overleg
  • Procedures en instructies, signalering
  • Voorbereiding op noodsituaties

 

  • Gevaarlijke stoffen
  • Brand en explosie
  • Arbeidsmiddelen
  • Specifieke werkzaamheden en omstandigheden
  • Elektriciteit en straling
  • Ergonomische werkplek
  • Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM)

Regelgeving en veiligheidsregels

De V&G wetgeving

De Arbo-wet (Arbeidsomstandighedenwet) heeft als doel om  te zorgen voor zo goed mogelijke arbeidsomstandigheden, het bieden van bescherming bij het uitvoeren van werkzaamheden en het verbeteren van de Veiligheid, de Gezondheid en het Welzijn (VGW) van de werknemers op het werk. 

De Arbo-wet bevat regels voor werkgevers en werknemers. Onder werknemers worden ook stagaires en uitzendkrachten verstaan. 

Arbeidstijdenwet

De Arbeidstijdenwet regelt onder meer hoe lang werknemers mogen werken en wanneer iemand recht heeft op pauze of rusttijd. Deze vereenvoudigde wet geeft werkgevers en werknemers meer ruimte om in onderling overleg afspraken te maken over werktijden.

De Arbeidstijdenwet heeft twee doelen:

  1. Het afbakenen van de maximale arbeidstijden en vaststellen van minimale rusttijden om te voorkomen dat de veiligheid of de gezondheid in gevaar komt
  2. Het verbeteren van het combineren van arbeid en zorgtaken/gezin

Deskundige bijstand

Op het gebied van preventie moet een werkgever altijd zorgen dat er één of meer deskundige werknemers zijn aangesteld als preventiemedewerker. 

Daarnaast moet de werkgever een beroep doen op externe bijstand als er binnen het bedrijf onvoldoende deskundigheid beschikbaar is. Denk dan bijvoorbeeld aan geluidsmetingen bij lawaai of gasmetingen.

Iedere werkgever is verplicht zijn werknemers een Preventief medisch onderzoek (PMO) aan te bieden. Een preventief medisch onderzoek (PMO) onderzoekt de status van de gezondheid van de medewerkers en brengt risico’s in kaart.

Elke medewerker heeft periodiek recht op dit arbeidsgezondheidskundig onderzoek. Deelname is vrijwillig. De uitkomsten van het onderzoek stimuleren gezond gedrag van de medewerker. Niet elk bedrijf heeft een eigen bedrijfsarts en kan dus een externe bedrijfsarts inschakelen voor het uitvoeren van een PMO.

Toezicht door de overheid 1/3

De inspectie SZW houdt toezicht op de naleving van de veiligheids-en gezondsheidswetgeving en controleert of werkgevers en werknemers zich houden aan de wetten en besluiten op het gebied van arbeid.

De Inspectie SZW richt zich bij haar inspecties vooral op de volgende soorten misstanden:

  • hoge risico’s voor de veiligheid of gezondheid van werknemers
  • te lange werktijden en/of te korte rusttijden
  • betaling onder het minimumloon
  • illegale werknemers laten werken (arbeidsmarktfraude)
  • geen of lage naleving van de wetgeving in het algemeen

Toezicht door de overheid 2/3

Om hun inspecties en onderzoeken goed te kunnen uitvoeren, hebben de inspecteurs de volgende bevoegdheden:

  • toegang tot alle plaatsen waar wordt gewerkt, ook in woningen als het gaat om onderzoek naar thuiswerk
  • bevoegdheid om iedereen op een werkplaats vragen te stellen of als getuige te horen
  • inzage in identiteitsdocumenten, werktijdregistraties, loonadministraties en andere documenten
  • bevoegdheid om gegevens en documenten (waaronder computerbestanden) te kopiëren of mee te nemen
  • bevoegdheid om voorwerpen en monsters mee te nemen, verpakkingen te openen en foto’s te maken
  • medewerking eisen van de werkgever, bijvoorbeeld bij het vaststellen van de identiteit van de personen die bij hem aan het werk zijn

Toezicht door de overheid 3/3

Als de Inspectie SZW een overtreding constateert dan zal zij maatregelen treffen om deze tegen te gaan, eventueel gecombineerd met een sanctie. Afhankelijk van de ernst van de overtreding heeft de Inspectie SZW daarvoor de volgende instrumenten tot haar beschikking:

  • Mondelinge afspraak 

 Als er geen sprake is van een ernstige overtreding dan kan de inspecteur een mondelinge afspraak met de werkgever maken, als hij erop vertrouwt dat deze de overtreding zonder verdere dwang zal corrigeren (NB: dit geldt alleen voor overtredingen van Arbeidsomstandighedenwet en Arbeidstijdenwet)

  • Waarschuwing of eis

De Inspectie SZW kan ook een schriftelijke waarschuwing geven of een ‘eis tot naleving van de wet’. Daarbij wordt een termijn gesteld waarbinnen de overtreding moet zijn gecorrigeerd. Na afloop van deze termijn kan de inspecteur controleren of de overtreding naar behoren is opgeheven. Is dat niet het geval, dan maakt de inspecteur een boeterapport op

  • Boeterapport

De inspecteur maakt direct een boeterapport op, als er sprake is van een ernstige overtreding, of als bij controle blijkt dat een eerdere overtreding niet is opgeheven. Ook als een inspecteur opnieuw eenzelfde overtreding aantreft (recidive), wordt direct een boeterapport opgemaakt

  • Werk stilleggen 

Als er sprake is van een ernstig gevaar voor de veiligheid of gezondheid van personen, kan de Inspectie SZW het werk voor bepaalde tijd stilleggen. Als er tijdens de inspectie wordt gewerkt, wordt er bovendien een boeterapport opgesteld. Dit kan onder andere het geval zijn bij val-, knel- of elektrocutiegevaar

  • Proces-verbaal

Als er sprake is van een misdrijf of overtreding van verbodsbepalingen, die uitdrukkelijk in de regelgeving worden genoemd, wordt een proces-verbaal opgemaakt. Het werk wordt ook stilgelegd als er sprake is van ernstig gevaar voor personen. Dit kan het geval zijn bij kinderarbeid onder de 12 jaar, of als werknemers met wettelijk verboden stoffen werken

Milieuwetgeving

Het milieurecht is een verzameling van verschillende wetten en regels die betrekking hebben op het beschermen van het leefmilieu. De milieuwetten geven regels voor het beschermen van bodem, lucht- en waterkwaliteit. Daarnaast zijn er regels voor aantasting van het landschap en het overmatig gebruik van natuurlijke grondstoffen.

In de Grondwet is opgenomen dat milieubescherming een taak van de overheid is. Dit grondrecht is vastgelegd in een aantal wetten, waarvan de Wet milieubeheer de belangrijkste vormt. Andere wetten zijn bijvoorbeeld de Wet geluidshinder, de Wet bodembescherming en de Meststoffenwet.

In de milieuwetten zijn de instrumenten te vinden die gebruikt kunnen worden om het leefmilieu te beschermen en te verbeteren: milieukwaliteitseisen, milieuprogramma's, vergunningen, algemene regels en handhaving. Zo staat in de Wet Milieubeheer dat provinciale en gemeentelijke bestuursorganen elke vier jaar milieuplannen moeten ontwikkelen en uitvoeren. In deze plannen is dan bijvoorbeeld opgenomen hoe een lokaal milieuprobleem aangepakt gaat worden. De overheid is verantwoordelijk voor de controle en evaluatie van milieuplannen.

Het doel van de milieuwetgeving is ervoor te zorgen dat de mens en zijn omgeving worden beschermd tegen schadelijke effecten van activiteiten. 

Europese richtlijnen

De CE-markering geeft aan dat het product voldoet aan de minimumeisen voor veiligheid, gezondheid en milieu van de EU. De Europese markt moet producten met een CE-markering toelaten, zonder aanvullende eisen.

De CE-markering heeft 2 doelen:

  • bevordering van de vrije goederenhandel binnen de EER (Europese Economische Ruimte, alle EU-landen plus Liechtenstein, Noorwegen en IJsland)
  • harmonisatie van de wetgeving van de EER-landen voor productveiligheid en -gezondheid

Verplichtingen werknemer

Van werknemers wordt 'verantwoord gedrag' verwacht. Dit betekent bijvoorbeeld dat iedere werknemer zijn eigen veiligheid, maar ook die van anderen niet in gevaar mag brengen. Werknemers moeten instructies nakomen en materialen op een juiste manier gebruiken.

Verplichtingen werknemers

Niet alleen werkgevers hebben verplichtingen, ook werknemers moeten zich aan een aantal regels houden. De belangrijkste verplichtingen van werknemers zijn:

  • arbeidsmiddelen en gevaarlijke stoffen op een juiste wijze gebruiken.
  • op arbeidsmiddelen aangebrachte beveiligingen niet veranderen en niet weghalen en deze beveiligingen op de juiste wijze gebruiken
  • door de werkgever beschikbaar gestelde persoonlijke beschermingsmiddelen op een juiste manier gebruiken en op de daarvoor bestemde plaats opbergen
  • meewerken aan de voor werknemers georganiseerde instructie (’onderricht’)
  • de werkgever inlichten over opgemerkte gevaren voor de veiligheid en gezondheid in het bedrijf
  • de werkgever en andere deskundige personen (preventiemedewerker, bhv'erarbodienstverlener) indien nodig bijstaan bij de uitvoering van hun verplichtingen

De werknemer moet verder op een positieve wijze bijdragen aan het preventiebeleid. Natuurlijk moet een werknemer zich onthouden van iedere daad van geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag op het werk. Vechten, treiteren of anderen ongepast benaderen is dus niet toegestaan. 

Rechten werknemer

Om veilig en gezond werken te bevorderen is het belangrijk dat werknemers op de hoogte zijn van hun rechten en plichten. De Arbowet bepaalt voor zowel werkgever als werknemer wat de rechten en plichten zijn op het gebied van arbeidsomstandigheden. De Arbowet geldt overal waar arbeid wordt verricht onder gezag.

De werkgever moet zorgen dat de werknemer informatie krijgt en wordt opgeleid om gevaar te kunnen voorkomen. Bij ernstige of onmiddelijke gevaren mag het werk worden onderbroken of zelfs gestopt worden en mag men zich zo nodig in veiligheid brengen. 

Een werknemer mag zelf passende maatregelen nemen om de gevolgen van een dergelijk gevaar te kunnen voorkomen. Het gevaar moet altijd worden gemeld aan een leidinggevende. 

De belangrijkste rechten van de werknemer in de V&G wetgeving zijn :

  • het recht op informatie en opleiding
  • het recht op onderbreking van het werk bij dreigend en ernstig gevaar voor mensen
  • het recht op een veilige en gezonde werkomgeving

Werkvergunningen

Bij werken met verhoogd risico is het belangrijk dat er goede afspraken worden gemaakt en voorwaarden worden vastgelegd tussen de opdrachtgever en de uitvoerende partij. In de werkvergunning wordt toestemming gegeven aan de uitvoerende partij, om de aangevraagde werkzaamheden onder de vastgelegde voorwaarden uit te voeren. De werkvergunning is wettelijk niet verplicht, maar de meeste opdrachtgevers in de industrie leggen het werken met werkvergunningen op aan hun medewerkers en (onder)aannemers.

Werkvergunningen worden onderscheiden in: algemene en specifieke werkvergunningen. Het doel van de algemene werkvergunning is dat er overleg tussen de betrokken partijen plaatsvindt en dat er formeel toestemming is gegeven om de werkzaamheden uit te voeren. De specifieke werkvergunning is van toepassing bij werk met specifieke risico’s, zoals o.a. het betreden van besloten ruimten, heetwerk, werken op hoogte, hijswerkzaamheden, werken met gevaarlijke stoffen, etc.

De rechten en plichten van de vergunningverstrekker zijn

  • het maken van afspraken met de verschillende partijen die bij de uit te voeren werkzaamheden betrokken zijn
  • de controle op het veilig stellen van de installatie door bijvoorbeeld: het plaatsen van steekflenzen, het trekken van zekeringen, het mechanisch blokkeren van apparatuur, het uitvoeren van gasmetingen, etc.
  • het doorspreken van de vergunning met de houder (m.a.w. uitvoerende) voorafgaande aan de werkzaamheden
  • het coördineren van de werkzaamheden die gelijktijdig plaatsvinden

De rechten en plichten van de vergunninghouder 

  • het uitleg geven over de werkvergunning aan de operationele medewerkers
  • het toezicht houden dat de werkzaamheden volgens de gemaakte afspraken worden uitgevoerd
  • het zorg dragen dat een kopie van de werkvergunning op de werkplek aanwezig is
  • het ondertekenen van de werkvergunning

De rechten en plichten van de operationele medewerker zijn:

  • het zich op de hoogte (laten) stellen van de inhoud van de werkvergunning
  • het zich houden aan de voorwaarden en maatregelen zoals afgesproken in de werkvergunning
  • dat alleen wordt gewerkt met een geldige werkvergunning, aangegeven door handtekeningen van alle partijen

Waarvoor is de V&G wetgeving bedoeld? Meerdere antwoorden kunnen goed zijn.

  • Om te zorgen voor verantwoorde arbeidstijden
  • Om het milieu te beschermen
  • Om zo goed mogelijk arbeidsomstandigheden te waarborgen
  • Om de veiligheid van werknemers te verbeteren
  • Om economische schade te voorkomen

Wie worden er in de V&G-wetgeving beschouwd als werknemer?

  • alle werknemers op de loonlijst van een bedrijf
  • alle werknemers, inclusief stagiaires en vrijwilligers
  • iedereen die zich op de werkplek of de bedrijfslocatie bevindt

Wanneer moet een werkgever een beroep doen op externe bijstand?

  • als de werkgever zelf geen beleid op het gebied van arbeidsomstandigheden heeft
  • als er onvoldoende interne deskundigheid is
  • als het bedrijf mee dan dertig werknemers heeft

De Arbeidsinspectie brengt een onverwacht bezoek aan een terrein waar grond wordt afgegraven Er hang een zure lucht en niemand weet waardoor dat komt. Wat mag de Arbeidsinspectie doen?

  • de werkgever meenemen voor verhoor
  • de werkzaamheden stilleggen
  • werknemers naar huis sturen

Je werkt met een elektrische handboormachine. Op het machinelabel staat de CE-markering. Wat betekent dat?

  • dat het veilig is volgens de Europese richtlijn
  • dat het aan alle eisen op het gebied van elektriciteit voldoet
  • dat het veilig is volgens het Centraal Elektricitieitscentrum

Zet bij elk van de genoemde plichten rond werkvergunningen wie er voor deze actie verantwoordelijk is/zijn

  • Vergunningverstrekker
    het verlengen van de geldigheidsduur
  • Vergunninghouder
    het tonen van de werkvergunning tijdens het werk
  • Vergunningverstrekker/vergunninghouder
    het ondertekenen van de werkvergunning

Veilig werken, overleg en inspecties

Veilig gedrag

In veel bedrijven zijn voldoende voorschriften, maatregelen en richtlijnen om de arbeidsveiligheid te verbeteren. Maar toch gebeuren er incidenten die de veiligheid op de werkvloer in gevaar brengen. Vaak is de oorzaak het gedrag van mensen. 

Gedragsfactoren spelen volgens de slachtoffers een rol bij het ontstaan van ruim driekwart van de arbeidsongevallen die leiden tot letsel dat moet worden behandeld op een SEH (Spoedeisende Eerste Hulp)-afdeling. Productfactoren worden slechts bij een kwart van de ongevallen genoemd. Snij-ongevallen leiden tot de meeste letsels, val-ongevallen tot de meeste ernstige letsels. 

Werknemers moeten zich houden aan veiligheidsvoorschriften, aanwijzingen en instructies opvolgen. Ook zal een werknemer andere werknemers moeten aanspreken op onveilig handelen. Onveilige situaties en incidenten moeten worden gemeld en elke werknemer moet voldoende aandacht hebben voor de persoonlijke hygiëne en voor orde & netheid. 

Alcohol- en drugsgebruik

Alcohol- en drugsgebruik kunnen het functioneren op de werkvloer negatief beïnvloeden, leiden tot verzuim of gevaarlijke situaties. Het leidt tot verminderde waakzaamheid of problematische functioneren van de gebruiker. Het inschattingsvermogen van situaties is verminderd en gebruikers kunnen geneigd zijn om grenzen te overschrijden. Dat wordt het 'drempelverlagend effect' van alcohol en drugs genoemd. De druk bij de collega's wordt verhoogd en de werkorganisatie wordt verstoord. Om veilig te kunnen werken mag de werknemer voorafgaand of tijdens werk geen alcohol of drugs gebruiken. Een werknemer die onder invloed is van drugs en/of alcohol mag geen werkzaamheden uitvoeren of werk doen dat een gevaar voor anderen zou kunnen inhouden. Als je vermoedt dat een werknemer onder invloed is moet dit direct gemeld worden bij de leidinggevende. 

Orde en netheid

Orde en netheid is de basis om veilig en gezond te kunnen werken. Onder orde en netheid verstaan we het opruimen van de werkplek waardoor zij een verzorgde en overzichtelijke indruk geeft. Voorbeelden: aangeveegde vloer, opgehangen kabels, gescheiden afvalopslag, schoon sanitair e.d.

De invloed van orde en netheid op veilig werken is:

  • het voorkomt incidenten
  • het voorkomt vervuiling en milieuschade
  • de werkomgeving wordt aangenamer, dat heeft een positieve invloed op motivatie en instelling
  • het voorkomt verlies van gereedschappen en materialen

De 5S methodiek
5S is een (lean manufacturing) verbetermethodiek die van oorsprong gericht is op het optimaliseren van de werkplek. 5S staat voor:

S1: Scheiden;
S2: Sorteren;
S3: Schoonmaken;
S4: Standaardiseren;
S5: het in Stand houden (ofwel Systematiseren).

Het doel van de 5S-methode is het optimaliseren van de werkplek waardoor er efficiënter gewerkt kan worden. Dit kan o.a. worden gerealiseerd door het minimaliseren van verspillingen. Ook het wegnemen van gevaarlijke situaties - die kunnen leiden tot ongevallen - behoort tot de aandachtspunten van 5S . 

VGM-overleg

De werkgever moet volgens de Arbowet werknemers doeltreffend voorlichten over het werk in relatie tot arbeidsomstandigheden. In het kader van VCA (Veiligheid Checklist Aannemers) moet een bedrijf jaarlijks minstens tien toolboxmeetings houden, bij VCA wordt dit aanbevolen als middel voor structurele voorlichting. 

Volgens de Arbowet moet de werkgever ervoor zorgen dat zijn werknemers goed worden voorgelicht over:

  • de werkzaamheden die zij moeten verrichten. De instructie heeft betrekking op de taken, persoonlijke beschermingsmiddelen en arbeidsmiddelen
  • de aan het werk verbonden risico's
  • de maatregelen die erop gericht zijn de risico's te voorkomen of te beperken
  • hoe de deskundige ondersteuning met betrekking tot arbeidsomstandigheden, preventiezorg en verzuim is geregeld

Hiertoe zijn de volgende twee vormen van overleg verplicht :

  • overleg tussen werkgever en werknemersvertegenwoordiging
  • werkoverleg met de werknemers : VGM-bijeenkomst (toolboxmeeting)

Een overzicht van verschillende toolboxen kan je hier vinden.

Je staat een stalen frame af te bramen met een haakse slijpmachine en je wilt je netjes gedragen. Waar ga je voor zorgen? Meerdere antwoorden kunnen juist zijn.

  • dat je geen lawaai maakt
  • dat je collega's geen hinder ondervinden van de vonkenregen
  • dat je het werk zo snel mogelijk uitvoert
  • dat je werkt met een werkvergunning

Je collega Bram heeft de vorige avond veel gedronken. Hij zegt er niets over, maar je merkt dat hij niet optimaal presteert op de heftruck. Wat moet je doen? Meerdere antwoorden kunnen juist zijn.

  • goed opletten als je in zijn buurt komt
  • melden aan je chef dat het niet vertrouwt
  • Bram vragen te stoppen met het werk op de heftruck
  • professionele hulp gaan zoeken voor Bram

Waarom is het goed voor de veiligheid en het welzijn om ordelijk en netjes te werken?

  • het werkt aangenamer
  • het werkt sneller
  • het is uiteindelijk goedkoper

VGM

  • De werkgever moet zorgen voor VGM-overleg
  • Als werknemer hoef je niet deel te nemen aan een toolboxmeeting, maar mag je je door een ander laten vertegenwoordigen

Peventie

Preventie

Preventie wordt ook wel omschreven als het voorkomen van ziekte en het beschermen en bevorderen van de gezondheid. De nadruk bij preventieve maatregelen ligt dus op het voorkomen van gebeurtenissen die een negatieve invloed kunnen hebben op de werkende mens. De werkgever neemt hiervoor initiatieven die anticiperen op mogelijke risicofactoren.

Bij een onveilige situatie wordt er gewerkt zonder dat er aan de voorwaarden voor veilig werken is voldaan. Denk bijvoorbeeld aan een geblokkeerde vluchtweg, geen verlichting, niet opgeruimde bus of een machine zonder beveiliging. 

Als een handeling  niet volgens de veiligheidsvoorschriften wordt uitgevoerd en het tot een ongeval kan leiden spreekt men van een onveilige handeling. Voorbeelden hiervan zijn het niet gebruiken maken een veiligheidsbril, het buiten werking stellen van beveiligingen of het onjuist gebruiken van (kapot) gereedschap. 

Bij het zien van een onveilige handeling moet er actie worden ondernomen : het moet worden gemeld aan de direct leidinggevende en natuurlijk moet de onveilige handeling direct worden gestopt.

Gevaren op het werk

Elk type werk kent zijn eigen risico's, deze worden bepaald door de aard van het werk, de omstandigheden en bijvoorbeeld het soort producten of materialen die worden gemaakt. 

Risicovolle werkzaamheden 

  • werken met gevaarlijke stoffen 
  • werken met gevaarlijk gereedschap of gevaarlijke machines
  • werken met hoge drukken 
  • werken met stralingsbronnen
  • graafwerkzaamheden
  • werken met elektriciteit
  • werken in kou of hitte
  • werken in een lawaaierige omgeving 
  • werken op hoogte

Behalve het soort werk, de werkplek en de arbeidsmiddelen zijn oorzaken van gevaren ook gelegen in de producten en materialen waarmee gewerkt wordt en in het gedrag en de competenties van de werknemer. 

Onveilige situaties en onveilige handelingen

Door preventie maatregelen voorkomen we dat er onveilige situaties zijn en onveilige handelingen worden uitgevoerd tijdens het werk. Een onveilige situatie kan voorkomen tijdens het werk maar zeker ook als er niemand aan het werk is. Het gevaar zit in de omstandigheden en de omgeving. Onveilige situaties moeten altijd gemeld worden en worden aangepakt, bij voorkeur door de oorzaak weg te nemen. Is het niet mogelijk de oorzaak weg te nemen zorg er dan voor dat je de situatie afschermt of beveiligd. Bij onveilig handelen is het de handeling die tot gevaar kan leiden. Als je een onveilige handeling ziet dan moet dit gemeld worden bij de direct leidinggevende en moet de onveilige handeling direct gestopt worden.

Voorbeelden onveilige situaties

  • een ontbrekende of geblokkeerde vluchtweg
  • geen of onvoldoende verlichting
  • niet opgeruimde vloeren
  • apparatuur of machines zonder beveiliging

Voorbeelden onveilige handelingen

  • het niet gebruiken van voorgeschreven persoonlijke beschermingsmiddelen
  • het buiten werking stellen van beveiligingen
  • het onjuist gebruik van gereedschap
  • het werken zonder werkvergunning daar waar dat wel verplicht is

Taakrisico analyse

Om de veiligheid op het werk te beheersen worden er taakrisico's analyses gemaakt. Dat betekent een analyse van de gevaren die zijn verbonden aan de uitvoering van een (risicovolle) taak voor de veiligheid en de gezondheid van de werknemers.

Het opstellen van een Taak Risico Analyse (in het dagelijks taalgebruik afgekort als TRA) is een hulpmiddel om tijdig de risico’s van de projectmatige werkzaamheden te onderkennen.

Het doel van de TRA is het voorkomen van ongevallen als gevolg van het uitvoeren van werkzaamheden. Dit kan worden bereikt door:

  • op een gestructureerde manier (onvoorziene) risico’s van de werkzaamheden te inventariseren
  • het nemen van maatregelen om de risico’s weg te nemen of beheersbaar te maken

Wanneer een TRA uitvoeren?

  • werkzaamheden met een hoog risico moeten worden uitgevoerd die niet of niet geheel volgens de reeds bestaande procedures of werkinstructies kunnen worden uitgevoerd
  • procedures opgesteld of geëvalueerd moeten worden
  • werkzaamheden voor het eerst worden uitgevoerd, waarvan de risico’s en ongewenste gevolgen (nog) niet bekend zijn
  • een voorbeeld van een werk waarvoor een TRA nodig kan zijn, is: het loskoppelen en weg-takelen van een pomp voor chemicaliën midden in een technische installatie. Voor deze werkzaamheden is geen standaard werkinstructie. Het werk wordt incidenteel uitgevoerd en er zijn zo op het eerste gezicht grote risico’s aan verbonden

LMRA (laatste minuut risico analyse) 1/2

Een LMRA (Laatste Minuut Risico Analyse) is een korte risicobeoordeling die uitgevoerd wordt door degene die de werkzaamheden daadwerkelijk gaat verrichten. Het gaat erom dat mensen vlak voor dat ze met het uitvoeren van de taak beginnen, nadenken over de risico’s, deze wegnemen of aanvaardbaar maken.

Wanneer voer je een LMRA uit?
Een LMRA wordt op ieder moment van elke dag, op de werkplek en altijd direct voor aanvang van de werkzaamheden uitgevoerd.

Ondanks alle voorzorgmaatregelen in de vorm van Taak Risico Analyses (TRA’s), procedures, werkinstructies en werkvergunningen kunnen risico’s over het hoofd gezien zijn.

Ook kan op elk moment de situatie veranderen, waardoor andere risico’s geïntroduceerd worden. Waar het om gaat is dat je op het laatste moment voor aanvang van je taak een laatste check doet van de risico’s.

De risico’s kunnen voortkomen uit de werkzaamheden zelf, de werkplek, de werkomgeving, de werkcondities, de werkcomplexiteit en de milieuaspecten en kunnen per seconde veranderen. Een LMRA moet dus ook na een korte werkonderbreking en/of een voorval worden uitgevoerd.

LMRA (laatste minuut risico analyse) 2/2

Hoe voer je een LMRA uit?

Een LMRA wordt in drie stappen doorlopen:

Door welke gevaren kan je veiligheid op het werk bedreigd worden? Meerdere antwoorden kunnen juist zijn.

  • gevaar dat je van hoogte valt
  • gevaar van voertuigen en verkeer
  • gevaar van te late betaling
  • gevaar van beknelling
  • gevaar dat je onvoldoende bent opgeleid

Je moet voor het eerst met een cirkelzaag aan het werk en je zegt dat je daar wel eerder mee hebt gewerkt, hoewel dat heel erg lang geleden is. Wat is dan de bron van gevaar?

  • de machine, want die kan heel anders beveiligd zijn dan vroeger
  • je eigen incompetentie, je gebrek aan vaardigheid
  • je collega's die het allemaal beter weten
  • het soort werk

Wat zie je op de foto? Meerder antwoorden kunnen juist zijn.

  • een onveilige handeling
  • een onveilige situatie
  • een onvoldoende beveiligd apparaat
  • alle voorgaande antwoorden zijn juist

Je collega Kees klimt in een magazijn stelling om iets van de bovenste plank te pakken. Wat moet je doen als je dat ziet? Meerdere antwoorden kunnen juist zijn.

  • Kees voorzichtig aanspreken en zegen dat hij een trap moet pakken
  • niets, Kees kan namelijk schrikken en vallen
  • de chef melden wat je zag, ook al vindt Kees dat waarschijnlijk niet leuk
  • een ongevallenformulier invullen

Bij de deur van de werkplaats staat een vloerluik open. Er lijkt niemand in de buurt, maar je weet niet of er iemand onder de vloer zit. Wat doe je?

  • het luik sluiten en melden aan de chef
  • je gaat meteen de chef erbij halen
  • roepen en als je geen antwoord krijgt het gevaar afzetten, dan melden
  • het luik sluiten en een briefje ophangen voor je collega's

Wat is een TRA? Meerdere antwoorden kunnen juist zijn.

  • een taak die risico's met zich meebrengt die moeten worden beheerst
  • een analyse van de gevaren van een risicovolle taak
  • een hulpmiddel om de gevaren van werkzaamheden onder controle brengen
  • een praktische manier om zelf te bepalen of het werk veilig kan worden uitgevoerd

Je moet een elektromotor uit een krat hijsen en op een werkbank plaatsen. Wat moet je eerst doen?

  • de leidinggevende vragen het risico te beoordelen
  • zelf een LMRA uitvoeren
  • een collega vragen mee te denken over de risico's
  • onderzoeken of voor die taak een TRA bestaat

Veiligheid op de werkplek

Werkplek en lawaai

Teveel geluid is schadelijk voor de mens.  De gevaren van lawaai zijn concentratieverlies, tijdelijke en/of blijvende gehoorvermindering en een vermindering van de spraakverstaanbaarheid, waardoor communicatie lastig wordt. 

Mogelijke gevolgen van teveel geluid zijn : 

  • verstoring van de communicatie die nodig is tijdens de werkzaamheden
  • het niet horen van een waarschuwing of hulpgeroep
  • blijvende gehoorschade
  • nervositeit
  • verminderde concentratie
  • vermoeidheid
  • hoofdpijn
  • versnelde ademhaling
  • maag- darmklachten
  • verhoogde bloeddruk

Gehoorschade

Blijvende gehoorschade is te herkennen aan :

  • moeite hebben met het horen van hoge tonen of zachte geluiden
  • moeite hebben met telefoneren
  • moeite hebben met het volgen van een gesprek  in een rumoerige omgeving
  • het horen van fluit, piep- of bromtonen, die niet uit de omgeving komen (oorsuizen)

Het gehoor is een zintuig dat erg gevoelig is voor langdurige overbelasting. Deze overbelasting begint al bij een geluidsniveau van 80 dB(A) gedurende langere tijd. Deze waarde wordt, uitgaande van 8 uren per dag en 5 dagen in de week gedurende meerdere werkzame jaren, als veilige grens beschouwd in de arbo wetgeving. Bij hogere geluidsniveaus moet de periode van blootstelling korter zijn om permanente beschadiging van het oor te voorkomen. Bij 3 dB toename van het geluid mag de periode slechts de helft zijn, dus bij 83 dB(A) is maximaal 4 uren toegestaan.

Onderstaande tabel geeft de maximale blootstellingstijd weer voor verschillende geluidniveaus.

Geluidniveau [dB(A)] Maximale blootstelling
80 8 uur
83 4 uur
90 48 minuten
100 5 minuten
110 30 seconden

Lichamelijke belasting

Iedere werknemer heeft te maken met lichamelijke inspanning. Bijvoorbeeld bij het verplaatsen van producten (tillen, dragen, duwen, trekken). Dan worden de spieren en gewrichten in rug, schouders en armen zo regelmatig gebruikt dat fysieke overbelasting kan ontstaan. Of er is juist sprake van onderbelasting door te weinig bewegen of te lang zitten. Zowel over- als onderbelasting kan leiden tot gezondheidsklachten. 

De juiste houding voor handmatig tillen en verplaatsen:

  • rechte rug  
  • gebogen knieën 
  • last zo dicht mogelijk bij het lichaam (voorkomt overbelasting van de rug)

Hoe kun je gezond tillen:

  • recht voor je lichaam tillen
  • de last dicht bij je lichaam beetpakken en vasthouden
  • de last ongeveer op heuphoogte optillen en neerzetten
  • niet of zo weinig mogelijk lopen met de last
  • de last niet meer dan 25 cm in verticale richting verplaatsen
  • gemiddeld niet meer dan eenmaal per vijf minuten tillen
  • de last indien mogelijk goed beetpakken

Wanneer moet je níet meer tillen:

  • als het gewicht zwaarder is dan 25 kg
  • bij geknield of zittend tillen als het gewicht zwaarder is dan 5 kg
  • als de te tillen last hoger dan 175 cm staat of lager dan de vloer waarop je staat
  • als je vaker dan 900 keer per uur moet tillen of vaker dan 3840 keer per 8 uren
  • als je (horizontaal) meer dan 63 cm van de last afstaat
  • als je met de te tillen last meer dan 135 graden moet draaien, zonder je voeten te kunnen verplaatsen

Werkplek en trillingen

Tijdens het werk worden steeds vaker machines ingezet om zwaar werk te voorkomen. Hierdoor kan de werknemer blootgesteld worden aan fysieke trillingen. De trillingen van veel apparaten werken door op het lichaam, waardoor gezondheidsklachten kunnen ontstaan aan de rug, gewrichten en spieren. We onderscheiden de mechanische trillingen in twee groepen; lichaamstrillingen en hand-armtrillingen.Van beide is wetenschappelijk bewezen dat zij schade toebrengen aan het lichaam. De kans neemt toe naarmate de intensiteit of blootstellingsduur toeneemt. 

Voorbeelden gezondheidsklachten hand-en armtrillingen

  • pijn in handen en armen
  • beschadiging van bloedvaten en gewrichten in vingers en hand
  • gevoelloze vingertoppen
  • 'witte vingers' (fenomeen van Raynaud)

Voorbeelden gezondheidsklachten lichaamstrillingen

  • maagklachten
  • rugklachten
  • vermoeidheid
  • hoofdpijn
  • spierpijn
  • verminderde concentratie
  • aandoeningen aan het evenwichtsorgaan

Struikelen, uitglijden of verstappen 1/2

Ongevallen die vrij vaak voorkomen, maar die relatief kleine gevolgen hebben, krijgen in de regel minder aandacht. Steeds vaker wordt onderkend dat hierdoor toch te vaak letsel en verzuim optreedt. Eén van dit soort ongevallen is het gevolg van struikelen, uitglijden en verstappen.

Struikelen, uitglijden en verstappen wordt in het algemeen veroorzaakt door:

  • niet egale of losse ondergrond
  • een klein of groter hoogteverschil
  • een te hoge afstap
  • losliggende tegels
  • rennen
  • gladde en/of geboende vloeren
  • onaangepast schoeisel

Struikelen, uitglijden of verstappen 2/2

Men kan, met deze hiervoor genoemde risico', bij het lopen op een drietal manieren omgaan om zo te voorkomen dat ze leiden tot ongewenste situaties:

  • neem de risico's bij het lopen weg
  • markeer de risico's bij het lopen
  • beheers de risico's bij het lopen

Good housekeeping

Het handhaven van orde en netheid op de werkplek wordt ook wel 'good housekeeping' genoemd. In een opgeruimde omgeving loopt men namelijk minder risico's dan in een rommelige omgeving. Is de omgeving netjes en opgeruimd, dan kunnen soms losse voorwerpen die tijdens de werkzaamheden op de werkplek aanwezig zijn nog risico's opleveren. Voorbeelden hiervan zijn PVC buizen, stenen, kabels, enzovoort. 

Veiligstellen van een werkplek of installatie

Bij werkzaamheden aan gesloten installaties en systemen zijn strikte procedures van kracht. Er bestaat immers een risico dat schadelijke stoffen vrijkomen. Voordat bepaalde werkzaamheden aan de installatie mogen beginnen, moet de installatie (of bepaalde delen daarvan) eerst veiliggesteld worden.

Dit betekent dat die wordt vrijgemaakt van vloeistof, gas en druk. Zo blijven vloeistoffen en gassen waar ze horen: binnen de pijpleidingen en installaties waar niet aan gewerkt gaat worden. Op die manier zijn we in staat om veiligheidsrisico’s die tot incidenten zouden kunnen leiden, te beheersen.

Ook elektrische spanning behoeft aandacht, er moet voorkomen worden dat er plotseling elektrische spanning komt apparaten, machines en installatieonderdelen terwijl eraan wordt gewerkt. Het veiligstellen van installaties en apparatuur mag alleen worden gedaan door bevoegde personen. Een installatie of apparaat moet niet alleen buiten gebruik worden gesteld maar ook geborgd worden tegen wederinschakeling (steekflenzen, elektrisch en mechanisch vergrendelen) en gemarkeerd. Ook wel 'lock out tag out' genoemd. 

 

 

Steekflenzen

Een steekflens wordt gebruikt om een leiding die voorzien is van flenzen, tijdelijk volledig af te sluiten. Hierdoor is het mogelijk om op een veilige manier (onderhouds)werkzaamheden te verrichten. De steekflens bestaat uit een ronde schijf waarvan de diameter gelijk is aan de middellijn tussen de boutgaten van de pijpflenzen (pakkingmaat). Hij wordt (met aan iedere kant één pakking) tussen de flenzen gemonteerd, hierdoor wordt de leiding gescheiden en is doorstroming van het gas of vloeistof onmogelijk geworden. Steekflenzen zijn voorzien van een lip waarop de leidingdiameter en drukklasse staat vermeld. Bij een geplaatste steekflens steekt deze lip buiten de flenzen uit. Hierdoor is hij goed zichtbaar, zodat deze na beëindiging van de werkzaamheden niet vergeten kan worden.

Het komt regelmatig voor dat een steekflens steeds op dezelfde plaats moet worden aangebracht, in dat geval past men bij voorkeur een zogenoemde brilflens toe. De ene kant hiervan is gesloten en bestaat uit een ronde schijf, de andere kant is open en bestaat uit een ring. Na afloop van de werkzaamheden wordt hij gedraaid, de open kant wordt hierbij tussen de flenzen gemonteerd. Toepassing van brilflenzen heeft als voordeel dat altijd direct het juiste type voorhanden is.

Voorbeeld intern gebruik 

Signalering en markering

Signaleringsborden hebben een herkenbare vorm en kunnen zijn voorzien van pictogrammen of korte teksten. De V&G wetgeving stelt het gebruik van deze borden verplicht. 

Markeringen
Rood/wit afzetlint wordt gebruikt bij afzettingen in verband met een gevaar en/of een verbodssituatie. Rood/wit afzetlint mag nooit gepasseerd of genegeerd worden door daarvoor niet bevoegde personen. Rood/wit afzetlint wordt bijvoorbeeld gebruikt bij afzetting van plaatsen met ijsvorming, afzetting bij hijsactiviteiten, lekkages/incidenten etc.

Verbodsborden

Verbodsborden rond en wit en hebben een rode rand met een rode diagonale streek met een zwart symbool in het witte vlak. Borden uit deze groep duiden altijd iets aan dat niet mag.

Gebodsborden

Een gebodsbord is rond en blauw en heeft een wit symbool. Gebodsborden stellen altijd iets verplicht; als je dit bord ziet dan moet er iets. Aan het plaatje kan je zien welke actie verwacht wordt. 

Waarschuwingsborden

Een waarschuwingsbord is altijd geel, driehoekig met een zwarte rand. In het gele vlak is een zwart symbool wat het gevaar aangeeft. Een waarschuwingsbord betekent altijd: Gevaar ! Pas op, u bent gewaarschuwd.

Borden voor veiligheidsvoorzieningen

Borden voor veiligheidsvoorzieningen zijn vierkant of rechthoekig en groen van kleur met daarin een wit symbool welke veiligheidsvoorziening er is of welke route je moet volgen in geval van nood.

Borden voor brandbestrijding

De borden die aangeven waar brandbestrijdingsmiddelen of- hulpmiddelen te vinden zijn of wat de weg ernaar toe is, zijn altijd vierkant of rechthoekig en rood van kleur, het symbool is wit wat aangeeft wat er is of welke weg je moet volgen naar een brandbestrijdingsmiddel.

Geel - zwarte markeringen

Geel/zwart afzetlint wordt toegepast als waarschuwingslint en mag, alleen indien absoluut
noodzakelijk, de situatie (tijdelijk) veilig gemaakt is en met toestemming van degene die de
werkplek afgezet heeft, gepasseerd worden. Men dient er rekening mee te houden dat ondanks
dat de situatie veilig gemaakt moet zijn zich een gevaarlijke situatie achter het geplaatste lint kan voordoen.

Voorbeelden van situaties waarbij geel/zwart afzetlint gebruikt kan worden zijn risicovolle activiteiten zoals o.a. hogedruk reinigen en röntgentechnische werkzaamheden. Deze kleuren kunnen ook rechtstreeks op objecten worden geschilderd, bijvoorbeeld voor markering van uitstekende of bewegende delen of voor markering van (te) lage doorgangen.

Ook trappen worden gemarkeerd, vooral als ze op de een of andere manier zouden kunnen leiden tot ongevallen. Als een trap struikelgevaar oplevert of als er weinig onderscheid is te zien tussen de vloer en een traptrede wordt een markering (streep) aangebracht om deze gevaren aan te duiden. 

Je werkt de hele dag in een lawaaiige werkplaats. Wat kan daarvan het gevolg zijn voor je lichaam? Meerdere antwoorden kunnen juist zijn.

  • aantasting van de hersenen
  • verminderd gezichtsvermogen
  • versnelde ademhaling
  • zenuwschade
  • hoofdpijn

Je probeert te overleggen met een collega, maar vanwege het omgevingsgeluid met je harder praten dan normaal om je verstaanbaar te maken. Wat kun je hieruit opmaken? Meerdere antwoorden kunnen juist zijn.

  • dat het geluidsdrukniveau in de omgeving te hoog is
  • dat je gehoorbescherming moet gebruiken
  • dat je college een gehoorbeschadiging kan oplopen
  • dat je collega een gehoorbeschadiging heeft

je moet een krat-machine-onderdelen van 15 kilo van de vloer tillen. Hoe doe je dat?

  • als het kan doe je dat zittend, met de armen dicht langs het lichaam
  • je buigt je knieën en houdt je rug recht
  • je tilt met gestrekte armen, zodat je gewrichten worden ontlast
  • met een ruk, zodat je de massa van je bovenlichaam gebruikt

Simon is de hele dag pallets aan het stapelen. Wat moet hij doen om daar zo min mogelijk last van te krijgen? Meerdere antwoorden kunnen juist zijn

  • hij moet regelmatig een korte pauze nemen
  • hij moet proberen af en toe links en af en toe rechts te draaien
  • hij moet zo veel mogelijk tillen met gestrekte armen
  • hij kan een collega vragen om het samen te doen

Welk gevolg kan langdurige blootstelling aan hand- en armtrillingen hebben?

  • beschadiging van gewrichten
  • hoofdpijn
  • verminderde concentratie

De chef vraagt of je een installatie wilt veiligstellen. Wat kan dat betekenen?

  • dat je de omgeving moet afzeggen met rood-wit lint
  • dat je de aandrijving demonteert
  • dat je alle toegangswegen afzet zodat er geen gevaar meer is

Welke kleur heeft een bord dat een veiligheidsvoorziening aanduidt?

  • geel
  • groen
  • rood

Je ziet het afgebeelde bord hangen op twee meter van de vloer. Wat betekent dat?

  • dat eronder een brandblusser zou moeten staan of hangen
  • dat er brandgevaar heerst in de ruimte
  • dat open vuur verboden is

Waar verwacht je een geel-zwart gestreepte markering? Meerdere antwoorden kunnen juist zijn.

  • bij een lage doorgang
  • bij een spanningvoerende geleider
  • op een kraanblok
  • op een plaats waar je van hoogte kunt vallen

Persoonlijke beschermingsmiddelen

Verantwoordelijkheden & plichten persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM)

Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) kunnen het risico op (blijvend) letsel beduidend verminderen. PBM zijn voor rekening van de werkgever. Oók als het gebruik ervan niet wettelijk verplicht is. Werknemers zijn weer verplicht de beschermingsmiddelen te gebruiken en met zorg te behandelen.

Persoonlijke beschermingsmiddelen bieden werknemers bescherming tegen ongevallen. Ze beschermen het hoofd, het gezicht, ogen, oren, handen en voeten. PBM moeten voldoen aan het Warenwetbesluit persoonlijke beschermingsmiddelen.

De Arbowet bepaalt dat werkgevers beschermingsmiddelen gratis beschikbaar moeten stellen. Bovendien is de werkgever verantwoordelijk voor goede voorlichting over het gebruik en onderhoud ervan.

Rechten en plichten rondom PBM

Werkgevers en werknemers zijn verplicht om gezamenlijk te werken aan zo goed mogelijke arbeidsomstandigheden. PBM zijn daarbij onmisbaar. Als de Inspectie SZW constateert dat persoonlijke beschermingsmiddelen niet of verkeerd worden gebruikt, dan kan behalve de werkgever ook de werknemer in overtreding zijn. Voor werkgevers en werknemers zijn er verschillende verplichtingen.

Categorie-indeling PBM

Vanuit de Europese Richtlijn 89/686/EEG zijn de persoonlijke beschermingsmiddelen, die onder het toepassingsgebied van de richtlijn vallen, in 3 categorieën of risicoklassen ingedeeld.

  • Categorie I: PBM tegen lage risico’s. Dit zijn middelen die zonder enige deskundigheid en zonder hulpmiddelen bescherming bieden. Bij falen van de bescherming door deze middelen kan een gering en oppervlakkig letsel optreden. De fabrikant stelt van elk product een technisch dossier samen en bewaart deze tenminste 10 jaar na productiedatum. Persoonlijke beschermingsmiddelen uit risicoklasse I zijn bijvoorbeeld een zonnebril, regenkleding en eenvoudige tuinhandschoenen

  • Categorie 2: PBM tegen middelhoge risico’s. Dit zijn middelen die niet onder risicoklasse I vallen en waarbij de fabrikant ervoor moet zorgen dat de middelen voldoen aan bepalingen volgens de EG-richtlijn 89/686/EEG. De fabrikant zorgt behalve voor het technisch dossier (zie categorie I) ook voor een typekeur van elk product. De meeste persoonlijke beschermingsmiddelen vallen onder deze categorie. Voorbeelden zijn een veiligheidsbril en veiligheidshelm
  • Categorie 3: PBM tegen hoge risico’s. Dit zijn complexe middelen waaraan naast de gestelde voorwaarden uit klasse II extra eisen worden gesteld, zoals het geproduceerd moeten zijn onder een door de EG erkend kwaliteitsborgingssysteem. Denk bijvoorbeeld aan een harnasgordel: een uitrustingsstuk dat bescherming biedt tegen vallen van grote hoogten

Verplichtingen werkgever en werknemer

Werkgeversverplichtingen

  • verstrekt PBM gratis aan zijn werknemers
  • geeft de benodigde voorlichting en instructies over juist gebruik en onderhoud
  • geeft aan waar PBM gebruikt moeten worden
  • houdt toezicht op het juiste gebruik
  • maakt afspraken over onderhoud en vervanging

Werknemersverplichtingen

  • de verstrekte PBM te gebruiken
  • deel te nemen aan voorlichting en instructie
  • PBM op de juiste wijze te onderhouden en op te slaan.

De werkgever kan de verplichting om persoonlijke beschermingsmiddelen te gebruiken vastleggen in de arbeidsovereenkomst of in de huisregels. Als een werknemer bij herhaling niet gebruik maakt van persoonlijke beschermingsmiddelen, kan de werkgever hem schorsen en zelfs (op staande voet) ontslaan. Dergelijke sancties dienen wel vooraf gecommuniceerd te worden.

Oog- en gelaatsbescherming

Om oogletsel zoveel mogelijk te voorkomen zijn er een aantal soorten oogbeschermende middelen. Net zoals bij de keuze van veiligheidshandschoenen en adembeschermende middelen geldt ook hier dat er veiligheidsbrillen zijn voor verschillende werkzaamheden.

Bij verspanende werkzaamheden is een veiligheidsbril met zijklepjes verplicht en bij slijpwerkzaamheden moet een bril de ogen geheel afschermen. Dit kan met een ruimzicht/overzetbril of een gelaatscherm.

Ruimzichtbril
Bij opspattende vloeistoffen of fijn stof biedt een ruimzichtbril afdoende bescherming. Een ruimzichtbril kan over een gewone bril worden gedragen. Er zijn ruimzichtbrillen met en zonder ventilatiegaatjes.

Laskap
De gekleurde lasruit geeft bescherming tegen de straling en spatten van het lasproces. De vaste bik/slijpruit is van veiligheidsglas. De lasruitjes moeten voldoen aan N952. Voor booglassen zijn de kleurnummers 7 t/m 16 geschikt, 9 t/m 11 zijn de meest gangbare.

Lasbril
Een op het gezicht aansluitend montuur met gekleurde glazen die beschermen tegen de straling die vrijkomt bij laswerkzaamheden.

Gelaatsscherm
Een gelaatsscherm is een opklapbaar scherm van doorzichtig kunststof. Bij werkzaamheden boven het hoofd en slijpwerkzaamheden in besloten ruimten bieden gelaatsschermen voldoende bescherming.

Gehoorbescherming 1/2

Beschadiging van de gehoororganen treed in veel gevallen niet direct op. Toch kan het blootstaan aan lawaai op langere termijn ernstige gevolgen hebben. De norm EN 58: "Gehoorbeschermers; aanbevelingen voor keuze, gebruik, verzorging en onderhoud" geeft onder andere aan in welke gevallen welk type gehoorbescherming moet worden gebruikt.

De keuze van gehoorbescherming hangt af van:

  • klimaatomstandigheden. In bijvoorbeeld een warme omgeving zijn oorkappen meestal irritant gebruik afhankelijk van het klimaat dan andere middelen
  • de aard van de werkzaamheden. Bij bijvoorbeeld het werken in gebukte houding kan het dragen van een oorkap hinderlijk zijn. Kies dan een ander type gehoorbescherming
  • de hoeveelheid vrije ruimte op de werkplek. Ook in krappe ruimtes waar men regelmatig tegen leidingen en dergelijke stoot zijn oorkappen niet prettig
  • de noodzaak van het dragen van gehoorbescherming

Gehoorbescherming 2/2

Als het een demping tot maximaal 80 dB (A) niet mogelijk is moet de blootstellingsduur worden beperkt (toelichting Arbobeleidsregel 6.8). In de toelichting op Arbobeleidsregel 6.8 staat eveneens dat het verstandig is de werknemer mee te laten beslissen over de keuze van gehoorbeschermers omdat dit de bereidheid vergroot deze middelen te dragen als dit nodig is.

Demping van verschillende gehoorbeschermers:

  • Pluggen: demping 10 - 15 dB(A)
  • Gehoorkappen: demping 15 - 30 dB(A)
  • Otoplastieken: demping 15 - 25 dB(A)

Het geluidsniveau moet bij voorkeur lager dan 80 dB(A) zijn.

Vuistregel: Een geluidsniveau lager dan 80 dB (A) is wanneer twee personen 1 meter van elkaar verwijderd staan en elkaar zonder stemverheffing goed kunnen verstaan. Verstaan ze elkaar niet of in ieder geval niet goed dan is het geluidsniveau boven de 80 dB(A).

Een werkgever moet boven 80 dB(A) gehoorbescherming ter beschikking stellen.

Een werknemer is boven 85 dB(A) verplicht om gehoorbescherming te dragen.

Adembescherming 1/2

Adembescherming is verplicht als er kans bestaat op het inademen van schadelijke stoffen of als er te weinig zuurstof (minder dan 20%) aanwezig is.

Bestaat er kans op het inademen van schadelijke stoffen dan moet de lucht worden gefilterd, bijvoorbeeld door een stofmasker. Bij deze vorm van bescherming filteren we de omgevingslucht. Adembescherming is (in deze situatie) verplicht als de Maximaal Aanvaardbare Concentratie (MAC-waarde) van gas, damp, nevel of stof wordt overschreden.

Als er te weinig zuurstof aanwezig is helpt filteren natuurlijk niets. In dit geval is een zogenaamde onafhankelijke adembescherming noodzakelijk. De lucht komt dan uit een slang of uit cilinders. Deze vorm van bescherming is dus onafhankelijk van de omgevingslucht; schone lucht of zuurstof komt niet uit omgeving waarin wordt gewerkt maar komt van buitenaf.

Zuiveren van de omgevingslucht
Er wordt onderscheid gemaakt tussen:

  • stoffilters; deze voorkomt dat men schadelijke stoffen inademt
  • gasfilters; deze voorkomt dat men schadelijke gassen of dampen inademt
  • combinatiefilters; dit zijn combinaties van gas- en stoffilters

Stoffilters
De meest eenvoudige stoffilters zijn de zogenaamde 'snuitjes'. Deze bieden echter alleen bescherming tegen grof en ongevaarlijk stof. Stoffilters zijn er in vier typen:

  • P0; groffilters
  • P1; fijnfilters voor hinderlijke stof
  • P2; fijnfilters voor schadelijke stof
  • P3; fijnfilters voor giftige stof

Adembescherming 2/2

Werken met afhankelijke adembescherming
Bij afhankelijke adembescherming wordt de verontreiniging uit de lucht gefilterd. Dit heet afhankelijk, omdat de werknemer voor de lucht die hij inademt afhankelijk is van de omgevingslucht. Dit in tegenstelling tot onafhankelijke adembescherming, waarbij schone lucht wordt toegevoegd. Afhankelijke adembescherming zijn bijvoorbeeld stofmaskers, filtermaskers en filterbussen.

Onafhankelijke adembescherming

Werk je in een omgeving met minder dan 19% zuurstof in de lucht of als de concentraties van gevaarlijke stoffen groot of onbekend zijn, moet onafhankelijke adembescherming gebruikt worden. Dit geldt ook als je in een besloten ruimte werkt in een atmosfeer waarbij een grenswaarde wordt overschreden. Bij onafhankelijke adembescherming komt de ademlucht niet uit de directe omgeving maar uit bijvoorbeeld luchtflessen. Maar kan ook via uit een compressor komen of via leidingen van een ventilator.

Aanpak bij de bron
Geheel in de lijn van de Arbowet moeten we ook hier te allen tijde proberen dergelijke situaties te voorkomen. Gebruik andere, minder schadelijke, stoffen of bekort de tijdsduur, de frequentie, etc. Is dit echt niet mogelijk dan zit er niets anders op dan gebruik te maken van adembeschermingsmiddelen.

Soorten adembeschermingsmiddelen

  • wegwerpmaskers
  • halfgelaats-maskers
  • volgelaats-maskers
  • maskers met filters
  • verselucht-maskers
  • adembeschermingsmaskers

De mate van bescherming wordt aangegeven met een beschermingsfactor:
- FFP1 betekend een beschermingsfactor 4
- FFP2 betekend een beschermingsfactor 10
- FFP3 betekend een beschermingsfactor 30

Nominale Protectie Factor (NPF)
De nominale protectiefactor (NPF) geeft de verhouding aan tussen de concentratie buiten het masker en de concentratie in het masker. Een hoge NPF biedt een hoge graad van bescherming. Voor het bepalen van de protectiegraad van een adembeschermingsmiddel moet men de NPF van het adembeschermingsmiddel en de concentratie schadelijke stoffen in de omgeving weten.

Hoofdbescherming

Een veiligheidshelm moet voldoen aan EN 397: "Industriële veiligheidshelmen". Tevens dienen veiligheidshelmen te zijn voorzien van een CE-markering. De meeste veiligheidshelmen mogen maximaal 3 jaar worden gebruikt. Er zijn ook helmen die langer dan drie jaar gebruikt mogen worden, deze helmen zijn zwaarder uitgevoerd.

Doordat een veiligheidshelm over een verend binnenwerk beschikt kan het een klap opvangen. In situaties waar kans bestaat op vallende of rondvliegende voorwerpen en daar waar de kans bestaat dat het hoofd bekneld of beschadigd raakt is een veiligheidshelm verplicht. Daarnaast is een veiligheidshelm verplicht daar waar dat aangegeven is met een blauw bord met witte helm.

Houdbaarheidsdatum
De fabrikant is verplicht de productiedatum in de helm aan te geven. Zo kan men de maximale gebruikduur vast stellen.

Onderhoud en gebruik

  • controleer of de 'houdbaarheidsdatum' van de helm niet is overschreden
  • controleer voor het gebruik het verende binnenwerk en de buitenkant van de helm
  • stel het binnenwerk goed af
  • vervang de helm als het een klap heeft gehad of is gevallen
  • als de helm niet wordt gebruikt leg hem dan niet op een plek waar veel zon is. Dus ook niet op de hoedenplank van een personen auto!

Indien gewenst kan met de bedrijfsnaam, persoonsnaam en dergelijke op de helm aanbrengen. Dit mag echter uitsluitend met speciale stickers en merkstiften die de goede werking van de helm niet aantasten.

Hand- en armbescherming

Persoonlijke hand- en armbescherming is mogelijk met handschoenen. De handen en armen zijn vaak in een kwetsbare positie, omdat daarmee meestal de handelingen worden verricht. De handen kunnen in aanraking komen met agressieve stoffen, scherpe delen, vuur, vonken of stroom. Goede bescherming is dan ook noodzakelijk.

Door handschoenen te dragen kan letsel aan de handen voorkomen worden. Handschoenen zijn er echter in verschillende soorten en maten. Zo zijn er handschoenen die beschermen tegen snijwonden, tegen brandwonden, tegen hoge temperaturen, tegen chemicaliën, enz. Ook zijn er speciale handschoenen die gebruikt worden om aan een onder spanning staande elektrische installatie te werken. Het is van belang de juiste handschoen in bepaalde situaties te kiezen. Controleer de handschoenen voor het gebruik.

Lederen of stoffen handschoenen mogen niet worden gebruikt bij het werken met gevaarlijke stoffen (ze trekken er namelijk in). Ook is het verboden in de buurt van bepaalde draaiende delen handschoenen te dragen, om niet gegrepen te worden. Dat is bijvoorbeeld het geval bij de boor van een kolomboormachine.

Voet- en beenbescherming

Voet- en beenbescherming moeten op de werkplek worden gedragen tijdens werkzaamheden waarbij de kans bestaat dat de voeten of benen worden blootgesteld aan gevaren die tot letsel kunnen leiden. 
De voet- en beenbescherming is bedoeld om de voeten/benen te beschermen tegen aantasting door mechanische en fysische bedreigingen.

Toepassingsgebied
De keuze van een PBM en de manier waarop deze moet worden gebruikt, wordt bepaald door de RI&E (werkrisicoanalyse).

Onder voet- en beenbescherming vallen o.a.:

  • veiligheidsschoenen (veiligheidsneus met bescherming tot 200 Joule)
  • beschermschoenen (veiligheidsneus tot 100 Joule)
  • werkschoenen (zonder beschermneus)
  • veiligheidslaarzen
  • veiligheidsklompschoenen

Ook het gevaar van chemische inwerking of extreme koude of hitteomstandigheden kan voet- en beenbescherming noodzakelijk maken. Voor een aantal bijzondere werkomstandigheden worden er speciale aangepaste veiligheidsschoenen gemaakt, waaronder lassersschoenen die beschermen tegen las-, snij- , en slijpvonken of gieterijlaarzen die beschermen tegen zeer hoge temperaturen op de werkplek.

Tevens kan een grote weerstand tegen elektrische stroom of de antislipfunctie een reden zijn om veiligheidsschoenen te dragen. Bij het werken onder elektriciteitsrisico’s kunnen specifieke eisen aan schoeisel worden gesteld, zoals:

  • antistatisch schoeisel
  • geleidend schoeisel
  • isolerend schoeisel

Veiligheidsschoenen moeten worden gedragen wanneer in de arbeidssituatie gevaar bestaat voor voet- of beenverwondingen door scherpe, vallende, omvallende of wegrollende voorwerpen of door knellen. Echter in de volgende gevallen is voet- en beenbescherming verplicht :

  • in de bouw: veiligheidsschoenen met versterkte neus en versterkte tussenzool
  • waar water en gevaarlijke stoffen aanwezig kunnen zijn

Lichaamsbescherming

Het lichaam van een werknemer kan tijdens werk worden blootgesteld aan vuil, gevaarlijke stoffen, warmte, kou, regen. De werknemer is slecht zichtbaar bij duisternis. Al deze gevaren kunnen worden verminderd door het gebruik van bepaalde lichaamsbescherming (kleding). 

  • Overall : tegen bevuiling, bij lassen en slijpen
  • Beschermende kleding : beschermt tegen gevaarlijke stoffen, hitte, kou, straling
  • Wegwerpkleding : bij werken met asbest, biologische stoffen
  • Doorwerkkleding en isolerend ondergoed : bij lage temperaturen
  • Regenkleding
  • Signaalkleding : met goede zichtbaarheidseigenschappen. Bijvoorbeeld door reflecterende oppervlakten zoals de bekende signaalhesjes
  • Antistatische kleding : in omgeving met explosiegevaar

De gebruiksregels voor lichaamsbescherming zijn :

  • Niet schoonblazen met perslucht (inademing stof)
  • Vervuilde kleding direct reinigen of omwisselen
  • Gesloten dragen bij bewegende of draaiende delen
  • Kapotte kleding onmiddelijk laten herstellen of vervangen
  • wegwerpkleding na één keer dragen weggooien

Valbescherming 1/2

Bij werkzaamheden op hoogte waar valgevaar bestaat is het niet altijd mogelijk de werkplek afdoende te beveiligen. Als na een gedegen afweging een duidelijke beveiliging van de werkplek redelijkerwijze niet haalbaar is, moeten er persoonlijke valbeveiligende middelen worden gebruikt. De wet schrijft dit voor vanaf een hoogte van 2,5 meter.

Bij het vallen van hoogte bestaan zeer grote risico's. Zelfs bij vallen van geringe hoogte doen zich ongevallen voor met blijvende invaliditeit of dodelijk gevolg. Wanneer zich een incident voordoet en een vrije val plotseling door een valbeveiliging wordt gestopt, kan een vanggordel ernstige inwendige kwetsuren veroorzaken. Een vanglijn moet daarom altijd zo hoog mogelijk worden bevestigd.

Harnasgordel voorzien van schouder en beenbanden
De lijfband is voorzien van vast aangebrachte schouderbanden, beenbanden en een zitband. Bij een val worden de krachten goed door het lichaam opgevangen waardoor het risico op letsel klein is. De verbindingslijn moet zijn voorzien van een valdemper of shockabsorber. Harnasgordels moeten een CE-markering hebben.

Valstop apparaat
Valstopapparatuur wordt toegepast als een veilige daling niet mogelijk is zoals het werken boven de weg, spoorrails en dergelijke. Ze zijn goed bruikbaar als een ruimere bewegingsvrijheid nodig is. Het apparaat bestaat uit een huis en trommel met een stop en terugloopmechanisme. De lijn die aan de D-ring van een harnasgordel wordt bevestigd blijft automatisch strak staan. Het gebruik hiervan is uitsluitend toegestaan in combinatie met een harnasgordel.

De remchute
Een remchute is een zelf terug spoelend afdaalapparaat waarvan de kabellengte 15 of 40 meter is. Hiermee kan men zich verticaal verplaatsen waarbij de lijn gespannen blijft. Bij een val wordt de snelheid afgeremd. Zorg er voor dat de verbinding tussen persoon en apparaat zoveel mogelijk loodrecht is, anders bestaat er gevaar voor letsel bij het ongewenste rondslingeren na een val.

De non-chute
Bij een val remt de non-chute eerst de val af en blokkeert daarna. De non-chute is zelf terug spoelend waardoor de lijn tussen gebruiker en apparaat nooit langer is dan nodig. De non-chute wordt gebruikt in combinatie met een harnas-gordel.

Valbescherming 2/2

Gebruiksregels:

  • valbeschermingssystemen en veiligheidsharnassen minstens eenmaal per jaar en het opvangen van een val laten keuren door een gecertificeerd bedrijf
  • vanglijnen mogen niet vervuild zijn
  • valdempers en veiligheidsharnassen moeten worden opgeslagen op een droge en schone plaats
  • veiligheidsharnassen moeten goed passen en afgestemd op de drager
  • de gebruiker controleert de materialen op andere slijtage en rafels voor elk gebruik.

CE-markering
Alle valbeveiligingsapparaten dienen voorzien zijn van een CE-markering, let daar op bij inkoop. De CE-markering geeft aan dat het apparaat aan de essentiele veiligheidseisen voldoet en dus gebruikt mag worden.

Met betrekking tot PBM zijn de verplichtingen vastgesteld. Verbindt de verplichting met de persoon voor wie het geldt.

  • het zorgvuldig opslaan van PBM
    werknemer
  • het zorgen dat PBM de vereiste bescherming bieden
    fabrikant
  • het beschikbaar stellen van PBM
    werkgever

Wie zorgt/zorgen ervoor dat PBM worden voorzien van CE-markering? Meerdere antwoorden kunnen juist zijn.

  • de fabrikant
  • de werkgever
  • het keuringsinstituut
  • de inlener

Johan moet een gat in de romp van een stalen schip elektrisch dichtlassen. Het schip ligt op de wal en de werkplek is veilig toegankelijk. Welke BPM heeft Johan nodig?

  • een donker gelaatsscherm
  • een lasbril
  • een laskap of- helm

Bij welk geluidsniveau moet de werkgever gehoorbeschermingsmiddelen verstrekken?

  • bij 80 dB(A)
  • bij 85 dB(A)
  • zodra de hoorbaarheid van een alarm onmogelijk wordt

Welk soort BPM zie je op de foto?

  • een volgelaatsmasker
  • een verseluchtkap
  • een gelaatsscherm
  • een infraroodfilter

Wat is een kenmerk van onafhankelijke adembescherming?

  • de drager kan zich vrij bewegen over de arbeidsplaats
  • er wordt gebruik gemaakt van een ingebouwd filter
  • er wordt geen gebruik gemaakt van de omgevingslucht

Hoe kan het opstapelen van statische elektriciteit op het lichaam worden voorkomen?

  • door de werkkleding te aarden
  • door het dragen van speciaal schoeisel
  • door langzaam te bewegen

Wanneer is het gebruik van lederen of stoffen veiligheidshandschoenen verboden?

  • bij het werken in de buurt van draaiende delen
  • bij het werk met gevaarlijke stoffen
  • zowel antwoord a als b zijn juist

Welke eis geldt er voor persoonlijke valbeveiligingsmiddelen. Meerdere antwoorden kunnen juist zijn.

  • ze moeten hangend worden opgeslagen
  • de vanglijn moet juist worden afgesteld
  • ze moeten na een val worden gekeurd
  • ze moeten periodiek worden vervangen

Arbeidsmiddelen

Veiligheidseisen machines- en aangedreven gereedschappen

Om te zorgen dat machines en aangedreven gereedschappen veilig zijn en dat ook blijven moeten ze voldoen aan de volgende algemene eisen:

  • periodieke keuring (meestal jaarlijks), sticker of kleurcodering moet de geldigheidsduur gedreven aangeven
  • een gebruiks- en onderhoudsvoorschrift in de taal van het land waar ze worden gebruikt
  • voorzien van een CE-markering (na1995)
  • afscherming van bewegende delen
  • in goede staat zijn en geschikt voor het uit te voeren werk

Veiligheidsmaatregelen 1/2

Algemene eisen aan machines en gereedschappen zijn nog geen garantie dat er ook veilig mee wordt gewerkt. Ook met een machine met CE-markering en een recente keuringssticker kan er iets mis gaan.

Om te zorgen dat er veilig gewerkt wordt met machines, aangedreven gereedschappen en handgereedschappen, worden de volgende algemene veiligheidsmaatregelen toegepast

Gebruik machine

  • uitschakelen bij onderhoudswerkzaamheden
  • nooit draaien met een geopende aandrijving
  • vloer rond machines en vast opgesteld gereedschap moet opgeruimd, schoon, vlak, droog en stroef zijn
  • voldoende loop- en bewegingsruimte voor het bedienen van de machine
  • PBM aanwezig en juist gebruikt
  • bediening gebeurt op de juiste wijze
  • gevaarlijke zones zijn afgeschermd
  • een rem tegen het te lang uitlopen (doordraaien) van de machine
  • aangedreven handgereedschap is voorzien van een dodemansknop
  • aanwezigheid van een instructiekaart voor de bediening van machines
  • een goede stofafzuiging (indien van toepassing)

Gebruiker

  • je moet voldoende opleiding en ervaring hebben
  • je moet 18 jaar of ouder zij (voor het bedienen van gevaarlijke machines)
  • je mag geen loshangende kleding, loshangende sieraden of lange haren dragen
  • je mag geen handschoenen dragen wanneer contact met roterende onderdelen mogelijk is en/of wanneer er gevaar is gegrepen te worden
  • je mag geen beveiligingen overbruggen, onklaar maken of verwijderen
  • je mag een draaiende machine niet onbeheerd achterlaten
  • je moet de plaats en de functie van de noodstop kennen

Veiligheidsmaatregelen 2/2

Machines worden uitgerust met veiligheidsvoorzieningen zoals beschermkappen, tweehandenbediening, omkastingen of afschermingen om te zorgen dat ze in het gebruik zo veilig mogelijk zijn. Met andere woorden: de gezondheid en de veiligheid van werknemers en anderen mogen er niet onnodig door in gevaar gebracht worden. Het demonteren of onklaar maken van beveiligingen is niet toegestaan.

We geven een aantal voorbeelden van veiligheidsvoorzieningen.

  • dodemansknop: een knop die ervoor zorgt dat als de machine of het gereedschap wordt losgelaten, deze vanzelf stopt.
  • noodstop: een goed bereikbare, duidelijk zichtbare en herkenbare voorziening die de machine ingeval van nood stopt. Na gebruik van de noodstop is de machine alleen met de normale opstartprocedure weer in werking te stellen.

De vaste kolomboormachine

Machines en aangedreven gereedschappen worden niet door spierkracht aangedreven, maar hebben een eigen krachtbron, in de vorm van een verbrandingsmotor. een elektromotor of een hydraulisch (op vloeistofdruk) of pneumatisch (op luchtdruk) systeem. Daarbij kunnen ze vast vast opgesteld zijn of in de hand worden gehouden tijdens het gebruik. Vast opgesteld betekent machines meestal dat ze groot en zwaar zijn, en op een stevig onderstel staan. Verankering aan de vloer is soms vereist. 

De kolomboormachine
In bijna iedere werkplaats waar iets aan metaalbewerking wordt gedaan, staat wel een kolomboormachine. Aan het gebruik zijn risico’s verbonden: een werkstuk kan losslaan, er kan letsel ontstaan door het breken van de boor, er kunnen verwondingen ontstaan door het wegvegen van het boorsel met de hand, door wegvliegende spanen en eventueel gebruikte koel- of snijolie kan gaan spatten. 

Bij het werken met (kolom)boormachines moeten dus maatregelen worden genomen: het werkstuk moet goed worden vastgezet (niet met de hand proberen vast te houden). Voor het wegvegen van het boorsel wordt een krullenkwast of -haak gebruikt en er moet een doorzichtig scherm tussen de boor en de gebruiker zijn aangebracht.

De vast opgestelde slijpmachine

De vast opgestelde slijpmachine
De gevaren van de vast opgestelde slijpmachine (werkbankslijpmachine) bestaan uit rondvliegende deeltjes, waardoor oogletsel kan ontstaan, de slijpsteen kan kapotspringen, men kan de handen verwonden bij het aanraken van de steen of slijpstof inademen. Ook kan een werkstuk klemmen tegen de slijpsteen. Dat laatste gebeurt vaak als de leunspaan (het ‘tafeltje’ voor de draaiende steen waarop het werkstuk wordt afgesteund) te ver van de steen af staat, waardoor een werkstuk ertussenin kantelt. De afstand tussen leunspaan en steen mag maximaal 3 millimeter zijn en moet regelmatig worden bijgesteld, omdat de steen in het gebruik kleiner wordt. Dat verstellen mag natuurlijk alleen als de machine stilstaat. Vast opgestelde slijpmachines moeten verder voldoen aan de volgende eisen en preventieve maatregelen:

  • de stenen moeten voldoende rond zijn
  • de slijpkant van de stenen moet vlak zijn
  • de zijkanten van de stenen moeten zijn afgeschermd

     

  • de stenen mogen links en rechts niet teveel in grootte verschillen

  • er zijn beschermruitjes aanwezig, deze moeten ook daadwerkelijk worden gebruikt

  • stenen mogen alleen door deskundig personeel worden gemonteerd of vervangen

De vast opgestelde cirkelzaag

De vast opgestelde cirkelzaag
De gevaren van een cirkelzaagmachine zijn aanzienlijk. Bedieners kunnen worden geraakt of gevaren gegrepen door de zaag of door andere bewegende delen. Bovendien kunnen zij worden getroffen door afgezaagde, wegvliegende delen van het product of zij kunnen gezondheidsklachten ontwikkelen door het inademen van schadelijk stof. Om de risico’s te verkleinen moeten vast opgestelde cirkelzagen een geschikte beschuttingskap hebben, bevestigd aan een stevig statief.

Ze moeten voorzien zijn van een spouwmessupport met een bij het zaagblad passend spouwmes (dat voorkomt klemmen van het zaagblad en daardoor wegschieten van het werkstuk). Ook moet een goed instelbare hulpgeleider aanwezig zijn en er moeten één of meer aansluitingen voor de stofafzuiging op zitten. Gebruikers moeten er ook op veilige wijze mee omgaan: het zaagblad moet juist Ingesteld zijn en er moet een duwhout worden gebruikt voor het veilig doorvoeren van kleine of smalle werkstukken. Bij grote werkstukken (zoals bijvoorbeeld platen underlayment of betonplex) is een tweede persoon of een rollenbaan noodzakelijk.

Aangedreven handgereedschap

Zodra gemotoriseerde gereedschappen bedoeld zijn voor gebruik ‘uit de hand’, worden deze machines 'aangedreven handgereedschappen’ genoemd. De aandrijving is meestal elektrisch of pneumatisch. Elektrische handgereedschappen moeten altijd dubbel geïsoleerd zijn: er zit dan altijd een ongeaarde netstekker aan; aarding mag niet. Dubbele isolatie betekent dat er twee elektrisch isolerende lagen zijn, zodat er zelfs bij doorslag van één van de isolatielagen geen spanning op de buitenzijde van het apparaat kan komen te staan. Dubbele isolatie biedt echter geen goede bescherming in water of in een vochtige omgeving! In dergelijke gevallen is elektrocutie wel degelijk mogelijk. Pneumatisch handgereedschap werkt op luchtdruk. Vooral bij trillende gereedschappen moet regelmatig pauze worden genomen om overbelasting van het lichaam te voorkomen. De luchttoevoer moet na gebruik van pneumatisch gereedschap altijd worden afgesloten.

Handslijpmachines

Handslijpmachines
Een handslijpmachine (ook wel haakse slijptol of ‘flex’ genoemd) moet een zijhandvat hebben (afhankelijk van het vermogen van de handslijpmachine) en een beschermkap om de slijpschijf.

Op slijpschijven staat altijd een heleboel informatie. Verplicht aangegeven zijn de naam van de fabrikant, het maximaal toelaatbaar toerental, de afmeting van de schijf, het jaartal, de toepassing en een aanduiding voor welk materiaal de schijf geschikt is. Voorbeelden van slijpschijven zijn schijven voor het doorslijpen van steen of het afbramen of doorslijpen van metaal. Met (dunne) doorslijpschijven wordt een smalle ‘zaagsnede’ gemaakt, terwijl een dikke afbraamschijf gebruikt wordt om bramen te verwijderen of om lasnaden glad te slijpen. Een afbraamschijf is gemaakt om enige zijdelingse kracht op te nemen, een doorslijpschijf niet. Er mag niet worden geslepen met de zijkant van de schijf. Afbramen met een doorslijpschijf mag dus niet!

Tijdens het werken met handslijpmachines moet een werkstuk worden vastgezet, zodat het niet wegschiet. Bovendien moet worden opgelet of de machine niet sneller draait dan de gebruikte schijf aankan. Het uiteenspatten van een schijf is geen prettige ervaring. Leg de handslijpmachine pas neer als de slijpschijf stil staat.

Handcirkelzagen

Handcirkelzagen
Voor het zagen van hout dat al aan constructies is gemonteerd, is een vast opgestelde cirkelzaag natuurlijk niet bruikbaar. Met een handcirkelzaag kan dat wel, ook de handcirkelzaag is een gevaarlijk aangedreven gereedschap, waar zorgvuldig mee moet worden omgegaan. Er moet bijvoorbeeld een beschermkap op zitten die het deel van de zaag dat niet zaagt volledig afschermt. De beschermkap moet automatisch over het deel van de zaag dat zaagt klappen. Verder moet ook een handcirkelzaag een spouwmes hebben dat is aangepast aan de diameter en de dikte van de zaag.

Bij het werken met een handcirkelzaag moeten zaagblad en geleider zo worden ingesteld dat het zaagblad zo weinig mogelijk uitsteekt onder het te zagen werkstuk. Als het (bij grotere werkstukken) nodig is, moet er assistentie zijn van een tweede persoon. De zaag mag niet klemmen, en er moet worden opgelet dat het netsnoer niet in de zaag terechtkomt (elektriciteitssnoer/kabel steeds achter de zaag houden).

Nagel- en nietmachines

Bij serieproductie en timmerwerk dat flink op moet schieten is het gebruik van een nagelpistool of pneumatische nietmachine gebruikelijk. In de machine zit een zuiger die bij het indrukken van de bedienknop (trekker) met grote kracht en snelheid naar buiten wordt gedreven. Een slagstift perst een nagel of een niet uit de geleider, waarna een veer automatisch een nieuwe uit het magazijn voorzet. Een nagel of nietmachine op perslucht heeft een bepaalde voorgeschreven werkdruk, die moet worden gecontroleerd. Er moet een beveiliging zijn tegen ongewild schieten. Bij het plaatsen van de lader (wisselen magazijn) moet de geleider leeg zijn. Nieten of nagels moeten worden aangepast aan het werkstuk, en de kop van de machine moet véér het indrijven van de nagel stevig op het werkstuk worden geplaatst, waarbij de vrije hand ver van de machine moet blijven.

Kettingzagen

Kettingzagen
Voor zaag- en grof snoeiwerk in de groensector en voor sloopwerkzaamheden worden regelmatig kettingzagen gebruikt. Een kettingzaag is een zeer gevaarlijk aangedreven handgereedschap dat alleen gebruikt mag worden door werknemers die een aangepaste opleiding hebben gevolgd, die door een toets is afgesloten. Het dragen van een zaagbroei en handschoenen met anti-snij en blokkeervezels is verplicht. Een kettingzaag zal in het weefsel vastlopen zodat eventueel letsel beperkt blijft. Ook moet de gebruiker van een kettingzaag een zodanige opstelling kiezen dat de zaag bij terugslag het lichaam niet raakt. Tenslotte moet de gebruiker de juiste zaagblad/kettingcombinatie toepassen en de kettingzaag altijd met twee handen bedienen.

Aan kettingzagen worden de volgende eisen gesteld:

  • handvatten moeten trillingsvrij zijn en antislip
  • er is inwendige trillingsdemping
  • het achterste handvat heeft een bescherming tegen kettingbreuk
  • de machine heeft een beschermbeugel, een kettingrem met terugslagbeveiliging, een kettingopvangmechanisme, een beschermkap voor de ketting (transport) en hij is uitgebalanceerd
  • de bediening kan worden vergrendeld, waarbij de bedieningsknop automatisch wordt ontkoppeld

Handgereedschap

Ook met niet-aangedreven handgereedschap kunnen dingen fout gaan, waardoor letsel ontstaat. De gevaren zijn onder controle te houden door enige basisregels in acht te nemen. Hieronder de belangrijkste eisen, gevaren en veiligheidsmaatregelen zoals die gelden voor de genoemde handgereedschappen.

Bij hamers moet de kop goed vastzitten op de steel, de steel moet ongeschonden zijn en de kop gaaf.

Moersleutels moeten onbeschadigd zijn, de bek moet precies op de moer passen. Een slagsleutel is een speciale moersleutel die een touwtje heeft om te voorkomen dat hij valt of wegschiet als hij losgeslagen wordt. Als het kan wordt een ringsleutel gebruikt, want deze schiet minder snel uit dan een steeksleutel en ‘pakt’ ook alle zes de hoeken van een moer. Zo treedt er minder snel beschadiging op.

Schroevendraaiers moeten precies de juiste maat hebben voor de schroefgleuf en het blad mag niet te scherp zijn. Kleine werkstukken mogen niet in de hand worden gehouden, maar moeten worden vastgeklemd of vastgezet.

Vijlen hebben een heft (= handvat) dat in goede conditie verkeert en onbeschadigd is. Bovendien moet het heft goed vast zitten aan de vijl.

Beitels (zijn bedoeld voor hakken in steen of staal) mogen geen bramen aan de beitelkop
hebben (kan splinteren) en ze moeten van handbescherming zijn voorzien.

Tangen: bek en scharnier moeten gaaf en schoon zijn.

Messen moeten zijn aangepast aan de aard van het werk en scherp zijn. Het snijden gebeurt
van het lichaam af. Bij afbreekmesjes met uitschuifbaar lemmet, wordt dit niet te ver uitge-
schoven. Het versleten deel van het lemmet wordt afgebroken met een lemmetbreker of met
een tang.

Zagen (houtzagen, beugelzagen e.d.) zijn aangepast aan het werk. Zaagbladen moeten goed geslepen en scherp zijn en de zetting moet goed zijn. Een blad van een beugelzaag moet goed gespannen staan, en de tanden wijzen vooruit, zodat de zaag bij de duwende beweging zaagt en licht teruggetrokken kan worden.

Hijsen 1/2

Voor het verticaal en horizontaal verplaatsen van lasten worden hijswerktuigen ingezet. Hijskranen, torenkranen, rolbruggen en handtakels zijn allemaal voorbeelden van hijswerktuigen. Om lasten aan een hijswerktuig te bevestigen (‘aan te pikken’) zijn hulpmaterialen nodig, zoals oogbouten, sluitingen, hijsbanden, kettingen en kabels. Deze zaken worden ‘hijstoebehoren‘ genoemd. Alle hijswerktuigen en toebehoren moeten gekeurd zijn (keuringsbewijs verplicht aanwezig en keuringsgegevens herkenbaar aangebracht op het hijswerktuig). Alle hijstoebehoren zijn voorzien van een aanduiding van de maximale belasting: dat is verplicht aangegeven op of aan het hijstoebehoren, op een plaat of ring of gestempeld in het materiaal.

Hijswerktuigen kunnen omvallen of de last kan vallen. Deze algemene gevaren zijn te beperken door enige algemene veiligheidsmaatregelen in acht te nemen:

  • overschrijd de maximale werklast nooit
  • sla de last op de juiste wijze aan
  • controleer regelmatig visueel het materieel
  • houd de spreidhoek van een twee- of driesprong zo klein mogelijk (nooit groter dan 120 graden)
  • hijs niet boven de maximale windkracht die door de fabrikant van de kraan in de gebruiksaanwijzing is opgegeven

Naast het al genoemde algemene gevaar van omvallen van een hijswerktuig, kan er bij het draaien ook uitrusting mee worden geraakt. Denk hierbij aan het contragewicht, dat ook op een krappe bouwplaats of fabrieksterrein moet kunnen uitzwenken (draaicirkel). Schade aan leidingen, tanks. steigers of (erger nog) letsel bij personen moet worden voorkomen. Ook slecht weer zoals harde wind en onweer (stoppen!) betekenen specifieke risico’s.

Hijsen 2/2

Hijswerktuigen moeten regelmatig worden gecontroleerd op beschadigingen en slijtage en hijswerktuigen moeten altijd stevig worden afgestempeld. Bediener van het hijswerktuig (bijvoorbeeld kraandrijver) en assistent moeten elkaar goed kunnen zien, horen en begrijpen. Als er meerdere hijswerktuigen worden ingezet moet er een goede onderlinge afstemming zijn.

Bij hijswerktuigen moeten altijd de volgende documenten aanwezig zijn:

  • het kraanboek (waarin alle keuringen en onderhoudswerkzaamheden worden afgetekend)
  • hijstabellen en hijsgrafieken (waarin is opgenomen welk gewicht er op welke afstand mag worden verplaatst)
  • keuringsbewijs van lieren, takels, hijsmasten, extra kettingen, hijsjuk en ander hijsgereedschap

Een bediener van hijswerktuigen moet beschikken over getoetste deskundigheid. Dit geldt voor een kraandrijver, maar bijvoorbeeld ook voor het bedienen van een handtakel. Verder heeft elke bediener van hijswerktuigen een registratieboekje, waarin is opgenomen hoelang de bediener met het hijswerktuig heeft gewerkt en met welke soorten hijswerktuigen hij ervaring heeft. Hij beschikt bovendien over een deskundigheidsbewijs (hijsbewijs) als hij werkt met een torenkraan, mobiele kraan of heistelling met een lastmoment van 10 tonmeter of meer. 10 tonmeter betekent dat de kraan op een afstand van 1 meter 10 ton (= 10.000 kg) kan hijsen. Op 2 meter is dat 5 ton, op 5 meter 2 ton, 10 meter 1 ton, enzovoort.

Hijstoebehoren

Hijstoebehoren
Voor alle soorten hijstoebehoren gelden specifieke eisen waaraan ze moeten voldoen. Een werknemer die bijvoorbeeld als assistent (aanpikker) wordt ingezet, zal weet moeten hebben van de specifieke gevaren en van de veiligheidsmaatregelen bij het werken met hijstoebehoren. Keuze van het te gebruiken hijstoebehoren is afhankelijk van de afmeting en de vorm van de last en van de afstand van verplaatsing. Al het materieel moet regelmatig visueel (op het oog) worden gecontroleerd; als het op de een of andere wijze onveilig is, mag het niet worden gebruikt!

Veiligheidsmaatregelen bij het werken met kettingen:

  • belast een schalm alleen in de richting van de lange as
  • forceer kettingwerk nooit
  • keur ketting met uitgerekte of stijfgetrokken schalmen af (stijftrekken betekent dat de schalmen onderling gaan klemmen doordat ze langer en smaller zijn geworden)
  • bescherm kettingen op scherpe hoeken van de last (kantbeschermer, bijvoorbeeld een stuk autoband)
  • gebruik voor het verlengen alleen speciale koppelschalmen
  • draai bouten van sluitingen altijd helemaal aan
  • belast een haak nooit op de punt (buigt uit of breekt af!)

Veiligheidsmaatregelen bij het werken met staalkabels:

  • staalkabels opslaan aan een rek in een droge, goed geventileerde ruimte
  • contact met vocht en corrosieve stoffen vermijden
  • regelmatig inspecteren op corrosie (=roest) en slijtage
  • beschermen met kanthout of hoekbeschermers als de last scherpe hoeken heeft
  • staalkabel niet knopen
  • niet gebruiken bij: slechte splitsen (de lussen aan het einde van kabelstukken), breuknesten of bij een gebroken streng, sterke roestvorming, uitwendige beschadigingen, gebroken of gescheurde kabelverbindingen of vermindering van de diameter (= dunner worden)

Hijsjukken en Handtakels

Hijsjukken worden gebruikt in de volgende gevallen:

  • verplaatsen van een last met gecompliceerde afmetingen precies in het zwaartepunt
  • bij weinig ruimte boven de last
  • bij veelvuldig verplaatsen van gelijksoortige lasten
  • om te voorkomen dat kabels naar elkaar toe schuiven (onder het juk hangen ze namelijk loodrecht)

Gevaren bij het gebruik van handtakels zijn:

  • het breken van een onderdeel van de takel
  • het breken van het punt waaraan de takel is bevestigd

De volgende veiligheidsmaatregelen moeten in acht worden genomen bij het gebruik van handtakels:

  • gebruik een voldoende stevig aanslagpunt (nooit aan bordessen, pijpleidingen enz.)
  • belast de haak niet op de punt
  • overbelast een takel niet
  • verleng een hendel (indien aanwezig) nooit met een pijp
  • inspecteer de takel voor gebruik en breng de takel terug voor herstelling als er iets defect is; meld de gebreken aan de leidinggevende

Heftrucks

Een vorkheftruck is een voertuig voor het verplaatsen van lasten op de vorken of met speciale hulpmiddelen. Het is een zwaar en uiterst wendbaar voertuig, waar veel ongevallen mee gebeuren. Een vorkheftruckchauffeur moet beschikken over getoetste deskundigheid. Dat wil zeggen dat hij is opgeleid, een test heeft afgelegd en dat hij een vaardigheidsbewijs kan laten zien. Ook moet hij bij het gebruik van de heftruck de veiligheidsgordel dragen.

Gevaren bij het werken met vorkheftrucks zijn:

  • vallen van de last
  • kantelen van de lading
  • kantelen van het voertuig
  • aanrijden van personen, goederen of gebouwen
  • beschadiging van goederen en uitrusting door verkeerd gebruik
  • inademen dieselmotorenemissie (werken in een afgesloten ruimte met een heftruck op diesel is overigens verboden)

Bij het werken met vorkheftrucks gelden de volgende veiligheidsmaatregelen:

  • het contragewicht mag nooit worden verzwaard
  • zonder speciale werkbak geen personen heffen
  • zicht van de chauffeur moet optimaal zijn
  • zonder speciaal hulpmiddel mag niet met een heftruck worden gehesen
  • zonder speciaal daarvoor ingerichte zitplaats mag niet worden meegereden
  • houd rekening met personen in de omgeving
  • stabiel laden, de last over de twee vorken spreiden

De palletwagen

De palletwagen
Een palletwagen is een handmatig of elektrisch aangedreven hulpmiddel dat wordt gebruikt voor het verplaatsen van pallets. De maximale hefhoogte is circa 20 centimeter. De bediener moet het niet duwend, maar trekkend voortbewegen (dan kantelt de wagen minder snel). De gebruiker moet ook goed letten op de juiste houding ter voorkoming van rugklachten. Gevaren bij het werken met een palletwagen zijn:

  • rugklachten door verkeerde werkhouding
  • pijnlijke schouders en armen door te trekken aan een palletwagen met te zware lasten
  • beknelling van vinger, enkels, voeten en tenen
  • vallen van de lading
  • aanrijden van personen, goederen of gebouwen
  • beschadiging van goederen en uitrusting door verkeerd gebruik

Wat is een algemeen gevaar van het werken met aangedreven gereedschap?

  • in werking komen van de dodemansknop
  • ontwrichting van hand of pols
  • overbelasting van het gereedschap

Welke eis is van toepassing op een machine? Meerdere antwoorden kunnen juist zijn.

  • bewegende delen moeten zijn afgeschermd
  • een machine moet periodiek worden gekeurd
  • er moet een gebruiksvoorschrift bijzitten in een Europese taal
  • keuringsstickers moeten in kleur zijn uitgevoerd

Zoek het risico bij de veiligheidsvoorziening

  • Nullastschakelaar
    het spontaan op gang komen na uitvallen en weer terugkomen van de spanning
  • Aarding
    elektrocutie
  • Dodemansknop
    doordraaien na loslaten

Mo boort een gat in een stalen koker en gebruikt daarvoor een kolomboormachine. Waar moet Mo op letten? Meerdere antwoorden kunnen juist zijn.

  • dat de leenspaan juist is ingesteld
  • dat de stofafzuiging werkt
  • dat de machine een CE-markering heeft
  • dat hij de juiste handschoenen draagt

Hans slijpt een hele middag bramen van stalen onderdelen op een grote vaste slijpmachine. Aan welke eisen moet worden voldaan? Meerdere antwoorden kunnen juist zijn.

  • Hans moet een cursus hebben gevolgd voor het bedienen van de machine
  • Hans moet eerst een taakrisico-analyse hebben gemaakt
  • Hans moet 18 jaar of ouder zijn
  • Hans moet een vinkenscherm plaatsen om zijn collega's te beschermen

Margot slijpt lasnaden vlak en moet af en toe een stalen profiel inkorten. Mag zij dat doen met de afbraamschijf op haar haakse slijpmachine?

  • ja, want de hoofdwerkzaamheid bestaat uit het afbramen
  • ja, als de direct leidinggevende toestemming geeft
  • nee, nooit

Waar moeten de gegevens over de maximale belasting van hijstoebehoren staan?

  • in de dossiermap van de kraandrijver
  • in het kraanboek en het keuringsbewijs van de betreffende hijsgereedschappen
  • op het hijstoebehoren zelf of op een daaraan bevestigde plaat of ring

Maarten pikt een grote last aan met een viersprong. De tophoek van de viersprong is 150 graden. Wat moet hij doen? Meerdere antwoorden kunnen juist zijn.

  • een andere viersprong gebruiken
  • de parten van de viersprong verlengen met lengen
  • een driesprong gebruiken
  • spanbanden met een voldoende grote belastbaarheid gebruiken
  • gewoon hijsen, want dat toegestaan

Egbert is kraanmachinist op een telekraan. Hij hijst rollen bitumen naar een plat dak. Op zijn windsnelheidsmeter ziet hij dat de windvlagen af en toe boven windkracht 7 komen. Wat moet hij doen?

  • stoppen met het hijswerk, want boven windkracht 7 mag er niet worden gehesen
  • tussen de windvlagen door het werk afmaken
  • in de gebruiksaanwijzing van de kraan kijken of hij een dergelijke last onder die omstandigheden nog mag hijsen
  • de omgeving afzetten en zorgen dat hij niet over de aanpikker heen hijst

In welk geval mag je een handtakel gebruiken? Meerdere antwoorden kunnen juist zijn.

  • als de last gecompliceerde afmetingen heeft
  • als een last te zwaar is voor een kraan
  • als het gebruik van een kraan niet efficiënt is, bijvoorbeeld als er dan een heel zware kraan op grote afstand moet worden geplaatst
  • als je een zware machine precies recht boven de bevestigingspunten moet houden bij het plaatsen

Welke veiligheidsregel geldt er bij het gebruik van een vorkheftruck?

  • de last mag maximaal gelijk zijn aan het eigen gewicht van de heftruck
  • een vorkheftruck mag nooit worden gebruikt om te hijsen
  • het contragewicht mag nooit worden verzwaard

Specifieke werkzaamheden en omstandigheden

Elektrisch lassen

Lassen en snijden gebeurt door metalen plaatselijk te verhitten en vloeibaar te maken. Dit gebeurt met behulp van elektriciteit of met behulp van verbranding van een gas. Lassen, snijden en slijpen brengt de nodige risico’s met zich mee, denk bijvoorbeeld aan brandgevaar, explosiegevaar en elektrocutiegevaar. Na afloop van laswerkzaamheden kunnen de bewerkte gebieden nog geruime tijd erg heet zijn en zo een ontstekingsbron vormen.

Gevaren en risico's bij elektrisch lassen:

  • elektrocutie
  • ontstaan van brand en explosie
  • verbranding van de huid en van het hoornvlies door UV straling
  • verblinding van de ogen door de vrijkomende infraroodstraling
  • warmtestraling
  • blootstelling aan schadelijke rookgassen (lasrook)
  • lichamelijke overbelasting door verkeerde werkhouding
  • fel licht

Veiligheidsmaatregelen bij elektrisch lassen:

  • werk (zonodig) volgens een vergunning
  • afzuiging van de lasrook
  • ventilatie (gehele ruimte)
  • persoonlijk bescherming
  • lasgordijnen voor bescherming van personen in de omgeving tegen UV- en infraroodstraling
  • het onder handbereik houden van blusmiddelen.

Autogeen lassen en snijden

Als het lassen of in stukken snijden van metaal met een brander gebeurd, dan valt dat onder autogeen lassen of snijden. Autogene las- en snijwerkzaamheden wordt gedaan met brandbare gassen in combinatie met (lucht)zuurstof en het heetstoken van materialen.

Brandbare gassen zijn bijvoorbeeld:

  • acetyleen

  • propaan

  • aardgas

Één van de gevaren van propaan is dat het zwaarder is dan lucht. Ontsnapt propaan kan dus (onzichtbaar) over de vloer 'uitstromen' en hoopt zich op in putten, uitgravingen en kelders. Dek daarom putten en en putdeksels met een lasdeken af.

Risico's autogeen lassen of snijden

  • brand- en explosiegevaar

  • blootstelling aan schadelijke dampen

  • lawaai

  • overmatige hitte

Veiligheidsmaatregelen autogeen lassen of snijden

  • acetyleenflessen moeten rechtop of liggend onder een hoek van minstens 30 graden worden gebruikt.
  • er moet een slangbreukbeveiliging gebruikt worden
  • terugstroombegrenzers op gas- en zuurstofslang van de brander, zodat er nooit zuurstof in de gascilinder terecht kan komen en andersom
  • vlamdover in slang tussen acetyleenfles en brander

Slopen

Bij sloopwerkzaamheden moet altijd systematisch en opgeruimd gewerkt worden. Anders is de kans groot dat de werkplek onveilig wordt daarlaat het onoverzichtelijk en rommelig wordt.

Gevaren bij sloopwerk

  • verstappen en struikelen
  • uitstekende contstructiedelen 
  • werken op hoogte
  • instabiliteit bij het sloopfront (dat is de plek tot waar de contstructie gesloopt en dus verzwakt is)
  • vallend sloopmateriaal
  • instorting
  • vrijkomen gevaarlijke stoffen
  • lawaai

Veiligheidsmaatregelen

  • valbeveiliging
  • rekening houden met de draagkracht van de overblijvende constructie
  • zonder specifiek plan niet boven of onder elkaar werken
  • gebruik van stortkokers
  • PBM zoals helm, veiligheidsschoenen, overall, adembescherming en gehoorbescherming
  • inventariseren concentratie gevaarlijke stoffen

Asbest en keramische vezels !!!!!!!!!

Voordat er begonnen wordt met sloop moet er eerst uitgezocht worden of er asbest aanwezig is. In Nederland werd asbest voornamelijk in de bouw gebruikt en zat in producten zoals cement, isolatiemateriaal en leidingen. Asbest was populair dat het goedkoop, duurzaam, slijtvast, hitte- en brandwerende eigenschappen heeft. Inmiddels is gebleken dat de vezels van de asbest diverse ziektes kan veroorzaken zoals kanker en stoflongen. Asbestvezels zijn zo fijn dat ze zeer diep in de longen kunnen doordringen. 

Wand- en vloeropeningen

Met bouwwerkzaamheden kunnen er openingen in de constructie zijn. Waar later bijvoorbeeld een trap of kozijnen geplaatst wordt. Om gevaarlijke situaties zoals het vallen door een vloeropening zijn er volgende veiligheidsmaatregels:

  • afdekken met draagkrachtig materiaal, vast verbonden met de ondergrond
  • aanbrengen van leuningen of hekwerk
  • gevaar markeren en benadering bemoeilijken inden beveiliging niet mogelijk is

Graafwerkzaamheden

In de grond liggen veel leidingen, wanneer er gebruik wordt gemaakt van mechanische hulpmiddelen (zoals graafmachines) dan zitten er risico's aan vast. Niet alleen voor de veiligheid maar ook een milieurisico. Ook is het vervelend als bedrijven en particulieren enige tijd zonder stroom, gas, water of telefoon moeten doen. Het is daarom belangrijk om zorgvuldig te graven om graafschade te voorkomen.

Gevaren en risico's

  • elektrocutie door het beschadigen van onder spanning staande kabels
  • brand en explosie door het beschadigen van gas- en olieleidingen
  • bedolven worden door inkalving (instorten, afschuiven grond) van een sleuf
  • wateroverlast door instromend water
  • bodemvervuiling door het beschadigen van leidingen met gevaarlijke stoffen
  • verstikking door het beschadigen van gasleidingen
  • door gevaarlijke stoffen en/of biologische stoffen vervuilde grond

Veiligheidsregels

  • graaf alleen als de liggingsgegevens bekend zijn
  • graaf alleen op aanwijzing van leidinggevende of aannemer
  • volg aanwijzingen van de netbeheerder op
  • graaf eerst (met de hand) proefsleuven binnen 1,5 meter van de opgegeven ligging en start pas met graven als de ligging van kabels en leidingen is vastgesteld
  • meld een eventuele afwijkende ligging of schade bij de leidinggevende
  • gebruik bij een graafmachine een niet-getande graafbak
  • werk volgens een vergunningssysteem (zie sectie procedures, instructies en signalering/ vergunningen veilig werken)

Veiligheidsmaatregelen uitgravingen

  • goede stut- en taludvoorzieningen
  • helling van het talud aanpassen aan de diepte van de uitgraving en de aard van de ondergrond
  • beschoeiing goed laten aansluiten bij de rand van de uitgraving
  • uitgegraven aarde op veilige afstand houden
  • een hekwerk rond de uitgraving plaatsen
  • geen gascilinders in de uitgraving plaatsen
  • er moet in twee toegangen worden voorzien (vluchtwegen)
  • een diepe uitgraving wordt beschouwd als een besloten ruimte

Werken op hoogte

De Arbowet is heel duidelijk over wat onder 'hoog' verstaan moet worden: al het werk dat gedaan moet worden vanaf een stahoogte van meer dan 2,5 meter.

Veiligheidsmaatregelen bij het werken op hoogte

  • aanbrengen van een veilige steiger (stelling, bordes of werkvloer)
  • aanbrengen van doelmatige hekwerken, leuningen of andere gelijksoortige voorzieningen als minimum een leuning, tussenleuning en plint (kantplank)
  • aanbrengen van vangnetten
  • dichtleggen van vloeropeningen (met stevig materiaal en zodanig dat het niet kan verschuiven)
  • PBM gebruiken (veiligheidsharnas en vanglijn)

Hellend dak

Bij het werken op een schuin (hellend) dak waarvan de bedekking niet sterk genoeg is moeten er loopplanken gebruikt worden om ervoor te zorgen dat men zich in het hellende vlak goed kan verplaatsen. Aan de randen van een hellend dak is randbeveiliging verplicht en onder eventuele grote openingen moeten vangnetten worden opgehangen.

Plat dak

Wanneer een werknemer zich binnen vier meter van de rand bevindt dan moeten er randbeveiliging en/of vangnetten geplaatst zijn. Dit zijn zogenaamde ' collectieve beveiligingen', als niet mogelijk is deze te plaatsen dan moeten alle personen die op hoogte werken gebruik maken van PBM. Denk hierbij aan een veiligheidsharnas.

Ladders

Een ladder mag je alleen gebruiken:

  • om naar een ander niveau of verdieping te klimmen
  • wanneer deze is goedgekeurd en voorzien is van een keuringssticker
  • voor het uitvoeren van lichte werkzaamheden (max. 4 uur) waarbij je niet verder hoeft te reiken dan één armlengte
  • als de inzet van een steiger (stelling) of hoogwerker technisch of economisch niet haalbaar is
  • de stahoogte minder is dan 7,5 meter
  • als het niet harder waait dan windkracht zes

Veiligheidsmaatregelen bij het werken op ladders

  • de ladder moet altijd schuin staan, onder een hoek van 75 graden
  • als je op een ladder staat, mag je met duwen en trekken niet meer kracht uitoefenen dan 100N (10 kg)
  • de ladder aan de onderzaken borgen tegen wegzakken of uitglijden en aan de bovenkant tegen zijdelings wegglijden 
  • de sporten en ladderschoenen schoonhouden, en de ladder niet beklimmen met gladde of vervuilde zolen
  • hou de toegang tot de ladder vrij van obstakels
  • blokkeer deuren en doorgangen achter de ladder 
  • metalen ladders minaal 2 meter van onder spanning staande delen plaatsen
  • zorg dat je altijd drie contactpunten hebt met de ladder: twee voeten en één hand of twee handen en één voet

Steigers (stellingen)

  • steigers moeten voorzien zijn van een steigerkaart*
  • gebruikers mogen niets aan de constructie van de steiger veranderen
  • er mag geen materiaal of gereedschap op de vloeren achtergelaten worden
  • er mag niet gewerkt worden op een trap of ladder die op de steiger is geplaatst
  • de steiger mag niet zwaarder worden belast dan de maximale belasting die op de steigerkaart staat
  • zorg voor een goede werkplekindeling

 

 

*  een steigerkaart geeft aan of de steiger betreden mag worden. Op de steigerkaart staat ook vermeld of de steiger is gekeurd en tot wanneer de keuring geldig is. Verder gaat erop aangegeven wat de maximaal toelaatbare belasting is. 

Veiligheidsmaatregelen steigers

Heading 1 text goes here

Lorem Ipsum is simply dummy text of the printing and typesetting industry. Lorem Ipsum has been the industry's standard dummy text ever since the 1500s, when an unknown printer took a galley of type and scrambled it to make a type specimen book.

Heading 1 text goes here

Lorem Ipsum is simply dummy text of the printing and typesetting industry. Lorem Ipsum has been the industry's standard dummy text ever since the 1500s, when an unknown printer took a galley of type and scrambled it to make a type specimen book.

Rolsteiger

  • voor het beklimmen alle wielen blokkeren
  • van binnenuit beklimmen
  • materiaal en gereedschap niet in de hand meenemen maar op een veilige manier naar boven brengen
  • verplaatsen mag niet als er nog iets of iemand op de rolsteiger is
  • stabilisatoren met wieltjes moeten op de grond bijven bij het verrijden. Als er geen wieltjes aan zitten dan moeten de steunpunten zo laag mogelijk bij de grond blijven
  • zorg ervoor dat de stabilisatoren niet kunnen verschuiven tijdens het verplaatsen
  • de ondergrond moet vlak en hard zijn, anders moeten er voorzieningen aangebracht worden (bijv. rails)

Hangsteiger

  • als de bediening niet op de hangsteiger zelf zit maar bijvoorbeeld op het dak dan mag de bediener niet weggaan wanneer er personen in de hangsteiger zijn
  • bij storingen moet de hangsteiger worden verlaten
  • hangsteigers mogen niet gebruiksklaar en onbeheerd achter gelaten worden
  • als er geen (of beperkt) oogcontact tussen personen in de hangsteiger en de bediener is, moeten er communicatie hulpmiddelen ingezet worden
  • de maximale belasting mag niet overschreden worden
  • voor gebruik moet de hangsteiger getest worden
  • personen in de hangsteiger moeten een veiligheidsharnas dragen die gehaakt is aan een speciaal bevestigingspunt
  • de omgeving onder de hangsteiger moet worden afgezet met lint of hekken

Personenwerkbakken

Een werkbak is een stalen bak die geschikt is om, hangend aan een hijskraan, mensen omhoog te brengen. Voordat er gekozen wordt voor een werkbak moeten eerst alle mogelijkheden overwogen zijn, zoals ladders, steigers of hoogwerkers. De werkbak wordt met een viersprong aan de haak van een kraan gehangen. Werkbakken moeten gekeurd zijn er er moet een schriftelijk bewijs hiervan aanwezig zijn.

Werkbak

  • goed ingericht voor personen
  • veilig en in goede staat verkeren
  • voorzien zijn van een hekwerk tot minimaal één meter hoogte
  • aan de buitenzijden van de werkbak moeten de volgende gegevens zijn aangebracht:
    • toelaatbare werklast
    • de eigen massa
    • toelaatbaar aantal personen

Veiligheidsmaatregelen

  • de bediening moet continu bemand zijn
  • alle bemanningsleden in de werkbak moeten een veiligheidsharnas dragen die is bevestigd aan een speciaal bevestigingspunt in de werkbak
  • kraanmachinist en bemanning moeten elkaar, waar mogelijk, kunnen zien
  • kraanmachinist en bemanning kunnen met elkaar communiceren 
  • één persoon in de werkbak geeft aanwijzingen aan de kraanmachinist

Hoogwerkers

Een hoogwerker wordt gebruikt voor het verplaatsen van personen om op hoogte te werken. Er zijn verschillende soorten hoogwerkers zoals bijvoorbeeld telescoophoogwerkers, schaarhoogwerkers, zelfrijzende hoogwerkers of hoogwerkers op een aanhangwagen, vracht- of bestelauto. De bediener moet aantoonbaar beschikken over getoetste deskundigheid. Dat wil zeggen een diploma of certificaat voor het gebruik van de betreffende soort hoogwerker. Een hoogwerker moet voorzien zijn van een geldig keuringsbewijs, een zichtbare keuringssticker, een plaat met maximum belastbaar gewicht, gebruikshandleiding, duidelijke aanduidingen bij de bediening en een CE-markering.

Gevaren

  • elektrocutie  (bij het werken onder, aan of in de buurt van elektrische bovenleidingen)
  • aanrijding
  • van het platform vallen voorwerpen
  • beknelling tussen object en platform
  • omvallen van hoogwerker
  • uit de bak of van het platform vallen

Veiligheidsmaatregelen

  • de hoogwerker moet horizontaal, op een vlakke ondergrond staan
  • de hoogwerker mag alleen rijden met ingeschoven stabilisatoren, de hoofdarm naar beneden en de bak in neutraalstand
  • een hoogwerker is een bak om in te werken niet gebruiken bij hijswerkzaamheden of als personenlift
  • personen in de bak moeten valbeveiliging gebruiken, die is vastgemaakt aan de bak
  • boven de 25 meter portofoon gebruiken
  • in een risicovolle omgeving moet er assistentie op de begane grond aanwezig zijn

Besloten ruimten

Het werken in besloten ruimte brengt extra risico's met zich mee. Een besloten ruimte is een plaats die niet is bedoeld voor het verblijf van personen. Denk hierbij aan werkcontainers, riolen en leidingen, liftschachten of aan een kruipruimte. Belangrijkste kenmerk van een besloten ruimte is dat er niet of nauwelijks te ventileren is, dit meteen de reden waarom er zoveel gevaren zijn in besloten ruimten.

Andere kenmerken zijn:

  • nauw, klein, geen normale werkhouding, weinig bewegingsruimte
  • slechte verlichting
  • moeilijk toegangelijk
  • leidingen en kabels op onverwachte plaatsen
  • vochtige ruimte en gladde vloeren

Eisen voor betreding van besloten ruimten

  • minimale zuurstofpercentage 19%
  • de concentratie van een aanwezig explosief gas (mengsel) moet minder zijn dan 10% van de LEL*
  • de concentratie giftige gassen moet lager zijn dan de grenswaarde
  • er moet adequate luchtverversing zijn
  • er zijn waarschuwingsborden tegen betreding door onbevoegden
  • leidingen die op de ruimte zijn aangesloten moeten zijn losgekoppeld of afgeblind. Ze worden worden tussen flensverbindingen afgesloten met steek- of blindflenzen. Dat zijn speciale dichte platen zie sectie procedures, instructies en signalering
  • er mag slechts worden gewerkt met een geldige werkvergunning of schriftelijke vrijgave
  • betreders zijn minstens 18 jaar 
  • de ruimte is schoon en droog
  • er moet permanente observatie zijn. Hiervoor wordt de mangatwacht of buitenwacht ingezet. Deze persoon moet beschikken over aantoonbaar getoetste deskundigheid

* De mengverhouding van gas/damp en zuurstof waarbij een brandbaar mengsel ontstaat is niet voor elke gas gelijk. De explosiegrens wordt aangegeven door de afkorting LEL (Lower Explosive Limit).

Gevaren in besloten ruimten

Werken in besloten ruimten brengt een aantal risico's met zich mee. Werknemers kunnen zich minder snel in veiligheid brengen en kunnen niet zo eenvoudig bereikt worden door hulpverleners. 

Gevaren 

  • Verhoogd verstikkingsgevaar (zuurstoftekort)

Zuurstoftekort kan, behalve door gebrek aan ventilatie, ontstaan doordat zuurstof aan de lucht onttrokken wordt. De aanwezigheid van inert gas veroorzaakt een zuurstoftekort door verdringing. Een inert gas is een op zich vrij ongevaarlijk gas zoals stikstof. Deze gassen reageren niet met andere stoffen, maar ze verdringen wel de normale omgevingslucht.  Als het niet mogelijk is om voor voldoende zuurstof in een besloten ruimte te zorgen zuurstofgehalte beneden de 19% blijft moet er onafhankelijke adembescherming gebruikt worden.

  • Verhoogd brand- en explosiegevaar

Doordat er in een besloten ruimte weinig tot geen ventilatie is, blijven gevaarlijke stoffen hangen en wordt de onderste explosiegrens snel bereikt. Zuurstoflekkage uit slangen, restjes benzine of andere brandbare stoffen kunnen een oorzaak zijn. Maar ook open vuur of vonken bij werkzaamheden als lassen, snijden of slijpen zorgen voor een verhoogde kans op brand en explosie. 

  • Verhoogd gevaar voor elektrocutie

Door extra kleding en slecht ventilatie ga je zweten. Een vochtig lichaam en kleding geleiden de elektriciteit goed. Hierdoor is er een grotere kans op een schadelijke stroom door het lichaam. In een besloten ruimte kunnen ook geleidende wanden een risico vormen (bijv. metalen tanks). Elektrische apparatuur in een besloten ruimte moet op de juiste wijze spanningsloos worden gemaakt. Gebruik alleen veilige spanning voor het werk in een besloten ruimte met geleidende wanden.

Veiligheidsmaatregelen

  • Ventilatie

Helpt de gevaren die met gassen en dampen samenhangen te verminderen. Ventilatie kan op drie manieren: 

  • natuurlijke ventilatie 
  • mechanische ventilatie
  • plaatselijke afzuiging bij de plek waar gassen of dampen vrijkomen
  • Persoonlijke beschermingsmiddelen

De werknemer moet altijd zo kort mogelijk in een besloten ruimte zijn. Indien nodig met extra persoonlijk beschermingsmiddelen:

  • onafhankelijke adembescherming (filtermaskers zijn verboden in een besloten ruimte)
  • gehoorbescherming
  • reddingslijn, behalve als deze extra gevaar oplevert
  • Bewegende delen

Besloten ruimte kunnen beweegbare delen bevatten, die vormen ook een risico. Alle beweegbare delen moeten van te voren door een deskundige buiten bedrijf gesteld worden en worden vergrendeld.

Risicoverhogende apparaten- en handelingen !!!!!!!!!

Je moet met een autogene snijbrander een gat maken in een stalen rijplaat. Welke veiligheidsmaatregel(en) neem je? Meerdere antwoorden kunnen juist zijn.

  • je schermt de lasvlam aan alle kanten af
  • je beschermt je huid tegen UV-straling af
  • je houdt de acetyleencilinder rechtop (of hellend)
  • je draagt een lasbril

Herman is asbestverwijderaar. Hij verwijdert de beplating van een dak. Welke maatregel(en) kan Herman nemen om te voorkomen dat asbestvezels zich verspreiden? Meerdere antwoorden kunnen juist zijn.

  • het dragen van een wegwerpoverall
  • het aanbrengen van een kleverig fixeermiddel op het asbest
  • het toepassen van een stortkoker
  • het afspuiten van de golfplaten met een hogedrukreiniger

Wat is verplicht bij het werken in een uitgraving?

  • het continu meten van de samenstelling van de lucht in de uitgraving
  • het zorgen voor twee aparte toegangen
  • het dragen van adembescherming

Abdoel staat op een 7 meter lange ladder en wil een naar buiten scharnierend raam openen om te zien of het hout tussen het raam en het kozijn aan een verfbeurt nodig is. Is dat toegestaan?

  • ja, maar hij mag er mar één hand tegelijk voor gebruiken
  • ja, als hij zich eerst met een vanglijn zekert aan de ladder
  • nee, want een ladder mag maximaal zes meter lang zijn
  • nee, want hij moet daarvoor zijn arm naast de ladder uitsteken

Gerard moet een gevel voegen vanaf een stalen steiger. Waar moet Gerard op letten als hij aan het werk gaat? Meerdere antwoorden kunnen juist zijn.

  • hij moet de steiger beklimmen aan de binnenzijde
  • hij moet de constructie van de steiger of stelling onveranderd laten
  • hij moet de steiger testen (beproeven) vóór het gebruik
  • hij moet een steigerkaart invullen

Marius is opperman in de bouw. Hij moet de bakstenen voor de metselaars op de steigervloeren plaatsen. Hoeveel kilo mag hij op de steigervloer opstapelen? Meerdere antwoorden kunnen juist zijn.

  • niets: stenen mogen niet op de steigervloeren staan
  • maximaal 300 kilo per vierkante meter
  • nooit meer dan de steigerkaart aangeeft
  • zoveel dat er voldoende loop- en werkruimte overblijft

Wat staat onder andere aangegeven op een hangende werkbak?

  • tot welke windkracht deze mag worden gebruikt
  • wat het eigen gewicht is
  • welke functie de bedieningsorganen hebben

Waarvan moet een hoogwerker zijn voorzien?

  • van een goedgekeurde personenwerkbak
  • van een plaat waarop het maximaal toelaatbare gewicht staat
  • van een speciale hijsvoorziening als ermee moet worden gehesen

Wat kan de oorzaak zijn van verstikking in een besloten ruimte?

Je moet in een besloten ruimte aan het werk en krijgt daarom een opleiding voor het werken met onafhankelijke adembescherming. Je hoort dat de adembescherming bedoeld is om verstikking te voorkomen. 

  • de aanwezigheid van inerte gassen
  • het aanbreken van oplosmiddelhoudende verfproducten
  • het gebruik van niet-geaarde handgereedschappen

Waardoor is het gevaar van elektrocutie in een besloten ruimte groter dan in een gewone werkplaats?

  • doordat de elektrische weerstand van het lichaam lager is
  • doordat er geen aarding mogelijk is
  • doordat er onveilige spanning wordt gebruikt

Gevaarlijke stoffen

Licht ontvlambare stoffen

Stoffen waarop dit symbool staat hebben een vlampunt van minder dan 21 °C. Deze vloeistoffen vatten dus bij kamertemperatuur gemakkelijk vlam in de nabijheid van een warmtebron of open vuur, door een vonk of in de zon.

Voorbeelden:

  • benzine
  • aceton
  • white spirit (=kunstterpentijn)

Oxiderende of brandbevorderende stoffen

Stoffen (vloeibare, vaste stoffen of mengsels) waarop dit symbool staat kunnen, zonder dat zij zelf brandbaar hoeven te zijn, een brand aanwakkeren. Door het afstaan van zuurstof kan het de verbranding van ander materiaal veroorzaken of bevorderen. Veel oxiderende of brandbevorderende stoffen reageren heftig bij contact met andere stoffen. 

Voorbeelden:

  • waterstofperoxide (=zuurstofwater)
  • ozon (reactieve vorm van zuurstof)
  • zuurstof

Giftige stoffen

Giftige stoffen kunnen de gezondheid van de mens schaden of zelfs de dood veroorzaken. Zij kunnen worden opgenomen door inademing, door opname via de huid of door inslikken.

We onderscheiden twee soorten vergiftigingen:

  • acute vergiftiging (een vergiftiging door een eenmalige opname van een giftige stof) 
  • chronische vergiftiging (een vergiftiging door opname van kleine hoeveelheden giftige stoffen over een langere periode)

De mate van vergiftiging hangt af van

  • soort giftige stof
  • concentratie van de giftige stof
  • tijdsduur van blootstelling
  • wijze van opname
  • lichamelijke conditie van het slachtoffer

Voorbeelden:

  • koolmonoxide
  • h2S (=rioolgas)
  • methanol (=een soort alcohol)
  • benzeen (zit onder andere in benzine)

Schadelijke en irriterende stoffen

Schadelijke stoffen geven bij inademing, inslikken of opname via de huid mildere verschijnselen dan bij giftige stoffen. Dit pictogram wordt ook gebruikt voor irriterende stoffen. Deze lijken op bijtende stoffen maar de effecten zijn minder ernstig. Irriterende stoffen kunnen ontstekingen veroorzaken bij contact met de huid, de ogen, de longen en de slijmvliezen.

Voorbeelden schadelijke stoffen

  • verf
  • lak
  • houtbeschermingsproducten

Irriterende stoffen

  • verdunde of zwakke zuren en basen
  • veel solventen (oplosmiddelen)
  • polyestermastic (plamuur- en vulmassa)

Bijtenden (corrosieve) stoffen

Bijtende stoffen (corrosieve stoffen) zijn stoffen die door hun chemische werking de huid, de slijmvliezen, de longen, de ogen en ook de kleding kunnen aantasten. 

In deze klasse vallen ook de stoffen die pas in aanwezigheid van water een bijtende vloeistof vormen of die in aanwezigheid van de natuurlijk luchtvochtigheid bijtende dampen of nevels ontwikkelen. Wanneer bijtende stoffen dampen afgeven kunnen deze dezelfde eigenschappen hebben als de stof zelf.

Werknemers die met deze stoffen werken moeten altijd beschermende maatregelen nemen, zoals het dragen van de juiste handschoenen, een zuurbril en beschermende kleding. Bij contact met bijtende stoffen moet er langdurig gespoeld worden met water. 

Voorbeelden van bijtende stoffen:

  • zuren (accuzuur, zwavelzuur, zoutzuur)
  • basen

Kankerverwekkende stoffen

Kankerverwekkende stoffen kunnen op langere termijn of na langdurige of herhaalde blootstelling leiden tot gezondheidsschade. Blootstelling aan een kankerverwekkende stof betekent dat je een hoger risico loopt op een bepaalde vorm van kanker. Bij sommige stoffen kan het vele jaren duren voordat je er ziek van wordt. Elke kankerverwekkende stof is gerelateerd aan een specifiek kankersoort. Kankerverwekkende stoffen zijn dus niet verantwoordelijk voor een grotere kans op alle soorten kanker. 

Voorbeelden van stoffen met gezondheidsgevaren op lange termijn:

  • asbest
  • benzeen
  • vinylchloride
  • dieselrook

Milieugevaarlijke stoffen

Milieugevaarlijke stoffen zijn chemische stoffen (gas, vloeibaar of vast) of verbindingen die in water, bodem en lucht ongewenste effecten hebben op het milieu, en op de gezondheid van mens en dier.

Voorbeelden milieugevaarlijke stoffen:

  • CFK's (koelmiddelen of drijfgassen)
  • bepaalde pesticiden (bestrijdingsmiddelen tegen insecten of ander ongewenst gedierte)

Specifieke gevaarlijke stoffen

Er zijn enkele (groepen) stoffen die heel bepaalde effecten hebben, bijzonder gevaarlijk zijn of waar werknemers extra voor gewaarschuwd moeten zijn vanwege de grote kans dat ze eraan worden blootgesteld. 

Organische oplosmiddelen Cyclische verbindingen Zware metalen Koolmonoxide
Cement Kwartstof Asbest Huishoudmiddelen
Biologische stoffen      

Om gevaren voor de mens te voorkomen worden specifieke preventieve maatregelen genomen en moet voor voldoende hygiëne worden gezorgd.

De maatregelen bij het werken met biologische stoffen zijn bijvoorbeeld:

  • huidbescherming (wegwerpoverall, handschoenen)

  • oogbescherming 
  • adembescherming
  • handen wassen
  • inentingen

Opname van gevaarlijke stoffen door het lichaam en hygiëne

Zodra een persoon in contact met met gevaarlijke stoffen, spreken we van blootstelling. Gevaarlijke stoffen kunnen giftig, agressief, irriterend, brandgevaarlijk, kankerverwekkend, bedwelmend, explosief of van invloed op de voortplanting zijn. Dit is afhankelijk van het type stof, van de dosis en van de omstandigheden. Gezondheidsklachten kunnen direct optreden, maar ook pas na jaren verschijnen en/of verergeren na langdurige blootstelling. Ze kunnen op vier verschillende manier worden opgenomen door het lichaam.

Goede hygiëne is belangrijk, was je handen voordat je iets gaat eten of drinken. Gebruik de speciale ruimtes om te eten of te drinken, nadat je vuile werkkleding is uitgetrokken en de handen en gezicht goed zijn schoongemaakt. Wanneer er sprake is van een verwonding maak deze zo snel mogelijk schoon en dek deze goed af. In kleding kan vuil en stof zich verzamelen, stop vuile kleding in de was en trek schone aan. Afblazen (met perslucht) van de kleding, huid en haar is geen goed idee, hiermee kan je alsnog de stof inademen.

Maatregelen ter voorkoming of beperking van blootstelling

Werken met gevaarlijke stoffen is gevaarlijk. Werkgevers moeten dan ook proberen de blootstelling aan gevaarlijke stoffen te voorkomen of te beperken. Het beste kan dit door het bij de bron aan te pakken.

  • eliminatie (geen gebruik maken van een gevaarlijke stof)
  • vervanging (vervangen door een minder gevaarlijke stof, bijvoorbeeld een verf met oplosmiddel door verf  op waterbasis)
  • aanpassing (bijvoorbeeld een grondstof niet als poeder gebruiken maar in tabletvorm)

Het is niet altijd mogelijk om de deze punten aan te pakken. Er zijn stoffen waarvoor geen vervanging beschikbaar is. Ook zijn er gevaarlijke stoffen die pas tijdens werk of tijdens processen of werkzaamheden vrijkomen. Dan moet men andere maatregelen treffen om de blootstelling te beperken. Denk hierbij aan:

  • plaatselijke afzuiging (bijv. dampen en gassen)
  • scheiding (bijv. een muur, panelen, gesloten reactorvaten, zuurkast)
  • ventilatie (bijv. raam openzetten, een ventilator of dikke luchtslangen die verontreinigde lucht naar buiten zuigt en schone lucht inblaast)
  • persoonlijke beschermingsmiddelen (handschoenen, bril)

Grenswaarden

De grenswaarde is een concentratieniveau van een gas, damp, aerosol, vezel of van stof in de lucht op de werkplek. Bij de vaststelling van deze waarde wordt zoveel mogelijk als uitgangspunt gehanteerd dat ze voor de mensen en nageslacht geen gevaren met zich meebrengt. Zelfs niet bij herhaalde blootstelling aan die concentratie, gedurende een langere tot zelfs een arbeidsleven omvattende periode.

De wettelijke betekenis van grenswaarde is: de maximale concentratie van een gevaarlijke stof als tijdgewogen gemiddelde over een referentieperiode. Grenswaarden zijn geen absolute blootstellingsgrenzen, maar tijdgewogen gemiddelden over acht uur. Een werknemer kan dus in de dubbele hoeveelheid stof werken, als hij dat maar in halve dagen doet. De grenswaarde voor gevaarlijke stoffen gelden onder voorwaarde dat het om normale gezonde personen gaat, gedurende normale werkdagen, een normale werkweek en normale omstandigheden en inspanning.

Monitoring en medisch onderzoek

Krachtens de Arbowet moet de werkgever de werknemers periodiek in de gelegenheid stellen om een preventief medisch onderzoek (PMO) te ondergaan. Het doel van een PMO is de gezondheidsrisico’s van het werk zo veel mogelijk voorkomen of beperken. 

PMO kent drie kerndoelen:

  • preventie van beroepsziekten en arbeidsgebonden aandoeningen bij individuele en groepen werknemers
  • bewaken en bevorderen van de gezondheid van individuele en groepen werknemers in relatie tot het werk
  • bewaken en verbeteren van het functioneren en de inzetbaarheid van individuele medewerkers

Hoe vaak moet PMO worden uitgevoerd?


Voor PMO is geen standaardtermijn voor herhaling te geven. Het hangt af van de evaluatie na de eerste PMO cyclus, waarbij ook de wensen van het bedrijf en de aard van de interventies een rol spelen.

Er zijn drie in het werk gelegen factoren die de frequentie van uitvoering kunnen beïnvloeden: 

  • de ernst van de gezondheidsschade die bij een gegeven blootstelling in het werk zou kunnen optreden 
  • de kans dat die schade werkelijk optreedt 
  • de snelheid waarmee die schade optreedt

​Gaat het om ernstige schade, met een grote kans van optreden in relatief korte tijd, dan zal het PMO vaak moeten plaatsvinden, bijvoorbeeld tweemaal per jaar. Dit kan het geval zijn bij het werken met bepaalde toxische of allergene stoffen. Vroeger was dit het geval met loodwerkers. 

Etikettering en productinformatie

Stoffen en producten moeten worden geëtiketteerd door de producent/leverancier van een stof of product. Deze regels zijn vastgelegd in de Europese Verordening REACH. In deze verordening wordt verwezen naar de EG-richtlijn 67/548/EEG (stoffen en preparaten). Ook stoffen en producten (mengsels) die binnenshuis worden gemaakt moeten worden geëtiketteerd volgens het Arbobesluit hfd 4 art 4.3. Op dit etiket moet in ieder geval de naam, het gevaarssymbool en de R-zinnen worden vermeld. De vraag is natuurlijk altijd of ook mengsels en oplossingen tijdens een experiment moeten worden geëtiketteerd. De vuistregel is dat alle mengsels en oplossingen die 'overnachten' geëtiketteerd moeten worden. Ook mengsels waar veel verschillende mensen mee werken horen allemaal een etiket te hebben.

Een groot aantal gevaarlijke stoffen kan men herkennen aan het etiket dat de fabrikant (of leverancier) op de verpakking heeft gezet. Een (afleverings)etiket is verplicht voor alle gevaarlijke stoffen en preparaten die in het economisch verkeer worden gebracht. 


Op het gevaars-etiket van een gevaarlijke stof of product staan de volgende zaken:

  • naam stof/ product
  • gevaarssymbool
  • R-zinnen
  • S-zinnen
  • Bevat: …     (alleen preparaten)
  • P-zinnen
  • (nota’s)
  • EG-nummer  (niet voor preparaten)
  • naam, adres, tel nr leverancier binnen EU
  • voor Annex 1 stoffen: EG-etiket   

De gevaarssymbolen en de R-zinnen (risico-zinnen, risk phrases) geven informatie over de gevaarsaspecten van de stof. De S-zinnen (veiligheidszinnen, safety phrases) zijn aanbevelingen voor het veilig gebruik van de stof.

Lekkage: correctie en preventie

Als je alles op orde hebt dan is het ook belangrijk om ervoor te zorgen dat het zo blijft. Vooral bij bedrijven zoals petrochemische bedrijven of werkplaatsen en magazijnen is het ongewenst als er lekkage is. Controleer daarom regelmatig het materiaal/installaties op lekkages. Lekkages kunnen veroorzaakt worden door slecht onderhoud van installaties of slecht gemonteerde flenzen. Maar ook door lekkende kranen of afdichtingen of menselijke fouten bij bijvoorbeeld bij overgieten of het materiaal te beschadigen door bijv. een aanrijding met een vorkheftruck. De gevolgen van lekkage zijn:

  • verspreiden van een product in de lucht (vergiftiging via de ademhalingsorganen)
  • gevaar voor brand
  • mileuverontreiniging
  • uitglijden

Mocht er een lekkages geconstateerd worden dan mogen de herstelwerkzaamheden allen op vakkundige wijze, door opgeleid personeel, worden uitgevoerd. Wanneer er een beginnende lekkage is dan moet dit direct gemeld worden bij de leidinggevende en onder tanks moeten zich voldoende grote lekbakken bevinden. Wanneer er toch nog gevaarlijke stoffen zijn weggelekt dan moeten deze op vakkundige wijze worden verwijderd.

Industriële gascilinders

assen worden veelal verpakt in gascilinders, ook wel gasflessen genoemd. Gassen vallen onder de categorie “gevaarlijke stoffen”. Het vervoer van gassen in cilinders (of andere verpakkingen), het gebruik en de opslag is onderworpen aan een aantal wetten en regelingen. 

In Europa zijn ca. 40 miljoen cilinders voor industriële gassen in gebruik. Er bestaat een grote verscheidenheid aan cilinders, toch is het mogelijk om diverse “doorsneden” te maken.

Wat gebeurt er als een cilinder in een brand terecht komt?
Voor de gevolgen van het blootstellen van een gascilinder aan een warmte- of vuurbelasting moet men onderscheid maken tussen cilinders die alleen met samengeperst gas zijn gevuld (zuurstof, stikstof, argon en dergelijke) en cilinders die met vloeistof zijn gevuld (acetyleen, propaan, koolzuur).

Bij extreme vuurbelasting kan het materiaal van cilinder die alleen gevuld zijn met samengeperst gas zijn sterkte verliezen, waardoor het niet meer bestand is tegen de (hoge) druk van het gas . Voor stalen cilinders ligt de temperatuur waarbij dat kan gebeuren bij ongeveer 350 ºC, bij aluminium cilinders is dat ongeveer 150 ºC. Bij cilinders die met vloeibaar of opgelost gas zijn gevuld zal bij verhitting de vloeistof uitzetten en uiteindelijk zal de gehele cilinder gevuld zijn met vloeistof en ontstaat een hydraulische druk, waardoor de cilinder kan bezwijken. De maximale vullingsgraad is afgestemd op een maximale temperatuur van 65 ºC 

Kleurcodering
Gasflessen (gascilinders) zijn voorzien van een kleurcodering die weergeeft welk gas de fles bevat. De kleurcodering volgens de Europese norm NEN-EN 1089-3 is aangegeven op de kop en schouder van de gasfles.

Menggassen worden met maximaal 2 ringen op de schouder aangegeven:

  • lichtgroen staat voor verstikkend
  • vuurrood voor brandbaar
  • lichtgeel voor giftig
  • lichtbauw voor brandbevorderend
  • gascilinders met een rode kap bevatten waterstof.

Folder kleurcodes 

De zuurstof in de omgevingslucht

Gewoonlijk bevat de buitenlucht gemiddeld circa 20,9% zuurstof. Te veel zuurstof kan ontstaan door bijvoorbeeld een lekkage van zuurstofslangen van lastoestellen. Te weinig zuurstof kan ontstaan door chemische en/of microbiologische reacties in besloten ruimtes zelf, waardoor de zuurstof in de ruimte wordt (op)gebruikt en/of door lekkages van gassen die zwaarder zijn dan zuurstof en die de zuurstof in de besloten ruimte verdringen. Een te hoog percentage zuurstof in de lucht zorgt er voor dat verbrandingen sneller verlopen. Een zuurstofpercentage van bijvoorbeeld 25%, zorgt ervoor dat de verbranding drie maal sneller verloopt.

De wetgever heeft bepaald dat er minimaal 19% zuurstof in de lucht aanwezig moet zijn om een besloten ruimte te mogen betreden. Indien er minder dan 19% zuurstof in de lucht aanwezig is, veroorzaakt dat nadelige effecten op het functioneren van het menselijk lichaam. Indien er bijvoorbeeld tussen de 8-10% zuurstof aanwezig is gaat men overgeven en/of verliest men het bewustzijn. Bij minder dan 4% raakt de mens in coma en bij 0% zuurstof overlijdt een mens direct. Het meten van zuurstof gebeurt met een zuurstofmeter. 

Bij een tekort aan zuurstof moet de ruimte mechanisch belucht worden en gebruik worden gemaakt van onafhankelijke adembescherming.

Welke van de gevolgen beweringen over explosieve stoffen is/zijn waar?

  • explosieve stoffen hebben zuurstof uit de omgevingslucht nodig om te kunnen exploderen
  • explosieve stoffen zijn ook bijtend
  • TNT is een explosieve stof
  • aardgas is een explosieve stof
  • een explosieve stof is hetzelfde als een ontplofbare stof

Wat betekent dit gevarenpictogram?

  • bijtende (corrosieve) stof
  • milieuschadelijke stof
  • schadelijke of irriterende stof

Welk gevolg kan blootstelling aan een irriterende stof hebben?

  • ontsteking van de slijmvliezen
  • vergiftiging van mens en dier
  • verstikking

Wat duidt een P-zin aan?

  • het geeft productinformatie aan
  • het geeft een specifieke veiligheidsmaatregel aan
  • het is een algemene aanduiding voor gevaar op een etiket

Harry moet elektrisch installatiewerk uitvoeren in een in een chemische fabriek en ontdekt een lekkende flensverbinding in een procesleiding. Wat moet hij doen?

  • 112 bellen
  • de lekkage melden
  • direct de boutverbindingen aantrekken met het juiste gereedschap
  • Harry moet eerst onderzoeken wat er precies lekt

Welk gas bevat een cilinder met een witte schouder?

  • lucht
  • stikstof
  • zuurstof

Welke van de genoemde plaatsen is het meest geschikt om een batterij gasflessen te plaatsen?

  • een goed afgeschermde put of kelder
  • in de open lucht, onder de blote hemel
  • onder een afdak tegen de buitenzijde van een werkplaats

Tijdens het lassen plaats je een trechter boven de lasplek. Wat is dat voor maatregel? Meerdere antwoorden kunnen juist zijn.

  • het elimineren van de gevaarlijke stof
  • plaatselijk afzuigen
  • het fysiek scheiden van mens en bron
  • persoonlijke monitoring

Kees en Mo werken in een geventileerde besloten ruimte. Beide dragen een persoonlijke gasmeter waarmee het zuurstofpercentage wordt gemeten. Één van de meters geeft een alarm; de andere geeft precies 19% zuurstof aan. Wat moeten Kees en Mo doen?

  • aan de mangatwacht vragen om onafhankelijke adembescherming te regelen
  • de ruimte direct verlaten
  • degene met de alarmerende meter moet direct de ruimte verlaten
  • zorgen voor meer ventilatie
  • hun werktempo verlagen, omdat ze dan minder zuurstof nodig hebben

Je hebt opdracht om koperen leidingen te demonteren in een gebouw dat wordt gesloopt. Achter de leidingen zie je lichtgrijs, vezelig plaatmateriaal dat lijkt op asbest. Wat moet je doen? Meerdere antwoorden kunnen juist zijn.

  • een fixeermiddel aanbrengen
  • er zorgvuldig omheen werken
  • het werk stoppen
  • het direct aan je chef melden
  • de juiste adembescherming gebruiken

Elektriciteit

De invloed van elektrische stroom op het lichaam

Aanraking van een spanningvoerende elektrische geleider of een defect apparaat waar aan de buitenzijde spanning op staat, kan ervoor zorgen dat er een stroom door het lichaam gaat lopen. De stroomsterkte (en daarmee de ernst van het letsel) is van een aantal factoren afhankelijk, onder andere:

  • het spanningsverschil uigedrukt in volt. Hoe hoger de spanning, hoe groter ook de stroom (in ampere) door het lichaam
  • de weerstand van de ondergrond, inclusief schoeisel. Linoleum en een rubbermat hebben een zeer hoge weerstand. Een aarden, met klinkers bedekte bodem of een betonnen vloer zijn goed geleiden en hebben dus een lagere weerstand

Kortsluiting
Bij een kortsluiting wordt een verbinding gemaakt tussen delen met een verschillende spanning. De meest voorkomende vorm van kortsluiting is tussen een spanningsvoerend deel en een geaard deel.

Secundaire letsel
Als de stroom door het lichaam niet groot genoeg is voor een dodelijke afloop, kan deze nog wel groot genoeg zijn voor schrikreacties. De elektrische stroom laat door het aansturen van de spieren het lichaam ongecontroleerd bewegen. De onverwachte bewegingen kunnen leiden tot valongevallen. Een groot gedeelte van de letsels bij ongevallen door elektriciteit bestaat uit kneuzingen en botbreuken. Ook hebben valongevallen, veroorzaakt door aanraking met elektriciteit, al vaker geleid tot dodelijk letsel.

Veiligheidsmaatregelen bij het werken met elektriciteit

Pas om je veiligheid bij het werken met elektriciteit te verzekeren de volgende maatregelen toe: 

  • fysieke afscherming van de onder spanning staande delen
  • isolatie van onder spanning staande delen en gereedschap
  • aarding van toestellen & installaties
  • aardlekbeveiliging
  • gebruik van zeer lage spanning

De aardlekschakelaar onderbreekt de stroom zodra een minimale lekstroom ergens is ontstaan bijv. door contact met het menselijk lichaam. De schakelaar moet worden afgesteld op een stroom waarbij nog geen elektrocutieverschijnselen mogelijk zijn (bijvoorbeeld 30 milliampère). De aardlekschakelaar biedt echter geen bescherming tegen een mogelijke kortsluiting in de installatie.

Een andere beveiliging is een smeltveiligheid (zekering). Deze onderbreekt de stroomtoevoer in de installatie indien de stroomsterkte (ampère) een bepaalde grens overschrijdt. Dit voorkomt dat verhitting en kortsluiting zich ontwikkelt tot een brand door ontsteking van materiaal in de directe omgeving.

Vitale Vijf
In principe wordt aan een installatie altijd gewerkt als deze niet onder spanning staat. Het is erg belangrijk dat duidelijke procedures (vergrendelingsprocedures) en hulpmiddelen (sloten) gebruikt worden om te verzekeren dat een installatie niet onder spanning kan worden gezet (door derden). Houd je daarom aan de vitale vijf regels bij het werken met elektriciteit:

  1. vrijschakelen van het netgedeelte waarop gewerkt wordt
  2. vergrendelen tegen wederinschakeling
  3. meting van de afwezigheid van spanning
  4. aarden en kortsluiten van het netgedeelte waarop gewerkt wordt
  5. afbakenen van de werkzone (isoleren, waarschuwingsbord en werkplaatsoverdracht) 

Tijdelijk elektrisch materieel

Een tijdelijke elektriciteitsvoorziening zoals mobiele verdeelpunten, zwerfkastjes of (bouw)kasten worden gebruikt op bijvoorbeeld bouwplaatsen, horeca, markten of kermissen. Op bouwplaatsen wordt gebruik gemaakt van een bouwstrooomaansluitkast waar alle kabels, zwerfkasten en verdeelinrichtingen op zijn aangesloten. In het centrale punt, de bouwstroomaansluitkast , moeten één of meerdere aardlekschakelaars zijn ondergebracht. Voordat ermee gewerkt wordt moet het visueel gecontroleerd worden op beschadigingen of andere afwijkingen. Als er beschadigingen worden waargenomen, mag het materieel of gereedschap niet worden gebruikt en moet het worden gemeld. Voedings- en verlengkabels die worden toegepast moeten geschikt zijn voor het totale aangesloten vermogen en mogen nooit worden overbelast. 

Kabelhaspel

  • tijdens gebruik geheel afrollen
  • op kabelhaspel staat aangegeven wat de maximaal toelaatbare vermogen is in opgerolde en afgerolde toestand
  • let op struikelgevaar!
  • gebruik CEE-stekkers

Aandachtpunten bouwkast

  • een bouwkast moet ten alle tijde zijn afgesloten
  • er mag geen vocht of vuil (stof) kunnen binnendringen
  • de binnenzijde is niet toegankelijk zonder sleutel of zonder te schroeven
  • omkastingen van (tijdelijk) elektrisch materieel moet beveiligd zijn tegen stoten en vallende voorwerpen

Statische elektriciteit

Statische elektriciteit ontstaat als twee verschillende, geleidende stoffen wrijving van elkaar ondervinden. Als de statische lading zich opbouwt, zal er op zeker een moment van ontlading plaatsvinden in de vorm van een vonkoverslag. Statische lading kan brand en/of explosie veroorzaken. Ook gevoelige apparatuur kan door statische lading defect raken.

Situaties waarbij statische elektriciteit kan optreden:

  • opstijgende gas- of dampbellen die turbulentie veroorzaken
  • bij verfspuiten en vergelijkbare activiteiten
  • wrijven over kunststof
  • pneumatisch transport van poeders en korrels in mengers, doseersluizen van weegbunkers
  • overpompen van brandstof uit tankauto's
  • bij sommige vloeistoffen, bij stroming door kunststof leiding of bij het roeren
  • lopen over kunststof vloerbedekking
  • wrijving door kleding over de huid
  • drijfriemen

Veiligheidsmaatregelen

  • aarden van pijpleidingen, tanks en apparatuur
  • valhoogte van de stof beperken
  • stroomsnelheid van de stof beperken
  • bij het aarden zoveel mogelijk aansluiten op het bestaande aardleidingennet
  • luchtvochtigheid verhogen (bijvoorbeeld bij een stof als houtmeel)
  • dragen van antistatisch schoeisel en kleiding

Gerben werkt op een transformatorstation De elektrische spanning is NIET afgeschakeld (fout!). Hij raakt per ongeluk een spanningvoerende draad aan. Welke factoren bepalen mede de grootte van de schok die hij krijgt. Meerdere antwoorden kunnen juist zijn.

  • de hoogte van de spanning
  • Gerbens leeftijd
  • de temperatuur van de ondergrond
  • of het regent of juist droog weer is
  • of Gerben op zijn knieën zit of op zijn veiligheidsschoenen staat

Op welke manier kan secundair letsel ontstaan?

  • door het dragen van isolerende handschoenen
  • door een schrikreactie bij het aanraken van spanningvoerende delen
  • door te late hulpverlening na het krijgen van een elektrische schok

Ab monteert een afsluitbare stalen deur in een elektriciteitskast. Wat voor soort beveiliging is dat?

  • fysieke bescherming
  • isolatie
  • aarding
  • dubbele isolatie

Welke bewering is juist? Meerdere antwoorden kunnen juist zijn.

Je bent timmerman en gebruikt een kabelhaspel (230 V) voor het aansluiten van je cirkelzaag op de bouwplaats.

  • er moeten één of meer aardlekschakelaars in zitten
  • dat moet je laten doen door een vakbekwaam persoon
  • er moet een extra aardstrip op zitten voor steigers en containers
  • je moet het toelaatbare vermogen controleren
  • je moet de haspel helemaal afrollen

Waardoor kun je het ontstaan van statische elektriciteit beperken? Meerdere antwoorden kunnen juist zijn.

  • door de stroomsnelheid van vloeistoffen te verlagen
  • door doeltreffende isolatie
  • door op de juiste schoenen te lopen
  • door een geaarde verfspuit te gebruiken

Brand en explosie

Het ontstaan van een brand

Voor een brand moeten alle zijden van de branddriehoek aanwezig zijn. Haal je één van de zijden weg, dan gaat de brand uit. Het blussen van de brand is dus hetzelfde als het weghalen van minstens één van de zijden van de branddriehoek; 

  • brandstof, dit lijkt erg moeilijk en voor de meeste branden is dat het ook. Denk bijvoorbeeld aan gasbranden: de enige manier van blussen is dan het dichtdraaien van de gaskraan. De brandbare stof wordt weggehaald en de brand zal stoppen als de brandbare stof is opgebrand
  • zuurstof, ook dit lijkt moeilijk. Zuurstof is altijd aanwezig maar het gaat goed als je de brand gaat verstikken. Dan kan er geen zuurstof meer bij komen. Denk bijvoorbeeld aan een brandende prullenbak, als je hier een branddeken overheen legt verstik je de brand
  • temperatuur, door een blusmiddel op de brand te spuiten daalt de temperatuur en wordt de temperatuurzijde van de branddriehoek weggehaald. Zo wordt de brand geblust. Water is een voorbeeld van een blusmiddel die de brandtemperatuur verlaagd

Brandklassen en blusmethoden

Voordat je gaat blussen moet je weten wat er brand, zodat je het juiste blusmiddel kan kiezen. De branden zijn ingedeeld in klassen, waarbij het gaat om wat voor soort stof er brandt. Deze klassen worden met letters aangeduid. Elke brandstof is aangegeven met een pictogram en/of  een letter. Deze pictogrammen vindt je terug op de draagbare blustoestellen. Controleer altijd voordat je gaat blussen of je het juiste blusmiddel gebruikt.

Ga met je muis over de klassen om bij de informatie te komen.

Blussen van branden

 

Ga met je muis over de blussers om bij de instructievideo te komen.

Handelen bij brand

Als men een brand ziet is het eerste waar je aan denkt, blussen. Maar het belangrijkste is de veiligheid, de volgorde van handelen is als volgt:

Wanneer je de brand ontdekt:

  • zorg voor eigen veiligheid
  • meld de brand
  • waarschuw mensen in de omgeving van de brand
  • sluit deuren en ramen
  • breng mensen in veiligheid
  • blus de brand als dat kan en veilig is

Als je gaat blussen:

  • zorg voor eigen veiligheid
  • kies het juiste blusmiddel
  • doof het vuur
  • blijf controleren als het vuur gedoofd lijkt, het kan weer aanwakkeren
  • als het blussen niet lukt, stop en evacueer!

Explosiegrenzen

Explosiegevaar is aanwezig zodra een mengsel van lucht en een brandbare stof (in de vorm van
gassen, dampen, nevels of stof) onder atmosferische omstandigheden wordt ontstoken en na
ontsteking uitbreidt totdat alle brandbare stof verbrand is. 

Explosiegrenzen (ontploffingsgrenzen) zijn de grenzen van het explosiegebied. Dit zijn de minimum of maximum hoeveelheid gas/damp in lucht waarbij een explosie mogelijk wordt. Het explosiegebied is het gebied tussen de onderste en bovenste explosiegrens. Hier is de mengverhouding tussen lucht en een gas/damp zodanig dat er een explosie kan optreden.

De onderste explosiegrens (ontploffingsgrens) wordt ook wel LEL (Lower Explosion Limit) genoemd en is de minimale hoeveelheid gas/damp die in lucht aanwezig moet zijn om een explosie te veroorzaken.

De bovenste explosiegrens (ontploffingsgrens) wordt ook wel UEL (Upper Explosion Limit) genoemd en is de maximale hoeveelheid gas/damp in de lucht waarbij nog een explosie kan plaatsvinden.

Explosiegevaarlijke omgeving 1/2

Een explosiegevaarlijke omgeving wordt ingedeeld in zones. In deze zones is het mogelijk dat er een explosief mengsel ontstaat en moeten speciale maatregelen genomen worden ter voorkoming van de ontsteking van mogelijk aanwezige explosie gevaarlijke mengsels. De zones moeten aangeduid worden met een waarschuwingsbord met de vermelding EX.

Wanneer in de besloten ruimte of in de omgeving daarvan de kans op explosie aanwezig is, moeten speciale maatregelen worden genomen voor het elektrisch materieel. Het elektrisch materieel of een deel van een elektrische installatie kan namelijk als een ontstekingsbron fungeren. In deze ruimten dient meestal explosie veilige apparatuur gebruikt te worden. 

Bij sommige werkzaamheden moeten we extra alert zijn, zoals laden en lossen van grondstoffen of materialen, het opstarten en stopzetten van apparaten en het wijzigen van productieprocessen of procesomstandigheden.

Het brandgevaar van vloeistoffen hangt af van het vlampunt. Het vlampunt vertelt ons bij welke temperatuur een vloeistof voldoende damp afgeeft om te kunnen worden ontstoken. De indeling is als volgt

Klasse  Vlampunt   Omschrijving Voorbeeld
0 (K0)   vlampunt lager dan 0°C en kookpunt lager dan 35°C  zeer licht ontvlambaar     Benzine
1 (K1)  vlampunt tussen 0°C en 21°C   licht ontvlambaar Thinner
2 (K2)  vlampunt tussen 21°C en 55°C  ontvlambaar      

Explosiegevaarlijke omgeving 1/2

Daarnaast zijn er stoffen die brandbevorderend zijn (oxiderende stoffen). Brandbevorderende stoffen bevatten zelf zuurstof dat bij verbranding vrijkomt. Hierdoor kan ook een andere stof (beter) branden en wordt het vuur feller. Voorbeelden zijn peroxide en perchloraten.

Afhankelijk van de stof kunnen nog meer risico’s van toepassing zijn, zoals:

  • het ontstaan van giftige dampen of het ontstaan van bijtende dampen, indien de stof bij verhitting uiteenvalt of reageert met de lucht
  • de kans op een explosie van een tank of cilinder wanneer er drukvaten worden gebruikt
  • een heftige reactie met water zoals bijvoorbeeld bij zwavelzuur
  • isolatiemateriaal, vervuild met brandbare producten, kan spontaan ontbranden bij een normale omgevingstemperatuur. Dit komt door de katalytische werking van het isolatiemateriaal

Explosiemetingen en andere gasmetingen zijn van groot belang voor de veiligheid. Daarom mogen ze alleen worden uitgevoerd door hiervoor speciaal opgeleid personeel!

Er is een brand ontstaan in de schakelruimte waarop de dag ervoor een noodaggregaat is aangesloten vanwege een stroomstoring. Hoe zou je deze brand klassificeren?

  • als klasse A
  • als klasse B
  • als klasse C
  • als klasse D
  • als een ongeclassificeerde brand

Vanwege een lek in een afdak is de opvangbak onder een grote tank olie flink overgelopen. Welk blusmiddel zou je kiezen als er een brand ontstaat?

  • een koolstofdioxideblusser
  • een blusdeken
  • een slanghaspel

Welk nadeel heeft het blussen met bluspoeder?

  • er is kans op verstikking
  • het blust niet effectief
  • het richt schade aan in de omgeving

Wat moet je als eerste doen bij het ontdekken van een brand?

  • melden/alarmeren
  • mensen in veiligheid brengen
  • zorgen voor de eigen veiligheid

Je werkt bij een metaalbedrijf. Je collega rolt een gesloten container voor metaalafval naar buiten. Buiten ziet hij rook tussen de kier van de deksel uitkomen. De collega vraag je om actie te ondernemen. Welke handelingen zijn juist?

  • kijk in de container of er echt sprake is van brand
  • meld de brand via het alarmnummer
  • neem afstand en roep dat je collega dat ook doet
  • open de container en gooi er een emmer water in

Op een fabrieksterrein kom je het afgebeelde bord tegen. Wat betekent het? Meerdere antwoorden kunnen juist zijn.

  • dat er munitie is opgeslagen
  • dat het gebied of de ruimte een explosiegevaarlijk gebied is
  • dat ontstekingsbronnen alleen zijn toegestaan met een speciale ontheffing
  • dat kans bestaat op secundaire ongevallen door schrikreacties

Ongevallen en noodsituaties

Handelen bij ongevallen en incidenten

Noodsituaties

Tijdens het dagelijkse werk kunnen er, ondanks allerlei maatregelen om risico's te beperken, dingen misgaan. Als er zeer ernstige of grootschalige gevolgen dreigen te ontstaan, spreken we van een noodsituatie. 

Noodsituaties kunnen zijn: ongeval, brand, (stof)explosie, verstikking, vergiftiging, verdrinking, gaslek, materiële schade, enzovoort.

Het optreden in noodsituaties houdt in het verlenen van eerste hulp, blussen van beginnende brand, evacueren van personen uit risicovolle gebieden en het begeleiden van interne en of externe hulpdiensten. Noodplannen dienen zowel voor de eigen organisatie als voor locaties en projecten te worden opgesteld en bekend te zijn bij de medewerkers.

Optreden in noodsituaties
Het functioneren van de organisatie in geval van nood in de eigen organisatie, en specifiek bij een opdrachtgever, dient vastgelegd te zijn in een noodplan of noodplannen en bekend te worden gemaakt binnen het bedrijf.

Deze noodplan(nen), gebaseerd op de risico-inventarisatie en -evaluatie en TRA’s , moeten beschrijven hoe om te gaan met noodsituaties. Aandachtspunten zijn:

  • meld-, waarschuwings-, alarmerings- , evacuatie- en verzamelplaatsprocedures
  • taken en verantwoordelijkheden van betrokken functionarissen
  • medische verzorging/eerste hulp, middelen, organisatie en personele invulling
  • waarschuwing van de familie/nabestaanden van de slachtoffers
  • trauma- en nazorgbegeleiding van de collega’s en omstanders van het slachtoffer

Evacuatie

Stel je bij aankomst op de hoogte van de geldende BHV voorzieningen op de betreffende locatie. Onderdeel van deze voorzieningen is de verzamelplaats. Deze is te herkennen aan het groene bord met een groep mensen er op en moet zich op een veilige plaats bevinden. Stel je tevens op de hoogte van de mogelijke vluchtroutes naar de verzamelplaats toe.

Bij een evacuatie ga je als volgt te werk:

  • onderbreek je werk
  • maak eventuele communicatieverbindingen vrij
  • volg instructies van de bedrijfshulpverleners op
  • ga naar de verzamelplaats
  • gebruik geen liften
  • vlucht dwars op de windrichting
  • meld je bij aankomst op de verzamelplaats 

Wat is een verschil tussen een ongeval en een onveilige situatie?

  • bij een ongeval ontstaat altijd letsel en/of schade, bij een onveilige situatie niet
  • een ongeval wordt altijd veroorzaakt door menselijk handelen, een onveilige situatie komt tot stand door externe oorzaken
  • voor een ongeval kan altijd een oorzaak worden gevonden, een onveilige situatie ontstaat zonder aanwijsbare oorzaak
  • aan elk ongeval gaat een onveilige situatie vooraf

Waardoor kan een noodsituatie ontstaan? Meerdere antwoorden kunnen juist zijn.

  • door de aanwezigheid van bezoekers
  • door vrijkomende biologische agentia
  • door een zorgvuldige voorbereiding
  • door brand

Waaruit bestaat de 'middelste fase' van een noodsituatie?

  • uit de evacuatie van de bedrijfslocatie
  • uit de handelingen en maatregelen die worden genomen om de noodsituatie te beheersen en te bestrijden
  • uit het alarmeren van hulpdiensten (melding)

Het brandalarm gaat af op een bedrijfsterrein waar je net wat spullen aan het magazijn aflevert. Wat moet je doen?

  • snel vertrekken, want je bent niet aan het werk
  • de instructies volgen voor personen op het terrein
  • je moet je eerst afmelden, dan mag je vertrekken
  • als het een oefening is mag je vertrekken, als er echt brand is moet je naar de verzamelplaats

Proefexamen

B-VCA proefexamen

Met een VCA proefexamen kunt u zich, na afronding van een VCA Cursus, het doornemen van de boeken of afronden van de E-learning goed voorbereiden op het VCA examen. U ondervindt hoe het VCA examen is opgebouwd en u weet precies welke vraagtypen en -stellingen u kunt verwachten tijdens het VCA examen. Vanzelfsprekend bevat het VCA examen andere vragen, maar u kunt ervan uitgaan dat in soortgelijke vraagstellingen dezelfde inhoud wordt geëxamineerd.

Het B-VCA proefexamen bestaat uit 40 examenvragen. U bent ‘geslaagd’ als u 12 of minder fouten heeft. Het proefexamen is aangepast aan de laatste eindtermen en is beschikbaar gesteld door het SSVV

We raden u aan om ter voorbereiding een officieel B-VCA proefexamen te maken, zodat u weet welke vraagstellingen u kunt verwachten en hoeveel tijd u heeft om het B-VCA examen goed te kunnen maken.

Lees hier meer over het B-VCA proefexamen en maak direct online.

Maak hier het B-VCA proefexamen

Aanmelden examen VCA

Aanmelden examen VCA

B-VCA examens kunt u afleggen op een van de open inschrijvinglocaties in het land. In diverse plaatsen in het land worden deze examens verzorgd. 

Het examen VCA loopt via een extern examenbureau. Om het examen VCA aan te vragen dient u de volgende stappen te volgen. 

  1. U kijkt op het portaal van VCA Examen en u kiest een examendatum en locatie.
  2. U geeft deze datum én locatie door via de mail aan [email protected] zodat wij de aanmelding kunnen  verzorgen.